Posts tonen met het label Misstanden in de Kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Misstanden in de Kerk. Alle posts tonen

zondag 27 mei 2018

Interview met kardinaal Burke


Verschenen op 8 mei 2018 op GloriaTV

Prof. Thomas Stark:
Eminentie. ik wil u bedanken dat u tijd neemt voor dit interview. Als eerste zou ik u willen vragen: er wordt al een hele tijd veel gesproken over het verstaan van de tekenen van de tijd. Hoe past deze focus op de tekenen van de tijd bij de voortdurende poging van de Kerk alles te onderwerpen aan het koningschap van Christus?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, dat het is het punt. Mensen denken nu dat de Kerk voor het eerst in de geschiedenis kijkt naar de tekenen van de tijd. Dat is belachelijk. De Kerk heeft dat altijd gedaan. De Kerk is altijd de cultuur tegemoet getreden te midden waarvan zij leeft. Onze Heer zelf riep ons op de tekenen van de tijd te zien en bedachtzaam te zijn. Maar inderdaad, de Kerk ziet de tekenen van de tijd sub specie aeternitatis, onder het aspect van de eeuwigheid, van onze eeuwige verlossing – door het lijden, de dood, de verrijzenis en hemelvaart van onze Heer Jezus Christus. En zo gaan wij op de cultuur af, wij treden de cultuur tegemoet met een heel bepaalde identiteit. De Kerk gaat niet naar de cultuur om haar identiteit te vinden. De Kerk gaat naar de cultuur om haar het woord van het leven aan te bieden, om haar Christus aan te bieden. Dat betekent dat, zoals we lezen – dat is erg duidelijk in de evangelies – de Kerk een teken van tegenspraak zal zijn. Met name in tijden als de onze waarin we te maken hebben met deze aanval op de Goddelijke Wet, dit impliciete atheïsme zoals de heilige paus Johannes Paulus II het noemde. De Kerk moet erg sterk zijn in haar ontmoeting met de cultuur – vol liefde, vol bezorgdheid, met de wil zielen bij Christus te brengen, maar de enige manier om zielen bij Christus te brengen is door de waarheid te dienen -  het woord van Christus zoals het tot ons komt in de Kerk.

Prof Thomas Stark:
Iets heel noodzakelijks in het leven van de Kerk is het canoniek recht. U bent een canonist. Daarom wil ik u enkele canonieke vragen stellen. In het besef van het feit dat het menselijk leven en de menselijke omstandigheden altijd heel gecompliceerd zijn: denkt u als canonist dat de verkorte huwelijksnietigheidsprocessen in staat zijn recht te doen aan deze complexiteit van het menselijk leven en de menselijke levensomstandigheden? Of denkt u dat deze veranderingen daaraan geen recht doen?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, ik denk dat het belangrijk is te beseffen, wat ik heb beschreven in het hoofdstuk dat ik bijgedragen heb aan het boek “Remaining in the Thruth of Christ. Marriage en Communion in the Catholic Church”. Het canoniek proces is niet van goddelijke oorsprong, zoals kardinaal Kasper heeft gezegd. De individuele onderdelen zijn niet van goddelijke oorsprong, maar dat het een deugdelijk proces moet zijn om de waarheid te kunnen achterhalen over de waarheid van een klacht van nietigheid van een huwelijk – dat is van Goddelijk recht. De Kerk mag nooit een huwelijk nietig verklaren met een proces dat de rechter niet de morele zekerheid zou geven betreffende de vordering van nietigheid. Ik heb grote zorgen rond het nieuwe proces van verklaring van nietigheid en ik ben niet de enige. Er zijn verschillende excellente canonisten die erover geschreven hebben. Ik heb grote zorgen over het verdwijnen van de verplichte tweede instantie.

Sinds de tijd van paus Benedictus XIV (paus van 1740 tot 1758) vond de Kerk het belang van het huwelijk zo groot dat zij een oordeel over de nietigheid van een huwelijk niet overliet aan een enkele gerechtsinstantie maar dat de zaak opnieuw moest worden bekeken in tweede instantie die het oordeel ofwel bevestigde of ongedaan maakte. Dit is verder bemoeilijkt; in het verleden werden alle huwelijksnietigheidszaken behandeld door een college van tenminste drie rechters. Nu worden op veel plaatsen met de toestemming van de bisschoppenconferentie de huwelijksnietigheidszaken besloten door één enkele rechter. Dat brengt ons in de situatie dat een huwelijk nietig verklaard kan worden op het oordeel van één enkel iemand en dat gaat in tegen een serieus gerechtelijk proces.

Iets anders dat mij zorgen baart is de kwestie van de zogenaamde gemakkelijke zaken die duidelijk en helder zijn. U zei het zelf al in uw vraag. Huwelijksnietigheidszaken zijn in de regel erg gecompliceerd  zo complex als menselijke situaties nu eenmaal zijn. Ik herinner me, dat, toen ik procesrecht studeerde, onze professor ons zei hoe we partijen en getuigen moesten ondervragen, en hoe we hun verklaringen en getuigenissen moesten opnemen. Het is zaak geen verbazing over wat dan ook te tonen want dat zou mensen kunnen doen aarzelen om de hele waarheid te vertellen. Hij zei: in de metafysica bestuderen jullie meer mogelijke dingend dan in werkelijkheid bestaan, maar, zei hij, bij de rechtbank zullen jullie meer werkelijke dingen bestuderen dan mogelijk zijn. En het is eenvoudigweg waar dat deze huwelijksnietigheidszaken soms de neiging hebben …. je kunt nauwelijks heel de complexiteit van een geval geloven.

En daarom heeft een aantal bisschoppen mij gezegd dat zonder meer de zaken die bij hun rechtbanken worden ingediend, hem niet toestaan een snel oordeel te vellen maar dat zij de zaak moeten terugverwijzen naar de rechtbanken. Laten we hopen dat dit zorgvuldig oordeel in iedere zaak gemaakt wordt.

Nu doet het proces ook alsof voor de eerste keer ontdekt is dat de bisschop de eerste rechter in het bisdom is. De Kerk heeft altijd geleerd dat de bisschop de eerste rechter in zijn bisdom is. Maar normaal gesproken – en dat is logisch, ook voor mensen in de wereld, treedt de bisschop, de hoogste gezagsdrager in het bisdom in deze zaken niet op in de eerste persoon. Maar hij zorgt voor een gerechtsvicaris en ander functionarissen van de rechtbank om deze zaken voor hen te behandelen.  Ik geloof dat nu een volledige weergave nodig is van en een nieuwe waardering voor het huwelijksnietigheidsproces. Met name nu we komen uit die periode van antinomisme, de periode onmiddellijk vóór en na het Concilie toen men algemeen het kerkelijk recht aanviel en name het huwelijksnietigheidsproces. En naar mijn persoonlijk oordeel is de huidige wetgeving niet deugdelijk en dient die herzien te worden.

Prof. Thomas Stark:
Mag ik u nog een vraag stellen over een juridisch onderwerp. Hoe is het mogelijk dat de kerkelijke wetgever een situatie schept waarin bisschoppenconferenties in diverse landen tegengestelde regelingen invoeren met betrekking tot het ontvangen van de communie? Ik bedoel, dat is in het canonieke recht tevoren toch nooit het geval geweest.

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is niet mogelijk. De paus is het beginsel van eenheid in de Kerk, eenheid van de bisschoppen en van de gelovigen. De paus kan niet toestaan dat een bisschoppenconferentie of een individuele bisschop iets doet dat ingaat tegen de leer en de geloofspraktijk. Dit idee dat mensen die niet in volle gemeenschap zijn met de Kerk, maar die zich op min of meer regelmatige basis presenteren voor de heilige communie: dat is absurd. Ik weet niet hoe dit zou kunnen worden toegestaan en –als het God belieft – zal het worden recht gezet. Dat is de taak van de paus. Anders gaat de Kerk toe, gaat de Rooms-katholieke Kerk toe naar een situatie zoals van de  protestantse denominaties die alsmaar in aantal toenemen. Telkens als een bisschop of een groep gelovigen een ander idee hebben, maken ze een andere kerkelijke gemeenschap, en de deelgroepen vermenigvuldigen en vermenigvuldigen zich. Dat is niet de wil van Christus.

Prof. Thomas Stark:
Uw antwoord brengt met tot de volgende vraag, een vraag die gaat over een probleem dat ten grondslag ligt aan het probleem dat we nu bespreken. De logische regel van non-contradictie is altijd en overal geldig geweest. De Kerk heeft altijd gehamerd op het feit dat onze credo, het credo van de Kerk redelijk is – dat wij bijv. de regel van non-contradictie en elke andere regel van de logica aanvaarden. Nu zien we een situatie waarin we van kerkelijke gezagsdragers tegengestelde antwoorden ontvangen op belangrijke kwesties. Betekent dit dat geloof en rede tegenwoordig en in de huidige situatie van Kerk uit elkaar vallen?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is wat er feitelijk gebeurt en het zorgt voor een heleboel lijden onder bisschoppen, priesters en gelovigen. Ik reis veel naar diverse delen van de wereld. En overal waar ik kom, zeggen de mensen tegen mij: wat leert de Kerk nu werkelijk over het huwelijk, over de onontbindbaarheid van het huwelijk? Wat leert de Kerk werkelijk over de goede gesteldheid om de communie te kunnen ontvangen, en nu zijn er geruchten over het ter discussie stellen van de leer over contraceptie in “Humanae Vitae” – dat de 50ste verjaardag van de pauselijke encycliek de gelegenheid zou zijn om op een of andere manier de constante leer van de Kerk onderuit te halen, die paus Paulus VI op een zeer nobele en heldhaftige wijze heeft verdedigd.

We hebben ook het geval waarin een bekende nieuwsreporter [Eugenio Scalfari] beweert dat hij uit een persoonlijk onderhoud met de paus heeft begrepen dat er geen hel bestaat en dat de menselijke ziel niet onsterfelijk is, dat de zielen van mensen die verkeerd doen, eenvoudigweg verdampen.

En dan komt er geen echte correctie van de kant van de Heilige Stoel. De correctie van het persbureau stelt dat de woorden van de reporter niet de exacte woorden van de paus zijn. Wel, wat nodig was in een dergelijke situatie, is dat men had gezegd dat de paus bevestigt wat de Kerk altijd geleerd heeft over de uitersten. Dit is iets wat grote bezorgdheid teweeg brengt, en dat kan niet zomaar doorgaan want het brengt vreselijke wonden toe aan de Kerk en verdeeldheid en misschien wel het grotere drama van een schisma.

Prof. Thomas Stark:
Als de mens een animal rationale is, een redelijk wezen, gaat onredelijk zijn in tegen de menselijke natuur. Kunnen we dan mensen, bijv. bisschoppen serieus nemen die verklaren dat zwart wit is of 2 + 2 = 5. Is een situatie in de Kerk die in toenemende mate onredelijk is bijgevolg niet onmenselijk?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is zo. Dit is het soort van benadering dat gebruikelijk is in totalitaire staten. Mensen raken ervan in de war. Omdat men zegt, dat wat redelijk is, onredelijk is. Men vraagt hen tegenstellingen te aanvaarden die ingaan tegen de waarheid en tegen de rechtvaardigheid. God schiep ons met verstand en vrije wil en zijn openbaring gaat nooit tegen de rede in. Zij kan boven de rede uit gaan in de zin dat we grote geloofsmysteries hebben, maar het verstand is in staat juist in de geloofsmysteries door te dringen en dieper te verstaan en dat is de geschiedenis van de theologie: het geloof dat zoekt te begrijpen. Maar nooit zegt de rede dat het geloof ontkent wat de rede mij leert. Er is op dit moment een vreemde vorm van denken gaande in de Kerk zelfs bij leraren van het geloof, die dit ontkent. Dit is onmenselijk. Het veroorzaakt vreselijke ellende. En ik denk dat dit soort situatie uiteindelijk mensen kan voeren tot een geestelijke vermoeidheid omdat het ingaat tegen hun eigen wezen. Dit is iets dat Kerk in haar hart op deze manier nooit heeft gehad. Er zijn grote crises geweest wat betreft het ontkennen van delen van de geloofsleer enz die gecorrigeerd moesten worden. Ik denk aan de vreselijke crisis van het Arianisme in de vierde eeuw en nog andere crises. Maar nu hebben wanhopig behoefte in de Kerk aan herstel van het kerkelijk leergezag.

Er stond een uitstekende evaluatie, geschreven in een Amerikaanse tijdschrift met de naam “First Things” door professor Richard Rex van Cambridge University. Hij gaf commentaar op deze kwestie, op de verandering van de leer over de onontbindbaarheid van het huwelijk. En hij zei mij: als de Kerk inderdaad haar positie veranderd heeft en er bestaan gevallen waarin individuen die aan de sacramentele band gebonden zijn, de sacramenten kunnen ontvangen, dan heeft de Kerk zonder noodzaak zielen 20 eeuwen lang gekweld en verdient zij nu niet langer het vertrouwen van de gelovigen omdat ze zo fout is geweest over zoiets belangrijks voor het welzijn van niet alleen de Kerk maar ook de wereld. Dat leidt ertoe dat we Kerk niet meer zouden kunnen zien als een fatsoenlijk instituut, laat staan een rechtvaardig en betrouwbaar instituut.

Thomas Stark:
Eminentie, dank u wel voor dit interview.

Kardinaal Raymond Burke:
Graag gedaan.


Vertaling: C. Mennen pr
14 mei 2018

zaterdag 17 februari 2018

De Duitse bisschoppen moeten hun voorzitter afzetten

Door: Mathias von Gersdorff

Het Duitse progressisme heeft zich waarschijnlijk in de Oudejaarsnacht voorgenomen om de gelovigen in een permanente staat van verbijstering te brengen: op de eerste  plaats zet zich bisschop Franz-Josef Bode (Osnabrück) in voor het zegenen van homoseksuele relaties. Dan volgt de brief van kardinaal Marx als voorzitter van de Bisschoppenconferentie waarin hij het werk van Donum Vitae (die vrijbrieven voor abortus uitdeelt) prijst. Tenslotte verdedigt de kardinaal in een radio-interview het zegenen van homoseksuele paren “in afzonderlijke gevallen”.

Niets schijnt het Duitse progressisme nog heilig te zijn. De gelovigen moeten blijkbaar in de permanente verwachting  van nieuwe aanvallen op de kerkelijke geloofs- en zedenleer leven.

Maar niet alleen deze voorstellen zijn zorgwekkend maar ook het totale stilzwijgen van het Duitse episcopaat.

Al bij de eerste stellingname van Bode zouden meerdere bisschoppen geprotesteerd moeten hebben. Mogelijkerwijs meenden zij dat de inzet van Bode voor de homoseksuelen alleen maar een nieuwe poging was zich bij de links-liberale pers geliefd te maken. Al lang probeert bisschop Bode met het bewust doorbreken van bepaalde taboes op de voorpagina’s te komen.

Maar de actie van kardinaal Marx ten gunste van de homo-agenda heeft de emmer doen overlopen!

De katholieke Kerk in Duitsland schandaliseert de gelovigen in heel de wereld met haar voortdurende aanvallen tegen het geloof en de overgeleverde leer. Deze onuitstaanbare beledigingen moeten eindelijk ophouden.

De enige verstandige reactie van de Duitse bisschoppen kan slechts zijn: het afzetten van kardinaal Reinhard Marx als voorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie!

Op die manier zou de katholieke Kerk in Duitsland eindelijk een teken stellen, dat hier te lande het katholieke geloof en het katholieke leergezag nog waarde heeft en dat men die niet voortdurend met de voeten treden kan.

Duitsland, eens een land dat overal missionarissen heen gestuurd heeft, is tot een permanente haard van aanvallen op het katholieke geloof geworden.

De bisschoppen moeten de wereldkerk laten zien, dat het katholieke geloof in Duitsland gewaardeerd wordt. Met het afzetten van kardinaal Reinhard Marx in de komende voorjaarsvergadering in Ingolstadt (19 tot 22 februari 2018) zou daarmee een eerste stap gezet zijn.

maandag 12 februari 2018

Onwaardige carnavalsmis in Eindhoven

‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent.’ Zo begroette pastoor-deken René Wilmink zondag de bezoekers van de carnavalsmis in de Sint-Catharinakerk in Eindhoven. ‘Goed dat je hier bent midden in de stad. Huis van gebed van Lampegat’, zong de priester.
Aangepast n.a.v. commentaar van de pastoor:
Naar mijn idee past dit niet bij de heiligheid van de kerk als huis Gods, vraag me ook af of carnavalsvierders een pastoor daarna nog serieus nemen. Wel goed dat het tijdens een gebedsviering was en niet tijdens een H. Mis.

woensdag 1 november 2017

Open brief aan de paus

Op Allerheiligen verscheen op diverse internationale katholieke websites een brief van een Amerikaanse theoloog aan de paus. Ik geef hieronder de inhoud van de brief met een inleiding van de Vaticanist Sandro Magister

Thomas G. Weinandi hoort bij de meest eminente theologen en woont in Washington in het college van de Kapucijnen, de Franciscaanse orde waartoe hij behoort. Hij is lid van de internationale theologencommissie, de commissie die Paulus VI heeft ingesteld naast de congregatie voor de geloofsleer zodat die baat zou kunnen hebben van de fine fleur van de theologen van de wereld. Hij is lid van die commissie sinds 2014 en is benoemd door paus Franciscus.

Afgelopen mei toen hij in Rome was voor een vergadering van de commissie, kreeg hij het begin van een idee om een open brief aan Franciscus te schrijven om hem niet alleen zijn eigen ongerustheid mee te delen maar die van velen over de groeiende chaos in de Kerk, waarvan hij zag dat het in hoge mate veroorzaakt werd door niemand anders dan de paus.

Bij bad een lange tijd, ook bij het graf van Petrus. Hij vroeg Jezus hem te helpen bij de beslissing of hij wel of niet de brief zou schrijven en om hem een teken te geven… En het teken kwam de volgende dag en het was precies hetzelfde als wat hij in zijn gebed had gevraagd.

Aldus gesteund door de hemel schreef pater Weinandy de brief. Hij stuurde hem naar paus Franciscus in het midden van de zomer. En vandaag op het feest van Allerheiligen maakt hij hem openbaar op het Amerikaanse internetportaal Crux en direct daar in Rome, in vier talen, op Settimo Cielo.

Pater Weinandy, 71 jaar, heeft aan talloze universiteiten in de Verenigde Staten gedoceerd, 12 jaar in Oxford, en in Rome aan de pauselijke Gregoriaanse Universiteit. Hij was negen jaar hoofd van het secretariaat voor de geloofsleer van de Amerikaanse
Bisschoppenconferentie.

------------------

                                                                                              31 juli 2017
                                                                                              feest van de H. Ignatius van Loyola

Heiligheid,

Ik schrijf deze brief met liefde voor de Kerk en oprecht respect voor uw ambt. U bent de plaatsbekleder van Christus op aarde, de herder van zijn kudde, de opvolger van de H. Petrus en aldus de rots waarop Christus zijn Kerk zal bouwen. Alle katholieken, clerus en leken, dienen naar u te kijken met kinderlijke loyaliteit en gehoorzaamheid die gebaseerd is op de waarheid. De Kerk wendt zich tot u in een geest van geloof, in de hoop dat u haar zult leiden in liefde.

Toch, heiligheid lijkt een chronische verwarring uw pontificaat te kenmerken. Het licht van het geloof, de hoop en de liefde is niet afwezig maar te vaak wordt het verduisterd door de dubbelzinnigheid van uw woorden en daden. Dit voedt een groeiende zorg bij de gelovigen. Het schaadt hun vermogen tot liefde, vreugde en vrede. Sta mij toe u enkele korte voorbeelden te geven.

Allereerst is er het betwiste hoofstuk 8 van Amoris Laetitia. Ik hoef u geen deelgenoot te maken van mijn eigen zorgen rond de inhoud ervan. Anderen, niet alleen theologen, maar ook kardinalen en bisschoppen, hebben dat reeds gedaan. De voornaamste bron van zorg is de uw wijze van onderrichten. In Amoris Laetitia lijken uw richtlijnen soms opzettelijk dubbelzinnig. Zo nodigt u uit tot zowel een traditionele interpretatie van de katholieke leer over huwelijk en echtscheiding als ook tot een interpretatie die een verandering van de leer zou inhouden. Zoals u wijselijk opmerkt, moeten pastores mensen in onregelmatige huwelijke begeleiden en bemoedigen; maar onduidelijkheid blijft bestaan over wat met die “begeleiding” feitelijk bedoeld wordt. Onderrichten met een kennelijk bedoeld gebrek aan duidelijkheid brengt onvermijdelijk het gevaar met zich mee van te zondigen tegen de Heilige Geest, de Geest van de waarheid. De Heilige Geest is aan de Kerk gegeven, en met name aan u zelf, om dwaling uit te bannen, niet om dwaling te voeden. Bovendien kan alleen waar waarheid is, echte liefde zijn, want waarheid is het licht dat vrouwen en mannen bevrijdt van de blindheid van de zonde, een duisternis die de liefde van ziel doodt. Toch lijkt u die mensen die hoofdstuk 8 van Amoris Laetitia uitleggen in overeenstemming met de kerkelijke traditie, af te keuren en zelfs te bespotten farizeïsche stenengooiers, als vertegenwoordigers van een onbarmhartig rigorisme. Dit soort smaad is in tegenspraak met de aard van het Petrinische ambt. Sommigen van uw adviseurs lijken zich met gelijksoortige acties bezig te houden. Een dergelijke gedrag wekt de indruk dat uw inzichten de toets van de theologische kritiek niet kunnen doorstaan en daarom met ad hominem argumenten overeind moeten worden gehouden.

Ten tweede: te vaak lijkt uw manier van spreken afbreuk te doen aan het belang van de kerkelijke leer. Telkens opnieuw schildert u de leer als doods en als boekenwijsheid, en als ver afstaande van de pastorale zorgen van iedere dag. Uw critici zijn er, in uw eigen woorden, van beschuldigd de leer te maken tot een ideologie. Maar het is nu precies de christelijke leer – met daarin de precieze onderscheidingen die gemaakt worden ten aanzien van centrale geloofspunten zoals de trinitaire natuur van God, de aard en het doel van de Kerk, de menswording, de verlossing en de sacramenten – die de mensen bevrijdt van wereldse ideologieën en hen garandeert dat zij daadwerkelijk het authentieke, leven gevende evangelie preken en onderwijzen. Mensen die afbreuk doen aan de leer van de Kerk maken zich los van Jezus, de oorsprong van de waarheid. Wat zij dan hebben, en alleen maar kunnen hebben, is een ideologie – eentje die zich voegt naar de wereld van zonde en dood.

Ten derde: trouwe katholieken kunnen alleen maar onthutst zijn door uw keuze van sommige bisschoppen, mannen die niet alleen open staan voor hen die er inzichten op nahouden die tegengesteld zijn aan het christelijk geloof maar die deze inzichten steunen en zelfs verdedigen. Wat gelovigen en zelfs sommige collega-bisschoppen ergert, is niet slechts dat u zulke mannen als herders van de Kerk hebt aangesteld maar dat u ook lijkt te zwijgen ten aanzien van hun onderricht en pastorale praktijk. Dat verzwakt de ijver van de vele vrouwen en mannen die gedurende lange tijd voorvechters zijn geweest van de authentieke katholieke leer, dikwijls met voorbijzien van hun eigen reputatie en welzijn. Als resultaat verliezen veel gelovigen, die de sensus fidelium representeren, vertrouwen in hun opperste herder.

Ten vierde: de Kerk is één lichaam, het Mystieke Lichaam van Christus, en u hebt de opdracht van Christus zelf gekregen haar eenheid te bevorderen en te sterken. Maar uw handelingen en woorden lijken er te dikwijls op gericht het tegenovergestelde te doen. Het aanmoedigen van een vorm van “synodaliteit” die verschillende leerstellige en morele mogelijkheden binnen de Kerk toestaat en bevordert, kan alleen maar leiden tot meer theologische en pastorale verwarring. Een dergelijke synodaliteit is onverstandig en werkt in de praktijk tegende collegiale eenheid onder de bisschoppen.

Heilige Vader, dit brengt mij bij mijn laatste zorg. U hebt dikwijls gesproken over de noodzaak van openheid in de Kerk. U hebt herhaaldelijk iedereen, met name de bisschoppen, aangemoedigd, vooral ook tijdens de twee laatste synodes, om zich uit te spreken en niet bang te zijn voor wat de paus ervan zou kunnen denken. Maar hebt u niet gemerkt dat de meerderheid van de bisschoppen over heel de wereld opmerkelijk stil zijn? Waarom zou dat zijn? Bisschoppen leren vlug en wat velen van uw pontificaat hebben geleerd is niet dat u open staat voor kritiek maar dat u er boos over wordt. Veel bisschoppen zwijgen omdat ze loyaal aan u willen zij en daarom uiten ze niet – tenminste niet publiek; privé is wat anders – de zorgen die uw pontificaat oproepen. Velen zijn bang dat, als zij spreken, ze zullen worden gemarginaliseerd of nog erger.

Ik heb mij dikwijls afgevraagd: “Waarom heeft Jezus dit alles laten gebeuren?” Het enige antwoord dat in mij opkomt is, dat de Jezus duidelijk wil maken hoe zwak het geloof is van velen binnen de Kerk, zelfs ook onder veel van haar bisschoppen. Ironischerwijs heeft uw pontificaat hen die schadelijk theologische en pastorale standpunten hebben de vrijbrief en het vertrouwen gegeven ermee aan het daglicht te komen en hun duisternis, die tot dan toe verborgen was, te laten zien. Met het erkennen van deze duisternis zal de Kerk zich nederig moeten vernieuwen en zo voortgang maken in de groei naar heiligheid.

Heilige Vader, ik bid voortdurend voor u en zal dat blijven doen. Moge de Heilige Geest u leiden in het licht van de waarheid en het leven van liefde zodat u de duisternis die nu de schoonheid van Jezus’ Kerk verbergt, kunt verdrijven.

Toegenegen in Christus

Thomas G. Weinandy, O.F.M. Cap.

donderdag 19 oktober 2017

Moedige pastoor gaat met emeritaat

De druk vanuit de parochie, maar vooral het ontbreken van steun van de bisschop is deze pastoor nu fataal geworden en daarom gaat hij met emeritaat. In de Telegraaf staat dat het beleid van bisschop Gerard de Korte aanleiding is voor zijn vertrek. De bisschop laat steeds meer woord- en communiediensten toe en dat gaat volgens hem ten koste van de eucharistieviering. Ook wil de bisschop dat priesters afscheidsdiensten leiden in crematoria waardoor de kerk overbodig wordt, aldus de pastoor. Tevens heeft het handelen en de ingenomen stelling van de bisschop in het conflict in zijn parochie bijgedragen aan zijn keuze om te stoppen, schrijft hij.



woensdag 26 juli 2017

Müller eruit - Maar de echte aanval is gericht tegen “Veritatis Splendor”

Kardinaal Müller, de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, is door paus Franciscus de laan uitgestuurd. De audiëntie waarin dat gebeurde, duurde, volgens de kardinaal zelf, slechts een minuut en was zonder opgaaf van redenen. Kardinaal Müller betwist niet het recht van de paus hem te ontslaan maar wel de de weinig humane manier waarop dat gebeurde. De paus zou zich toch ook aan de sociale leer van de Kerk dienen te houden. Kardinaal Müller is altijd loyaal geweest aan paus Franciscus maar hij heeft wel gezegd dat zelfs een paus de leer van de Kerk niet kan veranderen en dat Amoris Laetitia uitgelegd moet worden in de lijn van de traditionele leer en dat dus mensen die in publiek overspel leven niet zonder bekering de communie kunnen ontvangen. Dat is blijkbaar te veel. Degene die in de Kerk te taak heeft de leer te bewaken, moet volgens Franciscus zijn mond houden, zelfs als de leer in gevaar is. Het is bekend dat voor zover de Congregatie voor de Geloofsleer de tekst van de stukken van Franciscus tevoren te zien kreeg, de opmerkingen van de Congregatie door de paus werden genegeerd. Ik zei laatst tegen een collega: "de paus lijkt wel een linkse Zuid-Amerikaanse dictator". Deze antwoordde: "maar dat is hij ook. Hij heeft niet voor niets zoveel sympathie voor velen van hen". In dat dictatoriale optreden paste ook het plotselinge ontslag enige tijd geleden van enkele naaste medewerkers van kardinaal Müller. Toen deze vroeg: "Maar waarom, heilige vader?", antwoordde Franciscus: "Ik ben de paus, ik kan doen wat ik wil."

Sandro Magister ziet in het ontslag van kardinaal Müller een aanval op de leer zoals die verkondigd is door paus Johannes Paulus II in zijn magistrale encycliek Veritatis Splendor. Franciscus houdt niet van de katholieke moraal die volgens hem te weinig aansluit bij het "echte" leven. Hierin past ook de ontmanteling van de instituten voor het gezin (waar in de naam zelfs Johannes Paulus II is geschrapt) en het leven. In beide instituten worden dubieuze figuren benoemd zoals voorstanders van abortus en mensen die werken met menselijke stamcellen. 

Commentaar van Sandro Magister
5 juli 2017

Op zondag 2 juli, de dag zelf waarop paus Franciscus kardinaal Müller afzette als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, steeg vanuit alle katholieke kerken van de Romeinse ritus aan het begin van de Mis het volgende gebed op naar God. Dit gebed heet in het missaal het “collectagebed”:

“Deus, qui, per adoptionem gratiae, lucis nos esse filios voluisti, praesta, quaesumus, ut errorum non involvamur tenebris, sed in splendore veritatis semper maneamus conspicui. Per Dominum nostrum…”

In de officiële nieuwe Nederlandse vertaling:

“God, Gij hebt ons genadevol aangenomen en gewild dat wij kinderen van het licht zijn, wij bidden U: dat wij niet omgeven worden door de duisternis van de dwaling maar altijd stand houden in het schitterend licht van de waarheid. Door onze Heer…..”

Toeval - of Goddelijke voorzienigheid? – heeft ervoor gezorgd dat de afzetting van kardinaal Müller begeleid zou worden door de gezongen liturgische bede dat “het schitterend licht van de waarheid” de Kerk mag blijven verlichten.
“Het schitterend licht van de waarheid” is nu juist de titel van de belangrijkste leerstellige encycliek van Johannes Paulus II, gepubliceerd in 1993.

Het is een encycliek “over enkele fundamentele vragen betreffende de morele leer van de Kerk”: juist de vragen die nu terugkeren en opnieuw een voorwerp van conflict zijn waarbij grote en invloedrijke delen van de Kerk betogen dat het tijd is – met name na de publicatie van “Amoris Laetitia”- enkele van de leidende principes van “Veritatis Splendor” achter ons te laten. Het is voldoende te constateren dat niet minder dan vier van de vijf “dubia” die in september van het vorig jaar aan paus Franciscus zijn voorgelegd door de kardinalen Walter Brandmüller, Raymond L. Burke, Carlo Caffarra en Joachim Meisner juist betrekking hebben op de samenhang of het ontbreken ervan tussen “Amoris Laetitia” en “Veritatis Splendor”. En deze “dubia” zijn nog steeds open vragen, voor een deel vanwege de weigering van paus Franciscus om ze in overweging te nemen en de weigering om de vier kardinalen te ontmoeten.

Maar wat was de ontstaansgeschiedenis en het doel van “Veritatis Splendor”? Om deze vraag te beantwoorden hebben we een uitzonderlijke getuige: Joseph Ratzinger. Als Müllers voorganger aan het hoofd van de congregatie voor de Geloofsleer droeg hij op substantiële wij bij aan het schrijven van deze encycliek. Maar zelfs na zijn terugtreden als paus blijft hij “Veritatis Splendor” beschouwen als “van onveranderde betekenis” en een encycliek die men ook nu nog “moet bestuderen en zich eigen maken”.

In 2014 wijst Ratzinger in een weloverwogen hoofdstuk voor een boek ter ere van Johannes Paulus II geen ander dan “Veritatis Splendor” aan als de belangrijkste en meest relevante van de veertien encyclieken van deze paus. Een hoofdstuk dat verdient herlezen te worden in het licht van wat er nu in de Kerk aan het gebeuren is onder bewind van zijn opvolger Franciscus.

Hier volgt de passage die de emeritus-paus wijdde aan die encycliek:

*

Over “Veritatis Splendor”

De encycliek over morele problemen “Veritatis Splendor” had vele jaren nodig om te rijpen en zij blijft van ongewijzigde betekenis. De Constitutie van Vaticanum II over de Kerk in de wereld van vandaag wilde in tegenstelling met de tendens in de moraaltheologie toen om zich te focussen op de natuurwet, dat de katholieke moraalleereen bijbelse fundering zou krijgen  rond de figuur van Jezus en zijn boodschap. Met horten en stoten heeft men dat gedurende een korte periode geprobeerd. Dan vatte de mening post dat de Bijbel geen eigen morele boodschap heeft maar verwijst naar morele modellen die geldig zijn voor hun tijd en plaats. Moraliteit is een kwestie van de rede, zei men, niet van geloof.
Zo verdween enerzijds de moraliteit begrepen in termen van natuurwet, maar een christelijke opvatting van moraliteit kwam er niet voor inde plaats. En omdat noch een metafysische noch een christologische fundering voor de moraal kon worden geaccepteerd, nam men zijn toevlucht tot pragmatische oplossingen: een moraliteit vanuit het principe van het streven naar het grotere goed, waarin iets niet langer echt kwaad of echt goed is, maar alleen iets dat uit het oogpunt van doelmatigheid beter of slechter is. De grote opgave die Johannes Paulus zich stelde in deze encycliek was de herontdekking van een metafysische fundering in de antropologie, ook als een christelijke concretisering van het nieuwe mensbeeld in de Heilige Schrift. Het bestuderen en het zich eigen maken van deze encycliek blijft een grote en belangrijke plicht.

*

Als we zien wat er vandaag de dag in de katholieke Kerk gebeurt, zelfs op het hoogste niveau, dan zien we dat alle motiveringen voor de encycliek “Veritatis Splendor” opnieuw aanwezig zijn, met dezelfde zo niet grotere dramatische kracht. En zij maken meer dan ooit de bede relevant dat wij mogen blijven in “het schitterend licht van de waarheid” die vorige uit alle kerken opsteeg.

vertaling C. Mennen pr

Onkatholieke dwaasheid

Door: pastoor Mennen

Altijd ben ik van mening geweest dat de Kerk selectief moet zijn in het wijden van diakens. Het moeten mannen zijn van een behoorlijk intellectueel niveau, van voldoende theologische kennis en van een gezonde sensus fidelium (geloofszin). Dat geldt met name ook voor mannen die indertijd als pastorale werker van de theologische faculteiten kwamen en zich (soms om carrièretechnische redenen) aanboden voor het diaconaat. Het is niet erg zinvol mensen te wijden voor een verkondigingsambt in de Kerk die niet de bedoeling hebben het katholieke geloof te verkondigen of die zo’n mankerende geloofskennis hebben dat ze niet weten wat ze zouden moeten verkondigen.
In deze mening word ik opnieuw gesterkt als ik op de opiniepagina van Trouw de bijdrage lees van Rob van Oosten, diaken van het bisdom Den Bosch.

De diaken in kwestie is verbaasd over het standpunt van de katholieke Kerk dat voor de eucharistie echt brood moet worden gebruikt en hij begrijpt  het standpunt over de glutenvrije hosties niet. Naar zijn “heilige overtuiging zit het sacrament van de eucharistie niet vastgebakken aan ‘de materie’”. Nu is het altijd de overtuiging van de Kerk geweest dat zij voor de sacramenten gebonden is aan de materie die Christus zelf gebruikt heeft. Het is zijn wil geweest voor het sacrament van zijn kruisoffer en zijn aanwezigheid brood te gebruiken. De Kerk heeft zich nooit gerechtigd geacht daarvan af te wijken. Ook niet toen door missionering volken tot de Kerk toetraden voor wie rijst het gewone dagelijkse voedsel is. Er is toen aan de Kerk voorgelegd of rijstkoeken (rijstbrood) geen geldige materie voor de eucharistie zou kunnen zijn. Daar is uit eerbied voor de wil van de Heer negatief op geantwoord. Dat heeft ook met de incarnatie te maken: dat God mens werd in een bepaald land en in een bepaalde cultuur, heeft gevolgen voor de tekenen waarvan Hij zich bediende. Stijn Fens heeft het inderdaad beter begrepen dan onze diaken: met het Allerheiligste moet je niet sjoemelen.

De mededeling rond de gluten moet je in dat licht zien. Sinds men de mogelijkheid heeft gluten uit tarwemeel te verwijderen, wordt de Kerk geconfronteerd met de vraag of glutenvrije hosties geldige materie zijn. In een brief van 19 juni 1995 (toen al!) aan de Bisschoppenconferenties heeft de Congregatie voor de Geloofsleer gezegd dat hosties waaruit alle gluten verwijderd zijn geen geldige materie is maar dat er in de hosties een minimale hoeveel gluten moeten zitten zodat het echt brood is.

Nog ernstiger wordt het als de diaken stelt: “niet primair het brood, maar het delen ervan is sacramenteel, in mijn visie”. Dit heeft absoluut niets meer met het katholieke geloof te maken. Dat zou betekenen, dat een Mis waarin geen communie wordt uitgereikt, geen geldig sacrament zou zijn. Dat is een absurditeit die door eeuwenlang katholiek leven wordt tegengesproken!

Beste diaken, het Sacrament van de eucharistie komt tot stand als een geldig gewijd priester in het kader van de Mis de voorgeschreven woorden uitspreekt over de materie van brood en de materie van wijn in opdracht van Jezus bij het laatste avondmaal: “doet dit tot mijn gedachtenis”. Bij die woorden komt het kruisoffer van Christus present in zijn gebroken lichaam en zijn vergoten Bloed en is Hij met zijn Godheid en mensheid, met ziel en lichaam aanwezig in de gedaanten van brood en wijn. Dat is het sacrament van de eucharistie. Een speciale deelname aan dit sacrament geschiedt in de communie, die open staat voor hen die katholiek zijn en niet door ernstige zonde gehinderd zijn het sacrament te ontvangen. Dit en niets anders is de katholieke opvatting.

Aan het eind van zijn bijdrage zegt de diaken dat hij de kerkgangers in Annakerk in Deuteren op zondag 16 juli met de glutenkwestie en met zijn opvatting daaromtrent geconfronteerd heeft. Volgens hem waren de kerkgangers verbouwereerd. Dan kan hoogstens zijn door de wijze van voorstellen van de diaken. Ik weet dat men in betreffende kerk wel gewend is aan het “breken-en-delen-jargon” waarin een bepaald soort “voorgangers” sinds de jaren 70 van de vorige eeuw de eucharistie abusievelijk heeft proberen te vatten. Hierbij sluit de foutieve opvatting van van Oosten over de materie voor de eucharistie en het sacramentele karakter van het delen naadloos aan. Dat oudere mensen in de Nederlandse Kerk wijzer zouden zijn, is niet per se waar, soms wel “misleider” (=meer misleid)..

Het argument dat men het Jezus zelf zou willen vragen en dat die waarschijnlijk geen bezwaar tegen volkomen glutenvrije hosties zou hebben, is een tegenwoordig veel gehoord liberaal non-argument voor talloze zaken. Je kunt op die manier Jezus alles laten zeggen. Zelfs de merkwaardige nieuwe generaal van de jezuïeten maakt zich eraan schuldig. Het is echter de traditionele katholieke opvatting dat Jezus spreekt en handelt door zijn Kerk, en dan niet in zomaar een oprisping van een paus of van een bisschop maar in de constante leer van die Kerk.

Zonder meer vreemd is de nieuwsgierigheid van van Oosten naar hoe paus Franciscus en bisschop de Korte in hun hart over de glutenkwestie denken, daarmee suggererend dat zij het wel niet eens zullen zijn met het officiële standpunt van “de wereldkerk” maar dat officieel wel moeten. Daarmee  veronderstelt de diaken ten onrechte onkatholieke standpunten in dezen bij de paus en bij de bisschop van Den Bosch. Hij vindt dat hij als diaken wél een tegenstem kan laten horen. Nou, dat mag hij niet. Hij heeft als diaken gewoonweg de kerkelijke leer en discipline rond de eucharistie te aanvaarden en iedere verdeeldheid rond de sacramenten te vermijden. Ik raad de diaken voor zijn eigen welzijn en het welzijn van de gelovigen voor wie hij werkt, aan de nummers rond de eucharistie in de Catechismus van de katholieke Kerk nog eens zorgvuldig door te lezen.

Feest van Maria Magdalena
22 juli 2017

dinsdag 20 juni 2017

De kathedraal weer op kleur

“Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald”, zegt het spreekwoord. Daarom zijn we blij dat Mgr. de Korte alsnog de oecumenische gebedsviering op 24 juni in de St.-Janskathedraal heeft afgeblazen. We zijn dankbaar voor zijn moed.

Minder dankbaar ben ik voor het feit, dat hij de zwartepiet hiervoor als het ware neerlegt bij de verontruste gelovigen en priesters. Het is dus niet zo, dat de bisschop zegt: een dergelijke viering hoort niet thuis in een katholieke kerk. Hij zegt alleen dat het doorgaan van de viering veel emoties oproept bij een deel van de gelovigen en de priesters. Het gaat niet door omdat de bisschop de verdeeldheid niet verder aan wil wakkeren.

Wat je had kunnen verwachten, gebeurt nu. Abt Dennis Hendrickx van de abdij van Berne in Heeswijk heeft zich tot spreekbuis gemaakt van die andere groep die nu teleurgesteld is omdat de viering niet doorgaat. Hij schrijft:

Uw besluit voor toestemming tot en medewerking aan de oecumenische gebedsdienst op 24 juni a.s. heeft – zo schrijft u – religieuze gevoelens van tal van katholieken geraakt. Dat zal zeker het geval zijn en dat valt natuurlijk te betreuren omdat dat geen doel op zich was en mag zijn. Maar met de intrekking voelen vele anderen zich nu nadrukkelijk in de kou gezet. Het is maar de vraag welke eenheid er nu geweld aangedaan is en wordt.

Inderdaad, de abt heeft gelijk als hij zegt dat de “lieve vrede” of de eenheid binnen de kerk hier geen echt argument kan zijn. Je trapt immers altijd mensen op hun hart. Dat laat zich in de kerk van vandaag bij iedere belangrijkere bestuurlijke beslissing nauwelijks vermijden.

De vraag kan en mag alleen zijn: is een beslissing juist op grond van de uitgangspunten van de katholieke Kerk. De bisschop heeft in zijn Pinksterbrief de leer van de Kerk rond (homo)seksualiteit duidelijk beschreven. Dat was een goede stap, zeker als je bedenkt dat de “andere kant” bij monde van abt Hendricks het ook een fijne brief vond: die ons een warm gevoel heeft gegeven van betrokkenheid en pastorale nabijheid.

Als je werkelijk de moraal van de Kerk onderschrijft, dan is het heel wel mogelijk en zelfs goed dat je een gesprek aangaat met groepen uit de LGBT wereld, zeker met personen die bij de katholieke Kerk willen horen maar het is wel onmogelijk om iets kerkelijk te vieren wat in zijn gedragingen, zoals door die groep gepropageerd, zondig is en daar een zegen over te geven. We hebben geen kerken om de zonde te vieren. Je kunt niet enerzijds met de mond de leer van de Kerk onderschrijven en die anderzijds door praktische toegeeflijkheid weer onderuit halen.

Er zou niets op tegen zijn als katholieke homoseksuelen in de kerk bij elkaar zouden komen om Gods kracht en bijstand af te smeken om kuis te kunnen leven. Maar dat lijkt niet bepaald de bedoeling en daarmee staat alles in complete tegenstelling met de Pinksterbrief van de bisschop.

We hebben vernomen dat plebaan van Rossem toch zijn medewerking zal verlenen in de protestantse kerk. Dat is om reden van het boven geschilderde ongepast en onbegrijpelijk. We zullen uit de verslagen wel kunnen opmaken met hoeveel eerbied er over de standpunten van de katholieke Kerk is gesproken. Ik ben bang dat het niet veel meer zal zijn dan bij een dergelijke oecumenische viering in Eindhoven enkele jaren geleden die u hier kunt bekijken en waarbij u hier mijn commentaar nog kunt nalezen.

C. Mennen pr
19 juni 2017

vrijdag 2 juni 2017

De roze kathedraal

C. Mennen pr

De Catechismus van de Katholieke Kerk stelt in nr 2357: “Onder homoseksualiteit verstaat men de betrekkingen tussen mannen af tussen vrouwen die zich seksueel exclusief of overwegend aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht. Homoseksualiteit kent, door de eeuwen heen en binnen de veelheid van culturen, verschillende verschijningsvormen. De psychische oorsprong is moeilijk op te helderen. Steunend op de heilige Schrift, die deze betrekkingen voorstelt als een ernstige ontaarding, heeft de Overlevering steeds verklaard dat ‘homoseksuele daden intrinsiek ongeordend zijn’. Ze zijn in strijd met de natuurwet. Homoseksuele handelingen sluiten de seksualiteit af voor de gave van het leven. Ze komen niet voort uit een ware affectieve en seksuele complementariteit. Daarom kunnen ze in geen geval goedgekeurd worden.”

Dit moreel standpunt is duidelijk. Dat betekent niet dat de Kerk homoseksuele gelovigen afschrijft. Zij kunnen lid zijn van de Kerk en aan het kerkelijk leven deelnemen. Wel vraagt de Kerk van haar gelovigen de bereidheid en de oprechte wil volgens haar moraal die rechtstreeks voortkomt uit de Bijbel en de natuurlijke zedenwet, te leven. Het is de taak van de pastoraal om individuele mensen in de beleving van die moraal te helpen en in het sacrament van boete en verzoening Gods vergevende barmhartigheid te schenken aan hen die gevallen zijn en weer willen opstaan.

Het is tegen het katholiek geloof en dus ook niet pastoraal om homoseksueel gedrag moreel goed te keuren of te doen alsof het een normale variant is van menselijke seksualiteit. Dat laatste is wat de meeste homo-organisaties beweren en die opvatting verwachten zij van heel de maatschappij en ook van de Kerk. De catechismusuitspraak van de katholieke Kerk vinden zij discriminerend en ze willen die houding van de Kerk kost wat kost veranderen

Daarom is vanuit hun optiek de vraag naar een “roze gebedsviering”, juist in de St.-Janskathedraal, begrijpelijk. Het is niet zomaar een vrome opening van een dag. Het geheel heeft een duidelijke metabetekenis. Men wil het laatste bolwerk dat vasthoudt aan de schriftuurlijke afkeuring van homoseksueel gedrag en van alle handelingen tegen de morele natuurwet innemen. Dat gebeurt voor hun gevoel – en niet geheel ten onrechte – op 24 juni aanstaande als ze als groep de St.-Jan veroveren waarbij de plebaan hen welkom heet en de bisschop hen (en daarmee hun doen en laten) zelfs zegent.

Van de kant van de plebaan en vanuit het bisdom wordt dat alles gepresenteerd als een ongevaarlijke, vriendelijke geste jegens een groep die zich kerkelijk gemarginaliseerd voelt. De woordvoerder van het bisdom benadrukt dat er niet aan de leer van de Kerk getornd wordt. Ik zou zeggen: ammehoela!! Trouwens door te zeggen dat het in de praktijk allemaal niet zo moeilijk is, geeft de woordvoerder aan dat er blijkbaar een groot onderscheid bestaat tussen de leer en de praktijk, dwz de pastoraal. Dat is echter onmogelijk. Als de pastoraal niet naadloos aansluit bij de leer van Christus, dan deugt de pastoraal niet. Immers de pastoraal dient ervoor de leer in de praktijk handen en voeten te geven. Ofwel stiekem wordt de leer veranderd. Want een leer die in de praktijk ongestraft en onweersproken met voeten wordt getreden, bestaat in feite niet meer. Men lijkt feitelijk voor de laatst genoemde weg te kiezen. En het enthousiasme van LHBG-gemeenschap over de viering in de St-Jan maakt wel duidelijk dat het zo ook ervaren wordt.

Dat het allemaal niet zo neutraal en ongevaarlijk is en dat het wel degelijk met goed- en afkeuring van de kant van de plebaan en het bisdom te maken heeft, maken de antwoorden op de volgende casussen duidelijk:

Wil de plebaan in een gebedsdienst in de St-Jan hartelijk welkom heten als medetochtgenoten door het leven en wil de bisschop bruggenbouwend en verbindend zegenen:

- een denkbeeldige PVV-landdag die haar landelijke manifestatie in Den Bosch met een gebedsdienst in de kathedraal wil beginnen?
- het denkbeeldige verbond van seksclubhouders en de gezamenlijke meisje van plezier die de dag tegen hun discriminatie in Den Bosch willen beginnen met een gebedsdienst?

Om misverstand te voorkomen wil ik hier wel meteen bij aantekenen dat ik de LHBG-gemeenschap geenszins zou willen vergelijken met de PVV of het andere denkbeeldige genootschap. Wel is de overeenkomst dat de afzonderlijke leden, ook van deze clubs, lid van de Kerk kunnen zijn, niet gediscrimineerd mogen worden en met welwillendheid pastoraal tegemoet getreden moeten worden.

Tenslotte wil ik op bijkomende consequenties van het plebanesque en bisschoppelijke gedrag wijzen:
- Hierdoor worden normale katholieken die trouw willen zijn aan de leer van de Kerk, geschoffeerd, en niet in het minst die homoseksuelen die zich inspannen kuis volgens de leer van de Kerk te leven.
- Hierdoor wordt pastoors die in het verleden door acties van de homogemeenschap aan de schandpaal zijn genageld, alleen omdat ze datgene deden wat van goede zielenherders verwacht mocht worden, nog een extra trap nagegeven door officials van de Kerk (ik refereer aan pastoor Buijens).
- Hierdoor worden pastoors die tot heden dergelijke vieringen met succes, zelfs ondanks druk van gemeentebesturen, uit hun kerk hebben kunnen weren, ernstig verzwakt. Men zal zeggen: de bisschop vindt het toch goed…

Het is zeker niet toevallig dat de Kerk op 24 juni de geboortedag viert van de heilige Johannes de Doper. Deze werd door koning Herodes onthoofd omdat Johannes hem aansprak op zijn immoreel gedrag. Hij leefde immers met de vrouw van zijn broer. Iemand die opkomt voor Gods wetten, oogst zelden applaus.

1 juni feest van de H. Martelaar Justinus

donderdag 9 maart 2017

Na de nieuwste schandalen eisen wij het terugtreden van aartsbisschop Paglia en bisschop Sanchez Sorondo

door Robert de Mattei

Onder de laatste gebeurtenissen, die bij katholieken ergernis hebben gewekt, zijn er twee die bijzonder opzien baren. Het eerste voorval betreft de mateloze lof die curiebisschop Vincenzo Paglia, de voorzitter van de Pauselijke Academie voor het leven, Marco Pannella toezwaaide. Aanleiding was de postume presentatie van Pannella’s autobiografie op het bureau van de Radicale Partij in Rome: “Lo spirito di Marco ci aiuti a vivere in quella stessa direzione” (de geest van Marco moge ons helpen in dezelfde richting te leven).

Het tweede voorval is het referaat van Dr. Paul Ehrlich, een bekende vertegenwoordiger van de huidige “cultuur van de dood”, dat hij op uitnodiging van curiebisschop Marcelo Sanchez Sorondo in het Vtaicaan kon houden. Wat de US-bioloog met Marco Pannella verbindt, is dat zowel Ehrlich als de overleden leider van de Radicale Partij fervente verdedigers van abortus en verklaarde vijanden van de katholieke Kerk zijn. Terwijl Mgr. Paglia min of meer als in een soort delirium spontane verklaringen uitte, sprak Sanchez Sorondo in zijn functie als kanselier van de Pauselijke Academie van Wetenschappen en van de Pauselijke Academie voor sociale Wetenschappen een officiële uitnodiging uit. Sanchez Sorondo is net als Paglia een vertrouweling van paus Franciscus, en hoewel “duizenden paus Franciscus gevraagd hebben dit schandaal te beëindigen, gaat het verder”, zo klaagde Maria Madise van de Voice of the Family. Meer als 10.000 handtekeningen waren door de Amerikaanse katholieke organisatie een paus Franciscus gestuurd met het verzoek de deelname van Ehrlich aan het congres in het Vaticaan te verhinderen.

In een gemeenschappelijke persverklaring benadrukten de Voice of the Family, LifeSiteNews, Stichting Lepanto en Famiglia Domani dat Ehlich een van de bekendste neomalthusiaanse verdediger van abortus is. In 1968 publiceerde hij de bestseller The Population Bomb (de bevolkingsbom). Daarin voorspelde hij een dramatische toekomst voor de mensheid door overbevolking en eiste dwangmaatregelen voor geboorteregeling om dit te voorkomen. Hoewel de voorspellingen niet zijn uitgekomen en door de feiten zelfs heel duidelijk zijn weerlegd, eist Ehrlich nog steeds onverdroten selectieve abortus en massasterilisatie als legitieme middelen tegen bevolkingsgroei. De ideeën van Ehrlich zijn in de Chinese Volksrepubliek, in India, in Kenya en andere landen met staatsgeweld in praktijk gebracht en maken hem verantwoordelijk voor miljoenen doden en kinderen die nooit geboren werden.

In een interview door Maria Hvistendahl in 2011 verdedigde Ehrlich de selectieve abortus met de uitspraak: “Het zou een goed idee zijn aan het volk het beslissingsrecht te laten zodat ze slecht weinig kinderen krijgen en alleen die kinderen die ze willen hebben”. De bepaling van het geslacht van de kinderen door abortus en zelfs door het doden van reeds geboren kinderen is voor vrouwen beter, aldus Ehrlich, dan het lot dat hen wacht in een overbevolkte wereld.

In een artikel dat in 2015 gepubliceerd is viel Ehrlich het katholieke geloof aan als “gevaarlijk” omdat het zich verzet tegen de anticonceptiementaliteit. In datzelfde jaar bekritiseerde hij openlijk de eco-encycliek Laudato si van paus Franciscus omdat hij daarin passages tegen anticonceptie meende te ontdekken.

In 2014 zei hij:
“De paus en veel bisschoppen vormen een werkelijk kwaad en zijn onderdeel van de achterlijke krachten op de planeet, die er volgens mij alleen in geïnteresseerd zijn hun macht te behouden.”

John Henri Westen, de hoofdredacteur van LifeSiteNews, schreef dat paus Franciscus door niet in te grijpen tegen Ehrlich “zijn plicht niet nakomt om het geloof van de Kerk dat haar door Christus is toevertrouwd, te beschermen”. Westen voegt daaraan toe: “In een interview zei Ehrlich ons dat hij ‘geëlectriseerd’ door de richting die paus Franciscus aan de katholieke Kerk geeft.”

De uitnodiging van Ehrlich in het Vaticaan betekent daarom een schandaal dat de reeds bestaande verwarring in de Kerk in ernstige mate vergroot. Misschien denkt Mgr. Sanchez Sorondo van Ehrlich wat Mgr. Paglia over Marco Panella zei:
“Het is een man van grote spiritualiteit (…) Zijn dood is een groot verlies voor ons land (…) Zijn geest waait verder door (…) Hij was de instigator tot een mooier leven, niet alleen voor Italië, maar voor de hele wereld, die meer dan ooit mannen nodig heeft die zo kunnen spreken als hij (…) Ik hoop dat de geest van Marco ons mag helpen in diezelfde richting te leven.”

Alle citaten kunnen op Youtube gecontroleerd worden.

Enkele katholieke verenigingen en media hebben het terugtreden geëist van aartsbisschop Vincenzo Paglia als voorzitter van de Pauselijke Academie voor het leven en als grootkanselier van het Pauselijk Instituut Johannes Paulus II voor studies over huwelijk en gezin. Om dezelfde reden eisen wij ook het terugtreden van bisschop Marcelo Sanchez Sorondo als kanselier van de Pauselijke Academie van Wetenschappen en de Pauselijke Academie van Sociale Wetenschappen.

Vertaling: C. Mennen  2 maart 2017

donderdag 22 september 2016

Wie zijn we als parochie, als priester, als bisschop


Wie willen we zijn als parochie?

We zien het proces van ontkerkelijking niet als een bedreiging maar eerder als een uitdaging. We merken dat er om ons heen nog steeds (steeds meer?) behoefte bestaat aan verbondenheid, zingeving en spiritualiteit. Je kunt denken aan de pelgrimsreizen naar Santiago de Compostella en aan de vele Boeddhabeelden die je her en der ziet. Veel mensen willen hoogte- en dieptepunten in hun leven niet meer vieren in kerkelijk verband, maar stellen wel prijs op een vormgeving waarin ‘de diepere laag van het leven’ wordt benoemd. Wij vinden dat ze daarvoor bij onze parochie terecht zouden moeten kunnen.

Wij willen breder denken dan de traditionele activiteiten die we gewend zijn. Dat betekent wel dat we deze koesteren en, zolang als dat mogelijk is, vanuit iedere kern willen blijven uitvoeren. Daarnaast willen we echter ook kijken welke andere activiteiten we kunnen opzetten. Dat zullen dan activiteiten zijn die te maken hebben met:
- gemeenschapsvorming
- de mogelijkheid om je verhaal te kunnen vertellen
- zingeving in brede zin.
We willen uitzoeken welke nieuwe wegen we kunnen gaan bewandelen.

woensdag 27 april 2016

Oncollegiaal gedrag en pastoralisme bij de eerste-communie-voorbereiding

door pastoor Cor Mennen

Veel priesters worstelen met de vraag hoe ze de eerste communie en de voorbereiding daarop kunnen aangrijpen om de kinderen en vooral de ouders meer bij het geloof en bij de Kerk te betrekken. Immers de meesten van die ouders zien de kerk nooit van binnen, bidden zelden of nooit en weten weinig van het christelijk geloof. Hun kinderen zijn dan ook vaak volslagen godsdienstige analfabeten: ze kunnen geen kruisteken maken, geen onzevader noch een weesgegroet bidden. De in de meeste parochie gebruikelijke voorbereiding verandert aan deze situatie niet erg veel. In het gunstigste geval wordt er een acceptabel project doorgewerkt onder leiding van een priester of een praktiserende parochiaan die vanuit een doorleefde ervaring iets van het geloof, en met name het geloof in de eucharistie proberen over te dragen. Het gebrek aan godsdienstige ervaring van de kant van de kinderen en het gemis aan kerkelijke praktijk in het gezin maken dat het gebodene niet gemakkelijk landt of spoedig weer vervaagt. Daarnaast zijn er nog veel parochies waar zeer gebrekkige projecten gegeven worden door werkgroepleden die zelf nauwelijks aan de eucharistie deelnemen of waar kinderen een aantal keren naar gastgezinnen gaan die zelf ook niet praktiseren. Aan die voorbereiding beantwoorden dan ook vaak dubieuze vieringen waarin alle eisen van de liturgie met voeten worden getreden.

zondag 10 mei 2015

De vrijzinnige parochie van Helmond

Het parochiebestuur van de H. Damiaan van Veuster parochie te Helmond vindt dat de Kerk niet langer kan vasthouden aan het traditionele Huwelijk als enige samenlevingsvorm. Mensen kunnen en mogen volgens het parochiebestuur ook kiezen voor een andere samenlevingsvorm waar ze gelukkig in worden. Het eigen geweten van de mensen zou ook niet op wettische wijze moeten worden ingeperkt of gewantrouwd, maar met liefde en openheid worden gerespecteerd.
U begrijpt dat je hier van alles van kunt vinden, maar Katholiek kunt je deze visie sowieso niet noemen, Katholiek is immers wat overeenkomt met de leer van de Katholieke Kerk.
Pastoor Mennen heeft een goede bespreking gegeven van dit artikel van het parochiebestuur:

Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw hebben wij in onze parochies te maken met vrijzinnigheid. Dat betekent dat men zich op sommige of op vele punten losmaakt van de overgeleverde apostolische leer en zich aanpast aan het levensgevoel van de moderne mens. Zo worden de scherpe kantjes van het geloof afgehaald om het wat verteerbaarder te maken. Niet meer wat Jezus zegt en wat de Kerk altijd geleerd heeft, telt; nee slechts acceptabel is  wat ook iedereen zonder geloof wel zou kunnen accepteren. En inderdaad: u raadt het al. Dit soort “geloof” maakt zichzelf overbodig omdat het zich, ondanks allerlei gelovig klinkende clichés, niet meer van de ongelovige wereld onderscheidt of omdat het verzandt in een soort new-age-achtige bewustzijnsverruimende of zweverige “spiritualiteit” waarvan de houdbaarheid zeer beperkt is.  Daarmee is vrijzinnigheid principieel onzinnig. Het is meestal een laatste poging van mensen die gelovig zijn geweest om zich gelovig te blijven noemen terwijl ze hun geloof praktisch verloren hebben.

Nu ontzeg ik niemand het recht onzinnig te zijn. Ik ontzeg ook niemand het recht een vrijzinnig kerkgenootschap op te richten.  We leven in een vrij land. Maar ik ontzeg wel iedereen het recht zich katholiek te noemen en tegelijk vrijzinnig te zijn. Dat is nog onzinniger dan alleen maar vrijzinnig. Want het woord “katholiek” drukt uit wat altijd (vanaf het begin) en overal (over heel de wereld) is geloofd. Dat geloof is niet ad libitum, naar believen, maar staat vast en iedereen kan het vinden bijvoorbeeld in de Catechismus van de Katholieke Kerk. Al wat met die catechismus in strijd is, is wellicht vrijzinnig maar in ieder geval niet katholiek en heeft geen recht van bestaan binnen de katholieke Kerk. Het gaat in de katholieke Kerk om de waarheid en die kun je nu eenmaal niet naar je hand zetten!


Het kenmerk van een katholieke parochie is, dat daar de katholieke leer wordt geleerd en beleefd. Verantwoordelijk voor die leer en beleving in de parochie is de pastoor in samenwerking met hen die hem pastoraal ondersteunen (pastoraal team). Als de pastoor (en het pastorale team) iets anders leren en het volk oproepen tot een dissidente leer en dissident gedrag, misbruiken ze hun ambt en positie. Ze leiden de hun toevertrouwde gelovigen de doodlopende straat van de vrijzinnigheid in, weg van de katholieke Kerk.

Hiermee lijkt het pastoraal team van de parochie H. Damiaan de Veuster in Helmond bezig te zijn. In het parochieblad van maart publiceren zij stuk als reactie op de vragen die vanuit Rome in verband met de komende gezinssynode zijn toegestuurd. Men wil over dit stuk met de parochie van gedachte wisselen. Wij vroegen het stuk hierbij. [Naschrift: enige tijd later ontvingen we hetzelfde stuk maar dan gepubliceerd door het pastorale team van de Sint-Odulphus parochie van Oirschot e.o. We laten in het midden wie het van wie heeft overgeschreven. Wel is duidelijk dat er twee dekens in ons bisdom zijn die met hun parochieteam heterodoxe opvattingen naar hun gelovigen ventileren. 'There is something rotten in the state of Danmark' (Shakespeare)]

Volgens het “pastorale team” kan het nooit de bedoeling van het evangelie zijn dat mensen door de eisen van het evangelie verdrietig worden en dat worden ze als de Kerk hun ontzegt in andere samenlevingsvormen als het normale huwelijk te leven. Het “pastorale team” erkent de uniciteit van het huwelijk maar pleit tegelijk voor een pastoraat dat andere samenlevingsvormen respecteert. Ik zou zeggen dat dit een contradictio in terminis (tegenspraak in zichzelf) is. Immers hoe kan het huwelijk uniek zijn als je op hetzelfde niveau andere  seksuele samenlevingsvormen accepteert. Je kunt dan net zo goed zeggen dat een homoseksuele relatie uniek is. Het gaat daar immers niet om complementariteit en vruchtbaarheid maar om versterking van de eigen seksuele identiteit en voor KI bij vrouwen of draagmoederschap of adoptie bij mannen. U ziet er bestaan ook bizarre vormen van uniciteit. Als je niet uitgaat van de normativiteit van de scheppingsorde (de morele natuurwet), dan bestaat er geen uniciteit meer. Dan heb je alleen nog met de mode van de dag wisselende samenlevingsvormen gebaseerd op al dan niet merkwaardige seksuele voorkeuren die aangeboren dan wel ontwikkeld zijn.

Het “pastorale team” heeft ook een vreemde opvatting over het menselijk geweten.  Men lijkt veel te voelen voor een autonoom geweten, dat wil zeggen een geweten dat zelf uitmaakt wat goed en kwaad is zonder een instantie van buiten. De H. Schrift en ook de kerkelijke traditie kennen geen autonoom geweten. Het geweten is altijd het instrument dat de normen die gegeven zijn aan een bepaalde concrete situatie toetst. Het geweten kan dus niet zonder normen die van buitenaf komen. Dat zijn natuurwet en openbaring, uitgelegd door het kerkelijk leergezag. Dat kerkelijk leergezag wordt in Helmond “een wettische opstelling” verweten als het de goddelijke normen voorhoudt. De Kerk moet volgens hen het eigen geweten “met liefde en openheid … respecteren en vormen”. Dat laatste klinkt tamelijk absurd: hoe kan de Kerk de gewetens van de gelovigen vormen als ze de normen niet mag voorhouden (want dan is ze immers wettisch). Nog vreemder is dat men veronderstelt dat God door een autonoom geweten zou spreken. God spreekt door het kerkelijk leergezag en geeft daardoor aan de gewetens een vast richtsnoer waaraan ze concrete beslissingen kunnen toetsen.

Het parochieteam spreekt zijn zorg uit “omtrent gewijde bedienaars die de wet boven de liefde lijken te stellen en daarmee het katholieke geloof van het concrete leven vervreemden en in sommige gevallen zelfs geloofsgemeenschappen ontwrichten.” Ik kan slechts raden wat men hier bedoelt. Het zou kunnen zijn dat men daarmee bisschoppen bedoelt die de liturgische voorschriften urgeren en de eucharistie als centrum van het persoonlijke leven en van het parochieleven bevorderen.  Het moge voor iedereen duidelijk zijn dat de meeste liturgische wetten niet zomaar wetten zijn die even goed anders zouden kunnen. Die regelingen zijn er om het katholieke geloof te beschermen zodat de gelovigen krijgen waar ze recht op hebben en niet door “pastorale teams” bedonderd worden. De eucharistie is volgens Vaticanum II “bron en hoogtepunt” van het kerkelijk en persoonlijk christelijk leven. De eucharistie is namelijk Christus en zijn heilswerk. Daar gaat het toch om. Bij Hem is het geluk en de eeuwige toekomst van de mens gelegen. Het is de plicht van bisschoppen dit te bevorderen en te urgeren. Anders gaan pastorale teams gemeenschappen vervreemden van het katholieke geloof. En dat juist is de laatste vijftig jaar op grote schaal gebeurd. Liefde voor de mensen betekent niet ze met wollige praat en “aanprekende vieringen” naar de ondergang leiden. Om welke “mooie geloofsgemeenschappen” gaat het? Om gemeenschappen waar steeds minder mensen contact zoeken met Christus in de eucharistie, waar niemand nog gaat biechten, waar praktisch niemand zijn kinderen leert bidden, waar niemand zich houdt aan de christelijke moraal, waar niet Pasen maar een heiligschennende carnavalsmis het hoogtepunt van het parochieleven is?

In Helmond vinden ze ook dat het verplichte celibaat moet worden afgeschaft. Immers dat zou het geluk van de kerkelijke bedienaars in de weg staan. En hoe is het met het huwelijk en andere relatievormen? Staan die het geluk (wat volgens het pastoraal team blijkbaar voornamelijk een fijn gevoel is), dan niet ion de weg? Er zijn ondertussen al weer heel wat gehuwde diakens gescheiden. Het is binnen het huwelijk blijkbaar ook niet altijd rozengeur en maneschijn! Bovendien meent men dat de bedienaars zich dan beter zouden kunnen inleven in “huwelijks-, gezins- en andere samenlevingsvormen”. Hoe moet het dan met heteroseksuele gehuwden? Hoe kunnen die zich volgens het “pastoraal team” inleven in een homoseksuele relatie? Het is allemaal te absurd voor woorden!

Tenslotte maakt men zich ernstig bezorgd over kerkelijke leiders in Nederland die zouden  streven naar een “heilige restkerk”. Ik durf met de hand op mijn hart te zeggen dat er geen enkele kerkelijke leider is die naar een dergelijke Kerk streeft. De kerkelijke herders streven naar een normale Kerk waar de lat niet eens zo erg hoog ligt maar waar wel de normale kerkelijke dingen gelden zoals die in de Handelingen van de Apostelen al naar voren komen: trouw blijven aan de leer van de apostelen (waarvan zij de gekwalificeerde behoeders zijn), trouw blijven aan het gemeenschappelijk leven en aan het breken van het brood (zonder eucharistie is er geen echt gemeenschappelijk leven) en het gebed. Als “je hart laat spreken in de omgang met je medemens” ben je volgens het “pastorale team” volwaardig katholiek. Mij lijkt dat dit een kwalificatie is voor iedere goede mens maar het lijkt me niet juist iedere goede mens, zelfs tegen zijn wil, katholiek te noemen. Om katholiek genoemd te worden, is er wel wat meer nodig. Als dat “meer” er bij het grootste gedeelte van de “parochie” niet meer is, dan heb je nauwelijks nog een parochie over. Je kerk zal leeg zijn en de geldelijke middelen zullen ras afnemen met als gevolg noodzakelijke sluiting van de kerk en concentratie van de overgebleven gelovigen in een andere kerk. Dat is de realiteit.

Die realiteit houd je niet tegen door de soep dunner te maken, de eisen tot onder het minimum te verlagen en tegen beter weten in te blijven spreken over “mooie geloofsgemeenschappen”. Dan zal de verdamping nog vlugger gaan. Want wie gaat er nou voor iets onduidelijks, voor iets waarvoor je ook gewoon heiden kunt blijven? Daarom stop de onzinnige vrijzinnigheid en word gewoon katholiek. Zo is het op het eerste Pinksterfeest begonnen en niet met een verklaring als van het “pastorale team” uit Helmond.

Goede Vrijdag
3 april 2015

zondag 26 april 2015

Youcat - inhoudelijk gezien zeer problematisch

Hierbij een bespreking van de nieuwe catechismus voor jongeren in de Katholieke Kerk, de Youcat. Vanzelfsprekend is het catechetiseren van de jeugd van het allergrootste belang, maar is deze catechismus een goede invulling van deze belangrijke opgave? Ik denk van niet. Naar mijn mening doen kerken en ouders er goed aan om deze catechismus links te laten liggen en gebruik te maken van bijvoorbeeld de oude Schoolcatechismus of de Katholieke katechismus van Schraner (die tweedehands en nieuw te verkrijgen is). Eerst wat algemene kritiek en daarna ga ik in op diverse specifieke onderwerpen, zoals homoseksualiteit, alverzoening, de H. Schrift en euthanasie.

De tekst van Youcat is omlijst met foto’s en met citaten uit de H. Schrift, citaten van heiligen en andere niet-religieuze personen. Zo staan er bijvoorbeeld drie citaten in van Maarten Luther, de man die de paus de geïncarneerde duivel noemde en de antichrist. Hoe kan het citeren van een ketter onze jeugd helpen om het katholieke geloof beter te begrijpen? Het is mij een raadsel. Het is eerder zo dat hierdoor verwarring geschapen wordt en het verschil tussen het protestants geloof en het katholieke geloof verbloemd wordt. De citaten die in Youcat staan zorgen ook voor een profanisering van het geloof. Bij het gedeelte over de Biecht staat bijvoorbeeld een citaat van Peter Sellers: “Het dichtst bij een biechtvader staat een barman”. De essentie van een biecht is niet dat je je hart lucht, zoals je misschien doet bij een barman, maar dat je vergeving zoekt voor je zonden, omdat je oprecht berouw hebt . En dat wordt door dit citaat nu juist verdoezeld. Verder valt het op dat er evenveel niet-katholieken geciteerd worden als dat er katholieke schrijvers geciteerd worden. Zo wordt bijvoorbeeld Ludwig Feuerbach geciteerd, dit is de atheïstische filosoof die bekend is vanwege zijn felle aanvallen op het christendom. En de nihilist Friedrich Nietzsche, maar ook: Taizé goeroe Roger Schutz, de liberale humanist Erich Fromm, Sören Kierkegaard, Dietrich Bonhoeffer, Friedrich Von Bodelschwingh en de Chinese filosoof Lu Buwei die zelfmoord pleegde na een schanddaad. Onbegrijpelijk!