Posts tonen met het label paus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paus. Alle posts tonen

zondag 15 oktober 2017

De wereldwijde impact en betekenis van de Correctio filialis

Roberto de Mattei
27 september 2017

De “kinderlijke correctie”1.  gericht tot paus Franciscus door meer dan 60 priesters en academici van de Kerk, heeft over heel de wereld een buitengewone impact gehad. Er waren genoeg mensen die het initiatief probeerde te minimaliseren en verklaarden dat het aantal ondertekenaars “beperkt en marginaal” was. Maar toch als het initiatief van geen betekenis is, hoe verklaar je dan de ruime weerslag die het heeft gehad in de media op alle vijf de continenten, inclusief landen als Rusland en China? Steve Skojec meldt op Onepeterfive dat onderzoek op Good News meer dan 5000 nieuwsartikelen opleverde terwijl er meer dan 100.000 bezoeken waren aan de site www.correctiofilialis.org in een tijdspanne van 48 uur. Adhesie op deze site is nog steeds mogelijk, zelfs al worden slechts enkele handtekeningen zichtbaar gemaakt. Het is cruciaal te erkennen dat er maar een enkele reden voor deze wereldwijde weerklank is: de waarheid kan verzwegen of onderdrukt worden maar wanneer ze in alle helderheid wordt bekend gemaakt, heeft ze haar eigen innerlijke kracht en heeft ze het in zich zichzelf te verspreiden. De belangrijkste vijand van de waarheid is niet de dwaling maar de dubbelzinnigheid. De oorzaak van de verspreiding van dwalingen en ketterijen in de Kerk is niet te wijten aan de kracht van deze dwalingen maar aan het schuldige zwijgen van hen die openlijk de waarheid van het evangelie zouden moeten verkondigen.

De waarheid, die door de “kinderlijke correctie” naar voren wordt gebracht, is dat paus Franciscus in een lange rij van woorden, daden en weglatingen “direct of indirect (bewust of niet, we weten het niet, noch willen we hem veroordelen)" tenminste “zeven foutieve en ketterse stellingen heeft ondersteund en in de Kerk heeft verbreid via zijn openbare ambt en ook door zijn private handelingen.” De ondertekenaars dringen er eerbiedig op aan dat de paus “deze stellingen publiek veroordeelt en aldus de opdracht van onze Heer Jezus Christus uitvoert, die Hij aan Petrus gegeven heeft en door hem aan al diens opvolgers tot het einde van de tijd: “Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt: en gij op uw beurt, tot inkeer gekomen, versterk uw broeders”.

Er is nog geen antwoord op de correctie gekomen; slechts lompe pogingen om de ondertekenaars in discrediet te brengen en te disqualificeren, met name gericht op de meeste bekende zoals de voormalige president van de Vaticaanse Bank, Ettore Gotti Tedeschi. In werkelijkheid hebben de auteurs van de Correctio, zoals Gotti Tedeschi zelf in een interview met Marco Tosatti op 24 september, gezegd te handelen uit liefde voor de Kerk en het pausdom. Gotti Tedeschi en een andere bekende ondertekenaar, de Duitser schrijver, Martin Mosebach, ontvingen afgelopen 14 september in het Angelicum applaus van een publiek van meer dan 400 priesters en leken waaronder drie kardinalen en verschillende bisschoppen bij gelegenheid van een congres ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het Motu Proprio Summorum Pontificum.

Twee andere ondertekenaars, de professoren Claudio Pierantoni en Anna Sila, gaven uiting aan dezelfde ideeën als in de Correctie op de bijeenkomst rond het thema “Let’s clarify”, georganiseerd op 23 april van dit jaar door de Nuova Bussola Quotidiana, gesteund door andere prelaten onder wie wijlen kardinaal Carlo Caffarra. Veel andere ondertekenaars van het document bezetten belangrijke posities in kerkelijke instellingen of hebben die bezet. Weer anderen zijn gerenommeerde universiteitsprofessoren. Als de auteurs van de Correctio geïsoleerd stonden in de katholieke wereld, dan zou hun document niet de weerklank hebben gevonden die het heeft gehad.

Een “Filial appeal” aan paus Franciscus in 2015 werd getekend door rond de 900.000 mensen van over heel de wereld en “Een verklaring van trouw aan de onveranderlijke leer van de Kerk over het huwelijk” in 2015 gepresenteerd door 80 katholieke persoonlijkheden, kreeg 35.000 handtekeningen. Een jaar geleden formuleerden vier kardinalen hun Dubiaover de Exhortatie Amoris Laetitia. Ondertussen ondergraven schandalen van economische en morele aard het pontificaat van paus Franciscus. De Amerikaanse Vaticanist, John Allen, met zeker geen neiging tot tradionalisme, onthulde op Crux op 25 september hoe moeilijk zijn positie dezer dagen is geworden.

Onder de meeste belachelijke beschuldigingen die aan het adres van de ondertekenaars zijn geuit is, dat zij “Lefebvisten” zouden zijn omdat bisschop Bernard Fellay, de overste van de Broederschap St. Pius X, heeft getekend. De adhesie van Mgr. Fellay aan een document van dit soort is een historische daad die zonder een zweem van twijfel de positie van broederschap duidelijk maakt met betrekking tot dit pontificaat. Echter “Lefebvisme” is een manier van spreken die voor de progressieven dezelfde rol vervult als het woord “fascisme” bij de communisten in de jaren zeventig: breng de tegenstander in diskrediet zonder de redenen te hoeven bedicsussiëren. De aanwezigheid van Mgr. Fellay is bovendien geruststellend voor al de ondertekenaars van de Correctio. Hoe kan de paus hen hetzelfde begrip en dezelfde welwillendheid weigeren die hij de laaste twee jaar toonde richting de broederschap van de H. Pius X?

De aartsbisschop van Chieti, Bruno Forte, vroeger speciale secretaris van de Bisschoppensynode over het Gezin, verklaarde dat de Correctio staat voor “een bevooroordeeld standpunt dat niet open staat voor de geest van het Tweede Vaticaanse Concilie die paus Franciscus opeen geweldige manier handen en voeten geeft (letterlijk: incarneert)” ( Avvenire, 26 september 2015). De geest van Vaticanum II, handen voeten gegeven door paus Franciscus, schrijft op zijn beurt Mgr. Lorizio in dezelfde krant van de Italiaanse bisschoppen, bestaat in het primaat van de pastoraal over de theologie; met andere woorden in het ondergeschikt maken van de natuurwet aan de levenservaring, omdat, zoals hij uitlegt “de pastoraal de theologie omvat en insluit” en niet omgekeerd. Mgr. Lorizio doceert theologie aan dezelfde faculteit van de Lateraanse Universiteit waarvan de vroegere deken Mgr. Brunero Gherradini was, die stierf op 22 september, aan de vooravond van de Correctio die hij niet meer kon tekenen vanwege zijn kritieke gezondheidstoestand.

Deze grote exponent van de Romeinse Theologische School toonde in zijn meest recente boeken aan in welke deplorabele toestand we zijn aangeland door het primaat van de pastoraal, verkondigd op Vaticanum II en gepropageerd door ultra-progressieve uitleggers ervan onder wie de genoemde Forte en de middelmatige theoloog Massimo Faggioli, samen met Alberto Melloni  die zich allemaal onderscheiden door hun flinterdunne aanvallen op de Correctio.

Mgr. Forte voegde er in Avvenire aan toe dat het document een handeling is die niet gedeeld kan worden door “hen die trouw zijn aan de opvolger van Petrus in wie zijn de herder erkennen die de Heer aan de Kerk gegeven heeft als de gids voor de universele gemeenschap. De trouw is altijd gericht op de levende God, die tot de Kerk spreekt door de paus.”

Nu zijn we gekomen tot het punt dat paus Franciscus wordt gedefinieerd als een “levende God”, waarbij vergeten wordt dat de Kerk op Christus is gefundeerd voor wie de paus de vertegenwoordiger is op aarde, niet de goddelijke eigenaar. Zoals Antonio Socci heel juist geschreven heeft, de paus is geen “tweede Jezus” (Libero, 24 september 2017) maar de 266ste opvolger van Petrus. Zijn opdracht is niet het veranderen of “verbeteren” van de woorden van onze Heer maar ze behoeden en doorgeven op de meeste getrouwe wijze. Als dat niet gebeurt, hebben katholieken de plicht hem  op een kinderlijke wijze terecht te wijzen naar het voorbeeld van St.-Paulus tegenover de prins van de apostelen, Petrus (Gal. 2, 11).

Tenslotte, er zijn er die verbaasd zijn dat de kardinalen Walter Brandmüller en Raymond Leo Burke het document niet getekend hebben. Zij vergeten daarbij, zoals Rorate Caeli benadrukt heeft, dat de Correctie van de Zestig van een zuiver theologische aard is, terwijl die van de kardinalen, als zij komt, meer gezag en en belang zal hebben, ook op canonieke niveau. De correctie van een naaste, voorzien in het evangelie en in het huidige canonieke recht, in canon 212, § 3, kan verschillende vormen aannemen. “Het principe van de broederlijke terechtwijzing binnen de Kerk – verklaarde Mgr. Athanasius Schneider in een recent interview tegenover Maike Hickson – is altijd geldig geweest, zelfs tegenover de paus en daarom is het ook geldig in onze tijd. Ongelukkigerwijs wordt iedereen die de waarheid durft te spreken – zelfs al doe hij dat met respect tegenover de herders van de Kerk – aangemerkt als een vijand van de eenheid, zoals het gebeurde bij St.-Paulus, toen hij verklaarde: “Ben ik dan uw vijand geworden omdat ik u de waarheid zeg?” (Gal. 4, 16)


1. "Filialis" is een woord dat in het Nederlands moeilijk te vertalen is. Letterlijk is het "kinderlijk" maar dat klinkt in het Nederlands al gauw als "kinderachtig". De bedoeling is "als kinderen tegenover hun vader".

zaterdag 14 oktober 2017

Correctio filialis. Waarom?

Alle eeuwen door is de voornaamste bekommernis van de Kerk het verkondigen en beschermen van de waarheid geweest. En dan gaat het over de waarheid die God ons geopenbaard heeft via zijn woord en vooral via zijn mens geworden woord Jezus Christus maar ook via zijn schepping die ook een vindplaats is van geopenbaarde waarheid. Vanuit die geopenbaarde waarheid wordt richting gegeven aan ons handelen. Hoe belangrijk het handelen voor een christen ook is, het handelen is secundair. Op de eerste plaats komt de waarheid, de rechte leer, de orthodoxie. Pas vanuit de waarheid die men aanneemt en gelooft, kan men juist handelen.

De volle waarheid van de openbaring is de tijden door telkens weer op andere punten aangevallen. We noemen dat ketterij. Meestal is die ketterij een versimpeling van de geloofswaarheid. Bij de eerste grote wereldwijde crisis in de Kerk, rond het jaar 300, versimpelde men de waarheid rond Christus. De mysterievolle waarheid dat Christus God en mens tegelijk is, werd versimpeld door van Christus slechts een heel bijzondere mens te maken en Hem alleen bij wijze van spreken Zoon van God te noemen. Deze Ariaanse crisis werd op het Concilie van Nicea in 325 bezworen door de plechtige verklaring dat de Kerk altijd geloofd had dat Christus werkelijk God en werkelijk mens was. Dat betekende niet dat de ketterij zweeg. Onder invloed van machtige heersers bleef de ketterij nog lange tijd heersen maar uiteindelijk week ze voor de orthodoxie. Een tweede grote crisis, met name in de Westerse Kerk, was de reformatie in de 16de eeuw. Hier werd de waarheid rond de vrije wil, rond genade en goede werken, rond algemeen en bijzonder priesterschap, rond schrift en traditie, rond het offerkarakter van de Mis en de werkelijke tegenwoordigheid ernstig versimpeld. Het is het Concilie van Trente dat hierop het katholieke antwoord geeft en de echte hervorming van de Kerk gestalte geeft. Maar de ketterij blijft tot nu toe parallel bestaan in ontelbare protestantse denominaties.

In onze tijd wordt de katholieke waarheid opnieuw belaagd. We kunnen die aanval gemakshalve vatten onder de noemer “modernisme”. Het modernisme komt voor uit de Verlichting, een stroming uit de 18de eeuw, die alle nadruk legt op de menselijke rede. Men gelooft niet in het bovennatuurlijke, niet in Gods ingrijpen in de wereld, niet in wonderen etc. Deze stroming heeft vooral in de protestantse theologie in de 19de eeuw vrij spel gekregen. In de katholieke Kerk hebben de pausen tot en met Pius XII er een dam tegen weten op te werpen. Men waarschuwde tegen de afzonderlijke dwalingen en nam maatregelen tegen theologen die deze dwalingen verspreidden. Die dam tegen het modernisme werd geslecht in de jaren 60 van de vorige eeuw in en rond het Concilie dat een venster naar de moderne wereld opende; een venster waardoor volgens paus Paulus VI de rook van Satan zelf de Kerk binnendrong. Sindsdien is er in de Kerk een klimaat dat het modernisme eerder begunstigt dan bestrijdt.

Ik wil uit heel die ontwikkeling een belangrijk aspect uitkiezen. En dat wordt wel de “anthropologische Wende” genoemd die zich in de jaren zestig voltrokken heeft: niet meer God staat in het middelpunt van alles maar de mens. Dat uit zich in talloze dingen die wij ongemerkt aanvaard hebben maar die eigenlijk niet zo katholiek zijn. De meeste mensen zeggen: “de naastenliefde is het belangrijkste in het leven”, en denken dat dit ook zo is. Ze vinden vaak dat je eredienst en gebed wel achterwege kunt laten, als je maar van je naaste houdt. In feite zegt Jezus echter dat het eerste gebod de liefde tot God is en pas het tweede – zij het gelijk aan het eerste – de naastenliefde. In de liturgie stonden vroeger priester en volk tezamen op God gericht in gebed en offer. Nu staat de priester naar het volk en het volk naar de priester gekeerd. Kardinaal Ratzinger heeft ervoor gewaarschuwd dat de eucharistie zo gemakkelijk van eredienst verwordt tot een gemeenschappelijk onderonsje. In het verleden was het beste voor God, nu zijn soms de materialen in de eredienst minderwaardig omdat het zogenaamd beter is het geld aan de armen te geven. Het meest duidelijke komt het mensgerichte in de liturgie tot uiting in de talloze misbruiken die in de vernieuwde liturgie zijn ontstaan. Ook het gemakkelijk vervangen van de eucharistie die de volmaakte eredienst aan God is door een communiedienst is een teken van de mensgerichtheid.

Het meest duidelijke komt het antropocentrische tot uitdrukking in de pastoraal. Eigenlijk is het woord “pastoraal” (herderlijk) de manier waarop de gelovigen begeleid worden naar hun eeuwig heil. Pastoraal hield dus rekening met Gods geboden want zonder het nauwkeurig onderhouden van Gods geboden kun je niet zalig worden. Pastoraal wees op de hulpmiddelen van gebed en sacramenten en probeerde in gecompliceerde situaties een weg te wijzen die recht doet aan de wil van God. Nu lijkt het woord “pastoraal” vooral te kijken naar de behoefte van de mens. Het woord dient er vaak voor om de eisen van de geboden af te zwakken en om gelovigen onder alle omstandigheden toch een leuk leven of minstens hun zin te geven. De woorden “kruis, offer, versterving, straf en oordeel” zijn “pastoraal” gezien taboe. De moderne “pastores” gebruiken alleen woorden als “empathie, liefde, geborgenheid, hoop, vertrouwen, onvermogen”.

De pausen sinds Vaticanum II hebben via hun geschriften en toespraken die bestaande eenzijdigheid in grote delen van de Kerk proberen recht te trekken door de volle, vaak veeleisende waarheid te verkondigen. Dat is ook hun taak als paus. Zij dienen bewakers te zijn van de katholieke traditie en op te treden tegen ketterse eenzijdigheden en simplificaties. Een grote groep theologen, bisschoppen, priesters en leken zagen dit met lede ogen aan en hoopten op een ander, meer “pastoraal” geluid uit Rome. Zoals gebleken is, lieten sommigen het niet bij hopen alleen. Er was een groep kardinalen die aan het eind van het pontificaat van paus Johannes Paulus II regelmatig samenkwam om te bespreken hoe men een voorzetten van die lijn zou kunnen verhinderen. Deze “Maffia” van kardinalen zoals kardinaal Danneels deze groep noemde, slaagde er bij de eerste pauskeuze niet in Bergoglio op wie men zijn vertrouwen gesteld had, gekozen te krijgen. Het is waarschijnlijk ook deze groep (onder leiding van wijlen kardinaal Martini sj) die er bij Benedictus XVI op aangedrongen heeft afstand te doen. In het conclaaf dat erop volgde is het wel gelukt Bergoglio in het pauselijk zadel te helpen.

Het gevolg is echter dat de paus, die het zichtbare principe van eenheid moet zijn, nu de oorzaak is geworden van een grote verdeeldheid. Hij heeft niet alleen een manier van optreden die sommigen verfrissend en anderen lomp vinden. Dat is nog tot daaraan toe. Maar hij lijkt op leerstellig terrein in te gaan tegen de constante katholieke traditie, of minstens opvattingen die er tegenin gaan te ondersteunen. Sommigen zeggen: de paus heeft daartoe toch het recht. Hij is toch het hoofd van de Kerk. Maar de paus heeft dat recht niet. Hij is geen baas van de waarheid, hij is dienaar van de waarheid. Hij is slechts hoofd van de Kerk in eenheid met de Kerk van alle eeuwen. Daarom hebben pausen in hun geschriften altijd sterk geleund op de theologen uit de Congregatie voor Geloofsleer. Zij bewaakten de continuïteit en de orthodoxie van de pauselijke geschriften. En dat is vooral nodig als de paus zelf geen groot theoloog is. Paus Franciscus is geen theoloog maar hij maakte ook geen gebruik van de Congregatie voor de geloofsleer of ging voorbij aan al hun opmerkingen. Hij vertrouwt volledig op een middelmatig Argentijns theoloog, Victor Manuel Fernandez, die vooral aan het theologisch firmament schittert met het meesterwerk: “Genees me met de mond. De Kunst van het kussen.”

Met name in de exhortatie Amoris Laetitia staan dingen die lijken in te gaan tegen de constante leer van de Kerk. De befaamde Oostenrijkse theoloog Josef Seifert heeft zelfs in een artikel gesteld dat er een atoombom onder heel de katholieke moraal ligt als de paus onderschrijft wat men uit Amoris Laetitia kan lezen. Maar de paus uit zich niet rechtstreeks. Hij wil alleen de bijv. hertrouwd gescheidenen pastoraal in staat stellen weer volledig aan het leven de Kerk deel te nemen via biecht en communie. Volgens de traditionele leer van de Kerk mag dat alleen als men een einde maakt aan de overspelige relatie of, indien dat niet kan bijv. vanwege kinderen, als men leeft als broer en zus. De paus lijkt dat laatste niet zo’n gelukkig idee te vinden en hij geeft de indruk dat echtbreuk (zo noemt Jezus een tweede huwelijk) weliswaar zonde is maar toch steeds minder zonde wordt als het langer duurt en de mensen het goed bedoelen en dan zouden ze misschien wel te communie mogen. Althans dat leiden de Duitse, de Argentijnse en de Maltese bisschoppen uit exhortatie af en paus knikt goedkeurend. De Poolse bisschoppen en veel Amerikaanse bisschoppen zeggen dat het niet mag. Ziehier de verdeeldheid.

Geruime tijd geleden zijn er al vier kardinalen geweest die rond deze kwestie vijf vragen (dubia) aan de paus hebben voorgelegd met het verzoek hieromtrent helderheid te verschaffen. Ze hebben dat zeer eerbiedig en nederig gedaan. Maar de paus heeft niet geantwoord. Hij heeft hen zelfs een audiëntie geweigerd. Ook de claqueurs rond de paus zijn niet met antwoorden of argumenten gekomen, alleen met zeer onterechte sneren naar de persoon van de kardinalen die allen een lange staat van dienst in de Kerk hebben.

Nu is een uitgebreid stuk naar de paus gegaan vanuit een wereldwijde groep van katholieke geleerden en clerici waarin opnieuw wordt gevraagd om duidelijkheid. Ook nu heeft de paus totaal niet gereageerd en daarom is men in de publiciteit gegaan. Het stuk heet een “filialis correctio”. Dit is naar analogie van het evangelische “correctio fraterna”, de broederlijke terechtwijzing waartoe Jezus oproept. Dit is dan een kinderlijke terechtwijzing omdat iedereen kan zien dat de manier waarop de paus schrijft en handelt schade toebrengt aan de eenheid van de Kerk en dat hij ketterijen bevordert. Er staat nergens dat de paus ketters is maar wel dat hij ketterijen bevordert en die ketterijen worden dan opgesomd en er wordt hem gevraagd deze ketterijen uitdrukkelijk te verwerpen. Het is een zeer gedegen en doorwrocht stuk met talloze verwijzingen naar kerkvaders en concilies.

We hopen dat de paus adequaat op dit stuk zal reageren. Want hoewel de paus in de Kerk grote bevoegdheden heeft, kan de Kerk niet lijdzaam toezien hoe een paus grote schade toebrengt aan de waarheid en de eenheid van de Kerk.

Het is overigens zeer merkwaardig dat een paus die zijn mond vol heeft over synodaliteit en dialoog, barmhartigheid en pastorale openheid, zich totaal afsluit voor mensen die het goed met hem en met de Kerk voorhebben, zelfs niet met hen wil praten en zich hooguit zich via derden snerend over hen uitlaat. Ik heb ik een eerder stuk opgeroepen te bidden voor de bekering van de paus. Velen vonden dat aanmatigend. Ik durf het in het licht van zijn gedrag opnieuw te vragen.

HH Cosmas en Damianus
26 september 2018
C. Mennen pr

De ketterijen waartoe de paus aanleiding geeft en die hij dient te herroepen

(ik geef hieronder de 7 ketterijen uit de Correctio filialis)

1. Een gedoopt iemand heeft niet de kracht met Gods genade de objectieve eisen van de Wet van God te vervullen alsof sommige van Gods geboden voor gedoopten onmogelijk zijn. (ingekort)

2. Christenen die burgerlijk gescheiden zijn van een echtgeno(o)te met wie ze geldig getrouwd zijn en die een burgerlijk huwelijk hebben gesloten met een ander terwijl hun echtgeno(o)te nog leeft en die als man en vrouw met hun burgerlijke partner leven, en die ervoor kiezen in deze toestand te blijven met volle kennis van de aard van hun daad en met volle instemming van de wil, zijn niet noodzakelijk in staat van doodzonde en kunnen heiligmakende genade ontvangen en groeien in liefde.

3. Een christengelovige kan volledige kennis hebben van een goddelijke wet en vrijwillig kiezen die wet te overtreden in een ernstige zaak, maar toch niet in staat van doodzonde zijn als gevolg van deze daad.

4. Iemand is in staat, terwijl hij gehoorzaamt aan een goddelijk verbod, te zondigen tegen God juist door die daad van gehoorzaamheid.

5. Het geweten kan naar waarheid en terecht oordelen dat de seksuele daden tussen personen die met elkaar een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, hoewel één van hen of beiden sacramenteel gehuwd is met iemand anders, soms moreel juist kunnen zijn of zelfs door God gewild.

6. Morele principes en morele waarheden die vervat zijn in de goddelijke openbaring en in de natuurwet bevatten geen negatieve verboden die een bepaald soort daden absoluut verbieden, zodat deze altijd ernstig ongeoorloofd zouden zijn vanwege hun object.

7. Onze Heer Jezus Christus wil dat de Kerk haar oeroude discipline opgeeft om de eucharistie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen en om de absolutie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen die geen berouw tonen over hun levensstaat en geen vast voornemen hebben om die levensstaat te verbeteren.

maandag 2 oktober 2017

Joseph Ratzinger over kritiek hebben op de paus

“Het geloof is gebaseerd op de objectieve gegevens van de Schrift en het dogma, die in donkere tijden angstaanjagend kunnen verdwijnen uit het bewustzijn van een (statistisch) tamelijk groot deel van de christenheid, zonder dat zij op enigerlei wijze hun bindend karakter verliezen.

In dit geval kan en zou het woord van de paus zeker moeten ingaan tegen de statistiek en tegen de macht van een publieke opinie, die met kracht pretendeert de enige geldige te zijn; en dit moet even vastbesloten gedaan worden als het getuigenis van de traditie helder is (zoals in het betreffende geval).

Aan de andere kant zal kritiek op pauselijke uitspraken mogelijk zijn en zelfs noodzakelijk, in de mate waarin ze een grondslag in de Schrift en de geloofsbelijdenis, dat is het geloof van de hele Kerk, missen.”

Das neue Volk Gottes: Entwürfe zur Ekklesiologie, (Düsseldorf : Patmos, 1972) p. 144.

Fede, ragione, verità e amore, (Lindau 2009), p. 400.

zondag 15 mei 2016

Kritiek op de paus

Door Hugo Bos

Sinds het aantreden van paus Franciscus is er in toenemende mate kritiek op de paus, vooral na de publicatie van zijn apostolische exhortatie ‘Amoris Laetitia’. In hoeverre mag je als katholiek kritiek hebben op de paus? Is dat wel gepast? Of is het een moderne dwaling waarbij de hiërarchie van de Kerk niet wordt geaccepteerd? Hierop ga ik in dit artikel kort in.

Zijn er in de geschiedenis slechte pausen geweest?

Naast vele geweldige en heilige pausen heeft de Kerk in het verleden ook heel slechte pausen gehad. Van Petrus, de eerste paus van de Kerk, kun je niet zeggen dat het een slechte paus was. Maar het is wel zo dat hij terecht gewezen is tijdens zijn pontificaat door één van zijn bisschoppen. Dit gebeurt in Galaten 2 waar Paulus (als bisschop) Petrus (de paus) terechtwijst over het feit dat hij niet wil eten met heidenen. In deze heeft Paulus en niet Petrus gelijk, ondanks dat hij de paus van dat moment is.

Er zijn ook slechte pausen geweest in de geschiedenis van de Kerk, zoals Vigilius en Honorius die beide erg weifelachtig waren in het geloof. Honorius is zelfs veroordeeld als ketter door zijn opvolger H. Leo II. Maar te denken is hierbij ook aan Liberius die de H. Athanasius excommuniceerde en verbande, terwijl Athanasius degene was die het geloof verdedigde tegen de Arianen, die niet geloofden dat Christus van eeuwigheid God was. De crisis in de Kerk was toen zo erg dat de kerkvader Hieronymus verzuchtte dat het wel leek of de hele wereld Ariaans was geworden. Destijds kreeg Athanasius het verwijt naar zijn hoofd geslingerd dat hij een ruziemaker was en intolerant. Een verwijt dat mensen nu ook krijgen te horen wanneer ze de leer van de Kerk verdedigen, zoals kardinaal Burke, Brandmüller, en Müller hebben gedaan.

woensdag 4 mei 2016

Paus Franciscus belt koning Hendrik VIII

(dit is een fictief telefoongesprek tussen paus Franciscus en koning hendrik VIII. Dat mag respectloos lijken maar in werkelijkheid en is het heel ernstig. De zalige Jacopone van Todi en Dante Alighieri veroorloofden zich tegenover Paus Bonifacius VIII, de heilige Catharina van Siena tegenover paus Gregorius XI en Erasmus van Rotterdam tegenover paus Julius II heel andere vrijheden zodat dat dit voor de katholieken van hun tijd een schandaal was.)

Hendrik VIII: Hallo, heiligheid, ik ben het, Hendrik

Paus Franciscus: Hendrik wie?

Hendrik VIII: Hendrik VIII; Hendrik VIII, de koning van Engeland.

Paus Franciscus: O, wat een eer. Legt u de haak erop. Ik bel u terug. Voor mij is het goedkoper.

Hendrik VIII: Ik wilde alleen maar zeggen, U komt 500 jaar te laat….. nou goed dan, heiligheid, ik leg op…

De telefoon gaat over.

Hendrik VIII: Ja!?

Paus Franciscus: Ik ben het, Franciscus uit Rome!

Hendrik VIII: Heiligheid, wat een vreugde. Hoe komt het toch dat u mij opbelt?

zondag 11 januari 2015

Interview van Vida Nueva met Raymond kardinaal Burke

De internationale aandacht werd getrokken door het interview dat curiekardinaal Raymond Leo Burke, prefect van de Apostolische Signatuur, gaf in het Spaanse tijdschrift “Vida Nueva” (novem-ber 2014) over de Bisschoppensynode over huwelijke en gezin. Hier volgt het interview.

Vida Nueva: Welk gevoel hebt u aan de Synode overgehouden. Waren er confrontaties?

Burke:  Er was een open en flinke discussie. Vroeger werd alles wat de synodevaders zeiden steeds gepubliceerd, maar nu niet. Alle informatie kwam uit de samenvattingen van pater Lombardi en uit de persconferenties die hij gaf.
Deze samenvattingen hebben mij verrast; zij gaven de inhoud van de discussie niet goed weer, maar gaven de indruk, dat alles in de richting zou gaan van wat kardinaal Kasper naar voren had gebracht.
De echte schok kwam met de Relatio post disceptationem (samenvatting van wat er in de eerste week gezegd was). Zij leek een manifest ten gunste van een verandering in de kerkelijke discipline tegenover de onregelmatige relaties. Zij bood een grotere openheid aan paren die zonder het sacrament van het huwelijk samenleven en aan personen die aan de homoseksuele gesteldheid lijden.

zondag 28 december 2014

Paus Franciscus en “de grote verdeeldheid”: de katholieke burgeroorlog komt dichterbij

gedeeltes uit het blog van Damian Thompson (1962), een Britse columnist

Enkele weken geleden vroeg ik mij af of in we ons bevonden in een vroeg stadium van een katholieke burgeroorlog ontketend door de verwarring over de kennelijke bereidheid van paus Franciscus om de pastorale benadering van de kerk jegens gescheidenen en homoseksuelen te verzachten. De vijandelijkheden begonnen gedurende de rampzalige synode over het gezin, waarop liberale functionarissen een persconferentie hebben gegeven waarop ze meedeelden dat de Kerk op het punt stond hertrouwd gescheidenen toe te laten tot de heilige communie en de positieve aspecten van homoverbintenissen te erkennen. De synodevaders waren laaiend over deze manipulaties van de procedures, stemden elk liberaal voorstel weg en lieten de paus in zijn hemd staan. Sindsdien heeft hij kardinaal Burke, de meest militante van de conservatieven, verwijderd van zijn positie als prefect van het hoogste gerechtshof van het Vaticaan. Beweren dat Burke’s bondgenoten zich beledigd voelen, is heel zwak uitgedrukt.

An extraordinary synod, indeed

"by George Weigel

According to Vatican-speak, a specially scheduled session of the Synod of Bishops is an “Extraordinary Synod,” meaning Not-an-Ordinary Synod, held every three years or so. In the case of the recently-completed Extraordinary Synod of 2014, extraordinary things did happen, in the “Oh, wow!” sense of the word. And if this year’s Extraordinary Synod was a preview of the Synod for which it was to set the agenda, i.e., the Ordinary Synod of 2015, that Synod, too, promises to be, well, extraordinary.

How was the Extraordinary Synod of 2014 extraordinary? With apologies to the Bard, let me count the ways:

1. The 2014 Synod got an extraordinary amount of press attention. Alas, too much of that attention was due to the mass media misperception that The Great Moment of the Long-Awaited Catholic Cave-In was at hand: the moment when the Catholic Church, the last major institutional hold-out against the triumph of the sexual revolution, would finally admit the error of its ways and join the rush into the promised land of sexual liberation, symbolized in this instance by a Catholic cave-in on the nature of marriage. What ought to have gotten the world’s attention—the witness of African bishops to the liberating power of monogamy and lifelong marital fidelity—got sadly short shrift, though Third World women are the principal beneficiaries of the truth about marriage the Church received from its Lord." Lees hier verder...

Hier staat de vertaling: Buitengewoon

Brief aan paus Franciscus


Huixquilucab, Mexico, 23 september 2013

Beste paus Franciscus,

Ik ben erg blij dat ik de gelegenheid heb u te groeten.

U zult zich mij zeker niet herinneren en ik begrijp dat het voor u, omdat u iedere dag zoveel mensen ziet, erg moeilijk moet zijn zich alle mensen te herinneren met wie u in een bepaalde periode van uw leven bent omgegaan en met wie u hebt geleefd.
Gedurende de laatste 12 jaar hebben we elkaar, u en ik, verschillende keren ontmoet bij vergaderingen, bijeenkomsten en kerkelijke congressen die we hielden in de steden van Midden- en Zuid-Amerika rond diverse onderwerpen (communicatie, catechese, opvoeding). Gedurende deze pastorale bijeenkomsten had ik de gelegenheid gedurende verschillende dagen met u om te gaan, terwijl we onder hetzelfde dak sliepen, dezelfde tafel en zelfs hetzelfde bureau deelden.

Toen was u de aartsbisschop van Buenos Aires en ik was de directeur van een belangrijk katholiek communicatiemiddel. Nu bent u niets meer en niets minder dan de paus en ik…. alleen maar een moeder, een christen, met een erg goede echtgenoot en negen kinderen, die wiskunde doceert aan de universiteit en die probeert zo goed als ze kan samen te werken met de Kerk vanaf de plaats waar God haar gesteld heeft.

Van die bijeenkomsten waar we elkaar verschillende jaren geleden ontmoet hebben, herinner ik mij dat u meer dan eens tegen me zei: “Meisje, noem me Jorge Mario, we zijn vrienden,” waarop ik geschrokken antwoordde: “Geen sprake van, mijnheer de kardinaal! God beware me ervoor familiair te zijn met een van zijn prinsen op aarde.”

Nu echter durf ik familiair te zijn, want u bent niet meer kardinaal Bergoglio maar de paus, mijn paus, de lieflijke Christus op aarde tot wie ik mij in vertrouwen durf te richten als tot mijn eigen vader. Ik besloot u te schrijven omdat ik lijd en uw troost nodig heb. Ik zal u zo kort mogelijk proberen uit te leggen wat er mij gebeurt. Ik weet dat u graag degenen die lijden troost en nu ben ik een van hen.

Toen ik u voor het eerst heb ontmoet tijdens die retraites, toen u nog kardinaal Bergoglio was, was ik gefrappeerd en verbaasd dat u nooit deed zoals de andere kardinalen en bisschoppen. Ik geef enkele voorbeelden: u was de enige daar die niet knielde voor het tabernakel of tijdens de consecratie; als alle bisschoppen verschenen in hun soutanes en hun clericale kleding, omdat de regels van de bijeenkomst dat vereisten, verscheen u zelf in pak en priesterboord. Als iedereen van u ging zitten op de stoelen die voor de bisschoppen en de kardinalen gereserveerd waren, liet u de plaats van kardinaal Bergoglio leeg en ging achterin zitten met de opmerking “Ik zit hier goed, ik voel me hier meer op mijn gemak.” Als de anderen arriveerden in een auto die paste bij hun bisschoppelijke waardigheid, kwam u, later dan alle anderen, haastig en geërgerd, terwijl u luidkeels vertelde over de ontmoetingen in het openbaar vervoer waarmee u liever naar de bijeenkomst was gekomen.

Toen ik die dingen zag – ik schaam het me u te zeggen – zei ik tegen mezelf: “Jasses…. wat wil hij de aandacht trekken! Immers, als je werkelijk nederig en eenvoudig wilt zijn, kun je je dan niet beter gedragen als de andere bisschoppen en niet opvallen?”

Mijn Argentijnse vrienden die ook op deze bijeenkomsten waren, zagen op een of andere manier mijn verwarring en ze zeiden tegen mij: “Jij bent niet de enige. Wij waren allemaal steeds verbaasd maar wij kennen zijn heldere uitgangspunten want in toespraken toont hij opvattingen en overtuigingen, die altijd trouw zijn aan het Leergezag en de Traditie van de Kerk; hij is een moedig en loyaal verdediger van de juiste leer. Maar ….. klaarblijkelijk houdt hij ervan door iedereen aardig gevonden te worden en iedereen tevreden te stellen. Zo kon hij de ene dag een speech houden op tv tegen abortus en de volgende dag in dezelfde tv show de pro-abortus feministen op de Plaza de Mayo zegenen; hij kan een geweldige rede houden tegen de vrijmetselaars en een paar uur later met hen eten en drinken in de Rotary Club.”

Beste paus Franciscus, het is waar, dit was de kard. Bergoglio die ik van nabij heb gekend. Op een dag geanimeerd praten met bisschop Duarte Aguer over de verdediging van het leven en van de liturgie, en dezelfde dag bij het diner even geanimeerd praten met bisschop Ysern en bisschop Rosa Chavez over de basisgemeenschappen en de vreselijke obstakels die gevormd worden door de “dogmatische leer” van de Kerk. Op een dag als vriend van kardinaal Cipriani en kardinaal Rodriguez Maradiaga pratend over de ethiek van het zaken doen en tegen de ideologieën van New Age, en even later als een vriend van Casaldáliga en Boff praten over de klassenstrijd en “de rijkdom” die Oosterse technieken kunnen geven aan de Kerk.

Dit alles had ik in mijn hoofd. En daarom zult u begrijpen dat ik met wijd open ogen van verbazing heb staan kijken op het moment dat ik uw naam hoorde na het “Habemus papam” en vanaf dat ogenblik, nog vóór u het vroeg, heb ik voor u en mijn geliefde Kerk gebeden. En ik ben er sindsdien nog geen dag mee opgehouden. Toen ik u op het balkon zag zonder mijter, zonder mantel, terwijl u het protocol doorbrak en u daarbij probeerde te onderscheiden van de rest van de pausen in de geschiedenis, heb ik bezorgd geglimlacht en tegen mezelf gezegd: “Ja, zonder twijfel. Dit is kardinaal Bergoglio.”

In de dagen die volgden op uw verkiezing hebt u mij verschillende gelegenheden geboden mij ervan te overtuigen dat u dezelfde persoon bent die ik van dichtbij had gekend en die steeds probeerde er anders te zijn: u vroeg zelf om andere schoenen, een andere ring, een ander kruis, een andere stoel en zelfs de kamer en de woning waren anders dan die van de andere pausen die altijd eenvoudig tevreden zijn geweest met de dingen die voorhanden waren, zonder enige behoefde aan “bijzondere” dingen voor henzelf.

In die dagen probeerde ik te bekomen van de geweldige pijn die ik voelde bij het aftreden van mijn geliefde zo bewonderde paus Benedictus XVI, met wie ik mij vanaf het begin op een buitengewone manier had geïdentificeerd vanwege de helderheid van zijn onderricht (hij is de beste leraar ter wereld), vanwege zijn trouw aan de Heilige Liturgie, vanwege zijn moed bij de verdediging van de gezonde leer te midden van de vijanden van de Kerk en vanwege duizend andere dingen die ik niet zal opnoemen. Met hem aan het roer van het scheepje van Petrus voelde ik dat ik op vaste grond stond. En met zijn aftreden voelde ik de grond onder mijn voeten verdwijnen, maar ik had begrip voor zijn aftreden. Immers de winden waren werkelijk stormachtig en het pausschap iets te ruw voor zijn krachten, die door ouderdom verminderd waren, in de vreselijke en woeste cultuuroorlog die gevoerd wordt.

Ik voelde me als verlaten in het midden van de oorlog, de aardbeving, de meest woeste orkaan. Dat was er aan de hand toen u kwam om hem aan het roer te vervangen. Wij hebben een nieuwe kapitein, we danken God! Ik vertrouwde er volledig op (zonder enige twijfel), dat paus Franciscus, met de hulp van de Heilige Geest, met het gebed van de gelovigen, met het gewicht van de verantwoordelijkheid, met de hulp van de werkgroep in het Vaticaan en met het besef dat de je door heel wereld gezien wordt, de bijzondere dingen en de dubbelzinnigheden van kardinaal Bergoglio achter zich zou laten en meteen het commando over het leger op zich zou nemen, en met hernieuwde kracht zou voortgaan op de weg van de geweldige strijd die zijn voorganger had gevoerd.

Maar tot mij verbazing en ontsteltenis begon mijn nieuwe generaal zijn ambtstermijn, in plaats van meteen de wapens op te nemen, met het in pauselijke tijd opbellen van zijn kapper, zijn tandarts, zijn huisbaas en kioskhouder en vestigde daarmee de aandacht op zijn eigen persoon en niet op de belangrijke zaken van zijn pausschap.

Zes maanden zijn sindsdien voorbijgegaan en ik moet met liefde en ontroering toegeven dat u een hele hoop goede dingen hebt gedaan. Ik waardeer (erg) uw formele toespraken (tot politici, gynaecologen, communicatoren, de Wereld Vredesdag etc.) en uw preken op de feestdagen want daarin zien we dat het grondig is voorbereid en dat ieder woord dat gebruikt is, zorgvuldig is overdacht. Uw woorden in deze toespraken en preken waren werkelijk voedsel voor mijn geest. Ik vind het erg fijn dat de mensen u mogen en u toejuichen. U bent mijn paus, het Hoofd van mijn Kerk, de Kerk van Christus.

Echter – en dat is de reden voor mijn brief – ik moet u zeggen dat ik ook geleden heb (en nog lijd) van veel van uw woorden omdat u dingen hebt gezegd die voelden als een aanslag op mijn oprechte gevoelens van trouw aan de Paus en het Leergezag.

Ik ben inderdaad bedroefd maar het woord dat het best mijn gevoelens op dit moment uitdrukt is: verbouwereerdheid. Ik weet werkelijk niet wat ik moet, wat ik moet zeggen en wat ik niet moet zeggen. Ik weet niet waar ik strenger moet zijn en waar losser. Ik heb uw oriëntatie nodig, beste paus Franciscus. Ik lijd echt, en veel, want ik voel nog steeds die verbouwereerdheid.

Mijn werkelijke probleem is dat ik een groot deel van mijn leven gewijd heb aan de studie van de Heilige Schrift, Traditie en Leergezag met het doel sterke argumenten te hebben om mijn geloof te verdedigen. En nu blijken vele van die stevige fundamenten het tegendeel te zijn van wat mijn geliefde paus zegt en doet. Ik ben werkelijke verbouwereerd en u moet mij vertellen wat ik moet doen.

Laat het mij met een paar voorbeelden uitleggen:

Ik kan geen paus toejuichen die niet voor het tabernakel of tijdens de consecratie knielt als de ritus van de Mis dit vraagt, maar ik kan hem niet bekritiseren want hij is de paus!

Benedictus XVI heeft ons in Redemptoris Sacramentum gevraagd de plaatselijke bisschop op de hoogte te brengen van liturgische misbruiken die we meemaken. Maar…. zou ik moeten rapporteren aan de paus, of aan wie boven hem dat de paus de liturgie niet eerbiedigt? Ik weet niet wat ik moet doen? Moet ik ongehoorzaam zijn aan onze emeritus paus?

Ik kan er niet blij mee zijn dat u het gebruik van de pateen en de knielbanken voor de communicanten hebt afgeschaft; het bevalt me nog minder dat u nooit naar beneden gaat om aan de gelovigen de communie uit te delen, dat u zich niet “de paus” noemt maar slechts “de bisschop van Rome”, dat u niet de vissersring gebruikt. Maar ik mag niet klagen want u bent de paus!

Ik kan me niet trots voelen over het feit dat u een moslim vrouw de voeten hebt gewassen omdat het een overtreding is van de liturgische normen maar ik mag geen kik geven want u bent de paus die ik respecteer en aan wie trouw moet zijn!

Ik was verschrikkelijk gekwetst toen u de Franciscanen van de Onbevlekte hebt gestraft omdat zij de Mis vierden in de oude ritus, terwijl zij daarvoor de uitdrukkelijke toestemming hadden van uw voorganger in Summorum Pontificum. En hen straffen betekent ingaan tegen het onderricht van de voorgaande pausen. Maar bij wie kan ik klagen over mijn pijn? U bent de paus.

Ik weet niet wat ik ervan moet denken of zeggen als u publiek een groep voor de gek houdt die u een geestelijke ruiker gestuurd (van rozenhoedjes) had, door hen mensen te noemen “die gebeden tellen”; en dat terwijl geestelijke ruikers een mooie traditie in de Kerk zijn. Wat moet ik denken als mijn paus er niet van houdt en de mensen voor de gek houdt die hem die aanbieden.

Ik heb een duizendtal “pro-life” vrienden, uitstekende katholieken, die u een paar dagen geleden hebt geschokt door hen “fanatiek en obsessief” te noemen. Wat moet ik doen? Hen troosten door ten onrechte uw woorden af te zwakken of hen nog meer te kwetsen door te herhalen wat u tegen hen gezegd hebt omdat ik trouw zou willen zijn aan de paus en aan zijn onderricht?

Op de WJD riep u de jongeren op “to make mess in the streets”. Het woord “mess” is zover als ik weet

Synoniem met “wanorde”, “chaos”, “verwarring”. Wilt u werkelijk dat jonge christenen “mess” creëren in de straten. Is er al niet genoeg verwarring en wanorde. Daar hoeven we toch niets meer aan toe te voegen?

Ik ken veel oudere ongetrouwde vrouwen (spinsters) die erg vrolijk zijn, erg aardig en erg edelmoedig en zij voelen zich echt ellendig als u de kloosterzusters vertelt dat ze geen gezicht moeten hebben als ongetrouwde vrouwen (spinsters). Door u heb ik medelijden met mijn vrienden en mijn ziel lijdt pijn om hen want er is niets mis mee om alleen te blijven en je leven aan goede werken te wijden (in feite wordt de ongehuwde staat in de Catechismus een roeping genoemd). Wat moet ik tegen mij ongehuwde (spinster) vriendinnen zeggen? Dat de paus niet serieus aan het spreken was (wat een paus niet moet doen), of hen vertellen dat ik het eens ben met de paus en dat alle ongetrouwde vrouwen een gezicht als een verbitterde non hebben?

Enkele weken geleden hebt u gezegd dat “wat we nu meemaken één van de beste momenten is van de Kerk”. Hoe kunt u dat als paus zeggen als we allemaal weten dat er miljoenen jonge katholieken zijn die in concubinaat leven en zo veel andere miljoenen katholieke huwelijken die voorbehoedsmiddelen gebruiken; wanneer echtscheiding “ons dagelijks brood” is en miljoenen katholieke moeders hun ongeboren kinderen dood maken met behulp van katholieke artsen; als er miljoenen katholieke zakenlui zijn die niet geleid worden door de sociale leer van de Kerk maar door eerzucht en hebzucht; als er duizenden priesters zijn die liturgische misbruiken plegen; als er honderden miljoenen katholieken zijn die nooit een ontmoeting met Christus hebben gehad en die niet eens het meest wezenlijke van de geloofsleer kennen; als opvoeding en regeringen in de hand van vrijmetselaars zijn en de wereldeconomie in de handen van het Zionisme? Is dit de beste tijd voor de Kerk?

Toen u het zei, geliefde paus, raakte ik in paniek en vroeg me af of u het werkelijk meende. Als de kapitein de ijsberg vóór ons niet ziet, is het erg waarschijnlijk dat we er tegenaan zullen botsen. Meende u het serieus omdat u serieus zo denkt of was het maar “bij wijze van spreken”?

Veel grote predikanten waren er kapot van toen ze hoorden dat u had gezegd dat het niet langer noodzakelijk was te spreken over sommige thema’s waarover de Kerk al gesproken heeft en die in de Catechismus uiteengezet zijn. Zeg me, beste paus Franciscus, wat moet wij dan doen als christenen die trouw willen zijn aan de paus en ook aan het leergezag en de Traditie? Houden we op met preken zelfs al heeft de apostel Paulus ons gezegd dat we het moeten doen te pas en te onpas? Dwingen we moedige predikanten om te zwijgen, terwijl we de zondaars vertroetelen en hen vriendelijk zeggen dat zij, als zij kunnen en willen, de Catechismus moeten lezen om te weten wat de Kerk zegt?

Als u praat over “herders die naar hun schapen ruiken”, denk ik aan al die priesters die het zichzelf hebben gepermitteerd zich te laten besmetten met de dingen van de wereld en hun priesterlijke geur hebben verloren en een geur van verrotting hebben aangenomen. Ik wil geen herders die ruiken als schapen maar schapen die niet naar mest ruiken omdat hun herders zorg voor hen hebben en hen altijd zuiver houden.

Enkele dagen geleden hebt u gesproken over de roeping van Mattheüs met de volgende woorden: “Ik ben onder de indruk van het gebaar van Mattheüs. Hij klampt zich vast aan zijn geld alsof hij zegt: ‘Nee, niet ik! Nee, dit geld is van mij’.” Ik kon niet anders dan uw woorden vergelijken met het evangelie (Mt. 9, 9) en daar vond ik wat dezelfde Mattheüs zegt over zijn roeping: “En Jezus ging vandaar weg en Hij zag een man bij het tolhuis zitten en diens naam was Mattheüs en Hij zei tot hem: volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.”

Ik zie nergens de geldzucht (evenmin als in het schilderij van Caravaggio). Ik zie twee verschillende verhalen en een verkeerde exegese. Wie moet ik geloven, het evangelie of de paus als ik ( en dat wil ik werkelijk) trouw wil zijn aan het evangelie en aan de paus?

Toen u sprak over de vrouw die na een scheiding en abortus in concubinaat leeft, zei u dat “zij nu in vrede leeft”. Ik vraag me af: kan een vrouw die vrijwillig Gods genade heeft verlaten in vrede leven? Voorgaande pausen, van de H. Petrus tot Benedictus XVI, hebben gezegd dat het onmogelijk is vrede te vinden buiten God, maar paus Franciscus zegt dat het kan. Waar moet ik me aan houden, aan het leergezag van de eeuwen of aan deze nieuwigheid? Moet ik van nu af aan, om trouw te zijn aan de paus, verklaren dat je vrede kunt vinden in een leven van zonde?

Daarna hebt u zich de vraag laten ontvallen zonder die te beantwoorden wat de biechtvader (in een dergelijk geval) moest doen alsof u de doos van Pandora wilde openen in de wetenschap dat er honderden priesters zijn die paren aanraden hun samenwonen voort te zetten wat toch onjuist is. Waarom mijn paus, mijn dierbare paus, hebt u ons niet in een paar woorden gezegd wat in gevallen als deze geadviseerd moet worden in plaats van twijfel te zaaien in oprechte harten?

Ik heb kardinaal Bergoglio op bijna familiaal niveau ontmoet en ik ben een betrouwbare getuige dat u een intelligente, aardige, spontane, erg geestige en slimme man bent. Maar ik houd er niet van dat de pers uw gezegdes en uw grapjes publiceert, want u bent geen pastoor; u bent ook niet meer de aartsbisschop van Buenos Aires; u bent nu de paus! En ieder woord dat u zegt als paus krijgt de waarde van een uitspraak van het leergezag voor velen die het lezen en horen.

Hoe dan ook, ik heb al te veel geschreven en te veel misbruik gemaakt van uw tijd, goede vader. Met de voorbeelden die ik u heb gegeven (al zijn er veel meer) geloof ik dat ik de pijn en de onzekerheid en de verbouwereerdheid heb duidelijk gemaakt waarin ik leef.

Alleen u kunt helpen. Ik heb een gids nodig die mijn levensweg verlicht op basis van wat de Kerk altijd heeft gezegd; die spreekt met moed en helderheid; die niet hen beledigt die proberen trouw te zijn aan Jezus’ opdracht; die “het brood brood” noemt “en de wijn wijn”, ‘zonde’ zonde en deugd ‘deugd’, zelfs als hij daarmee zijn populariteit dreigt te verliezen. Ik heb uw wijsheid nodig, uw vastbeslotenheid en helderheid. Ik vraag u om hulp, alstublieft, want ik lijd heel erg.

Ik weet dat God u een helder verstand heeft gegeven, zodat (en zo probeer ik mezelf te troosten) ik me kan voorstellen dat alles wat u zegt en doet onderdeel is van een strategie om de vijand in de war te brengen door voor hem te gaan staan met een witte vlag zodat hij minder op zijn hoede is. Maar ik zou willen dat u uw strategie dan zou delen met hen die aan uw zijde strijden, want u brengt niet alleen de vijand in de war maar ook ons en we weten niet meer waar ons eigen hoofdkwartier en waar het vijandige front is.

Dank u, nogmaals, voor al het goede dat u hebt gedaan en gezegd tijdens de grote feesten toen uw preken en toespraken mooi waren en zij mij werkelijk geholpen hebben. Uw woorden hebben mij bemoedigd en aangespoord tot groter liefde, tot voortdurende liefde, tot een betere liefde om aan heel de wereld het liefdevolle gezicht van Jezus te tonen.

Ik stuur u een liefdevolle kinderlijke omhelzing, mijn dierbare vader, met de verzekering van mijn gebeden. Ik vraag ook om uw gebeden voor mij en mijn gezin. Ik stuur een foto mee zodat u voor ons kunt bidden terwijl u ons kunt zien.

Uw liefhebbende dochter die iedere dag voor u bidt.

Lucrecia Rego de Planas

Punten in “Evangelii Gaudium” die verheldering behoeven

door Samir Khalil Samir (foto: Wikipedia)

1. Moslims “aanbidden samen met ons de Ene, barmhartige God (nr. 252)

Ik zou hier voorzichtigheid adviseren. Het is waar dat de moslims  de éne en barmhartige God aanbidden. Echter, deze zin suggereert dat de twee opvattingen van God gelijk zijn. In het christendom is God in zijn wezen Drie-eenheid, meervoud verenigd door liefde: Hij is een beetje meer dan alleen barmhartigheid en genade. We hebben twee heel verschillende opvattingen van de Goddelijke Ene. Moslims karakteriseren God als ontoegankelijk. De christelijke visie op de Eenheid van de Drievuldigheid benadrukt dat God liefde is die wordt meegedeeld: Vader-Zoon-Geest, ofwel Minnaar-Geliefde-Liefde zoals St. Augustinus suggereert.

Bovendien, wat betekent de barmhartigheid van de God van de Islam? Hij heeft barmhartigheid voor wie Hij wil en niet voor hen die Hem mishagen. “Allah laat in zijn barmhartigheid toe wie Hij wil”(Koran 48, 35). Deze uitdrukkingen staan, bijna letterlijk, in het Oude Testament (Ex. 33, 19). Maar men komt nooit zo ver dat men zegt “God is liefde” (1 Joh. 4, 16), zoals St. Jan.

zaterdag 18 oktober 2014

Een merkwaardig figuur

"Paus Franciscus is een merkwaardige figuur. Geen paus die zoveel over de hel spreekt als hij. Zijn dagelijkse preekjes zijn praktisch en spiritueel. Maar aan de andere zegt hij onvoorzichtige dingen over heikele onderwerpen. Dat doet hij in kranteninterviews met soms dubieuze antikerkelijke figuren. Daarbij weten de Vaticaanse instanties zelf niet of dit bij het “gewone pauselijke leerambt” hoort of dat het privé-meningen van de paus zijn. Soms staan ze een tijdje onder de uitspraken van de paus op de Vaticaanse website en dan verdwijnen ze weer. De paus lijkt niet te (willen) beseffen dat alles wat hij zegt op het goudschaaltje van de kerkelijke leer en zijn positie als paus gewogen wordt......" Lees hier verder

zaterdag 21 september 2013

Meer reacties op het interview

Hierbij nog twee (Engelstalige) reacties op het interview van onze paus.

"Is it universally true that it is not necessary to talk about the intrinsic evils of abortion, abortifacient drugs, and gay marriage as often as possible? Absolutely not. I don’t know about Argentina, but I do know the world that I encounter everyday that is on the precipice of losing countless generations to moral relativism. It is a world in which absolute truth does not exist. Indeed, it is a world that needs to hear salvation proclaimed and the faith catechized, but it is also world that needs to be repeatedly told that life has value, that sex is marriage, and marriage is for opposite genders. They need to be repeatedly told these things because the enemy is repeatedly telling them that life does not have value, that sex is for recreation, and that marriage is not gender specific. It is to the point now that whether we can first reach them through the Gospel or through natural law or through reason, we must help to save them by any moral means from destroying themselves."

"It is as if our Pope is detached from the real world, as if he doesn’t recognize the hour. His indifference towards moral relativism and what the world needs to hear right now is very troubling to me. He is like a man whose child is about to touch the hot stove and he doesn’t yell “STOP! HOT!” to the child. Rather, while the child is just inches away from touching the hot stove, he calmly tells the child what the stove is, then how the stove works, then after the child has burnt his hand on the stove he comforts the child and bandages their hand. Maybe it’s the Jesuit in him that gives him to presupposes that all people are rational beings that don’t need to repetitively hear the truth until it sticks." Lees hier het volledige artikel.....

Schoolkrantinterview met de paus

"Dit wil ik toch even gezegd hebben over het spraakmakende interview dat Antonio Spadaro van La Civiltà Cattolica met paus Franciscus hield: het leest als een schoolkrantinterview. Een brugklasser meldt zich met knikkende knieën bij het hoofd van de school. “Rector Prinssen biedt mij warme chocolademelk aan, en vraagt hoe het nu met mijn aardrijkskundebijlessen gaat. Op zijn bureau staat een foto van zijn vrouw en zijn kinderen en zijn hond. Ik pak mijn kladblok uit mijn tas en stel de eerste vraag die ik had opgeschreven: ‘Wat is uw lievelingseten?’ Rector Prinssen kijkt me streng en peinzend aan. Ik informeer of de vraag misschien té persoonlijk was, maar hij gebaart dat het wel goed is. ‘Sperziebonen met een slavinkje’, antwoordt het schoolhoofd dan beslist.” Lees hier verder....

Is de paus een ketter?

"Het interview van Antonio Spadaro met paus Franciscus was nog maar net online verschenen of de wereld stortte zich er massaal op om er één kleine passage uit te lichten, en in vele gevallen nog verkeerd ook. Aangezien iedere katholiek tegenwoordig bij elke uitspraak van de paus wordt geacht om van zijn stoel te vallen van verbazing, ben ik maar preventief op de grond gaan liggen om het interview te lezen. Dat was wel nodig ook, want als je bepaalde headlines zag dan leek het of Franciscus flink aan het afgeven was geweest op de starre kerkelijke leer. En zelfs katholieken hebben al kritische bedenkingen bij de koers van Franciscus en vergelijken het in bepaalde opzichten met de Reformatie. Het zal toch niet waar zijn? Is de paus een ketter? Laten we eens kijken naar het interview en de nieuwsberichten die daarop volgden....." Lees hier verder.

maandag 11 maart 2013

Een nieuwe paus, een nieuwe moraal?

Beminde gelovigen,

Het ontbreekt niet aan wensen hoe de nog te verkiezen paus onze Kerk zou moeten regeren. Vandaag verschenen er twee visies op hoe hij de seksuele moraal van de Kerk zou moeten vernieuwen. De ene visie werd gepubliceerd op rkk.nl in de vorm van een column door de kerkelijke journalist Wilfred Kemp onder de titel 'Een paus met compassie', de andere in de vorm van een open brief aan kardinaal Eijk over 'de seksuele moraal van de Kerk' van de hand van diocesaan priester Pierre Valkering. De inhoud van beide artikelen is dezelfde: de Kerk sluit mensen uit door het handhaven van een moraal die niet meer aan de eisen van deze tijd voldoet en die niet weerspiegelt wat de seksuele beleving is van brede bevolkingsgroepen, namelijk het samenleven buiten het huwelijk, al dan niet na echtscheiding, of in een homoseksuele verbintenis. Daarmee zou de Kerk het geluk van de mensen en hun opbloei naar God en naar elkaar verhinderen. De moraal zou om die reden moeten worden herzien en opengesteld moeten worden voor nieuwe wegen van seksuele beleving, die zijn ontstaan door de keuze voor andere leefwijzen. Lees hier verder....

zaterdag 9 maart 2013

De naam priester niet waard

Pastor Valkering heeft in de Telegraaf een open brief geschreven aan kardinaal Eijk. Hij zegt hierin onder andere: "Wat de Rooms-katholieke kerk en onze wereld vanuit mijn Nederlandse perspectief mijns inziens vooral nodig hebben is een paus die de inhoud van de kerkelijke seksuele moraal op zo'n wijze opnieuw formuleert en aan de orde weet te stellen dat de spirituele en relationele groei en bloei en het geluk van mensen, inclusief die van de kerkelijke ambtsdragers zelf, alsmede hun vrijheid om op gepaste wijze over hun eigen seksuele beleving in dit verband te spreken, erdoor bevorderd wordt en niet afgeknepen, een paus die werkt aan een kerk waarin men minder hoog van de toren blaast wat betreft de seksuele moraal en waarvan de ambtsdragers van hoog tot laag bescheidener en nederiger tussen hun medemensen durven te staan die allemaal in liefde en lust zo goed mogelijk willen leven, maar daar lang niet altijd in slagen. Ik bid dat de Heilige Geest hem aan u en uw collega's aan mag wijzen."
Een nieuwe paus moet volgens deze man de kerkelijke seksuele moraal opnieuw formuleren, daarmee wordt bedoeld de kerkelijke seksuele moraal veranderen. Maar dat kan niet, omdat de Kerk de waarheid en de natuurwet niet kan veranderen, gelukkig bewaart de Heilige Geest haar daarvoor. Verder vindt hij dat de Kerk mensen die in liefde en lust willen leven met rust moet laten, maar mensen die hun lust uitleven, zonder bekering en vragen om vergeving (lees: Biechten), gaan voor eeuwig naar de verdoemenis. Lust en begeerlijkheid zijn een gevolg van de zonde en het uitleven daarvan leidt tot allerlei zonde, zoals zelfbevrediging, overspel, homoseksualiteit en prostitutie. De Kerk zou pas echt liefdeloos zijn wanneer ze mensen op dit punt rustig hun gang laat gaan, zodat ze van een leven in lust en begeerlijkheid overgaan in de vlammen van de hel.
Dit soort priesters zijn de naam priester niet waardig, maar zijn wolven in schaapskleren. Ik hoop en bidt dat de nieuwe paus elke bisschop die dit soort priesters niet aanpakt de wacht aanzegt en zo nodig schorst.

woensdag 20 juni 2012

De Bijbel over ambt en paus


Dat ambtsdragers/de Kerk zonden vergeven (dat God vergeeft als de ambtsdragers/de Kerk vergeven)

Matt. 9:
6 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis. 7 En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis. 8 De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

Matt. 16:
18 En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. 19 En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

Matt. 18:
15 Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen. 16 Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta. 17 En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar. 18 Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.

Joh. 20:
21 Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden. 22 En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest. 23 Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.

Jak. 5:
14 Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren. 15 En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.

Ambtsdragers spreken met goddelijk gezag

Deut. 17:
8 Wanneer een zaak aan het gericht voor u te zwaar zal zijn, tussen bloed en bloed, tussen rechtshandel en rechtshandel, tussen plage en plage, zijnde twistzaken in uw poorten, zo zult gij u opmaken, en opgaan naar de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; 9 En gij zult komen tot de Levietische priesters, en tot den rechter, die in die dagen zijn zal; en gij zult ondervragen, en zij zullen u de zaak des rechts aanzeggen. 10 En gij zult doen naar de mond des woords, dat zij u zullen aanzeggen, van diezelve plaats, die de HEERE verkiezen zal, en gij zult waarnemen te doen naar alles, wat zij u zullen leren. 11 Naar de mond der wet, die zij u zullen leren, en naar het oordeel, dat zij u zullen zeggen, zult gij doen; gij zult niet afwijken van het woord, dat zij u zullen aanzeggen, ter rechterhand of ter linkerhand. 12 De man nu, die trotselijk handelen zal, dat hij niet hore naar den priester, dewelke staat, om aldaar den HEERE, uw God, te dienen, of naar den rechter, dezelve man zal sterven; en gij zult het boze uit Israel wegdoen.

Luk. 10:
16 Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft. 17 En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam. 18 En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen. 19 Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen. 20 Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.

Luc. 12:
12 Want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leren, hetgeen gij spreken moet.
Ook Matt. 10: 20

Matt. 10:
40 Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft. 41 Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen.

Matt. 28:
20 En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.
Jezus aanwezigheid bij Zijn Apostelen en de Kerk garandeert de onfeilbaarheid van de Kerk, met Jezus bij ons kunnen we niet misleid worden.

Joh. 11:
50 En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga. 51 En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;
Wanneer de Oudtestamentische Hogepriester (‘Paus’) ex cathedra spreekt dan zijn die woorden ook onfeilbaar, daarom spreekt Kajafas de waarheid in dit vers en kan niet liegen, ondanks het feit dat hij kwaad beraamd tegen Jezus.

Joh. 14:
16 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; 17 Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.
26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
De Geest zal altijd bij de Kerk blijven en haar in de waarheid leiden, het is immers de Geest der waarheid.

2 Kor. 10:
7 Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Christus is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Christus is, alzo ook wij van Christus zijn. 8 Want indien ik ook iets overvloediger zou roemen van onze macht, welke de Heere ons gegeven heeft tot stichting, en niet tot uw nederwerping, zo zal ik niet beschaamd worden;

1 Tess. 2:
13 Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.

1 Tim. 3:
15 Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.
De Apostel Paulus noemt de gemeente, de Kerk, en dus niet de Schrift, een pilaar en vastigheid der waarheid. Maar om pilaar en vastigheid van de waarheid te zijn moet de Kerk toch ook beschermd worden tegen afdwaling, onfeilbaar zijn. Ze moet dus wel de Katholieke kerk zijn, wiens geloofsleer en moraal de afgelopen 2.000 niet veranderd zijn.

1 Joh. 4:
6 Wij zijn uit God. Die God kent, hoort ons; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij den geest der waarheid, en den geest der dwaling.
Wie ons hoort, dat is wie de bisschoppen, de opvolgers van de Apostelen, die kent God. En dit is de wijze waarop we de geest der dwaling en der waarheid leren onderscheiden. De Apostel Johannes zegt dus niet dat we de Bijbel moeten lezen om de waarheid te onderscheiden van de leugen, maar we moeten naar deze mensen luisteren, dan moet God deze mensen toch wel met de bijzonder gift van onfeilbaarheid gezegend hebben, zodat ze geen dwaling prediken.

Christus bouwt op Petrus en zijn opvolgers (de Pausen) Zijn Kerk

Matt. 7:
24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;
Jezus heeft Zijn Kerk ook op een rots gebouwd (Petrus wat rots betekent), zoals geen wijs man, en niet op zand (Simon).

Matt. 10:
2 De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andréas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedéüs, en Johannes, zijn broeder; 3 Filippus en Bartholoméüs; Thomas en Matthéüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alféüs, en Lebbéüs, toegenaamd Thaddéüs; 4 Simon Kananítes, en Judas Iskaríot, die Hem ook verraden heeft.
Wanneer de twaalf apostelen opgesomd worden (Matt. 10: 2-5; Mar. 3: 16-19; Luk. 6: 14-17; Hand. 1: 13), wordt Petrus altijd als eerste genoemd wordt – en Judas Iskariot als allerlaatste.

Matt. 16:
17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. 18 En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. 19 En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
Alleen aan de Apostel Petrus is gezegd dat hij een speciale openbaring van God de Vader heeft ontvangen (vers 17).
Jezus sprak Aramees en zei in het Aramees dus: “gij zijt “Kepha”, en op deze “Kepha” zal Ik Mijn gemeente bouwen”. In het Aramees betekent “Kepha” grote massieve steen, en “Evna” betekent kleine steen. In het Grieks wordt niet twee keer hetzelfde woord gebruikt, maar eerst het woord “Petros” (=Petrus) en daarna “Petra”, de enige reden dat de woorden niet twee keer hetzelfde zijn is dat voor Petrus de mannelijke vorm van het woord gekozen moest worden, het heeft dus te maken met de vertaling van Aramees naar Grieks. Dat Jezus Aramees sprak blijkt duidelijk uit hetgeen Jezus daarvoor gezegd heeft: “Bar-Jona”, wat Aramees is voor “zoon van Jonah”.
Verder is het Griekse woord voor “deze petra”, “tautee tee petra”, wat betekent “op deze nu aangewezen rots”, en verwijst naar het dichtstbijzijnde onderwerp in de zin “Petros”. “De rots” is ook niet het geloof van Petrus of zijn belijdenis, nergens in de Bijbel wordt het geloof zelf een “Rots” genoemd.
De hoge positie van Petrus blijkt verder ook uit het feit dat Petrus degene is die aan het eind van dit gedeelte de sleutels van het Koninkrijk krijgt en dat wat hij op aarde bindt in de hemel gebonden zal zijn.


Matt. 17:
24 En als zij te Kapérnaüm ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet? 25 Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden? 26 Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij. 27 Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.
Wanneer Jezus de tempelbelasting moet betalen gaan ze naar Petrus toe, omdat hij de vertegenwoordiger van Jezus is, Petrus is Jezus vicaris. `Jezus betaald daarna 1 stater wat genoeg is voor Hemzelf en voor Petrus, aangezien Petrus Christus representant op aarde is.

Matt. 19:
27 Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?
Steeds weer spreekt Petrus namens alle Apostelen, hij is hun vertegenwoordiger. Hetzelfde zie je in: Mar. 10:28, Mar. 11: 21, Luc. 8: 45.

Mar. 3:
16 En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;
Hij is de enige Apostel bij wie de naam door Christus veranderd wordt. Hij was geboren met de naam “Simon”, maar Christus noemt hem Kepha wat Aramees is voor “Rots”. Wanneer we in de Schrift lezen van een door God geïnitieerde naamverandering is dit altijd van grote betekenis en impliceert een belangrijke en speciale opdracht die aan die persoon gegeven wordt door God Vgl. Abram naar Abraham en Jacob naar Israël.
Verder is zeer opmerkelijk dat God zelf ook “Rots” genoemd wordt, zie bijvoorbeeld 2 Sam. 22: 2-3, 32, 47; 23: 3; Psalm 18: 2,31,46; 19: 4; 28: 1; 42: 9; 62: 2,6,7; 89: 26; 94: 22; 144: 1-2, Jezus geeft diezelfde naam “Rots” aan Petrus. Protestanten zeggen dat het woord “Rots”, hier een andere betekenis moet hebben, omdat het hier op Petrus slaat en niet op God. Toch kan dat niet kloppen, in 1 Kor. 3: 11 wordt Jezus het fundament van de Kek genoemd, toch worden de Apostelen in Ef. 2: 20 ook het fundament van de Kerk genoemd. En in 1 Pet. 2: 25 wordt Jezus de Herder van de kudde genoemd, terwijl in Hand. 20: 28 de apostelen deze naam krijgen.


Mar. 14:
37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet één uur waken?
Jezus vraagt alleen aan Petrus waarom ze allemaal ingeslapen waren. Petrus is wat Jezus betreft verantwoordelijk voor de andere Apostelen, omdat hij door Jezus als leider was aangesteld.

Mar. 16:
7 Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galiléa; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.
Als leider van de Apostelen wordt Petrus als enige genoemd.

Luc. 5:
3 En Hij ging in een van die schepen, hetwelk van Simon was, en bad hem, dat hij een weinig van het land afstak; en nederzittende, leerde Hij de scharen uit het schip.
10 En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedéüs, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen.
Jezus leert vanuit Petrus boot, en de boot is een metafoor van de Kerk, Jezus leidt Petrus en de Kerk op deze wijze in alle waarheid. En Petrus, en de latere Paus, wordt een visser van mensen genoemd.

Luc. 6:
48 Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en legde het fundament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.
Christus bouwt Zijn huis (de Kerk op de rots (Petrus) en zij kan niet bewegen door de vloed (van ketterijen, schisma’s en schandalen die de Kerk getroffen hebben). De vloed is wel gekomen, maar de Kerk staat vast op fundament, de rots.

Luc. 7:
40 En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het. 41 Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig; 42 En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van dezen zal hem meer liefhebben? 43 En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.
Jezus spreekt Petrus aan wanneer hij gaat spreken over de vergeving van de zonden.

Luc. 9:
28 En het geschiedde, omtrent acht dagen na deze woorden, dat Hij medenam Petrus, en Johannes, en Jakobus, en klom op den berg, om te bidden.
Petrus is de eerste genoemd die mee mag bij de verheerlijking op de berg.

Luc. 22:
31 En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden (meervoud) zeer begeerd om te ziften als de tarwe; 32 Maar Ik heb voor u (enkelvoud) gebeden, dat uw (enkelvoud) geloof niet ophoude; en gij (enkelvoud), als gij (enkelvoud) eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. 33 En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.

Luc. 24:
34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en van Simon gezien.
Hoewel twee Apostelen bij het graf aankwamen wordt hier Petrus als enige genoemd.

Joh. 21:
18 Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt.
Jezus voorspelt Petrus marteldood, in 67 A.D. werd Petrus in Rome gemarteld en stierf, gedurende enkele honderden jaren stierven de pauselijke opvolgers eveneens de marteldood.

Joh. 21:
15 Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren. 16 Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. 17 Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen. 18 Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt. 19 En dit zeide Hij, betekenende, met hoedanigen dood hij God verheerlijken zou. En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: Volg Mij.
Petrus heeft Jezus meer lief dan dezen (de andere Apostelen), vers 15. Jezus stelt Petrus aan als opperherder, boven alle andere Apostelen, Petrus wordt de herder van de kudde, vers 15-17.

Hand. 1:
15 En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen)
Petrus is degene die voorgaat op de Pinksterdag.

Hand. 2:
14 Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen:
In Handelingen 1: 13-26 is het Petrus die de andere apostelen leidt in het kiezen van Matthias als opvolger van Judas, en hij gaat de apostelen voor in het gebed op de pinksterdag.

Hand. 2:
37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?
Het is vrij gebruikelijk in het Nieuwe Testament dat eenvoudigweg verwezen wordt naar “Petrus met de elven” (Hand. 2: 14, 37; 5: 29; ), alsof in die stormachtige visserman de eenheid van het hele apostolisch college besloten ligt.

Hand. 3:
4 En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons. 5 En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen. 6 En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazaréner, sta op en wandel!
Petrus is de eerste die naar de tempel gaat (vers 1) en hij verricht het eerste pinksterwonder (Hand. 3).

Hand. 3:
12 En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israëlietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?
Petrus neemt de leiding na de Pinksterdag en verkondigd aan de eerste gemeente dat er geen zaligheid is buiten Jezus Christus. Hand 3: 12-26 en 4: 8-12.

Hand. 4:
8 Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israël!
Hij spreekt in de naam van alle apostelen en voor de hele Kerk wanneer de twaalf voor het Sanhedrin gebracht worden (Hand. 4).

Hand. 5:
3 En Petrus zeide: Ananías, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands?
Petrus is de eerste die een anathema (ban of vloek) uitspreekt, over Ananias en Saffira, deze vloek wordt ook prompt door God geratificeerd (goedgekeurd) want ze vallen dood neer. Hier blijkt dus Petrus bindende autoriteit, zoals Jezus beloofd had (“wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn”).

Hand. 5:
15 Alzo dat zij de kranken uitdroegen op de straten, en legden op bedden en beddekens, opdat, als Petrus kwam, ook maar de schaduw iemand van hen beschaduwen mocht.
Hand. 8:
20 Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!
Ook hier weer is het Petrus die bindend gezag uitoefent, in dit geval over Simon de tovernaar.

Hand. 9:
38 En alzo Lydda nabij Joppe was, de discipelen, horende, dat Petrus aldaar was, zonden twee mannen tot hem, biddende, dat hij niet zou vertoeven tot hen over te komen. 39 En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was. 40 Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad; en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabítha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde. 41 En hij gaf haar de hand, en richtte haar op, en de heiligen en de weduwen geroepen hebbende, stelde hij haar levend voor hen. 42 En dit werd bekend door geheel Joppe, en velen geloofden in den Heere.
Petrus is het ook degene die het eerste opstandingswonder verricht.

Hand. 10:
9 En des anderen daags, terwijl deze reisden, en nabij de stad kwamen, klom Petrus op het dak, om te bidden, omtrent de zesde ure.

Hand. 11:
2 En toen Petrus opgegaan was naar Jeruzalem, twistten tegen hem degenen, die uit de besnijdenis waren, 3 Zeggende: Gij zijt ingegaan tot mannen, die de voorhuid hebben, en hebt met hen gegeten.
4 Maar Petrus, beginnende, verhaalde het hun vervolgens, zeggende:
Alleen aan Petrus openbaart God dat de heidenen ook tot de Kerk behoren (Hand. 10) en hij is de eerste apostel die ze in de Kerk toelaat (Hand. 11). En Cornelius krijgt van de engel de opdracht op Petrus te ontbieden (Hand. 10: 5).

Hand. 12:
5 Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de Gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan.

Dit vers impliceert dat heel de Kerk (de Gemeente, enkelvoud) voor Petrus, hun leider, bidt.

Hand 12:
7 En ziet, een engel des Heeren stond daar, en een licht scheen in de woning, en slaande de zijde van Petrus, wekte hij hem op, zeggende: Sta haastelijk op. En zijn ketenen vielen af van de handen.
De engel bevrijd Petrus op wonderbaarlijke wijze uit de gevangenis.

Hand. 15:
7 En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.
De dogmatische verklaring van Petrus wordt geaccepteerd en betekent het einde van alle debat op het concilie van Jeruzalem, want na zijn verklaring wordt gezegd: “En al de menigte zweeg stil” (Hand. 15: 12).

Hand. 15
13 En nadat deze zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij. 14 Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam. 15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is
Ook hier weer blijkt dat Simeon (Petrus) woorden het einde van alle tegenspraak zijn.

Rom. 15:
20 En alzo zeer begerig geweest ben om het Evangelie te verkondigen, niet waar Christus genoemd was, opdat ik niet op eens anders fondament zou bouwen;
Paulus wil niet op andermans fundament bouwen, hierbij verwijzend naar Petrus die de Kerk van Rome gebouwd heeft.

1 Kor. 15:
4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; 5 En dat Hij is van Céfas gezien, van de twaalven.
Petrus (Cefas) wordt weer apart genoemd als de eerste die Christus na Zijn opstanding gezien heeft.

Gal. 1:
17 En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die vóór mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabië, en keerde wederom naar Damaskus. 18 Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen.
Na de bekering en genezing van zijn blindheid, bezoek Paulus als eerste de apostel Petrus en blijft 15 dagen bij hem.

1 Pet. 5:
1 De ouderlingen, die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling, en getuige des lijdens van Christus ben, en deelachtig der heerlijkheid, die geopenbaard zal worden:
Petrus vermaand dus als ‘opperbisschop’ de andere bisschoppen die onder hem zijn om te vermanen de ouderlingen (priesters) die onder hen zijn.

1 Pet. 5:
13 U groet de medeuitverkorene Gemeente, die in Bábylon is, en Markus, mijn zoon.
Uit dit vers blijkt dat Petrus in Rome geweest is, Babylon was destijds namelijk de ‘codenaam’ voor Rome, zie: Open. 14: 8; 16: 19, 17: 5, 18: 2, 10, 21.

Petrus heeft de sleutels van het (aardse) koninkrijk (de Kerk)

2. Sam 7:
16 Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.
God beloofd dat Davids koninkrijk voor eeuwig op aarde zal zijn. Zie ook: Ps. 89: 3-4; 1 Kron. 17: 12, 14.

Matt. 1:
1 Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
Hier wordt de link gelegd tussen David en Jezus, de nieuwe Koning van het nieuwe Huis van David, en de Koning zal een nieuwe onderkoning aanstellen over zijn huis, terwijl de Koning in de hemel is.

Luc. 1:
32 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
De aartsengel Gabriel beloofd aan Maria dat haar zoon de troon van Zijn vader David zal krijgen.

Jes. 22:
21 En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal den inwoneren te Jeruzalem en den huize van Juda tot een vader zijn. 22 En Ik zal den sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.
In het Koninkrijk van David was het zo dat iemand aangesteld werd als onderkoning, een soort Minister-president. Degene die de sleutels kreeg had gezag en autoriteit om namens de Koning te spreken. Zo krijgt Petrus in Matt. 16: 18 de sleutels van het Koninkrijk: “En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.”

Open. 1:
18 En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.
Het hebben van de sleutels duidt duidelijk op het hebben van gezag, autoriteit. Zie ook: Open. 3: 7; 9: 1; 20: 1. Dat Jezus Petrus de autoriteit geeft over het nieuwe aardse Davidische Koninkrijk op aarde werd tot de Reformatie in 1.500 na Chr. door niemand betwijfeld.

Matt. 16:
19 En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
Wat Petrus bindt op aarde, zal in de hemel gebonden zijn, net als wanneer de Minster-president opent, en niemand sluit (Job 12: 14).

Matt. 23:
2 Zeggende: De schriftgeleerden en de farizeeën zijn gezeten op den stoel van Mozes; 3 Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet. 4 Want zij binden lasten, die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouderen der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren.
De termen binden en losmaken werden goed begrepen door de Joden, zo werd immers ook van de Farizeeërs gezegd dat ze binden en losmaken, zie boven. Nu krijgen Petrus en de Apostelen die bevoegdheid van Jezus om in de Kerk van het Nieuwe Testament met gezag te binden en te ontbinden.

1 Kron. 28:
5 En uit al mijn zonen (want de HEERE heeft mij vele zonen gegeven) zo heeft Hij mijn zoon Sálomo verkoren, dat hij zitten zou op den stoel des koninkrijks des HEEREN over Israël.
Salomo zit op de troon van het koninkrijk des HEEREN, zoals Petrus de sleutels heeft van het nieuwe Davidische Koninkrijk, terwijl de echte Koning (Jezus) in de hemel is.

Ezech. 24:
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen één Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
Jezus is onze Koning, en Petrus de aardse herder, er is immer één Herder.

Luc. 12:
41 En Petrus zeide tot Hem: Heere! zegt Gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen? 42 En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven? 43 Zalig is de dienstknecht, welken zijn heer, als hij komt, zal vinden, alzo doende. 44 Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal.
Op retorische wijze geeft Jezus hier aan dat Petrus de hoofddienstknecht is, wanneer Hij zegt: “Wie dan (Petrus) is de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, …..Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal.”

Petrus sleutels en de pauselijke opvolging

Jer. 33:
17 Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israëls zitte.
Dan. 2:
44 Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.
In beide profetieën wordt beloofd dat Davids aardse koninkrijk eeuwig zal blijven en steeds een opvolger zal kennen, dit betekent dat er na Christus ook steeds een opvolger geweest moet zijn, of deze profetie is vals.

Jes. 22:
21 En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal den inwoneren te Jeruzalem en den huize van Juda tot een vader zijn.
Er is steeds een opvolger geweest op Davids troon, zoals hier Eljakim die Shebna opvolgt. Opvallend is ook dat Eljakim hier vader genoemd wordt van het huis van Juda, zo noemen de Katholieken de paus nu ook vader.

Hand 1:
20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone. En Een ander neme zijn opzienersambt. 21 Het dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons in- en uitgegaan is, 22 Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, één derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding. 23 En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Bársabas, die toegenaamd was Justus, en Matthías.
Vanaf het begin is er direct sprake van opvolging, zo wordt de plaats van Judas direct ingenomen door iemand anders, en op gelijke wijze is later ook een vervanger van Petrus gekozen, toen deze gestorven was.