Posts tonen met het label mgr. Schneider. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mgr. Schneider. Alle posts tonen

dinsdag 5 juni 2018

Interview met bisschop Athanasius Schneider


Bisschop Athanasius Schneider maakt steeds meer zijn naam waar. Hij reist heel de wereld rond en komt moedig op (samen met andere bisschoppen van Kazachstan) voor het orthodoxe katholieke geloof dat overal in de wereld, tot in Rome toe, bedreigd wordt. Immers zijn naam genoot en patroonheilige was in de Ariaanse crisis in de Kerk een tamelijk eenzame voorvechter voor het katholieke geloof. Hier volgt een interview met OnePeterFive, waarin onderwerpen aan de orde komen als: zegening van homoseksuelen, communiceren door protestanten en gehuwd priesterschap.

Maike Hickson (MH):
Aan het begin van het jaar stelden vertegenwoordigers van de Duitse Bisschoppenconferentie een zegen voor homoseksuele paren voor. Wat is daarop het antwoord in het licht van het katholieke geloof?

Bisschop Athanasius Schneider (BAS):
Het geven van een zegen aan een homoseksueel paar betekent het zegenen van de zonde, niet alleen van buitenhuwelijkse seksuele handelingen maar wat nog erger is, van seksuele handelingen tussen personen van hetzelfde geslacht, dat is het zegenen van de zonde van sodomie, die door heel de mensengeschiedenis en door de hele christelijke traditie beschouwd wordt als een ten hemel schreiende zonde (vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1867). Waarom schreit een dergelijke zonde ten hemel? Omdat ze op directe wijze te niet doet, schendt en in strijd is met de natuur en de ordening van de menselijke seksualiteit in de wederzijdse complementariteit van de twee geslachten zoals ze in de oneindige wijsheid van God geschapen zijn. Homoseksuele handelingen of homoseksuele relaties gaan rechtstreeks in tegen het verstand en iedere logica, en tegen de uitdrukkelijke wil van God.
Homoseksuele handelingen zijn intrinsiek zo onzinnig dat men ze bijv. kan vergelijken met de onzinnigheid van het frustreren van de werking van de veiligheidsgordel waar de “tong” (mannelijk) in de “gesp”(vrouwelijke verbinding) geduwd wordt. Iedereen met gezond verstand zal zeggen dat het onzinnig is voor een veiligheidsgordel alleen twee tongen of alleen twee gespen te gebruiken. Dat zal niet werken en zal in veel gevallen de dood veroorzaken omdat de gordel niet was vastgemaakt. Zo veroorzaken ook homoseksuele handelingen de geestelijke dood en dikwijls de fysieke dood vanwege het extreem hoge risico op geslachtsziekten.
Als geestelijken het zegenen van homoseksuele relaties promoten, promoten zij een zonde, die ten hemel schreit, en zij promoten een logische absurditeit. Dergelijke geestelijken begaan daarbij een zware zonde en hun zonde is zelfs ernstiger dan die van de homoseksuele partners die zij zegenen omdat zij deze mensen aanmoedigen tot een leven van voortdurende zonde en hen bijgevolg bloot stellen aan het reële gevaar van de eeuwige veroordeling. Deze geestelijken zullen zeker van God  – op het ogenblik van hun persoonlijk oordeel – deze woorden te horen krijgen: “Als Ik tot de boosdoener zegt: Ge zult zeker sterven, en gij waarschuwt hem niet, en laat na hem op zijn slecht gedrag te wijzen om zijn leven te redden, dan zal die boosdoener weliswaar om zijn eigen schuld sterven, maar u zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed.” (Ez. 3, 18) De geestelijken die homoseksuele praktijken zegenen voeren opnieuw een soort heidense tempelprostitutie in. Een dergelijke klerikaal gedrag is vergelijkbaar met geloofsafval en op hen zijn volledig toepasbaar de volgende woorden van de Heilige Schrift: “Want sommige lieden, wier vonnis al lang in de Schrift beschreven staat, zijn erin geslaagd heimelijk uw gemeente binnen te dringen; goddeloze mensen zijn het, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid, en Jezus Christus, onze enige Meester en Heer, verloochenen.” (Jud. 4)

MH: Pater Anselm Grün, een Duits schrijver wiens boeken onlangs door de paus geprezen zijn, zegt nu dat hij zich in de toekomst een vrouwelijke paus kan voorstellen. Kardinaal Schönborn heeft ook onlangs gezegd dat een toekomstig concilie nieuwe regels zou kunnen opstellen voor vrouwelijke priesters en zelfs bisschoppen. Wat is hier mogelijk en goed in de Kerk en wat niet? Wat is de eigen rol van vrouwen in de Kerk in het licht van de evangelies?

BAS:
Door goddelijke beschikking kan het sacrament van de wijding (sacramentum ordinis) alleen toegediend worden aan een man. De Kerk heeft niet de macht dit wezenlijk kenmerk van dit sacrament te veranderen, omdat zij geen substantieel aspect van de sacramenten kan veranderen, zoals het Concilie van Trente heeft geleerd (vgl. sess. 21, cap. 2). Paus Johannes Paulus II heeft verklaard dat de onmogelijkheid om vrouwen te wijden een onfeilbaar leerstuk van het gewone universele leergezag is (vgl. antwoord van de Congregatie voor de Geloofsleer van 28 oktober 1995).
Wie hardnekkig deze geopenbaarde waarheid betwijfelt of ontkent, begaat de zonde van ketterij, en als je het publiek en hardnekkig blijft doen, wordt de zonde een canoniek misdrijf dat een automatische excommunicatie (latae sententiae) met zich meebrengt. Er zijn een aantal clerici, zelfs in de rijen van de bisschoppen, die tegenwoordig die zonde bedrijven en zich daarbij onzichtbaar afscheiden van de gemeenschap van het katholieke geloof. Op hen kunnen gerust de volgende woorden van God worden toegepast: “Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons.”(1 Joh. 2, 19).
Geen paus, geen oecumenisch concilie kan ooit een vrouwenwijding toestaan (noch tot het diaconaat, het presbyteraat of het episcopaat). Als ze in een hypothetisch geval zoiets zouden doen, zou de Kerk worden vernietigd in een van haar wezenlijke werkelijkheden. Maar dit kan nooit gebeuren omdat de Kerk onverwoestbaar is en Christus het ware hoofd is van zijn Kerk, die niet zal toestaan dat de poorten van de hel haar in dit concrete aspect zullen overweldigen.
De mooiste, de meest unieke en onvervangbare rol van de vrouw in de Kerk is de roeping tot en de  waardigheid van het moederschap, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk omdat iedere vrouw van nature moederlijk is. Innig verbonden met haar moederlijke roeping is haar roeping tot en waardigheid van bruid. In haar waardigheid van bruid verkondigt de vrouw de waarheid dat elke christelijke ziel, en dus ook de ziel van de man, een bruid van Christus moet zijn. In roeping tot moeder en bruid, beleeft de vrouw het innerlijk priesterschap van het hart dat uniek is voor haar en dat complementair is aan het uiterlijke ministeriële mannelijke priesterschap van de apostelen. Hoe wijs heeft God de orde van de natuur ingericht, die we zelfs mooier terugzien in de orde van de genade, in het sacrament van de heilige wijdingen! Een vrouwenwijding zou de goddelijke orde vernietigen en zou alleen geestelijke lelijkheid brengen, geestelijke onvruchtbaarheid en uiteindelijk afgoderij.

MH: De Duitse bisschoppen keurden in februari een papier goed dat protestantse echtgenoten van katholieken in individuele gevallen en na een periode van onderscheiding toestaat op regelmatige basis de heilige communie te ontvangen. In het licht van de sacramentele ordening van de Kerk en ook in het licht van de noodzaak voor katholieken regelmatig tot het sacrament van de biecht te naderen, is een dergelijke zet van de Duitse bisschoppen überhaupt geoorloofd en mogelijk?

BAS:
Sinds de tijd van de apostelen (vgl. Hand. 2, 42) zijn de volheid van het geloof (doctrina apostolorum), de hiërarchische communio (communicatio) en de eucharistische communie (fractio panis) onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het toelaten van iemand tot de heilige communie mag de Kerk die persoon nooit dispenseren van het belijden van de volheid van het katholieke geloof. Het is onvoldoende van hem slechts het katholieke geloof in de het sacrament van de eucharistie  te vragen (in het sacrament van de biecht of de ziekenzalving). Een gedoopt iemand toelaten tot de heilige communie en hem niet als noodzakelijke voorwaarde vragen dat hij alle andere katholieke waarheden aanvaardt (bijv. de dogma’s over het hiërarchisch en zichtbaar karakter van de Kerk, het jurisdictieprimaat van de paus, de onfeilbaarheid van de paus, van de oecumenische concilies en van het universeel en gewoon leergezag, de Mariale dogma’s) is in tegenspraak met de noodzakelijk zichtbare eenheid van de Kerk en met de aard van het eucharistisch sacrament zelf. Het eigen effect namelijk van de eucharistische communie is de uiting van de volkomen eenheid van de leden van de Kerk in het sacramentele teken van de eucharistie. Daarom is het ontvangen zelf van de heilige communie in de katholieke Kerk – zelfs in uitzonderlijke gevallen – door een protestantse of een orthodoxe christen uiteindelijk een leugen. Het is in tegenspraak met het sacramentele teken en de innerlijke sacramentele werkelijkheid, in zoverre zij, de niet katholieken die te communie gaan, willens en wetens zichtbaar blijven horen bij het andere geloof van hun protestantse resp. orthodoxe gemeenschappen.
Wij zien in dit verband ook het problematische en tegenstrijdige principe van canon 844 van het Wetboek van Canoniek Recht (over de toediening van bepaalde sacramenten zoals de heilige eucharistie aan niet-katholieke christenen in noodsituaties of bij levensgevaar). Dit principe gaat in tegen de apostolische traditie en de constante praktijk van de katholieke Kerk gedurende tweeduizend jaar. Reeds in de  tijd vlak na de apostelen (in de tweede eeuw) leefde de Romeinse Kerk deze regel na zoals de heilige Justinus getuigt: “Dit voedsel wordt onder ons eucharistie genoemd en niemand mag er deel aan hebben dan slechts iemand die gelooft dat de dingen wij leren, waar zijn” (Apol. I, 66). Het probleem, dat onlangs door de Duitse bisschoppenconferentie is geschapen, is – om eerlijk te zijn – slechts het logische gevolg van de problematische toegevingen zoals geformuleerd in canon 844 van het Wetboek van Canoniek Recht.

MH: Sommige waarnemers worden hier herinnerd aan de invoering van de communie op de hand, die eerste regionaal werd ingevoerd, alleen om later voor de universele Kerk te worden ingevoerd. Ziet u hier parallellen?

BAS: Volgens de logica van de menselijke zwakheid, de dynamiek van de ideologische druk en de besmettende gevolgen van slechte voorbeelden zullen ook de uitzonderingen waarin de communie aan protestanten wordt gegeven, mettertijd een grote verspreiding krijgen die dan moeilijk te stoppen zal zijn.

MH: Ziet u in het licht van het jongste Duitse intercommunieproject grenzen aan de roep om decentralisatie in de Kerk?

BAS: Als er een reëel gevaar is dat in een particuliere Kerk de integriteit van het katholieke geloof en de daarmee corresponderende sacramentele praktijk wordt aangetast, moet de paus zijn plicht doen en deze gebreken corrigeren om de eenvoudige gelovigen te beschermen tegen een afwijking van de zuiverheid van het katholieke en apostolische geloof. Wanneer bisschoppen tegen hun opdracht ingaan die zegt dat zij “de eenheid van het geloof en de discipline die eigen is aan heel de Kerk [moet] bevorderen” (Vaticanum II, Lumen Gentium 23), dat moet de paus tussenbeide komen vanwege zijn taak als “de leraar van alle gelovigen” en de “hoogste leraar van heel de Kerk” (Lumen Gentium 25). Als tijdens de vaart enkele van de scheepsofficieren gaten beginnen te boren in de zijkant van het vaartuig, kan de scheepskapitein niet zeggen: “Ik kom niet tussenbeide, want ik wil het principe van decentralisatie volgen”. Iedereen met gezond verstand zal dergelijk gedrag als onverantwoordelijk en absurd beschouwen, omdat het fatale gevolgen zal hebben. Als dat waar is voor het fysieke leven, hoeveel te meer dan is dit waar voor het bovennatuurlijke leven van de zielen! Als echter plaatselijke bisschoppen hun werk om het geloof, de discipline en de liturgie van de Kerk te bevorderen en te bewaren goed doen, dan moet de paus hun initiatieven op geen enkele manier beperken. In dat geval is er sprake van een gezonde decentralisatie. In “al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient” (Fil. 4, 8) wat de plaatselijke bisschop doet, moet de paus niet tussenbeide komen en hij moet hen met rust laten in deze gedecentraliseerde goede werken.

MH: In de context van de komende Amazonesynode 2019 is er een veelvuldige roep om toelating van de het gehuwde priesterschap in de Latijnse ritus. Wat is uw antwoord daarop. Moet en kan de katholieke Kerk deze weg bewandelen?

BAS: De Rooms katholieke Kerk moet niet in de val trappen van de “viri probati” of  overweldigd worden door het feit van het grote priestertekort in sommige streken. Een dergelijke reactie zou al te menselijk zijn en het zou een gebrek betekenen aan een bovennatuurlijke kijk op de Goddelijke Voorzienigheid, die de Kerk altijd leidt. Er zijn voldoende bewijzen van periodes en streken in de kerkgeschiedenis met een groot priestertekort waarbij het katholieke geloof van de leken niettemin bloeiend was vanwege de overdracht van het geloof in het gezin en vanwege het getuigenis van deugdzame ongehuwde personen. Ikzelf bracht mijn kindertijd in dergelijke omstandigheden door. Er was daar toen verschillende jaren geen priester.

Het wordt door documenten van de vroege Kerk genoegzaam aan getoond dat het priesterlijk celibaat of de priesterlijke onthouding van apostolische oorsprong is. In de apostolische tijd en in de tijd van de kerkvaders was het een overgeleverde en in het begin ongeschreven norm, dat de gewijde clericus vanaf het moment van de heilige wijding (diaken, priester en bisschop) in voortdurende seksuele onthouding moest leven ongeacht of hij gehuwd of alleenstaand was. Er zijn degelijke wetenschappelijke studies die dit feit bevestigen, bijv. de studies van Christian Cocchini, kardinaal Alfons Stickler, Stefan Heid e.a. De synode van Carthago (390) in de tijd van St.-Augustinus verklaarde dat blijvende onthouding is “wat de apostelen hebben geleerd en wat de oude Kerk in acht heeft genomen”. Paus Leo de Grote (+ 450), die gewetensvol de apostolische tradities onderhield, zei: “De wet van de onthouding is dezelfde voor de dienaars van het altaar, voor de bisschoppen en voor de priesters; toen zij nog leken of lectoren waren, konden zij vrijelijk een vrouw nemen en kinderen verwekken. Maar op het moment dat zij bovengenoemde rangen bereikt hebben, is het niet langer toegestaan wat vroeger wel was toegestaan”(Epist. ad Rusticum). Het categorisch verbod om een huwelijk te sluiten na de wijding was algemeen van kracht en is nog van kracht zelfs in de orthodoxe kerken waar het celibaat voor diocesane priesters is afgeschaft. Er is duidelijk bewijs van het feit dat de wet van de onthouding voor de hogere wijdingen van apostolische oorsprong is.
De eerste poging om te breken met de apostolische traditie van de onthoudingswet, dat is met de celibaatswet in bredere zin, vormt de wetgeving van de Byzantijnse kerk op de zogenaamde Tweede Synode van Trullo (691), die echter niet door Heilige Stoel is erkend. Volgens de Byzantijnse wetgeving moet de gehuwde priester seksuele onthouding in acht nemen in de nacht voordat hij het eucharistisch offer zal celebreren. Maar een echte katholieke priester die dag en nacht “een andere Christus” (alter Christus) is en die daarom dagelijks het heilige Offer zou moeten celebreren, moet altijd in volkomen onthouding leven. Dat is een logisch gevolg van de ontologische waardigheid van het nieuwtestamentische priesterschap en van de blijvende verbinding met het brengen van Christus’ offer op het altaar, anders dan het vleselijke erfelijke priesterschap van het oude testament waarbij seksuele onthouding verplicht was tijdens de periodieke dienst in de tempel. Juist met een verwijzing naar de priesters van het Oude Testament, aan wie het was toegestaan seksuele gemeenschap te hebben met hun vrouwen, ontsloeg de Synode van Trullo in 691 de gehuwde priesters van de onthoudingswet.
Als de geplande Amazonesynode in 2019 het gehuwde priesterschap zal invoeren, zelfs in afzonderlijke gevallen en in specifieke geografische gebieden, zal de dynamiek van een dergelijke vernieuwing – het verschijnsel van het gehuwde priesterschap – ongetwijfeld de hele Latijnse Kerk overspoelen. Wij hopen dat de Amazonesynode 2019 niet de invoering van de levenswijze van de oudtestamentische priesters zal bevorderen, een levensstijl die vreemd is aan Christus, de eeuwige Hogepriesters en aan de apostolische Traditie. Bovendien, er bestaat een een uitstekende roman van de Argentijnse schrijver Hugo Wat (pseudoniem van Gustavo Adolfo Martínez Zuviría, + 1962) met de titel “Lo que Dios ha unido” (wat God verbonden heeft) waarin de auteur op overtuigende en briljante wijze laat zien dat het katholieke priesterschap niet kan samengaan met een seksueel actief huwelijksleven.

MH: Op een onlangs gehouden conferentie in het Vaticaan werden er giften overhandigd aan de deelnemers die erg leken op de symbolen van de vrijmetselarij. Is dat een problematische ontwikkeling met het oog op het ongeschonden bewaren van de katholieke leer?

BAS: De genoemde “giften” die men beschreven en vertoond ziet op internet zijn openlijk heidens, esoterisch en maçoniek. Deze handelingen die plaats vonden in het Vaticaan waar de zetel van de waarheid (“cathedra veritatis”) van de heilige Petrus staat, kunnen ons herinneren aan de herhaaldelijke episodes in het oude testament als het volk van God en sommige van hun religieuze leiders waren afgevallen van de ware en enige eredienst van God. Want naar de mening van sommige religieuze leiders in het oude testament was het geoorloofd de eredienst aan de ware God te verbinden met afgodenverering. Echter God klaagde dit door de mond  van al zijn profeten aan als een gruweldaad. Er kan geen twijfel over bestaan of de boven genoemde heidense cultische vertoning in het Vaticaan dezelfde veroordelende stemmen van de al de bijbelse profeten over zich zou afroepen. Deze tragische periode in het Vaticaan laat enige gelijkenis zien met het volgende profetische visioen van de zalige Anna Catharina Emmerick: “Ik zag weer de huidige paus en de donkere kerk van zijn tijd in Rome. [….]  En zie, een heel bijzonder gezicht! Ieder lid van de gemeenschap had een afgodsbeeld voor zijn borst, en zette het voor hem en bad tot het beeld. Het was alsof iedereen  zijn geheime gedachten of begeerten tevoorschijn haalde onder de verschijningsvorm van een donkere wolk die, eenmaal buiten, een of andere definitieve vorm aannam. Het meest bijzondere ervan was de afgodsbeelden de plaats vulden; de kerk was vol afgodsbeelden al waren er maar weinig aanbidders. Toen de dienst voorbij was, ging ieders ‘god’ weer in zijn borst. De hele kerk  was in zwart gehuld en alles wat erin gebeurde was gehuld in een duistere glans” (visioen van 13 mie 1820).

MH:  Het Vaticaan heeft onlangs besloten veel liturgische gewaden en andere gewijde zaken te lenen aan een seculiere modetentoonstelling in New York die ook kleding voor een vrouwelijke priester, een vrouwelijk bisschop, een vrouwelijke kardinaal, en zelfs een vrouwelijke paus zal laten zien. Verwart een dergelijke beslissing van het Vaticaan niet het gewijde met het profane en is het ook niet een oorzaak van morele en spirituele verwarring van de gelovigen?

BAS: Een dergelijke actie is duidelijke een profanatie van heilige zaken die gezegend werden voor de exclusieve eredienst van de ware God, de Allerheiligste Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Zonder dat men het wil wordt men herinnerd aan de profanatie van de heilige voorwerpen in het oude testament door koning Nebukadnessar (vgl. Dan. 5, 2). Maar “God laat niet met zich spotten” (Gal. 6, 7). De volgende woorden van God door de mond van de profeet Daniël zijn heel toepasbaar op het incident van de profanatie van de liturgische kleding, waarmee door een Vaticaanse autoriteit werd ingestemd: “maar boven de Heer van de hemel hebt u zich willen verheffen: u hebt het vaatwerk van zijn tempel laten halen en u, uw rijksgroten, uw vrouwen en bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken: goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen, die niet zien, niet horen en niet kennen, hebt u geëerd, terwijl u de God in wiens hand uw adem ligt en heel uw leven, niet hebt geprezen. Daarom heeft Hij die hand dit schrift laten schrijven. En dit staat er geschreven: Mene tekel ufarsin.” (Dan. 5, 23-25) Als de profeet Daniël nu zou leven en kennis zou krijgen van vermeld profaan gebruik van de gewijde gewaden, zou hij ongetwijfeld dezelfde woorden richten tot die mensen die hebben ingestemd met een dergelijke profanatie of eraan hebben meegewerkt.

MH: Onlangs was de wereld getuige van de zaak Alfie Evans waarin de staat besloot de beademing van een ziek kind te beëindigen. Aartsbisschop Paglia en enkele Britse bisschoppen prezen de staatom deze beslissing met de opmerking dat men geen buitensporige behandelingen moest toepassen. Wat is uw eigen antwoord in de zaak Alfie? Nam de staat de juiste beslissing, en gaat de seculiere wereld hier de juiste richting in? Wat moeten de principes zijn bij het omgaan met ernstig zieke kinderen of volwassenen?

BAS: De zaak Alfie is de top van een ijsberg. De ijsberg is de moderne anti-cultuur van het doden van ongeboren kinderen, een praktijk waarmee als een legale actie voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid begonnen is door de communistische en marxistische dictator Lenin in 1920. Sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw werd het legaal doden  van ongeboren kinderen langzamerhand als een georkestreerde actie verspreid in bijna alle Westerse landen. De wereldwijde ideologie van het doden van ongeboren baby’s is wezenlijk een ideologie van minachting voor de menselijkheid onder het cynische masker van de zogenaamde vrouwenrechten of de vage “reproductieve gezondheid”.

De abortusindustrie en zijn politieke ideologie heeft altijd categorisch de vergelijking van abortus met kindermoord afgewezen. Toch laat de zaak Alfie heel duidelijk aan de hele wereld zien dat de wereldwijde politieke, juridische en mediale macht die in staat is ongeborenen te vernietigen – het kwetsbare en zwakke ongeboren menselijke leven – een volgende kwaliteitsstap wil maken door de wettigheid van de kindermoord in te voeren door te beginnen met het legaal doden van een ernstig ziek kind. Met de zaak Alfie wilden zij een voorbeeld geven in die richting. Dat is inderdaad alleen maar een logisch gevolg van abortus, nu in combinatie met de euthanasie-ideologie. De zaak Alfie laat duidelijk zien wie wie is bij het onderwerp van de compromisloze verdediging van de onaantastbaarheid van het menselijk leven. Het bracht spontaan van alle hoeken van de aarde de verdedigers van het leven bijeen in een gezamenlijke gevechtslinie. Het was een kleine, maar nobele geestelijke legereenheid tegen een machtige samenzwering van een overeengekomen agenda van politici, van rechtbanken en – tot onze grote verbazing – van medici. Het leger voor het leven leek een nieuwe David tegenover de moderne Goliath van de kindermoord. Het leek alsof deze keer Goliath heeft gewonnen. Toch heeft in feite deze Goliath verloren. Want in de zaak Alfie hebben de partijen van de betrokken politici, rechtbanken en medici de morele geloofwaardigheid van onpartijdigheid, transparantie en gevoel voor rechtvaardigheid verloren. De winnaar was niettemin het kleine leger van Alfie. Want in de ogen van God en zelfs in de ogen van de geschiedenis zullen zij die de meest zwakke en kwetsbare menselijke wezens verdedigen – en dat zijn op de eerste plaats de ongeboren en ziek geboren kinderen – altijd de winnaars zijn. De politieke, juridische en medische samenzwering tegen het menselijk leven zal op een dag zeker ineenstorten, want het is inhumaan.
Op de zaak Alfie en op het kleine leger voor het leven rondom hem kan men deze woorden van Heilige Schrift toepassen: “Zij die onder tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.”(ps. 126, 5)

Vertaling: C. Mennen pr

donderdag 4 januari 2018

Verklaring van de onveranderlijke waarheden over het sacramenteel huwelijk

Na de publicatie van de Apostolische Exhortatie “Amoris Laetitia” (2016), vaardigden verschillende bisschoppen op lokale, regionale en nationale niveaus toepasbare normen betreffende de sacramentele discipline van die gelovigen, genaamd “gescheiden en hertrouwd”, die, terwijl ze nog steeds een levende echtgenoot hebben waarmee ze verenigd zijn met een geldige sacramentele huwelijksband, desalniettemin een stabiele samenwoning more uxorio begonnen zijn met een persoon die hun wettige echtgenoot niet is.

De voorgenoemde regels voorzien inter alia dat in individuele gevallen de personen, genaamd “gescheiden en hertrouwd”, het sacrament van de Biecht en de Heilige Communie mogen ontvangen, terwijl ze gewoon en doelbewust more uxorio leven met een persoon die niet hun wettige echtgenoot is. Deze pastorale normen hebben goedkeuring gekregen van verschillende hiërarchische autoriteiten. Sommige van deze normen hebben zelfs goedkeuring gekregen van de opperste autoriteit van de Kerk.

De verspreiding van deze kerkelijk goedgekeurde pastorale normen heeft een aanzienlijke en almaar toenemende verwarring veroorzaakt onder de gelovigen en de geestelijken, een verwarring die de centrale manifestaties van het leven van de Kerk raakt, zoals een sacramenteel huwelijk met de familie, de huiskerken en het sacrament van de Meest Heilige Eucharistie.

Volgens de leer van de Kerk, geeft enkel de sacramentele huwelijksband de grondslag voor een huiskerk (zie 2e Vat. Concilie, Lumen Gentium, 11). De toelating van de zogenaamde “gescheiden en hertrouwde” gelovigen tot de Heilige Communie, die de hoogste uiting is van de eenheid van Christus de Bruidegom met Zijn Kerk, betekent in de praktijk een manier van het goedkeuren of wettig maken van echtscheiding, en in deze betekenis een soort van introductie van echtscheiding in het leven van de Kerk.

De vernoemde pastorale normen worden in de praktijk en in de tijd onthuld als een middel om de ‘plaag van echtscheiding’ te verspreiden (een uitdrukking gebruikt door het Tweede Vaticaans Concilie, zie Gaudium et spes, 47). Het is een kwestie van het verspreiden van de ‘plaag van echtscheiding’, zelfs in het leven van de Kerk, wanneer de Kerk, in plaats hiervan, vanwege haar onvoorwaardelijke trouw aan de leer van Christus, een bolwerk zou moeten zijn, en een onmiskenbaar teken van tegenspraak tegen de plaag van echtscheiding die elke dag weliger tiert in de burgerlijke samenleving.

Ondubbelzinnig en zonder het toelaten van enige uitzondering herbevestigde onze Heer en Verlosser Jezus Christus plechtig Gods wil inzake het absolute verbod van echtscheiding. Een goedkeuring of wettiging van de schending van de heiligheid van de huwelijksband, zelfs indirect door de vernoemde nieuwe sacramentele discipline, spreekt ernstig Gods uitgedrukte wil en Zijn Gebod tegen. Deze praktijk vertegenwoordigt daarom een substantiële wijziging van de tweeduizend jaar oude discipline van de Kerk. Verder, zal een substantieel gewijzigde discipline uiteindelijk leiden tot een wijziging in de overeenkomende Leer.

Het voortdurende Magisterium van de Kerk, beginnend met de leer van de Apostelen en van al de Opperste Pontifexen, heeft zowel in de doctrine (in theorie) en in de sacramentele discipline (in praktijk) op een ondubbelzinnige wijze, zonder enige schaduw van twijfel en altijd op dezelfde manier en in dezelfde betekenis (eodem sensu eademque sententia) kristallijne leer van Christus bewaard en getrouw doorgegeven betreffende de onverbreekbaarheid van het huwelijk.

Vanwege de Goddelijk ingestelde natuur, mag de discipline van de sacramenten nooit het geopenbaarde woord van God en het geloof van de Kerk in de absolute onverbreekbaarheid van een bekrachtigd en geconsumeerd huwelijk tegenspreken. “Het sacrament vooronderstelt niet enkel geloof, maar door de woorden en voorwerpen voeden, sterken en uiten ze dit; dat is waarom ze ‘sacramenten van geloof’ worden genoemd” (Tweede Vaticaans Concilie, Sacrosanctum Concilium, 59). “Zelfs de opperste autoriteit in de Kerk kan de liturgie niet willekeurig veranderen, maar enkel in gehoorzaamheid van het geloof en met religieus respect voor het mysterie van de liturgie” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 1125).

Het Katholieke geloof sluit door z’n natuur een formele contradictie uit tussen het geloof dat wordt beleden aan de ene kant en het leven en de praktijk van de sacramenten aan de andere kant. Op deze manier kunnen we ook de volgende bevestiging van het Magisterum begrijpen: “Deze splitsing tussen het geloof welke vele belijden en hun dagelijkse leven verdient het om gerekend te worden onder de meer ernstigere dwalingen van ons tijdperk.” (Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes, 43) en “Dienovereenkomstig, moet de pedagogie van de Kerk altijd verbonden blijven met haar doctrine en nooit ervan gescheiden worden” (Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

In het zicht van het vitale belang die de leer en de discipline van het huwelijk en de Eucharistie vormen, is de Kerk genoodzaakt om te spreken met dezelfde stem. De pastorale normen betreffende de onverbreekbaarheid van het huwelijk, mag daarom niet tegengesproken worden tussen een bisdom en een ander, tussen één land en een ander. Sinds de tijd van de Apostelen, heeft de kerk deze beginselen in acht genomen, zoals de H. Ireneus van Lyon getuigt: “De Kerk, die doorheen de wereld tot aan de einden der aarde verspreid is, heeft het geloof van de Apostelen en hun leerlingen ontvangen, deze prediking en dit geloof met zorg bewaard, en alsof ze één huis bewoont, gelooft ze in op de zelfde identieke manier, alsof ze maar één ziel en één hart had, en ze verkondigt de waarheid van het geloof en geeft dit eenstemmig door, alsof ze maar één mond had.” (Adversus haereses, I, 10,2). Sint Thomas van Aquino geeft ons hetzelfde eeuwigdurende beginsel van het leven van de Kerk: “Er is één en hetzelfde geloof van de ouden van dagen en de hedendaagsen, anders zou er niet één en dezelfde Kerk zijn.” (Questiones Disputatae de Veritate, q. 14, a. 12c).

De volgende waarschuwing van Paus Johannes Paulus II blijft actueel en geldig: “De verwarring, gecreëerd in het geweten van vele gelovigen door de verschillen in meningen en onderrichtingen in theologie, in prediking, in catechese, in spirituele leiding, over serieuze en delicate vragen over de Christelijke moraal, mondt uit in het reduceren van de ware zin van zonde, bijna tot het punt van het te elimineren.”(Apostolische Exhortatie Reconciliatio et Paenitenia, 18).

De betekenis van de volgende verklaringen van het Magisterium van de Kerk is volledig toepasbaar op de doctrine en de sacramentele discipline betreffende de onverbreekbaarheid van een bekrachtigd en geconsumeerd huwelijk:

  • “Want de Kerk van Christus, de opmerkzame bewaarder die zij is, en verdediger van de dogma’s die bij haar werden neergelegd, reduceert nooit iets, voegt er nooit iets aan toe, maar met alle waakzaamheid behandelt zij de aloude leer getrouw en wijs, die het geloof van de Vaders heeft doorgegeven. Ze streeft ernaar om ze te onderzoeken en uit te leggen op zo’n manier dat de aloude dogma’s van de hemelse leer duidelijk en helder wordt gemaakt, maar hun volle, integrale en eigenlijke natuur ervan bewaren, en enkel groeien binnen hun eigen genus – dat is, binnen hetzelfde dogma, op dezelfde manier en dezelfde betekenis” (Pius IX, Dogmatische bul Ineffabilis Deus)
  • “Met betrekking tot de eigenlijke substantie van de waarheid, heeft de Kerk voor God en voor de mensen de heilige plicht om het aan te kondigen, te onderrichten zonder enige verzwakking, zoals Christus het heeft geopenbaard, en er is geen tijdsbepaling die de strengheid van deze plicht kan reduceren. Het bindt in geweten elke priester aan wie de zorg van het onderrichten, vermanen en begeleiden van de gelovigen werd toevertrouwd” (Pius XII, Toespraak aan parochiepriesters en Vastenpredikers, 23 maart 1949).
  • “De Kerk historiseert en relativeert de natuur van de Kerk die altijd gelijk en trouw aan zichzelf is, zoals Christus het heeft gewild en authentieke traditie ze perfectioneerde, niet tot de gedaanteverwisselingen van de profane cultuur.” (Paulus VI, homilie van 28 oktober 1965)
  • · “Nu is het een buitengewone manifestatie van liefdadigheid tegenover zielen om niets weg te laten van de reddende leer van Christus” (Paulus VI, Encycliek Humanae Vitae, 29).
  • “Gelijk welke echtelijke moeilijkheden worden opgelost zonder ooit de waarheid te vervalsen en te compromitteren” (Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Familiaris Consortio, 33).
  • “De Kerk is op geen enkele manier de auteur of de scheidsrechter van deze norm (van de Goddelijke morele wet). In gehoorzaamheid aan de waarheid, die Christus is, wiens beeld weerspiegeld wordt in de natuur en de waardigheid van het menselijk persoon, interpreteert de Kerk de morele norm en stelt ze dit voor aan alle mensen van goede wil, zonder diens eisen van radicaliteit en perfectie te verdoezelen” (Johannes Paulus II, Apostolische Exhoratatie Familiaris Consortio, 33).
  • “Het andere beginsel is dat van waarheid en consistentie, waarbij de Kerk er niet mee instemt om goed kwaad en kwaad goed te noemen. Haarzelf baserend op deze twee complementaire beginselen, kan de Kerk enkel haar kinderen uitnodigen die zichzelf in deze pijnlijke situaties bevinden, om de goddelijke barmhartigheid te benaderen op andere wijzen, echter niet door de sacramenten van biecht en eucharistie tot op het tijdstip dat ze de gepaste maatregelen genomen hebben” (Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 34).
  • De vastberadenheid van de Kerk in het verdedigen van de universele en niet-veranderende morele normen is helemaal niet vernederend. Het enige doel hiervan is om de ware vrijheid van de mens te dienen. Omdat er geen vrijheid kan zijn los van, of in tegenstelling tot de waarheid” (Johannes Paulus II, Encycliek Veritatis Splendor, 96).
  • “Wanneer het een kwestie is van de morele normen die intrinsiek kwaad verbieden, zijn er geen privileges of uitzonderingen voor wie dan ook. Het maakt geen verschil of men de baas van de wereld of de ‘armste van de armen’ is op het aanschijn der aarde. Voor de eisen van de moraliteit zijn we allen absoluut gelijk” (Johannes Paulus II, Encycliek Veritatis Splendor, 96).
  • “De verplichting van het herhalen van deze onmogelijkheid van het toedienen van de Eucharistie is vereist voor de authentieke pastorale zorg en voor een authentieke bezorgdheid voor het welzijn van deze gelovigen en van de hele Kerk, daar het de voorwaarden aangeeft die noodzakelijk zijn voor de volheid van die bekering waartoe iedereen altijd geroepen worden door de Heer” (Pauselijke Raad voor Wetgevende teksten, verklaring over de toelaatbaarheid van de H. Communie aan de gescheiden en hertrouwden, 24 juni 2000, n. 5).

Als katholieke bisschoppen, die – volgens de leer van het Tweede Vaticaans Concilie – de eenheid van het geloof en de algemene discipline van de Kerk moeten verdedigen, en ervoor zorgen dat het licht van de volle waarheid zou oprijzen voor alle mensen (Lumen Gentium, 23), zijn we in geweten gedwongen om in het zicht van de huidige ongebreidelde verwarring de onveranderlijke waarheid en de tegelijk onveranderlijke discipline betreffende de onverbreekbaarheid van het huwelijk overeenkomstig de tweeduizend jaar oude en ongewijzigde leer van het Magisterium van de Kerk te verklaren. In deze geest herhalen wij:

  • Seksuele relaties tussen twee mensen die met elkaar niet in de band van een geldig huwelijk zijn – wat voorkomt in het geval van de zogenaamde “gescheiden en hertrouwden” – zijn altijd tegengesteld aan Gods wil en vormen een ernstig vergrijp tegen God.
  • Geen enkele omstandigheid of zekerheid, zelfs niet een mogelijke toerekenbaarheid of verminderde schuld, kan zo’n seksuele relaties tot een positieve morele realiteit en aangenaam aan God maken. Hetzelfde geldt voor de andere negatieve voorschriften van de Tien Geboden van God. Omdat er “daden bestaan die, per se en op zichzelf, onafhankelijk van omstandigheden, altijd ernstig verkeerd zijn op grond van hun doel” (Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 17).
  • De Kerk bezit niet het onfeilbare charisma van het oordelen van de interne staat van genade van een lid van de gelovigen (zie Concilie Trente, sessie 24, hoofdstuk 1). Het niet-toelaten tot de H. Communie van de zogenaamde “gescheiden en hertrouwden” betekent daarom niet een oordeel over hun staat van genade vóór God, maar een oordeel over de zichtbare, publieke en objectieve aard van hun situatie. Vanwege de zichtbare natuur van de sacramenten en van de Kerk zelf, hangt het ontvangen van de sacramenten noodzakelijkerwijs af van de overeenkomende zichtbare en objectieve situatie van de gelovigen.
  • Het is niet moreel wettig om in seksuele relaties betrokken te zijn met een persoon die niet diens wettige echtgenoot is, om zogezegd een andere zonde te vermijden. Vermits het Woord van God ons leert dat het niet wettig is om “kwaad te doen, zodat er goed kan uit voortkomen” (Romeinen, 3,8).
  • De toelating van zo’n personen tot de H. Communie mag enkel toegelaten worden wanneer zij met de hulp van Gods genade en een geduldige en individuele pastorale begeleiding een oprechte intentie vormen om van nu af aan de gewoonte van zo’n seksuele relaties vaarwel te zeggen, en om ergernis te vermijden. Het is op deze manier dat de ware onderscheiding en pastorale begeleiding altijd werden geuit in de Kerk.
  • Mensen die continue niet-huwelijkse seksuele relaties hebben, schenden hun onverbreekbare sacramentele echtelijke band met hun levensstijl in relatie tot hun wettige echtgenoot. Om deze reden zijn ze niet toegelaten “in Geest en in Waarheid” (zie Joh. 4,23) aan het Eucharistisch bruiloftsmaal van Christus, waarbij we ook de woorden in acht nemen van de ritus van de H. Communie: “Gezegend zijn de gasten aan het bruiloftsmaal van het Lam! (Openbaring, 19,9).
  • De vervulling van Gods wil, geopenbaard in Zijn Tien Geboden en in Zijn expliciet en absoluut verbod van echtscheiding, vormt het ware spirituele goed van de mensen hier op aarde en zal hen leiden tot de ware vreugde van liefde in de verlossing van het eeuwig leven.

Bisschoppen zijnde in het pastorale ambt, die het Katholieke en Apostolische geloof promoten (cultores catholicae et apostolicae fidei”, zieMissale Romanum, Canon Romanus), zijn we ons bewust van deze zware verantwoordelijkheid en onze plicht voor de gelovigen die van ons publieke en ondubbelzinnige verklaring van de waarheid en de onveranderlijke discipline van de Kerk betreffende de onverbreekbaarheid van het huwelijk verwachten. Omwille van deze reden mogen wij niet stil blijven.

We bevestigen daarom in de geest van de H. Johannes de Doper, de H. John Fisher, de H. Thomas More, de Zalige Laura Vicuña en van talloze andere bekende en onbekende belijders en martelaren van de onverbreekbaarheid van het huwelijk:

Het is niet wettig (non licet) om ofwel direct of indirect echtscheiding en een niet echtelijke stabiele seksuele relatie te rechtvaardigen, goed te keuren of wettig te verklaren door de sacramentele discipline van het toelaten van zogenaamde “gescheiden en hertrouwden” tot de H. Communie, in dit geval een discipline vreemd aan de hele Traditie van het Katholieke en Apostolische Geloof.

Door het vormen van deze publieke verklaring voor ons geweten en voor God die ons zal oordelen, zijn we er diep van overtuigd dat we een dienstbetoon van liefdadigheid in waarheid aan de Kerk van onze dagen en aan de Opperste Pontifex, Opvolger van St. Petrus en Vicaris van Christus op aarde, hebben verleend.

31 december 2017, feest van de H. Familie, in het jaar van het eeuwfeest van de verschijningen van O.L.Vrouw in Fatima.

+ Tomash Peta, Aartsbisschop-Metropoliet van het Aartsbisdom van de H. Maria in Astana
+ Jan Pawel Lenga, Aartsbisschop van Karaganda
+ Athanasius Schneider, Hulpbisschop van het Aartsbisdom van de H. Maria in Astana

donderdag 16 juni 2016

Catholic faith and martyrdom


Most Rev. Athanasius Schneider, Auxiliary Bishop of Astana

“Be faithful unto the death and I will give you the crown of the life” (Apoc 2:10). These words of Our Lord are a holy task for every Christian. To be faithful, means to keep the faith, which infused in our soul by the Triune God, in all its integrity, purity and beauty without changing nothing, without adding nothing to its unchangeable truths. “The word: I believe, means I hold everything that is contained in the articles of faith to be perfectly true; and I believe these truths more firmly than if I saw them with my eyes, because God, who can neither deceive nor be deceived, has revealed them to the Holy Catholic Church and through this Church to us.” (St. Pius X, Great Catechism).
Saint Thomas Aquinas says: “Faith is a habit of the mind, whereby eternal life is begun in us” (Summa theologica, II-II, q. 4, a. 1 c.). “Man, by assenting to matters of faith, is raised above his nature” (Summa theologica, II-II, q. 6, a. 1 c). The perennial sense of the Magisterium teaches us, that even the beginning of faith and the very desire of credulity is the gift of grace, which through the inspiration of the Holy Spirit reforms our will from infidelity to faith, from impiety to piety. Therefore such a beginning of faith is not naturally in us, and those who are alien to the Church of Christ have not the supernatural faith (cf. II Council of Orange, can. 5: Denzinger-Schönmetzer 375).
The Mysteries of Faith: “Mysteries of faith are truths above reason and which we are to believe even though we cannot comprehend them. We must believe mysteries because they are revealed to us by God, who, being infinite Truth and Goodness, can neither deceive nor be deceived. The mysteries cannot be contrary to reason, because the same God who has given us the light of reason has also revealed the mysteries, and He cannot contradict Himself.” (St. Pius X, Great Catechism).
The sacred Tradition: Tradition is the non-written word of God, which has been transmitted by word of mouth by Jesus Christ and by the apostles, and which has come down to us through the centuries by the means of the Church, without being altered. The teachings of Tradition are kept chiefly in the dogmatic decrees of Ecumenical Councils, the writings of the Holy Fathers of the Church, the unchanged and constant teachings of the Roman Pontiffs during a considerable long period of time, the words and practices of the sacred Liturgy. We must attach to Tradition the same importance as the revealed word of God, which Holy Scripture contains (cf. St. Pius X, Great Catechism).

The Treasure of the altar: the ineffable majesty of Holy Communion

Via deze link is de lezing te beluisteren.
Most Rev. Athanasius Schneider, Auxiliary Bishop of Astana

1.      Holy Communion is the treasure of the altar
The Council of Trent teaches us: "Our Lord Jesus Christ, proclaiming himself a priest for ever according to the order of Melchizedek (cf. Ps 109: 4; Heb. 5:6), offered to God the Father his body and his blood under the species of bread and wine and under the same symbols gave to the apostles  to take. ...He celebrated, in fact, the old Pasch ...[and] instituted the new Passover, namely himself, that has to be offered by the Church through his priests under visible signs. ...And St. Paul says (1 Cor 10:21) that those who are contaminated by participating in the table of demons cannot attend the Lord's table, table meaning in both cases the altar" (Sess. XXII, chap. 1).

Christ sacramentally anticipated the offering of the sacrifice of the Cross on the table of the Last Supper. The visible altar of the Church, the Catholic altar, therefore also represents the table of the Last Supper. However, in the proper sense the Catholic altar indicates the Cross and the rock of Calvary, because the Eucharistic sacrifice is not properly the actualization or sacramental representation of the Last Supper, but of the sacrifice of the Cross, and is the "sacrament of the sacrifice of the Cross."

woensdag 4 mei 2016

“Amoris laetitia” - de noodzaak tot verheldering om een algemene verwarring te vermijden

De paradox van de tegenstijdige interpretaties van “Amoris laetitia”.
Bisschop Athanasius Schneider
[Engelse tekst, gepubliceerd met toestemming van Mgr. Schneider op: http://voiceofthefamily.com]

De recent gepubliceerde Apostolische Exhortatie “Amoris laetitia” (AL) die een overvloed van spirituele en pastorale rijkdommen bevat met betrekking tot het leven binnen het huwelijk en het christelijk gezin in onze tijd, heeft helaas binnen zeer korte tijd geleid tot zeer tegengestelde interpretaties, zelfs onder de bisschoppen.

Er zijn bisschoppen en priesters die publiekelijk en openlijk verklaren dat AL een zeer duidelijke opening biedt naar de communie voor gescheiden en hertrouwde mensen, zonder van hen te eisen dat zij in onthouding leven. In zijn uitleg van AL met betrekking tot irreguliere paren heeft een voorzitter van een Bisschoppenconferentie gezegd in een tekst die op de website van dezelfde bisschoppenconferentie gepubliceerd werd: “Dit is een barmhartige regeling, een openheid van hart en geest die geen wet nodig heeft, geen richtlijn verwacht, niet verwacht dat iemand zegt wat je moet doen. Het kan en moet onmiddellijk gebeuren.”

Deze mening werd verder bevestigd door de recente verklaringen van pater Antonio Spadaro SJ, na de Bisschoppensynode in 2015, dat de Synode de “fundamenten” had gelegd voor de toelating van hertrouwd gescheidenen tot de communie door “een deur te openen” die nog gesloten was geweest tijdens de voorgaande Synode in 2014. Nu is zijn voorspelling bevestigd, zoals pater Spadaro beweert in zijn commentaar op AL. Er zijn geruchten dat pater Spadaro lid was van het redactieteam achter AL.

zaterdag 26 december 2015

Een achterdeur naar een neo-mozaïsche praktijk in het Slotrapport van de Synode

De 14de Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode (4-25 oktober 2015), die gewijd was aan het thema “De roeping en de zending van het gezin in de Kerk en de wereld van deze tijd”, heeft een Slotrapport uitgebracht met enkele pastorale voorstellen ter beoordeling van de paus. Het document zelf is slechts van raadgevende aard en bezit geen formele magisteriële (van het leergezag) waarde.

Reeds tijdens de Synode verschenen de echte nieuwe leerlingen van Mozes en de nieuwe Farizeeën, die in de nrs 84-86 van het Slotrapport een achterdeur openden of dreigende tijdbommen legden voor de toelating van hertrouwd gescheidenen tot de Heilige Communie. Tegelijkertijd werden die bisschoppen, die onverschrokken “de eigen trouw van de Kerk aan Christus en aan diens waarheid” (paus Johannes Paulus II , Apostolische Exhortatie Familiaris Consortio, 84) verdedigden, in sommige mediaverslagen uitgemaakt voor Farizeeën.

De nieuwe leerlingen van Mozes en de nieuwe Farizeeën tijdens de laatste twee vergaderingen van de Synode  (2014en 2015) maskeerden hun praktische ontkenning van de onontbindbaarheid van het huwelijk en de afschaffing van het zesde gebod op een van geval-tot-geval basis onder het mom van het begrip barmhartigheid. Men gebruikt daarbij uitdrukkingen als “weg van onderscheiding”, “begeleiding”, “de leiding van de bisschop”, “dialoog met de priester”, “forum internum”, “een vollediger integratie in het leven van de Kerk”, een mogelijk afschaffing van de toerekenbaarheid in verband met het samenwonen in niet reguliere situaties (vgl. Slotrapport nrs. 84-86).

zondag 28 december 2014

Interview met hulpbisschop Athanasius Schneider


Gepubliceerd in: Polonia Christiana.

Vraag 1: Monseigneur, wat is uw mening betreffende de onlangs gehouden synode over het gezin? Wat is haar boodschap voor het gezin?

Gedurende de synode waren er momenten van duidelijke manipulatie van de kant van enkele prelaten die sleutelposities bezaten in de redactie en de leiding van de synode. Het tussenrapport (Relatio post disceptationem) was zonder meer een tevoren samengestelde tekst zonder enige verband met wat er werkelijk door de synodevaders was gezegd. In de alinea’s over homoseksualiteit, seksualiteit en “hertrouwd gescheidenen” en hun toelating tot de sacramenten vertegenwoordigde de tekst een radicale neoheidense  ideologie.
Het is de eerste keer in de kerkgeschiedenis dat een dergelijke heterodoxe tekst als document van een officiële vergadering van katholieke bisschoppen onder leiding van een paus gepubliceerd is, al had de tekst dan slechts een voorlopig karakter. Dank zij God en de gebeden van de gelovigen over heel de wereld heeft een consistent aantal synodevaders deze agenda vastbesloten van de hand gewezen. Deze agenda weerspiegelt de corrupte en heidense hoofdstroom van onze tijd en wordt wereldwijd door politieke druk en door de bijna almachtige officiële massamedia doorgedrukt. Zij zijn horig aan de wereldwijde genderideologie-partij.