Hoeveel mensen er precies naar de hemel of naar de hel gaan weten
we niet. We mogen alleen van de heiligen aannemen (omdat de Kerk ons dit leert)
dat ze bij God in de hemel zijn. Tegenwoordig wordt er nog weinig over de hel
gepreekt, laat staan dat er gewaarschuwd wordt voor de dreigende eeuwige kwellingen
van de hel. Alom heerst optimisme, velen zullen behouden worden en er zijn maar
weinig mensen die verloren gaan. En misschien is de hel wel leeg, of mogen we
in ieder geval hopen dat de hel leeg is. Maar is dit optimisme terecht? In
onderstaand gedeelte citaten van wat de heiligen van de Kerk over dit onderwerp
gezegd hebben en wat er in de H. Schrift staat.
H. Schrift
- “Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.” (Mat. 20, 16).
- “Gaat binnen door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt; en velen zijn er, die daardoor naar binnen gaan. Hoe eng is de poort en hoe smal is de weg, die ten leven voert; en weinigen zijn er, die hem vinden.“ (Mat. 7, 13-14).
- “Eens zei Hem iemand: Heer, zijn de zaligen weinig in aantal? Maar Hij sprak tot hen: Doet uw best, om binnen te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen trachten binnen te komen, en het niet kunnen.” (Luk. 13, 23-24).
Heiligen
van de Kerk
- Pius IX veroordeelde als een dwaling de volgende stelling: “Men moet tenminste goede hoop koesteren ten opzichte van de eeuwige zaligheid van hen allen, die op generlei wijze behoren tot de ware Kerk van Christus.” (Pius IX - Syllabus van dwalingen van de modernisten).
- “Het grootste deel van de mensen kiest ervoor om veroordeeld te worden in plaats van het liefhebben van de almachtige God.” Alfonsus Maria de'Liguori (1696-1787)
- “…op de dorsvloer is er weinig koren dat in de schuren gebracht wordt, maar hoog zijn de bergen met kaf dat verbrand wordt in het vuur.” (H. Gregorius de Grote (Rome, ca. 540-604).
- “Het is zeker dat weinigen gered zijn.” (H. Augustinus 354-430).
- “Van de honderdduizend zondaren die blijven zondigen tot de dood, is er nauwelijks één die gered wordt.” (H. Hiëronymus ca. 347-420).
- “Wat ik u nu ga vertellen is verschrikkelijk, maar ik zal het niet voor u verborgen houden. Van deze dicht bevolkte stad met duizenden inwoners zal nog geen honderd mensen gered worden. En ik twijfel zelfs of het er zo veel zullen zijn.” (H. Johannes Chrysostomus ca. 345-407).
- “Ik spreek niet zo snel, maar zoals ik gevoel en denk. Ik denk niet dat veel priesters behouden zijn, maar er zijn er veel meer die verloren gaan.” (H. Johannes Chrysostomus ca. 345-407).
- “Christus kudde wordt ‘klein’ (Luk. 12, 32) genoemd in vergelijking met het grotere aantal verworpenen.” (H. Bede de Eerbiedwaardige 673-735).
- “Het grootste deel van de mensen hecht geen waarde aan het bloed van Christus, en ze blijven Hem beledigen.” (H. Isidorus van Sevilla 560-636).
- “Hoe klein het aantal van de uitverkorenen is kan gezien worden aan het grote aantal dat verworpen wordt.” (H. Hilarius van Poitiers 315-367).
- “Het grootste deel van de mensen zal God niet zien, behalve zij die rechtvaardig leven doordat ze gezuiverd zijn door gerechtigheid en door alle andere deugden.“ (H. Justinus de Martelaar).
- “Er is een select aantal dat gered wordt.” (H. Thomas Aquinas 1225-1274).
- “Het aantal van de uitverkorenen is klein – zo klein – dat, als we het aantal zouden kennen, we zouden bezwijmen van verdriet. Hier één en daar één, over heel de wereld verspreid.” (Louis-H. Marie Grignion de Montfort 1673-1716).

