Posts tonen met het label alverzoeningsleer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alverzoeningsleer. Alle posts tonen

woensdag 4 november 2015

Zijn het veel mensen die verloren gaan?

Hoeveel mensen er precies naar de hemel of naar de hel gaan weten we niet. We mogen alleen van de heiligen aannemen (omdat de Kerk ons dit leert) dat ze bij God in de hemel zijn. Tegenwoordig wordt er nog weinig over de hel gepreekt, laat staan dat er gewaarschuwd wordt voor de dreigende eeuwige kwellingen van de hel. Alom heerst optimisme, velen zullen behouden worden en er zijn maar weinig mensen die verloren gaan. En misschien is de hel wel leeg, of mogen we in ieder geval hopen dat de hel leeg is. Maar is dit optimisme terecht? In onderstaand gedeelte citaten van wat de heiligen van de Kerk over dit onderwerp gezegd hebben en wat er in de H. Schrift staat.

H. Schrift

  •  “Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.” (Mat. 20, 16).
  • “Gaat binnen door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt; en velen zijn er, die daardoor naar binnen gaan. Hoe eng is de poort en hoe smal is de weg, die ten leven voert; en weinigen zijn er, die hem vinden.“ (Mat. 7, 13-14).
  • “Eens zei Hem iemand: Heer, zijn de zaligen weinig in aantal? Maar Hij sprak tot hen: Doet uw best, om binnen te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen trachten binnen te komen, en het niet kunnen.” (Luk. 13, 23-24).


Heiligen van de Kerk

  • Pius IX veroordeelde als een dwaling de volgende stelling: “Men moet tenminste goede hoop koesteren ten opzichte van de eeuwige zaligheid van hen allen, die op generlei wijze behoren tot de ware Kerk van Christus.” (Pius IX - Syllabus van dwalingen van de modernisten).
  • “Het grootste deel van de mensen kiest ervoor om veroordeeld te worden in plaats van het liefhebben van de almachtige God.” Alfonsus Maria de'Liguori (1696-1787)
  • “…op de dorsvloer is er weinig koren dat in de schuren gebracht wordt, maar hoog zijn de bergen met kaf dat verbrand wordt in het vuur.” (H. Gregorius de Grote (Rome, ca. 540-604).
  • “Het is zeker dat weinigen gered zijn.” (H. Augustinus 354-430).
  • “Van de honderdduizend zondaren die blijven zondigen tot de dood, is er nauwelijks één die gered wordt.” (H. Hiëronymus ca. 347-420).
  • “Wat ik u nu ga vertellen is verschrikkelijk, maar ik zal het niet voor u verborgen houden. Van deze dicht bevolkte stad met duizenden inwoners zal nog geen honderd mensen gered worden. En ik twijfel zelfs of het er zo veel zullen zijn.” (H. Johannes Chrysostomus ca. 345-407).
  • “Ik spreek niet zo snel, maar zoals ik gevoel en denk. Ik denk niet dat veel priesters behouden zijn, maar er zijn er veel meer die verloren gaan.” (H. Johannes Chrysostomus ca. 345-407).
  • “Christus kudde wordt ‘klein’ (Luk. 12, 32) genoemd in vergelijking met het grotere aantal verworpenen.” (H. Bede de Eerbiedwaardige  673-735).
  • “Het grootste deel van de mensen hecht geen waarde aan het bloed van Christus, en ze blijven Hem beledigen.” (H. Isidorus van Sevilla 560-636).
  • “Hoe klein het aantal van de uitverkorenen is kan gezien worden aan het grote aantal dat verworpen wordt.” (H. Hilarius van Poitiers 315-367).
  • “Het grootste deel van de mensen zal God niet zien, behalve zij die rechtvaardig leven doordat ze gezuiverd zijn door gerechtigheid en door alle andere deugden.“ (H. Justinus de Martelaar).
  • “Er is een select aantal dat gered wordt.” (H. Thomas Aquinas 1225-1274).
  • “Het aantal van de uitverkorenen is klein – zo klein – dat, als we het aantal zouden kennen, we zouden bezwijmen van verdriet. Hier één en daar één, over heel de wereld verspreid.” (Louis-H. Marie Grignion de Montfort 1673-1716).

zondag 26 april 2015

Youcat - inhoudelijk gezien zeer problematisch

Hierbij een bespreking van de nieuwe catechismus voor jongeren in de Katholieke Kerk, de Youcat. Vanzelfsprekend is het catechetiseren van de jeugd van het allergrootste belang, maar is deze catechismus een goede invulling van deze belangrijke opgave? Ik denk van niet. Naar mijn mening doen kerken en ouders er goed aan om deze catechismus links te laten liggen en gebruik te maken van bijvoorbeeld de oude Schoolcatechismus of de Katholieke katechismus van Schraner (die tweedehands en nieuw te verkrijgen is). Eerst wat algemene kritiek en daarna ga ik in op diverse specifieke onderwerpen, zoals homoseksualiteit, alverzoening, de H. Schrift en euthanasie.

De tekst van Youcat is omlijst met foto’s en met citaten uit de H. Schrift, citaten van heiligen en andere niet-religieuze personen. Zo staan er bijvoorbeeld drie citaten in van Maarten Luther, de man die de paus de geïncarneerde duivel noemde en de antichrist. Hoe kan het citeren van een ketter onze jeugd helpen om het katholieke geloof beter te begrijpen? Het is mij een raadsel. Het is eerder zo dat hierdoor verwarring geschapen wordt en het verschil tussen het protestants geloof en het katholieke geloof verbloemd wordt. De citaten die in Youcat staan zorgen ook voor een profanisering van het geloof. Bij het gedeelte over de Biecht staat bijvoorbeeld een citaat van Peter Sellers: “Het dichtst bij een biechtvader staat een barman”. De essentie van een biecht is niet dat je je hart lucht, zoals je misschien doet bij een barman, maar dat je vergeving zoekt voor je zonden, omdat je oprecht berouw hebt . En dat wordt door dit citaat nu juist verdoezeld. Verder valt het op dat er evenveel niet-katholieken geciteerd worden als dat er katholieke schrijvers geciteerd worden. Zo wordt bijvoorbeeld Ludwig Feuerbach geciteerd, dit is de atheïstische filosoof die bekend is vanwege zijn felle aanvallen op het christendom. En de nihilist Friedrich Nietzsche, maar ook: Taizé goeroe Roger Schutz, de liberale humanist Erich Fromm, Sören Kierkegaard, Dietrich Bonhoeffer, Friedrich Von Bodelschwingh en de Chinese filosoof Lu Buwei die zelfmoord pleegde na een schanddaad. Onbegrijpelijk!

maandag 2 juli 2012

10. Terug tot voor de oorspronkelijke onschuld

(Deel 10 van 12, volledige artikel staat hier....).

Een ander belangrijk aspect van de TvL is de zogenaamde oorspronkelijke onschuld, de situatie van de mens voor de zondeval. Na deze zondeval voelde de mens voor het eerst schaamte, terwijl Adam en Eva zich voordien niet voor elkaar schaamden, ondanks het feit dat ze naakt waren. Deze schaamte wordt volgens paus Johannes Paulus II vooral veroorzaakt doordat de man zijn vrouw niet langer als gave ziet, maar haar als lustobject en voor de vrouw andersom evenzeer.[1] De schaamte wordt dus eerst en vooral betrokken op het lichaam en de schaamte tussen man en vrouw. Dat is een duidelijk andere interpretatie dan totnogtoe gebruikelijk, waarin de schaamte een veel weidser begrip is, niet slechts betrokken op de naaktheid en lichamelijkheid. De paus meent ook dat echtlieden die schaamte kunnen overwinnen, wanneer ze elkaar weer echt als gave zien. Daarin moeten we volgens hem terug tot voor de zondeval, tot de oorspronkelijke bedoeling van God. Hierin trekt hij dezelfde lijn als de lijn waarmee hij zijn audiënties begint, namelijk de gedachte dat de oorspronkelijke bedoeling waarnaar Jezus in Matt. 19 verwijst de oorspronkelijke onverbrekelijkheid van het huwelijk is.  Sterker nog, ondanks de zondeval blijft iets van die oorspronkelijke onschuld in de mens bestaan, zo leert ons Johannes Paulus II[2]. Maar wanneer die oorspronkelijke onschuld nog in de mens bestaat, waarom is de verlossing dan nodig, ja noodzakelijk? De Kerk leert toch dat we die oorspronkelijke onschuld verloren hebben en dat die aangeboren schuld slechts vergeven wordt door het sacrament van het Doopsel. 
Sterker nog de hele definitie van wat de oorspronkelijk onschuld is wordt veranderd. Het is volgens de paus het afwijzen van de gift en een verlies van de gemeenschap van personen[3]. Hij zegt verder dat er weliswaar grote verschillen zijn tussen de oorspronkelijke staat van onschuld en de staat van de mens na de zondeval, maar het ‘beeld van God’ geeft ons een basis van continuïteit en eenheid[4].

In zijn artikel ‘Weerwoorden - Het geloof van JP-II, deel II’ wees Tom Zwitser er reeds op dat de theologie van paus Johannes Paulus II sterk neigt naar de alverzoeningsleer, om het voorzichtig uit te drukken. “De kerk leerde sinds de vroegste eeuwen namelijk altijd dat bij de zondeval de mens zijn Godsgelijkenis (similitudo Dei) geheel verloor en dat het beeld Gods (Imago Dei) beschadigd raakte. Alleen Christus heeft als enige mens na Adam van nature de volkomen gelijkenis van God, maar wij hebben dat niet van nature. Wij kunnen alleen maar een ‘verwonde’ Imago Dei zijn en al helemaal geen gelijkenis Gods. Navarro-Valls benoemt hiermee een van de lekpunten in de theologie van JPII: JPII vond dat ieder mens is geschapen als beeld en gelijkenis van God. Ook de mens buiten de Kerk. Dit, terwijl het de kerk altijd heeft geleerd dat het beeld en gelijkenis Gods van een mens pas weer in de doop en in het geloof in Christus hersteld worden: dus middels de bovennatuurlijke genade. Pas dan treed er weer herstel op van de zondeval. Maar gezien vanuit de leer van Woityła die leerde dat alle mensen één in Christus zijn en dat alle mensen deel aan zijn verlossing hebben, is het niet vreemd dat hij ook vond dat ieder mens al bij zijn geboorte beeld en gelijkenis van God is.“ Diezelfde tendens is te zien bij de TvL, een afzwakken van de gevolgen van de zonde en het ideaal als zou de mens (binnen het huwelijk) kunnen terugkeren tot die voorparadijselijke situatie, waarin geen schaamte meer is.

Geheel in lijn daarmee heeft de paus opdracht gegeven om de beruchte braghe, de windsels waarmee de naaktheid van veertig figuren in de Sixtijnse kapel werd bedekt, tijdens de restauratie te laten verwijderen. De braghe die op bevel van het Concilie van Trente in 1565 aangebracht werden zijn echter wel gehandhaafd, want daaronder bleek niets meer te zitten. Met het verwijderen van deze braghe wordt dus een andere lijn gekozen dan in de bepaling van Trente waarin stond dat “Lichamelijke schoonheid en erotiek mogen in de religieuze kunst geen rol spelen; naakt moet zoveel mogelijk vermeden worden. Het schilderen van menselijk naakt was alleen toegestaan wanneer het niet anders kon om de desbetreffende boodschap duidelijk te maken.”[5] Het verwijderen van de braghe en tonen van de naaktheid en erotiek passen bij de periode waarin de kerk een ongebreidelde geloof leek te hebben in de goedheid van de mens. Een tijd waarin alles moest kunnen. De preutsheid zijn we te boven, voor verleiding tot zonde hoeven we niet langer bang te zijn. Het misbruik in de kerk toont aan dat dit levensgevaarlijk is.


[1] O.a. 16e audiëntie, nr. 1
[2] 31e audiëntie: “We mogen zelfs zo ver gaan te zeggen dat dank zij de schaamte de man en de vrouw in de toestand van oorspronkelijke onschuld blijven. Zij zijn inderdaad voortdurend bewust van de echtelijke betekenis van het lichaam en streven er om zo te zeggen naar deze tegen de begeerlijkheid te beschermen, zoals zij ook zoeken de waarde te bevestigen van de gemeenschap of vereniging van personen in de eenheid van het  lichaam.”
[3] 26e audiëntie, nr. 4 en 30e audiëntie nr. 4.
[4] 21e audiëntie, nr. 7
[5] De bepalingen van het Concilie van Trente over de kerkelijke kunst en de handleidingen van Molanus (Historia Imaginum, 1570) en Paleotti  worden door Mâle samengevat en later door Van Laarhoven overgenomen. Bovenstaande is een citaat hieruit.