(Hieronder een commentaar van de Vaticanist Sandro Magister op de onheuse manier waarop paus Franciscus de hoogstaande kardinaal Sarah behandelt en op de weg die Franciscus met de Kerk wil inslaan)
De brief waarmee Franciscus onlangs kardinaal Robert Sarah, de prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, weersprak en vernederde, is het nieuwste bewijs van hoe deze paus zijn magisterium uitoefent. Als Franciscus nieuwigheden wil invoeren, doet hij dat nooit in duidelijke en heldere bewoordingen. Hij zorgt liever dat er discussies ontstaan, hij zet “processen” in werking waarin die nieuwigheden geleidelijk meer naar voren komen. Het grofste voorbeeld daarvan is “Amoris Laetitia” waarvoor tegengestelde interpretaties en toepassingen worden gegeven, met hele episcopaten die zich verzamelen aan de ene of de andere kant. En als de paus wordt gevraagd om verduidelijking, dan weigert hij die. Zoals hij in het geval van de vijf “dubia” die vier kardinalen hem voorlegden, zich niet verwaardigde ook maar enig antwoord te geven.
Maar wanneer een kardinaal zoals Sarah, een autoriteit door functie en verantwoordelijkheden, meent aan een pauselijk motu proprio over de liturgie de enige uitleg te geven die hij als juist ziet en dus geïmplementeerd moet worden door de Congregatie waarvan hij de prefect is, blijft Franciscus niet zwijgen maar reageert met hardheid ter verdediging van die passages van het motu proprio – die feitelijk allesbehalve duidelijk zijn – die de liberalisaties bevatten die hem na aan het hart liggen.
Dat is nu juist wat er de afgelopen dagen is gebeurd. Laten we de gebeurtenissen samenvatten.
Op 9 september publiceert Franciscus het motu proprio “Magnum Principium” over de aanpassingen en de vertalingen in de moderne talen van de liturgische teksten van de Latijnse Kerk. Als het motu proprio de rol bepaalt van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst ten aanzien van de aanpassingen en vertalingen van de liturgische teksten, die verzorgd zijn door de nationale bisschoppenconfrenties en ter goedkeuring voorgelegd worden aan de Heilige Stoel, maakt het onderscheid tussen “recognitio” en “confirmatio”, tussen controle en bekrachtiging. Maar het onderscheid daartussen is geenszins duidelijk uiteengezet. En in feite ontstonden er meteen twee kampen onder de experts. Er zijn er die menen dat “recognitio” betekent de voorafgaande controle door Rome en dat die alleen de aanpassingen zou betreffen, terwijl voor de vertalingen de Heilige Stoel alleen maar een eenvoudige “confirmatio” dwz een goedkeuring hoeft te geven. Er zijn er ook die in plaats daarvan menen dat Rome ook op de vertalingen een precieze controle moet uitoefenen voordat ze die goedkeuren. Dat is in feite wat vroeger al gebeurde en daarom hebben verschillende nieuwe vertalingen een moeilijke ontstaansgeschiedenis gehad – zoals die van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Ierland of zoals die van Frankrijk, Italië en Duitsland die nog wachten op Romeinse goedkeuring.
Met name de nieuwe vertaling in het Duits was een voorwerp van kritiek van Benedictus XVI zelf, die in 2012 een brief schreef aan zijn de Duitse bisschoppen om hen ervan te overtuigen de woorden van Jezus bij het Laatste Avondmaal op het ogenblik van de consecratie met meer getrouwheid te vertalen (“vergoten voor velen” in plaats van “vergoten voor allen”).
Om terug te komen op het motu proprio “Magnum Principium”: dan moeten we vaststellen dat bij de redactie van het motu proprio kardinaal Sarah er volkomen buiten werd gehouden. En dit terwijl hij de prefect van de congregatie is maar het middenkader heeft hem al lang tegengewerkt.
Op 30 september schreef Sarah een dankbrief naar paus Franciscus die vergezeld ging van een gedetailleerd “Commentaar”, dat gericht was op een correcte interpretatie en toepassing van het motu proprio. Die interpretatie was tamelijk strikt als het gaat over de formuleringen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Naar het oordeel van Sarah zijn “recognitio” en “confirmatio” in werkelijkheid “synoniem” of in ieder geval “onderling verwisselbaar wat de verantwoordelijkheid van de Heilige Stoel betreft”, wiens taak om de vertalingen te controleren voordat ze goedgekeurd worden blijft bestaan. Enkele weken later verscheen het “Commentaar” van de kardinaal op diverse websites en dat leidde tot de conclusie – gegeven de positie van de auteur van het “Commentaar” – dat in Rome de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst volgens deze richtlijnen zou handelen.
En dit irriteerde paus Franciscus enorm en hij tekende op 15 oktober een brief die kardinaal Sarah botweg tegensprak. Een brief waarin de paus de nationale bisschoppenconferenties de vrijheid en het bevoegdheid geeft zelf over de vertalingen te beslissen met als enige voorwaarde een laatste “confirmatio” door de Vaticaanse Congregatie.
En in ieder geval – zo schrijft de paus – zonder “een geest waarin een bepaalde vertaling door het dicasterie wordt opgelegd” in Rome, zelfs voor “betekenisvolle” liturgische teksten zoals de “sacramentele formules, het credo, en het onzevader.”
De conclusie van de brief van de paus aan de kardinaal is venijnig: “in acht genomen dat het “Commentaar” in kwestie op tal van websites is gepubliceerd en abusievelijk aan uw persoon wordt toegeschreven, vraag ik u vriendelijk er voor te zorgen dat dit antwoord van mij op dezelfde sites worden gezet en ook naar alle bisschoppenconferenties worden verzonden en naar de leden en adviseurs van dit dicasterie.”
Er ligt een diepe afgrond tussen deze brief van Franciscus en de hartelijke woorden van achting, die uitgedrukt liggen in het schrijven van paus emeritus Benedictus XVI aan kardinaal Sarah enkele maanden geleden. Hij zei er zeker van te zijn dat bij kardinaal Sarah “de liturgie in goede handen is” en dat we daarom “paus Franciscus dankbaar moeten zijn dat hij een dergelijke spirituele leraar aan het hoofd van de congregatie heeft geplaatst die verantwoordelijk is voor de viering van de liturgie in de Kerk.”
Het is onnodig te zeggen dat het voorwerp van de botsing tussen Franciscus en kardinaal Sarah niet iets bijkomstigs is, maar raakt aan de fundamenten van het leven van de Kerk volgens het oude gezegde: “Lex orandi, lex credendi”. (De wet van het bidden is de wet van het geloven) Omdat het “proces” dat Franciscus in gang wil zetten, juist een proces is om door een decentralisatie van liturgische aanpassingen en vertalingen naar de nationale kerken, de totale structuur van de Kerk te veranderen en ze te maken tot een federatie van nationale kerken met een uitgebreide autonomie “met daarin begrepen een echt leerstellig gezag.”
Deze laatste woorden komen uit “Evangelii Gaudium”, de programmatische tekst voor het pontificaat van Franciscus. Deze woorden waren ook raadselachtig toen ze in 2013 werden gepubliceerd. Maar nu een beetje minder.
26 oktober 2017
vertaling C. Mennen pr
Posts tonen met het label uit de pers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uit de pers. Alle posts tonen
zondag 3 december 2017
zaterdag 2 december 2017
De parabel van de grootinquisiteur
16 oktober 2017
door Wolfram Schrems, Mag. Theol., Mag. filos. Wenen, ondertekenaar Correctio filialis
De foto van paus Franciscus die op 2 oktober met zorgvuldig geselecteerde, en dus bevoorrechte, “misdeelden en migranten” in de hoofdkerk van Bologna zat te eten, werd door de massamedia ruim verspreid. De paus stuurt als gastheer van een banket dat in een kerk wordt aangericht (halal zoals men ergens kon lezen) een duidelijke boodschap uit. Deze boodschap zal men tegen de achtergrond van de uiterst nonchalante behandeling van de eucharistie kunnen zien als de voorrang geven aan het aardse brood boven het hemelse. Tegelijkertijd doet de paus nog iets anders dat in dezelfde richting wijst: hij bevrijdt de mensen op bepaalde wijze van hun zonden. Hij zegt tegen hen: God staat de gelovigen het begaan van zonden toe, kan het zelfs vragen (Amoris Laetitia, 303). Dit begaan van zonden is volgens de paus weliswaar geen “ideaal” maar toch het best mogelijke. Zo bestaat er eigenlijk geen zonde meer, niets meer wat in zich slecht is en altijd vermeden moet worden. De combinatie van beide boodschappen, namelijk de voorrang van het brood op het geloof en de afschaffing van de zonde, herinnert aan de profetische boodschap uit de 19de eeuw. De titel hiervan is erg bekend maar de inhoud jammer genoeg minder. Het gaat om de Parabel van de Grootinquisiteur van Dostojewski in de roman De gebroeders Karamazov.
De afvalligen onder de kerkelijke ambtsdragers en de bekoorder
De kerngedachte van de – tamelijk vreemde en moeilijk te interpreteren – parabel is: de grootinquisiteur zegt tegen Christus die in de 15de eeuw naar Sevilla is teruggekeerd dat de mens te zwak is voor diens boodschap. Volgens hem hebben zij niet de geestelijke kracht om uit zuivere liefde voor Christus te kiezen. Christus wilde de gelovigen “trots” en “sterk” maken maar slechts zeer weinigen bereiken dat. Daarom heeft de grootinquisiteur met zijn bondgenoten de voorstellen aanvaard van de “vreselijke en verstandige geest, de geest van de zelfvernietiging en het niet-zijn, die door Jezus in de woestijn afgewezen was: “Want in deze drie vragen (de bekoringen van Christus) is als het ware de hele verdere geschiedenis van het menselijk geslacht samengevat en voorspeld.” De grootinquisiteur legt nu uit dat men de mensen brood en spelen moet geven om hen aan je te binden. Tot dit doel moet men van hen afnemen wat zij bezitten, en een herverdeling doorvoeren. Maar vooral moet men de mensen het verlof geven te zondigen want zij zijn te zwak om de zonde te vermijden en het verlof zal op zijn beurt het vertrouwen sterken in de machthebbers, die dit verlof geven. Men moet de mensen de vrijheid ontnemen om hen de “vrijheid” tot zonde te geven. Want de echte vrijheid is een te grote last. Die vraagt immers een keuze voor het goede. De mensen moeten echter allereerst verzadigd zijn: “Weet u wel dat na verloop van eeuwen de mensheid door de mond van wijzen en geleerden zal verkondigen: er is helemaal geen misdaad meer en bijgevolg geen zonde maar er zijn alleen nog hongerige mensen? Geef ze voldoende te eten en dan pas verlang ik deugd van hen! Dat zullen ze op het banier schrijven dat ze tegen U zullen verheffen”. Bert Brecht zou het in de 20ste eeuw zo formuleren: “eerst komt het vreten, dan de moraal” (Die Dreigroschenoper).
Als men naar de leer van paus kijkt en naar zijn manier van doen: is dat dan niet precies het programma geworden? Uit “barmhartigheid” en “mensvriendelijkheid” van de paus die de “starren” aanvalt. Tenslotte is er ook de behoefte van alle mensen aan vrede en eenheid. Wat de torenbouw van Babel nog niet klaar gekregen heeft, willen de grootinquisiteur en zijn bondgenoten voltooien: “[Want] de behoefte aan een eenwording die de hele wereld omspant, is de derde en laatste nood van de mensen. Steeds heeft de mensheid in haar geheel ernaar gestreefd zich in alle omstandigheden universeel te ontwikkelen”. Paus Franciscus heeft zoals bekend sterke interesse in de internationale macht, in de protagonisten van een “nieuwe wereldorde” en hij heeft een grote afkeer van patriottische politici.
Op het eind stuurt de groot inquisiteur Christus weg en zegt tegen Hem dat hij maar nooit meer terug moet komen en niet meer moet komen storen. Tot zover de parabel. Omdat het Iwan Dostojewski is die zijn jongere broer Aljoscha de parabel verteld, is het niet helemaal duidelijk waar Dostojewski zelf staat. Want Iwan is heel duidelijk niet de hoofdpersoon van de roman noch een morele autoriteit. De parabel is ook verward en geeft het geloof van de Kerk verkeerd weer. Hoe het ook zij: Dostojweskj zag iets wat hem ongerust maakte. Hij heeft de mechanismes van de totale staat vooruit gezien; van de staat die zich aan geen enkele waarheid geboden voelt en die een hermetisch van de waarheid afgesloten dictatuur, eventueel in religieus gewaad, wil vestigen. Ongeveer 70 jaar vóór Orwell profeteerde Dostojewski de totale verzorgingsstaat, die zich loskoppelt van Gods geboden, die de vrijheid afschaft en een nachtmerrie blijkt te zijn. Daarbij worden christelijke begrippen gebruikt, misschien waren er zelfs afgevallen kerkelijke functionarissen bij betrokken.
De totale verzorgingsstaat en ongemerkte onvrijheid
Het communisme realiseerde aanvankelijk wat Dostojewski had voorzien: de onteigening, de herverdeling, het totale gezag van de staat, het (voorlopig) verlof tot zonde in het privé domein (gemakkelijke echtscheiding, tweede huwelijk, abortus). Ten gevolge van het ontstaan van het cultuurmarxisme in het Westen (“de dwalingen van Rusland”) gaat deze strategie door: hoge belastingen, herverdeling, staatsingrijpen, seksuele revolutie, “de vrije liefde”. Wat daarbij verloren gaat is de innerlijke vrijheid. Maar bijna niemand lijkt het te merken. Ze zitten te diep in het systeem. Af en toe heeft men weliswaar nog last van zijn geweten, maar de staat helpt hen bij hun ”Flucht vor Gott” (naar het profetisch boek van Max Picard, 1934). Op grond van succesvolle subversieve praktijken zijn deze waanideeën ook in de Kerk doorgedrongen. Dat is weliswaar alle enkele decennia geleden maar is door de politiek van de huidige paus nu helemaal in het licht van de openbaarheid gekomen. Het verlangen naar de totale verzorgingsstaat onder gelijktijdige afschaffing of zoveel mogelijk terugdringen van het privé-eigendom is binnen de Kerk bijvoorbeeld al lang aanwezig. In plaats daarvan propageert men in een bepaald deel van het Duitse katholicisme een “onvoorwaardelijk basisinkomen”. Is het niet zo dat in de utopische staat van Orwell een groot deel van de bevolking niet werkt en door het werkende deel van de bevolking wordt onderhouden? Overigens bestaat er nog een basisinkomen zonder arbeid en dat is immoreel, namelijk woeker, het leven van rente. Want dat betekent dat men anderen voor zich laat werken.
Een veroordeling van deze bronnen van inkomsten door de huidige paus heb ik nooit gehoord. Maar wat we wel gehoord hebben: paus Franciscus gaf, zoals hierboven al aangegeven, in Amoris Laetitia 303 een verlof tot zonde. Nu heeft de ketterij van de loochening van intrinsece malum (de in zich slechte daad die men nooit mag stellen) ook het pausdom bereikt. Decennia lang is dat – tegen Humanae vitae (1968) en Veritatis Splendor(1993) in de academische theologie voorbereid waarbij zeker ook de jezuïeten baanbrekend werk hebben verricht. Een jezuïet als paus brengt het nu binnen in een – hoe slecht of goed ook gedefinieerd – leergezag. Hij staat de mensen de zonde toe, minstens in het kleine , in het zogenaamde privé-domein. Hij blijft hier staan bij echtbreuk. Hij staat geen volkenmoord toe, geen bouwen van vernietigingskampen, geen atoomoorlog. Maar Jozef Seifert heeft erop gewezen, dat er, wanneer eenmaal een in zich slechte handeling geoorloofd is, geen reden is om ook niet alle andere toe te staan.
De strijd van paus Franciscus tegen het “pelagianisme” – een kwalijke verdenking.
In deze context krijgt plotseling de herhaalde waarschuwing van de paus voor “pelagianisme” een heel nieuwe betekenis. Men kreeg steeds de indruk dat paus Franciscus te weinig geleerd was om deze uitdrukking op de juiste manier te gebruiken. Tegen de achtergrond van Amoris Laetitia en de andere pauselijke documenten komt een veel erger verdenking op: wilde de paus de gelovigen misschien zeggen dat ze hoe dan ook niet volgens Gods geboden kunnen leven en dat ze het daarom zelfs niet moeten proberen? Met andere woorden: was het zijn bedoeling het vermogen van de gelovigen om te kiezen voor het goede te ondermijnen met een verwijzing naar de dwaalleer van Pelagius (+ rond 418)? Diens leer wordt meestal zo beschreven: volgens hem kan de mens zonder Gods genade het eeuwige leven bereiken. Dat is niet juist. Maar daarom is het tegendeel ervan nog niet juist. Dat beweert dat mens niet tot zijn heil kan of moet bijdragen. Juist de stichter van de orde van de paus, de heilige Ignatius, spoort in zijn Geestelijke Oefeningen aan om niet zomaar doch behoedzaam de vragen van genade en predestinatie aan de orde te stellen. Want het beroep op de genade kan de eigen inspanning verlammen en het fatalisme in de kaart spelen. En wie zich niet meer inspant, gaat achteruit. Dan begint de verveling en het verlies van zelfrespect. Een gezond christelijk zelfbewustzijn is echter voor de vormgeving van je leven van groot belang. Dat biedt ook gemakkelijker weerstand aan de druk van de wereld en de totale staat. Wat de socialistisch gerichte verzorgingsstaat betreft, daarover heeft Franciscus – zoals zo dikwijls – niet concreets naar voren gebracht. Maar zijn verbondenheid met communistische leiders en ideologen toont een sterke neiging in die richting.
Samenvatting
Zus of zo: Dostojewski had het over een afval van de Roomse Kerk, die – in haar menselijk element – ondertussen ongetwijfeld is begonnen: een paus stelt zich op als een wereldse verlosser, inclusief brood, spelen en de bevrijding van een slecht geweten. Het eten in de kerk van San Petronio geeft dat haarscherp weer. Wat zijn bedoelingen zijn en wat zijn gewetenstoestand is, kunnen we niet zeggen. De correctio filialis doet daar dan ook geen enkele uitspraak over.
Maar hoe dan ook: de analogie met de grootinquisiteur is beklemmend. Dat die 100 jaar na Fatima zo duidelijk wordt, is betekenisvol. Hoogstwaarschijnlijk gaat hier dat deel van het derde geheim in vervulling waarover we vanwege de doofpotstrategie van het Vaticaan in de laatste decennia nog steeds alleen maar kunnen speculeren.
Vertaling uit het Duits: C. Mennen pr
door Wolfram Schrems, Mag. Theol., Mag. filos. Wenen, ondertekenaar Correctio filialis
De foto van paus Franciscus die op 2 oktober met zorgvuldig geselecteerde, en dus bevoorrechte, “misdeelden en migranten” in de hoofdkerk van Bologna zat te eten, werd door de massamedia ruim verspreid. De paus stuurt als gastheer van een banket dat in een kerk wordt aangericht (halal zoals men ergens kon lezen) een duidelijke boodschap uit. Deze boodschap zal men tegen de achtergrond van de uiterst nonchalante behandeling van de eucharistie kunnen zien als de voorrang geven aan het aardse brood boven het hemelse. Tegelijkertijd doet de paus nog iets anders dat in dezelfde richting wijst: hij bevrijdt de mensen op bepaalde wijze van hun zonden. Hij zegt tegen hen: God staat de gelovigen het begaan van zonden toe, kan het zelfs vragen (Amoris Laetitia, 303). Dit begaan van zonden is volgens de paus weliswaar geen “ideaal” maar toch het best mogelijke. Zo bestaat er eigenlijk geen zonde meer, niets meer wat in zich slecht is en altijd vermeden moet worden. De combinatie van beide boodschappen, namelijk de voorrang van het brood op het geloof en de afschaffing van de zonde, herinnert aan de profetische boodschap uit de 19de eeuw. De titel hiervan is erg bekend maar de inhoud jammer genoeg minder. Het gaat om de Parabel van de Grootinquisiteur van Dostojewski in de roman De gebroeders Karamazov.
De afvalligen onder de kerkelijke ambtsdragers en de bekoorder
De kerngedachte van de – tamelijk vreemde en moeilijk te interpreteren – parabel is: de grootinquisiteur zegt tegen Christus die in de 15de eeuw naar Sevilla is teruggekeerd dat de mens te zwak is voor diens boodschap. Volgens hem hebben zij niet de geestelijke kracht om uit zuivere liefde voor Christus te kiezen. Christus wilde de gelovigen “trots” en “sterk” maken maar slechts zeer weinigen bereiken dat. Daarom heeft de grootinquisiteur met zijn bondgenoten de voorstellen aanvaard van de “vreselijke en verstandige geest, de geest van de zelfvernietiging en het niet-zijn, die door Jezus in de woestijn afgewezen was: “Want in deze drie vragen (de bekoringen van Christus) is als het ware de hele verdere geschiedenis van het menselijk geslacht samengevat en voorspeld.” De grootinquisiteur legt nu uit dat men de mensen brood en spelen moet geven om hen aan je te binden. Tot dit doel moet men van hen afnemen wat zij bezitten, en een herverdeling doorvoeren. Maar vooral moet men de mensen het verlof geven te zondigen want zij zijn te zwak om de zonde te vermijden en het verlof zal op zijn beurt het vertrouwen sterken in de machthebbers, die dit verlof geven. Men moet de mensen de vrijheid ontnemen om hen de “vrijheid” tot zonde te geven. Want de echte vrijheid is een te grote last. Die vraagt immers een keuze voor het goede. De mensen moeten echter allereerst verzadigd zijn: “Weet u wel dat na verloop van eeuwen de mensheid door de mond van wijzen en geleerden zal verkondigen: er is helemaal geen misdaad meer en bijgevolg geen zonde maar er zijn alleen nog hongerige mensen? Geef ze voldoende te eten en dan pas verlang ik deugd van hen! Dat zullen ze op het banier schrijven dat ze tegen U zullen verheffen”. Bert Brecht zou het in de 20ste eeuw zo formuleren: “eerst komt het vreten, dan de moraal” (Die Dreigroschenoper).
Als men naar de leer van paus kijkt en naar zijn manier van doen: is dat dan niet precies het programma geworden? Uit “barmhartigheid” en “mensvriendelijkheid” van de paus die de “starren” aanvalt. Tenslotte is er ook de behoefte van alle mensen aan vrede en eenheid. Wat de torenbouw van Babel nog niet klaar gekregen heeft, willen de grootinquisiteur en zijn bondgenoten voltooien: “[Want] de behoefte aan een eenwording die de hele wereld omspant, is de derde en laatste nood van de mensen. Steeds heeft de mensheid in haar geheel ernaar gestreefd zich in alle omstandigheden universeel te ontwikkelen”. Paus Franciscus heeft zoals bekend sterke interesse in de internationale macht, in de protagonisten van een “nieuwe wereldorde” en hij heeft een grote afkeer van patriottische politici.
Op het eind stuurt de groot inquisiteur Christus weg en zegt tegen Hem dat hij maar nooit meer terug moet komen en niet meer moet komen storen. Tot zover de parabel. Omdat het Iwan Dostojewski is die zijn jongere broer Aljoscha de parabel verteld, is het niet helemaal duidelijk waar Dostojewski zelf staat. Want Iwan is heel duidelijk niet de hoofdpersoon van de roman noch een morele autoriteit. De parabel is ook verward en geeft het geloof van de Kerk verkeerd weer. Hoe het ook zij: Dostojweskj zag iets wat hem ongerust maakte. Hij heeft de mechanismes van de totale staat vooruit gezien; van de staat die zich aan geen enkele waarheid geboden voelt en die een hermetisch van de waarheid afgesloten dictatuur, eventueel in religieus gewaad, wil vestigen. Ongeveer 70 jaar vóór Orwell profeteerde Dostojewski de totale verzorgingsstaat, die zich loskoppelt van Gods geboden, die de vrijheid afschaft en een nachtmerrie blijkt te zijn. Daarbij worden christelijke begrippen gebruikt, misschien waren er zelfs afgevallen kerkelijke functionarissen bij betrokken.
De totale verzorgingsstaat en ongemerkte onvrijheid
Het communisme realiseerde aanvankelijk wat Dostojewski had voorzien: de onteigening, de herverdeling, het totale gezag van de staat, het (voorlopig) verlof tot zonde in het privé domein (gemakkelijke echtscheiding, tweede huwelijk, abortus). Ten gevolge van het ontstaan van het cultuurmarxisme in het Westen (“de dwalingen van Rusland”) gaat deze strategie door: hoge belastingen, herverdeling, staatsingrijpen, seksuele revolutie, “de vrije liefde”. Wat daarbij verloren gaat is de innerlijke vrijheid. Maar bijna niemand lijkt het te merken. Ze zitten te diep in het systeem. Af en toe heeft men weliswaar nog last van zijn geweten, maar de staat helpt hen bij hun ”Flucht vor Gott” (naar het profetisch boek van Max Picard, 1934). Op grond van succesvolle subversieve praktijken zijn deze waanideeën ook in de Kerk doorgedrongen. Dat is weliswaar alle enkele decennia geleden maar is door de politiek van de huidige paus nu helemaal in het licht van de openbaarheid gekomen. Het verlangen naar de totale verzorgingsstaat onder gelijktijdige afschaffing of zoveel mogelijk terugdringen van het privé-eigendom is binnen de Kerk bijvoorbeeld al lang aanwezig. In plaats daarvan propageert men in een bepaald deel van het Duitse katholicisme een “onvoorwaardelijk basisinkomen”. Is het niet zo dat in de utopische staat van Orwell een groot deel van de bevolking niet werkt en door het werkende deel van de bevolking wordt onderhouden? Overigens bestaat er nog een basisinkomen zonder arbeid en dat is immoreel, namelijk woeker, het leven van rente. Want dat betekent dat men anderen voor zich laat werken.
Een veroordeling van deze bronnen van inkomsten door de huidige paus heb ik nooit gehoord. Maar wat we wel gehoord hebben: paus Franciscus gaf, zoals hierboven al aangegeven, in Amoris Laetitia 303 een verlof tot zonde. Nu heeft de ketterij van de loochening van intrinsece malum (de in zich slechte daad die men nooit mag stellen) ook het pausdom bereikt. Decennia lang is dat – tegen Humanae vitae (1968) en Veritatis Splendor(1993) in de academische theologie voorbereid waarbij zeker ook de jezuïeten baanbrekend werk hebben verricht. Een jezuïet als paus brengt het nu binnen in een – hoe slecht of goed ook gedefinieerd – leergezag. Hij staat de mensen de zonde toe, minstens in het kleine , in het zogenaamde privé-domein. Hij blijft hier staan bij echtbreuk. Hij staat geen volkenmoord toe, geen bouwen van vernietigingskampen, geen atoomoorlog. Maar Jozef Seifert heeft erop gewezen, dat er, wanneer eenmaal een in zich slechte handeling geoorloofd is, geen reden is om ook niet alle andere toe te staan.
De strijd van paus Franciscus tegen het “pelagianisme” – een kwalijke verdenking.
In deze context krijgt plotseling de herhaalde waarschuwing van de paus voor “pelagianisme” een heel nieuwe betekenis. Men kreeg steeds de indruk dat paus Franciscus te weinig geleerd was om deze uitdrukking op de juiste manier te gebruiken. Tegen de achtergrond van Amoris Laetitia en de andere pauselijke documenten komt een veel erger verdenking op: wilde de paus de gelovigen misschien zeggen dat ze hoe dan ook niet volgens Gods geboden kunnen leven en dat ze het daarom zelfs niet moeten proberen? Met andere woorden: was het zijn bedoeling het vermogen van de gelovigen om te kiezen voor het goede te ondermijnen met een verwijzing naar de dwaalleer van Pelagius (+ rond 418)? Diens leer wordt meestal zo beschreven: volgens hem kan de mens zonder Gods genade het eeuwige leven bereiken. Dat is niet juist. Maar daarom is het tegendeel ervan nog niet juist. Dat beweert dat mens niet tot zijn heil kan of moet bijdragen. Juist de stichter van de orde van de paus, de heilige Ignatius, spoort in zijn Geestelijke Oefeningen aan om niet zomaar doch behoedzaam de vragen van genade en predestinatie aan de orde te stellen. Want het beroep op de genade kan de eigen inspanning verlammen en het fatalisme in de kaart spelen. En wie zich niet meer inspant, gaat achteruit. Dan begint de verveling en het verlies van zelfrespect. Een gezond christelijk zelfbewustzijn is echter voor de vormgeving van je leven van groot belang. Dat biedt ook gemakkelijker weerstand aan de druk van de wereld en de totale staat. Wat de socialistisch gerichte verzorgingsstaat betreft, daarover heeft Franciscus – zoals zo dikwijls – niet concreets naar voren gebracht. Maar zijn verbondenheid met communistische leiders en ideologen toont een sterke neiging in die richting.
Samenvatting
Zus of zo: Dostojewski had het over een afval van de Roomse Kerk, die – in haar menselijk element – ondertussen ongetwijfeld is begonnen: een paus stelt zich op als een wereldse verlosser, inclusief brood, spelen en de bevrijding van een slecht geweten. Het eten in de kerk van San Petronio geeft dat haarscherp weer. Wat zijn bedoelingen zijn en wat zijn gewetenstoestand is, kunnen we niet zeggen. De correctio filialis doet daar dan ook geen enkele uitspraak over.
Maar hoe dan ook: de analogie met de grootinquisiteur is beklemmend. Dat die 100 jaar na Fatima zo duidelijk wordt, is betekenisvol. Hoogstwaarschijnlijk gaat hier dat deel van het derde geheim in vervulling waarover we vanwege de doofpotstrategie van het Vaticaan in de laatste decennia nog steeds alleen maar kunnen speculeren.
Vertaling uit het Duits: C. Mennen pr
zondag 5 november 2017
Is Reusel symptomatisch?
Pastoor C. Mennen
Al eerder heb ik geschreven dat de luidruchtigen in onze parochies meestal niet de trouwste parochianen zijn. Wil een priester na jarenlange scheefgroei in een parochie de liturgie weer een beetje in het katholieke gareel brengen, dan stoot hij geheid op massieve tegenstand van de “officials” in de parochie. Hij kan proberen uit te leggen wat hij wil, hij kan kerkelijke documenten van allerlei aard citeren, het zal niet helpen. Want het enige argument van de “officials” is: “wij zijn het hier anders gewend” en “u jaagt de mensen de kerk uit”. De krant wordt ingeschakeld en die is altijd automatisch op de hand van de “officials”, bestempelt steevast de pastoor als “aartsconservatief” en de “officials” als slachtoffers en dat gebeurt allemaal op zodanige wijze dat de meeste mensen die de pastoor niet van nabij kennen besmet worden met anti-pastoor-virus en dat is ook de bedoeling van de “officials”. Iedereen wordt aangemoedigd ingezonden stukken in de krant en liever nog brieven aan de bisschop te schrijven. Tussen twee haakjes: weet u wat voor mensen die officials meestal zijn? Zij worden gekenmerkt door een lage kerkbetrokkenheid, dat wil zeggen: de wekelijkse eucharistie is voor hen niet zo van belang , laat staan vroomheidsoefeningen zoals aanbidding en rozenkransgebed. Ze vinden dat laatste maar rare voorbije hobby’s van de (nieuwe) pastoor. Ze houden vooral van “iets doen”. Ze zijn in de kerk als ze woord-en-communiediensten kunnen leiden, als ze lector zijn, als ze meewerken aan de voorbereidende vieringen van de eerste communie, of als het koor waarvan ze lid zijn (het is zo gezellig) moet zingen (niet wat de pastoor vindt, geen psalmen, nee, daar houden wij niet van).
We hebben de laatste twintig, dertig jaar in ons bisdom nogal eens van die voorvallen in parochies gehad. Dat had enerzijds te maken met een liturgisch verziekte situatie die pastoors in de zeventiger en tachtiger jaren in hun parochies hadden laten ontstaan en anderzijds met een nieuwe lichting jonge priesters die op het St.-Janscentrum opgeleid was in de juiste postconciliaire liturgie met een afschuw voor alle misbruiken die afbreuk doen aan de waarachtige eredienst. Deze priesters werden door de bisschoppen ter Schure en Hurkmans gesteund. Deze bisschoppen stonden achter de priesters van wie ze wisten dat ze hen in kerkelijke zin konden vertrouwen. Soms was die steun niet stevig genoeg, maar toch… Na lange jaren van hoop op verbetering werden soms ook knopen doorgehakt zoals bij de San Salvator in Orthen die totaal van de katholieke Kerk was weggedreven. Na eindeloos overleg in Best werd niet gezwicht voor de eigenzinnigheid van een pastoor en een diaken die de zelfstandigheid van de parochie duidelijk misbruikten als voorwendsel voor heterodoxe opvattingen.
Die tijd lijkt in ons bisdom voorbij. Met de nieuwe bisschop zijn we aanbeland in de tijd van “verbinding” en van “bruggen bouwen” en dat betekent vooral geen tegenstellingen. En wie krijgen dan automatisch gelijk, naar wie wordt het meest geluisterd? Naar de schreeuwers! Want als die stil en tevreden zijn, is alles weer rustig. Die brave parochianen: die zijn per definitie rustig. Van hen heeft een bisschop geen last. En de betrokken priester staat in de kou, raakt gefrustreerd en zoekt als hij kan een veilig heenkomen. En andere priesters kijken wel uit voor ze de confrontatie aangaan, doen compromissen waarin ze eigenlijk niet geloven en wachten cynisch op hun pensioen ….
Pastoor Karel van Roosmalen gaat met pensioen. Het mag zijn dat hij bepaalde praktische dingen niet altijd even tactisch aanpakt en misschien soms zelfs bot is maar zijn misbezoek is, gezien de ernst der tijden, niet slecht. Er zijn geen klachten over zijn sacramentele en priesterlijke bediening. De leider van de oppositie die de mensen voor de demonstratie tegen de pastoor heeft opgetrommeld en nu de vlag uitsteekt, is er trots op dat hij nooit in de kerk komt. Hij spektakelt, de bisschop erkent dat er geen gronden zijn om in te grijpen maar de pastoor voelt zich toch inhoudelijk zo weinig door de bisschop gesteund dat hij ontslag neemt en kerngezond met pensioen gaat. En wie zijn de dupe? Niet de organisator van de rellen, niet de meelopers. Die hebben waarschijnlijk geen pastoor nodig. Die zoeken wel iemand die iets in de kerk voor hen doet, als het een keer nodig is. De dupe zijn de trouwe kerkgangers, de brave katholieken die binnenkort geen eucharistie meer hebben op zondag. Voor hen is dat met een woord- en communiedienst niet op te lossen.
En wat gebeurt er in parochies waar er misbruiken zijn in de liturgie, waar de pastoors “uitvaarten op maat” aanbieden tegen de geest en de regels van de liturgie in, waar de mensen in het parochieblad met regelrechte ketterijen geconfronteerd worden? Niets, want mensen, die zich hierdoor geschoffeerd voelen, klagen niet in krant en zouden daar trouwens weinig gehoor vinden. En daarom doet het bisdom niets. Rust betekent namelijk verbinding, denkt men daar.
En de bisschop….. Hij wordt in de kranten geprezen om zijn “begrip” en “pastorale” aanpak.
18 oktober 2017
Feest van de H. Lucas, evangelist
Al eerder heb ik geschreven dat de luidruchtigen in onze parochies meestal niet de trouwste parochianen zijn. Wil een priester na jarenlange scheefgroei in een parochie de liturgie weer een beetje in het katholieke gareel brengen, dan stoot hij geheid op massieve tegenstand van de “officials” in de parochie. Hij kan proberen uit te leggen wat hij wil, hij kan kerkelijke documenten van allerlei aard citeren, het zal niet helpen. Want het enige argument van de “officials” is: “wij zijn het hier anders gewend” en “u jaagt de mensen de kerk uit”. De krant wordt ingeschakeld en die is altijd automatisch op de hand van de “officials”, bestempelt steevast de pastoor als “aartsconservatief” en de “officials” als slachtoffers en dat gebeurt allemaal op zodanige wijze dat de meeste mensen die de pastoor niet van nabij kennen besmet worden met anti-pastoor-virus en dat is ook de bedoeling van de “officials”. Iedereen wordt aangemoedigd ingezonden stukken in de krant en liever nog brieven aan de bisschop te schrijven. Tussen twee haakjes: weet u wat voor mensen die officials meestal zijn? Zij worden gekenmerkt door een lage kerkbetrokkenheid, dat wil zeggen: de wekelijkse eucharistie is voor hen niet zo van belang , laat staan vroomheidsoefeningen zoals aanbidding en rozenkransgebed. Ze vinden dat laatste maar rare voorbije hobby’s van de (nieuwe) pastoor. Ze houden vooral van “iets doen”. Ze zijn in de kerk als ze woord-en-communiediensten kunnen leiden, als ze lector zijn, als ze meewerken aan de voorbereidende vieringen van de eerste communie, of als het koor waarvan ze lid zijn (het is zo gezellig) moet zingen (niet wat de pastoor vindt, geen psalmen, nee, daar houden wij niet van).
We hebben de laatste twintig, dertig jaar in ons bisdom nogal eens van die voorvallen in parochies gehad. Dat had enerzijds te maken met een liturgisch verziekte situatie die pastoors in de zeventiger en tachtiger jaren in hun parochies hadden laten ontstaan en anderzijds met een nieuwe lichting jonge priesters die op het St.-Janscentrum opgeleid was in de juiste postconciliaire liturgie met een afschuw voor alle misbruiken die afbreuk doen aan de waarachtige eredienst. Deze priesters werden door de bisschoppen ter Schure en Hurkmans gesteund. Deze bisschoppen stonden achter de priesters van wie ze wisten dat ze hen in kerkelijke zin konden vertrouwen. Soms was die steun niet stevig genoeg, maar toch… Na lange jaren van hoop op verbetering werden soms ook knopen doorgehakt zoals bij de San Salvator in Orthen die totaal van de katholieke Kerk was weggedreven. Na eindeloos overleg in Best werd niet gezwicht voor de eigenzinnigheid van een pastoor en een diaken die de zelfstandigheid van de parochie duidelijk misbruikten als voorwendsel voor heterodoxe opvattingen.
Die tijd lijkt in ons bisdom voorbij. Met de nieuwe bisschop zijn we aanbeland in de tijd van “verbinding” en van “bruggen bouwen” en dat betekent vooral geen tegenstellingen. En wie krijgen dan automatisch gelijk, naar wie wordt het meest geluisterd? Naar de schreeuwers! Want als die stil en tevreden zijn, is alles weer rustig. Die brave parochianen: die zijn per definitie rustig. Van hen heeft een bisschop geen last. En de betrokken priester staat in de kou, raakt gefrustreerd en zoekt als hij kan een veilig heenkomen. En andere priesters kijken wel uit voor ze de confrontatie aangaan, doen compromissen waarin ze eigenlijk niet geloven en wachten cynisch op hun pensioen ….
Pastoor Karel van Roosmalen gaat met pensioen. Het mag zijn dat hij bepaalde praktische dingen niet altijd even tactisch aanpakt en misschien soms zelfs bot is maar zijn misbezoek is, gezien de ernst der tijden, niet slecht. Er zijn geen klachten over zijn sacramentele en priesterlijke bediening. De leider van de oppositie die de mensen voor de demonstratie tegen de pastoor heeft opgetrommeld en nu de vlag uitsteekt, is er trots op dat hij nooit in de kerk komt. Hij spektakelt, de bisschop erkent dat er geen gronden zijn om in te grijpen maar de pastoor voelt zich toch inhoudelijk zo weinig door de bisschop gesteund dat hij ontslag neemt en kerngezond met pensioen gaat. En wie zijn de dupe? Niet de organisator van de rellen, niet de meelopers. Die hebben waarschijnlijk geen pastoor nodig. Die zoeken wel iemand die iets in de kerk voor hen doet, als het een keer nodig is. De dupe zijn de trouwe kerkgangers, de brave katholieken die binnenkort geen eucharistie meer hebben op zondag. Voor hen is dat met een woord- en communiedienst niet op te lossen.
En wat gebeurt er in parochies waar er misbruiken zijn in de liturgie, waar de pastoors “uitvaarten op maat” aanbieden tegen de geest en de regels van de liturgie in, waar de mensen in het parochieblad met regelrechte ketterijen geconfronteerd worden? Niets, want mensen, die zich hierdoor geschoffeerd voelen, klagen niet in krant en zouden daar trouwens weinig gehoor vinden. En daarom doet het bisdom niets. Rust betekent namelijk verbinding, denkt men daar.
En de bisschop….. Hij wordt in de kranten geprezen om zijn “begrip” en “pastorale” aanpak.
18 oktober 2017
Feest van de H. Lucas, evangelist
Klimaat van angst: de nieuwe harde aanpak van katholieke theologen
door Dan Hitchens in Catholic Herald
12 oktober 2017
Academici en clerici vrezen gestraft te worden omdat ze zich uitgesproken hebben over Amoris Laetitia
Orthodoxe katholieken worden geconfronteerd met “vervolging” – en niet door secularisten maar door hun medegelovigen. Dat is de opzienbarende bewering die prof. Josef Seifert afgelopen week deed, de filosoof en de vriend van de heilige Johannes Paulus II. Zijn opmerkingen vormen een echo van enkele recente commentaren van kardinaal Gerhard Müller die zei tegen de National Catholic Register dat curieleden in het Vaticaan en universiteitsdocenten “in grote angst leven”. En Seifert en kardinaal Müller zeggen alleen openlijk wat velen privé zeggen. Bij onderzoek voor dit artikel heb ik het gehoord van priesters en academici op vier continenten, die, zo gauw ik het onderwerp van intimidatie ter sprake bracht, meteen om anonimiteit vroegen. Sommigen verwezen naar het feit dat ze kun kost moesten verdienen of hun gezin moesten onderhouden. Eén professor spotte: “” Ik ben niet klaar voor het witte martelaarschap”- een theologische term voor de aanvaarding van een groot (niet dodelijk) lijden omwille van het geloof.
Zoals het vaak is met intimidatie, de precieze misdaad is moeilijk aan te wijzen. Het heeft te maken met die kwesties die zoveel onrust in de Kerk veroorzaakt hebben. De kerk heeft altijd geleerd dat iemand ernstige zonden moet biechten voordat hij de communie ontvangt, en dat wanneer de zonde publiek is – bijvoorbeeld bij scheiden en hertrouwen – de priester de communie moet weigeren. Deze leer is de laatste jaren aangevochten waarbij beide kanten de steun van paus Franciscus claimen; en onvermijdelijk heeft dit debat tot verdere vragen geleid: is echtbreuk altijd een zware zonde? Kun je algemene uitspraken doen over zonde? Enzovoorts. Het geval van Seifert laat zien hoe serieus het debat geworden is. Slechts twee jaar geleden was de relatie van Seifert met zijn plaatselijke aartsbisschop, Javier Martínez van Granada, er één van wederzijdse bewondering. Seifert was onder de indruk van het energieke leiderschap van aartsbisschop Martínez. De aartsbisschop benoemde Seifert op een speciaal gecreëerde leerstoel aan de Internationale Academie voor Filosofie van Granada. Alles veranderde in april 2016 met de publicatie van de apostolische exhortatie Amoris Laetitia van paus Franciscus. De mening van Seifert is, dat de tekst al ”bevat hij veel mooie gedachten en diepe waarheden”, ook mogelijkerwijs gevaarlijk is. Er staat bijvoorbeeld een dubbelzinnige zin in waarin wordt gesuggereerd dat het geweten kan uitmaken “wat nu het meest edelmoedige antwoord is”, en dat “God zelf vraagt” om dit antwoord. Eén mogelijke implicatie is dat God iemand zou kunnen vragen door te gaan met echtbreuk plegen omdat het “edelmoediger antwoord” van ermee ophouden onmogelijk is. Seifert schreef een artikel voor het blad Aemat waarin hij zei dat deze implicatie zo gevaarlijk was dat hij hoopte dat de paus dit zou uitsluiten. Zijn punt was niet dat de paus het fout had, maar dat de zin verheldering behoefde. Daarvoor werd hij, zo zegt hij, door aartsbisschop Martínez ontslagen. Seifert zegt dat de aartsbisschop hem dit niet direct gezegd heeft: hij kreeg er weet van door een paar aanwijzingen en via een publieke verklaring waarin de aartsbisschop zei dat Seifert “het geloof en de gelovigen in verwarring had gebracht”. Seifert onderneemt juridische stappen tegen dit oneerlijke ontslag (Het aartsbisdom heeft tot op heden niet geantwoord op een verzoek om commentaar). Seifert is niet het enige voorbeeld van een academicus die botst met de plaatselijke hiërarchie. Eén academicus in de Verenigde Staten, die zijn naam niet genoemd wil hebben, is dwars gezeten door zijn bisschop vanwege zijn kritiek op Amoris Laetitia. Hij vreest dat deze ervaring zich zal herhalen in openlijke of subtiele vormen van dwang, een ernstige beperking van vrije meningsuiting en een hernieuwde poging orthodoxe katholieken te marginaliseren.
Amoris Laetitia lijkt een keerpunt te zijn geweest. De tekst is hoogst dubbelzinnig en verschillende lezers komen tot heel verschillende interpretaties. Zoals literaire critici eeuwenlang hebben gedebatteerd over de motieven van Iago en de aarzeling van Hamlet, zo kunnen we een scala van betekenissen vinden in Amoris Laetitia – en net zoals Shakespeare blijft zwijgen, lijkt de paus tevreden dat de discussie doorgaat. Dit is misschien een deel geweest van een nieuw tijdperk van ongebreideld debat – iets wat de paus leek aan te geven bij het begin van de gezinssynode in 2014 toen hij zei tegen de kardinalen: “Er is algemene basisvoorwaarde: eerlijk spreken. Niemand mag zeggen: ‘Ik kan dit niet zeggen, omdat ze dit of dat van me vinden’.” Maar de verklaringen van de paus hebben in plaats daarvan een gezagsvacuüm gecreëerd waarin zich figuren met hun eigen agenda’s hebben begeven. Zo is het verhaal van het debat in de Kerk sinds Amoris Laetitia een verhaal geweest van de mond snoeren en maatregelen. Vier maanden nadat de exhortatie was gepubliceerd, tekenden 45 priesters en theologen een brief aan het college van kardinalen. Het document noemde sommige van de wildere interpretaties van Amoris Laetitia – die duidelijk tegen de kerkelijke leer zijn – en doen het voorstel dat de paus deze wijze van lezen zou veroordelen. Het document beschuldigde niet de paus van het verspreiden van dwalingen; het was in feite niet eens aan de paus gericht maar vroeg de kardinalen te overwegen een verzoek aan de paus te doen. Maar toen de brief uitgelekt was, kregen sommigen van de ondertekenaars te maken met druk. Eén van hen, de cisterciënzer monnik, pater Edmund Waldstein, trok zijn handtekening terug op verzoek van zijn abt. Een andere priester kreeg bezoek van zijn bisschop en ontving een uitbrander. Een derde ondertekenaar werd gedegradeerd van een leidende positie aan zijn universiteit; een ander ondervond dat het werk als docent en schrijver op droogde, en kon ternauwernood vermijden dat hij zijn hoofdbaan verloor. (Deze laatste drie kunnen om voor de hand liggende redenen niet met name genoemd worden).
Terwijl dit gaande is, leven veel leden van de Vaticaans curie in vrees voor hun baan. Kardinaal Gerhard Müller, die tot dit jaar de hoogste functionaris in zake geloofsleer was, zegt mij dat het “een natuurlijke reactie is op slecht gecommuniceerde en ongerechtvaardigde ontslagen van competente medewerkers”. Tijdens de ambtsperiode van de kardinaal werden drie medewerkers aan de Congregatie voor de Geloofsleer zonder zijn instemming ontslagen. Velen die permanent of tijdelijk rond het Vaticaan hebben verbleven, spreken van een sfeer van angst. Anna Silvas, die doceert aan de Universiteit van New Engeland, was in april in Rome voor een conferentie waarop mogelijke gevaren van Amoris Laetitia ter sprake kwamen. De avond voor de conferentie begon, waren vijf van de sprekers in een restaurant toen een jonge priester naar hun tafel kwam. Hij zegende de maaltijd en de academici die aanwezig waren, zwegen stil. “De boodschap die ik van hem kreeg,” herinnert zich Silvas, “was dit: ‘Er staan een heleboel priesters en bisschoppen achter dit alles maar in het geheim. Zij zijn sterk geïnteresseerd in wat u te zeggen hebt. Maar zij kunnen zich niet vertonen op de conferentie want hun identiteit zou kunnen worden genoteerd, namen worden opgenomen. Er zouden .... repercussies kunnen zijn’.” De priester voegde eraan toe: “Dat jullie leken academici moedig genoeg bent om uw stem te verheffen over de huidige situatie, is een teken van predilectie”, dat is van goddelijke welwillendheid.
Op verzoek had Silvas, binnen een maand na de publicatie, Amoris Laetitia serieus bestudeerd. Haar (kritische) artikel bereikte uiteindelijk een wereldwijd gehoor. Onlangs hoorde zij van een bisschop – zij geeft er de voorkeur niet zeggen uit welk land – die haar zei dat hij toen hij haar artikel las, erg boos was. “Maar, zei hij, met al wat sindsdien gebeurd is, beschouwt hij al wat ik gezegd heb, als absoluut waar. Hij had ook aan den lijve de giftige sfeer van intimidatie ervaren. Ik vroeg hem: ‘Waarom zwijgen de bisschoppen? Dat is voor ons, gelovige leken, een schandaal.’ ‘Maar natuurlijk’, zei hij, ‘zijn we allemaal bang’.”
Het klimaat is nog verslechterd na de publicatie van de dubia vorig jaar waarin vier kardinalen (twee van hen zijn sindsdien gestorven) paus Franciscus hebben gevraag of hij de traditionele leer rond communie en zedenwet opnieuw wilde bevestigen. Er kwam geen antwoord en de supporters van de paus beschuldigden de kardinalen van gebrek aan loyaliteit.
Bisschop René Henry Gracida, een Amerikaans emeritus bisschop, gelooft dat het ontslag van kardinaal Müller en van kardinaal Raymon Burke - die beiden de traditionele leer verkondigden – ander prelaten zo bang hebben gemaakt dat ze niets meer zeggen. “Waarom zwijgen zij?” vraagt hij zich af. “Er lijkt geen andere verklaring voor te zijn dan dat zij niet de vernedering willen ondergaan die de kardinalen Burke en Müller e.a. hebben ervaren. En die bisschoppen die streven naar de rode kardinaalshoed, willen hun kansen daarop niet in gevaar brengen.”
Bisschop Gracida merkt op dat carrièrisme iets is waarvoor de paus zelf dikwijls heeft gewaarschuwd; dat deed ook Jezus als hij Jacobus en Johannes eraan herinnert dat het kruis, niet aardse roem, de weg is van de leerling van Jezus. “Door heel de kerkgeschiedenis heen zijn mensen verleid ambitie te koesteren voor promotie, carrièrisme. Zij werpen een donkere schaduw over hun dienstwerk,” zegt de bisschop. Bisschop Gracida heeft de recente correctio filialis getekend samen met meer dan 200 academici en pastores. De “correctie” stelde dat de handelingen van de paus ertoe zouden kunnen leiden dat er ketterijen verspreid worden. Bijvoorbeeld, afgelopen jaar hebben de twee bisschoppen van Malta een document uitgegeven waarin ze zeggen dat echtbreuk (overspel) onvermijdelijk kan zijn. Dit werd in de eigen krant van het Vaticaan gepubliceerd en de paus feliciteerde de Maltezer bisschoppen met de tekst. De “correctie” wijst erop dat dit soort stappen ertoe hebben bijgedragen dat er verwarring ontstaat rond de katholieke leer.
Claudio Pierantoni, een filosofieprofessor aan de Universiteit van Chili, zei tegen lifesitenews.com dat hij tien collega’s had gevraagd met hem de “correctie” te ondertekenen. Zeven, zegt hij, deelden hem mee dat ze dit graag zouden willen maar te bang waren. Rev. Ray Blake, een Engelse priester, blogde dat “lafheid” hem weerhouden had: “Ik geef het toe, ik ben bang te tekenen en ik ken meer priesters die mijn vrees delen.”
Rev. Cor Mennen die docent is aan het grootseminarie van het bisdom ’s-Hertogenbosch in Nederland, schreef op zijn blog: “Er zijn veel priesters die het eens zijn met de correctie maar zich om diverse redenen gedeisd houden. Er is een sfeer van angst , en “ballingschap” ligt altijd op de loer.” Ik vraag rev. Mennen hoe velen het ermee eens zijn. Zijn antwoord verrast me: “Ik denk dat de meeste Nederlandse bisschoppen voor de correctio filialis zijn, evenals veel priesters – zeker de meeste jongere – maar mensen zijn bang van Rome, bang voor hun posities.”
Sommigen zullen op dit alles antwoorden met een schouderophalen. Is dit niet de keerzijde van wat gebeurde met bepaalde progressieve theologen onder Johannes Paulus II en Benedictus XVI? En er is een risico dat je door deze verhalen te vertellen de indruk wekt dat mensen als Josef Seifert gelijk hebben simpelweg omdat zij vervolgd worden. Niets is minder vervelend in het huidige debat dan de strijd te winnen door het martelaarschap te claimen.
Dit gezegd zijnde moeten we constateren dat er belangrijke verschillen zijn tussen vandaag en gisteren. Zoals Michael Sirilla van de Franciscaanse Universiteit van Steubenville vaststelt: “In de nasleep van Humanae Vitae verwierpen veel priesters en theologen, die bang waren voor represailles, de traditionele leer van de Kerk rond de intrinsieke immoraliteit van contraceptieve handelingen. Nu echter bestaat er vrees aan de kant van die priesters en theologen die zonder voorbehoud vasthouden aan de traditionele leer van de Kerk betreffende immoraliteit van echtscheiding en nieuw huwelijk en betreffende de voorwaarden voor het waardig ontvangen van het boetesacrament en de eucharistie. Velen van hen maken zich zorgen dat hun plaatselijke ordinaris hun mandatum (de goedkeuring van de bisschop om te doceren) of hun priesterlijke bevoegdheden zou kunnen herroepen.” Er is verder nog een verschil. De personen tegen wie onder Johannes Paulus II maatregelen werden genomen konden rekenen op een welwillend oor van de seculiere pers, en dikwijls – zoals bij Hans Küng – konden ze verder genieten van succesvolle carrières buiten de officiële katholieke instellingen. Voor de zwijgende figuren in de Kerk van vandaag echter zal geen enkele seculiere instelling het opnemen; en zij geloven dat ze te maken kunnen krijgen met een financiële ondergang als hun oversten maatregelen tegen hen nemen.
“Vele academici”, zegt een professor, “verzetten zich op een rustige manier; wij doceren de waarheid in het leslokaal zonder er veel lawaai rond te maken. Maar velen van ons vermoeden dat, zelfs dan, onze dagen in de kerkelijke instituties geteld zijn.”
Sommigen geloven dat deze duidelijke aanpak hun zaak goed zal doen. “Omdat er geen goede argumenten tegen ons standpunt in te brengen zijn”, zegt een theoloog. Andere ontlenen troost aan het leven van de H. Athanasius die bijna alleen stond onder de bisschoppen van de vierder eeuw in de strijd tegen de Ariaanse ketterij en die ballingschap moest ondergaan, aanslagen op zijn leven en zelfs een excommunicatie van de paus. Maar de parallel is niet volledig: veel bisschoppen hebben de traditionele leer tegen de communie van hertrouwd gescheidenen bevestigd. Kardinaal Múller gelooft dat de dingen niet zo dramatisch zijn als sommigen willen doen geloven. “Er zijn veel bisschoppen die erg duidelijk zijn”, zegt hij. De kardinaal hoopt dat de katholieken de “omstreden en polemische discussie kunnen overwinnen” en de waarheid uitspreken met respect en pastorale gevoeligheid voor hen die moeilijkheden ondervinden in hun huwelijks- en gezinsleven”. De kardinaal zegt dat de weg naar vrede ligt in een gezamenlijke toewijding aan de orthodoxie. “Niemand die Amoris Laetitia uitlegt in de context van de orthodoxe traditie mag disciplinaire maatregelen ondervinden”, zegt hij. “Alleen als iemand de principes van het katholieke geloof ontkent, kan hij bestraft worden. De bewijslast ligt bij hen die Amoris Laetitia in een heterodoxe zin willen uitleggen, dat wil zeggen in tegenstelling met de woorden van Jezus en de dogmatische beslissingen van het leergezag.” Leer en pastorale zorg mogen niet worden gescheiden, zegt hij: “Jezus Christus is tegelijk de leraar van het Koninkrijk van God en de goede herder die zijn leven geeft voor zijn schapen.”
Vertaling C. Mennen pr
12 oktober 2017
Academici en clerici vrezen gestraft te worden omdat ze zich uitgesproken hebben over Amoris Laetitia
Orthodoxe katholieken worden geconfronteerd met “vervolging” – en niet door secularisten maar door hun medegelovigen. Dat is de opzienbarende bewering die prof. Josef Seifert afgelopen week deed, de filosoof en de vriend van de heilige Johannes Paulus II. Zijn opmerkingen vormen een echo van enkele recente commentaren van kardinaal Gerhard Müller die zei tegen de National Catholic Register dat curieleden in het Vaticaan en universiteitsdocenten “in grote angst leven”. En Seifert en kardinaal Müller zeggen alleen openlijk wat velen privé zeggen. Bij onderzoek voor dit artikel heb ik het gehoord van priesters en academici op vier continenten, die, zo gauw ik het onderwerp van intimidatie ter sprake bracht, meteen om anonimiteit vroegen. Sommigen verwezen naar het feit dat ze kun kost moesten verdienen of hun gezin moesten onderhouden. Eén professor spotte: “” Ik ben niet klaar voor het witte martelaarschap”- een theologische term voor de aanvaarding van een groot (niet dodelijk) lijden omwille van het geloof.
Zoals het vaak is met intimidatie, de precieze misdaad is moeilijk aan te wijzen. Het heeft te maken met die kwesties die zoveel onrust in de Kerk veroorzaakt hebben. De kerk heeft altijd geleerd dat iemand ernstige zonden moet biechten voordat hij de communie ontvangt, en dat wanneer de zonde publiek is – bijvoorbeeld bij scheiden en hertrouwen – de priester de communie moet weigeren. Deze leer is de laatste jaren aangevochten waarbij beide kanten de steun van paus Franciscus claimen; en onvermijdelijk heeft dit debat tot verdere vragen geleid: is echtbreuk altijd een zware zonde? Kun je algemene uitspraken doen over zonde? Enzovoorts. Het geval van Seifert laat zien hoe serieus het debat geworden is. Slechts twee jaar geleden was de relatie van Seifert met zijn plaatselijke aartsbisschop, Javier Martínez van Granada, er één van wederzijdse bewondering. Seifert was onder de indruk van het energieke leiderschap van aartsbisschop Martínez. De aartsbisschop benoemde Seifert op een speciaal gecreëerde leerstoel aan de Internationale Academie voor Filosofie van Granada. Alles veranderde in april 2016 met de publicatie van de apostolische exhortatie Amoris Laetitia van paus Franciscus. De mening van Seifert is, dat de tekst al ”bevat hij veel mooie gedachten en diepe waarheden”, ook mogelijkerwijs gevaarlijk is. Er staat bijvoorbeeld een dubbelzinnige zin in waarin wordt gesuggereerd dat het geweten kan uitmaken “wat nu het meest edelmoedige antwoord is”, en dat “God zelf vraagt” om dit antwoord. Eén mogelijke implicatie is dat God iemand zou kunnen vragen door te gaan met echtbreuk plegen omdat het “edelmoediger antwoord” van ermee ophouden onmogelijk is. Seifert schreef een artikel voor het blad Aemat waarin hij zei dat deze implicatie zo gevaarlijk was dat hij hoopte dat de paus dit zou uitsluiten. Zijn punt was niet dat de paus het fout had, maar dat de zin verheldering behoefde. Daarvoor werd hij, zo zegt hij, door aartsbisschop Martínez ontslagen. Seifert zegt dat de aartsbisschop hem dit niet direct gezegd heeft: hij kreeg er weet van door een paar aanwijzingen en via een publieke verklaring waarin de aartsbisschop zei dat Seifert “het geloof en de gelovigen in verwarring had gebracht”. Seifert onderneemt juridische stappen tegen dit oneerlijke ontslag (Het aartsbisdom heeft tot op heden niet geantwoord op een verzoek om commentaar). Seifert is niet het enige voorbeeld van een academicus die botst met de plaatselijke hiërarchie. Eén academicus in de Verenigde Staten, die zijn naam niet genoemd wil hebben, is dwars gezeten door zijn bisschop vanwege zijn kritiek op Amoris Laetitia. Hij vreest dat deze ervaring zich zal herhalen in openlijke of subtiele vormen van dwang, een ernstige beperking van vrije meningsuiting en een hernieuwde poging orthodoxe katholieken te marginaliseren.
Amoris Laetitia lijkt een keerpunt te zijn geweest. De tekst is hoogst dubbelzinnig en verschillende lezers komen tot heel verschillende interpretaties. Zoals literaire critici eeuwenlang hebben gedebatteerd over de motieven van Iago en de aarzeling van Hamlet, zo kunnen we een scala van betekenissen vinden in Amoris Laetitia – en net zoals Shakespeare blijft zwijgen, lijkt de paus tevreden dat de discussie doorgaat. Dit is misschien een deel geweest van een nieuw tijdperk van ongebreideld debat – iets wat de paus leek aan te geven bij het begin van de gezinssynode in 2014 toen hij zei tegen de kardinalen: “Er is algemene basisvoorwaarde: eerlijk spreken. Niemand mag zeggen: ‘Ik kan dit niet zeggen, omdat ze dit of dat van me vinden’.” Maar de verklaringen van de paus hebben in plaats daarvan een gezagsvacuüm gecreëerd waarin zich figuren met hun eigen agenda’s hebben begeven. Zo is het verhaal van het debat in de Kerk sinds Amoris Laetitia een verhaal geweest van de mond snoeren en maatregelen. Vier maanden nadat de exhortatie was gepubliceerd, tekenden 45 priesters en theologen een brief aan het college van kardinalen. Het document noemde sommige van de wildere interpretaties van Amoris Laetitia – die duidelijk tegen de kerkelijke leer zijn – en doen het voorstel dat de paus deze wijze van lezen zou veroordelen. Het document beschuldigde niet de paus van het verspreiden van dwalingen; het was in feite niet eens aan de paus gericht maar vroeg de kardinalen te overwegen een verzoek aan de paus te doen. Maar toen de brief uitgelekt was, kregen sommigen van de ondertekenaars te maken met druk. Eén van hen, de cisterciënzer monnik, pater Edmund Waldstein, trok zijn handtekening terug op verzoek van zijn abt. Een andere priester kreeg bezoek van zijn bisschop en ontving een uitbrander. Een derde ondertekenaar werd gedegradeerd van een leidende positie aan zijn universiteit; een ander ondervond dat het werk als docent en schrijver op droogde, en kon ternauwernood vermijden dat hij zijn hoofdbaan verloor. (Deze laatste drie kunnen om voor de hand liggende redenen niet met name genoemd worden).
Terwijl dit gaande is, leven veel leden van de Vaticaans curie in vrees voor hun baan. Kardinaal Gerhard Müller, die tot dit jaar de hoogste functionaris in zake geloofsleer was, zegt mij dat het “een natuurlijke reactie is op slecht gecommuniceerde en ongerechtvaardigde ontslagen van competente medewerkers”. Tijdens de ambtsperiode van de kardinaal werden drie medewerkers aan de Congregatie voor de Geloofsleer zonder zijn instemming ontslagen. Velen die permanent of tijdelijk rond het Vaticaan hebben verbleven, spreken van een sfeer van angst. Anna Silvas, die doceert aan de Universiteit van New Engeland, was in april in Rome voor een conferentie waarop mogelijke gevaren van Amoris Laetitia ter sprake kwamen. De avond voor de conferentie begon, waren vijf van de sprekers in een restaurant toen een jonge priester naar hun tafel kwam. Hij zegende de maaltijd en de academici die aanwezig waren, zwegen stil. “De boodschap die ik van hem kreeg,” herinnert zich Silvas, “was dit: ‘Er staan een heleboel priesters en bisschoppen achter dit alles maar in het geheim. Zij zijn sterk geïnteresseerd in wat u te zeggen hebt. Maar zij kunnen zich niet vertonen op de conferentie want hun identiteit zou kunnen worden genoteerd, namen worden opgenomen. Er zouden .... repercussies kunnen zijn’.” De priester voegde eraan toe: “Dat jullie leken academici moedig genoeg bent om uw stem te verheffen over de huidige situatie, is een teken van predilectie”, dat is van goddelijke welwillendheid.
Op verzoek had Silvas, binnen een maand na de publicatie, Amoris Laetitia serieus bestudeerd. Haar (kritische) artikel bereikte uiteindelijk een wereldwijd gehoor. Onlangs hoorde zij van een bisschop – zij geeft er de voorkeur niet zeggen uit welk land – die haar zei dat hij toen hij haar artikel las, erg boos was. “Maar, zei hij, met al wat sindsdien gebeurd is, beschouwt hij al wat ik gezegd heb, als absoluut waar. Hij had ook aan den lijve de giftige sfeer van intimidatie ervaren. Ik vroeg hem: ‘Waarom zwijgen de bisschoppen? Dat is voor ons, gelovige leken, een schandaal.’ ‘Maar natuurlijk’, zei hij, ‘zijn we allemaal bang’.”
Het klimaat is nog verslechterd na de publicatie van de dubia vorig jaar waarin vier kardinalen (twee van hen zijn sindsdien gestorven) paus Franciscus hebben gevraag of hij de traditionele leer rond communie en zedenwet opnieuw wilde bevestigen. Er kwam geen antwoord en de supporters van de paus beschuldigden de kardinalen van gebrek aan loyaliteit.
Bisschop René Henry Gracida, een Amerikaans emeritus bisschop, gelooft dat het ontslag van kardinaal Müller en van kardinaal Raymon Burke - die beiden de traditionele leer verkondigden – ander prelaten zo bang hebben gemaakt dat ze niets meer zeggen. “Waarom zwijgen zij?” vraagt hij zich af. “Er lijkt geen andere verklaring voor te zijn dan dat zij niet de vernedering willen ondergaan die de kardinalen Burke en Müller e.a. hebben ervaren. En die bisschoppen die streven naar de rode kardinaalshoed, willen hun kansen daarop niet in gevaar brengen.”
Bisschop Gracida merkt op dat carrièrisme iets is waarvoor de paus zelf dikwijls heeft gewaarschuwd; dat deed ook Jezus als hij Jacobus en Johannes eraan herinnert dat het kruis, niet aardse roem, de weg is van de leerling van Jezus. “Door heel de kerkgeschiedenis heen zijn mensen verleid ambitie te koesteren voor promotie, carrièrisme. Zij werpen een donkere schaduw over hun dienstwerk,” zegt de bisschop. Bisschop Gracida heeft de recente correctio filialis getekend samen met meer dan 200 academici en pastores. De “correctie” stelde dat de handelingen van de paus ertoe zouden kunnen leiden dat er ketterijen verspreid worden. Bijvoorbeeld, afgelopen jaar hebben de twee bisschoppen van Malta een document uitgegeven waarin ze zeggen dat echtbreuk (overspel) onvermijdelijk kan zijn. Dit werd in de eigen krant van het Vaticaan gepubliceerd en de paus feliciteerde de Maltezer bisschoppen met de tekst. De “correctie” wijst erop dat dit soort stappen ertoe hebben bijgedragen dat er verwarring ontstaat rond de katholieke leer.
Claudio Pierantoni, een filosofieprofessor aan de Universiteit van Chili, zei tegen lifesitenews.com dat hij tien collega’s had gevraagd met hem de “correctie” te ondertekenen. Zeven, zegt hij, deelden hem mee dat ze dit graag zouden willen maar te bang waren. Rev. Ray Blake, een Engelse priester, blogde dat “lafheid” hem weerhouden had: “Ik geef het toe, ik ben bang te tekenen en ik ken meer priesters die mijn vrees delen.”
Rev. Cor Mennen die docent is aan het grootseminarie van het bisdom ’s-Hertogenbosch in Nederland, schreef op zijn blog: “Er zijn veel priesters die het eens zijn met de correctie maar zich om diverse redenen gedeisd houden. Er is een sfeer van angst , en “ballingschap” ligt altijd op de loer.” Ik vraag rev. Mennen hoe velen het ermee eens zijn. Zijn antwoord verrast me: “Ik denk dat de meeste Nederlandse bisschoppen voor de correctio filialis zijn, evenals veel priesters – zeker de meeste jongere – maar mensen zijn bang van Rome, bang voor hun posities.”
Sommigen zullen op dit alles antwoorden met een schouderophalen. Is dit niet de keerzijde van wat gebeurde met bepaalde progressieve theologen onder Johannes Paulus II en Benedictus XVI? En er is een risico dat je door deze verhalen te vertellen de indruk wekt dat mensen als Josef Seifert gelijk hebben simpelweg omdat zij vervolgd worden. Niets is minder vervelend in het huidige debat dan de strijd te winnen door het martelaarschap te claimen.
Dit gezegd zijnde moeten we constateren dat er belangrijke verschillen zijn tussen vandaag en gisteren. Zoals Michael Sirilla van de Franciscaanse Universiteit van Steubenville vaststelt: “In de nasleep van Humanae Vitae verwierpen veel priesters en theologen, die bang waren voor represailles, de traditionele leer van de Kerk rond de intrinsieke immoraliteit van contraceptieve handelingen. Nu echter bestaat er vrees aan de kant van die priesters en theologen die zonder voorbehoud vasthouden aan de traditionele leer van de Kerk betreffende immoraliteit van echtscheiding en nieuw huwelijk en betreffende de voorwaarden voor het waardig ontvangen van het boetesacrament en de eucharistie. Velen van hen maken zich zorgen dat hun plaatselijke ordinaris hun mandatum (de goedkeuring van de bisschop om te doceren) of hun priesterlijke bevoegdheden zou kunnen herroepen.” Er is verder nog een verschil. De personen tegen wie onder Johannes Paulus II maatregelen werden genomen konden rekenen op een welwillend oor van de seculiere pers, en dikwijls – zoals bij Hans Küng – konden ze verder genieten van succesvolle carrières buiten de officiële katholieke instellingen. Voor de zwijgende figuren in de Kerk van vandaag echter zal geen enkele seculiere instelling het opnemen; en zij geloven dat ze te maken kunnen krijgen met een financiële ondergang als hun oversten maatregelen tegen hen nemen.
“Vele academici”, zegt een professor, “verzetten zich op een rustige manier; wij doceren de waarheid in het leslokaal zonder er veel lawaai rond te maken. Maar velen van ons vermoeden dat, zelfs dan, onze dagen in de kerkelijke instituties geteld zijn.”
Sommigen geloven dat deze duidelijke aanpak hun zaak goed zal doen. “Omdat er geen goede argumenten tegen ons standpunt in te brengen zijn”, zegt een theoloog. Andere ontlenen troost aan het leven van de H. Athanasius die bijna alleen stond onder de bisschoppen van de vierder eeuw in de strijd tegen de Ariaanse ketterij en die ballingschap moest ondergaan, aanslagen op zijn leven en zelfs een excommunicatie van de paus. Maar de parallel is niet volledig: veel bisschoppen hebben de traditionele leer tegen de communie van hertrouwd gescheidenen bevestigd. Kardinaal Múller gelooft dat de dingen niet zo dramatisch zijn als sommigen willen doen geloven. “Er zijn veel bisschoppen die erg duidelijk zijn”, zegt hij. De kardinaal hoopt dat de katholieken de “omstreden en polemische discussie kunnen overwinnen” en de waarheid uitspreken met respect en pastorale gevoeligheid voor hen die moeilijkheden ondervinden in hun huwelijks- en gezinsleven”. De kardinaal zegt dat de weg naar vrede ligt in een gezamenlijke toewijding aan de orthodoxie. “Niemand die Amoris Laetitia uitlegt in de context van de orthodoxe traditie mag disciplinaire maatregelen ondervinden”, zegt hij. “Alleen als iemand de principes van het katholieke geloof ontkent, kan hij bestraft worden. De bewijslast ligt bij hen die Amoris Laetitia in een heterodoxe zin willen uitleggen, dat wil zeggen in tegenstelling met de woorden van Jezus en de dogmatische beslissingen van het leergezag.” Leer en pastorale zorg mogen niet worden gescheiden, zegt hij: “Jezus Christus is tegelijk de leraar van het Koninkrijk van God en de goede herder die zijn leven geeft voor zijn schapen.”
Vertaling C. Mennen pr
zondag 29 oktober 2017
Waarom de gematigde benadering van paus Franciscus revolutionair is
door John Henry Westen – LifeSiteNews
Op 9 juni 2016 hield paus Franciscus een homilie die de sleutel is tot het begrijpen van zijn modus operandi als het gaat over geloofszaken. Hij voer uit tegen een “alles of niets” benadering van het geloof en hij zei: “dat is niet katholiek, dat is ketters”. Hetzelfde gevoelen zit achter zijn herhaalde en heftige kritiek op “starre” katholieken. De “starren” “lijken goed omdat zij de wet volgen”, zei hij, “maar daarachter zit iets dat hen niet goed maakt: of zij zijn slecht, huichelachtig of ziek”.
Paus Franciscus doet zijn best het niet-star zijn in praktijk te brengen, ofwel een strategie te volgen waarbij hij water bij de wijn doet ten aanzien van diverse geloofspunten. Speciaal op terreinen die de seculiere wereld het meest verafschuwt, punten waarop velen de Kerk verachten en belachelijk maken heeft Franciscus op een manier geacteerd die sommigen zien als een inperken van de kritiek op de Kerk. Het is wat velen een gematigde benadering zouden noemen, een modernisering van de Kerk of misschien een afzwakken van de uitersten.
Doorgaans zal paus Franciscus een leer van de Kerk verkondigen en dan onder de druk van moeilijke gevallen zal hij terugtrekken van de logische conclusie die uit de waarheid volgt. Hij zegt vaak dat hij een “zoon van de Kerk” blijft en vasthoudt aan de traditionele geloofspunten. Hij erkent wat hij noemt het “ideaal” maar in naam van de barmhartigheid laat hij in moeilijke gevallen een breed scala van uitzonderingen toe. Hij stelt dat “de werkelijkheid belangrijker is dan ideeën” en zo rechtvaardigt hij een versoepeling van de regels en dat is voor hem het “helpen” van de zwakken.
Wij hebben die benadering in de praktijk gezien.
* Amoris Laetitia prijst het ideaal van het huwelijk ‘voor het leven’ maar laat ook voor hertrouwd gescheidenen de mogelijkheid open in volle gemeenschap met de Kerk te zijn.
* Hoewel hij de katholieke leer tegen kunstmatige geboorteregeling formeel niet heeft verworpen, heeft Franciscus gezegd dat ze in bepaalde gevallen zoals bij een Zikavirusinfectie aanvaardbaar is. Bovendien heeft hij benadrukt dat katholieken niet moeten fokken “als konijnen”.
* Terwijl paus Franciscus het sacramentele huwelijk verheerlijkt heeft, heeft hij ook gevallen van ongehuwd samenwonen, met name wanneer zij monogaam samenleven, een “echt huwelijk” genoemd met de genade van een “echt huwelijk”.
* Paus Franciscus heeft dikwijls kritiek geleverd op de genderideologie en met name op het aanprijzen daarvan bij kinderen. Hij nodigde echter ook een transgender koppel uit in het Vaticaan en sprak over hen als “gehuwd” en gelukkig.
* Terwijl hij het bestaan van de hel toegeeft, heeft hij ook gezegd: “niemand kan voor eeuwig veroordeeld worden" en hij ging zelfs zo ver te suggereren dat mensen die niets met God te maken willen hebben totaal vernietigd worden in plaats van naar de hel te gaan.
* Hoewel hij heeft geschreven dat homoseksuele verbintenissen totaal niet gelijk zijn aan het huwelijk, heeft hij niettemin homoseksuele koppels omarmd en geeft daarmee de indruk hun relaties goed te keuren.
Om te begrijpen hoe revolutionair deze veranderingen zijn in de Kerk moet je begrijpen wat de benadering van de Kerk in deze kwesties is, een benadering die in haar tweeduizendjarige geschiedenis steeds dezelfde is geweest. Het is een benadering die gebaseerd is op absolute waarheden of morele principes, die geen uitzonderingen of compromissen toelaten.
Als je let op de nuances dan kun je verder kijken dan het vernis van een eeuwenoud katholicisme dat de breuk bedekt. Neem bijvoorbeeld het geval van een huwelijk na een scheiding. Het is in het algemeen waar dat er nergens in de Schrift staat dat Jezus iets speciaals gezegd heeft over homoseksualiteit. Maar in drie van de vier evangelies wordt vermeld dat Jezus uitspraken doet tegen een nieuw huwelijk na scheiding. Dus als de Kerk in staat is de leer rond echtbreuk aan te passen, dan zou het nog veel gemakkelijker moeten zijn uitzonderingen te maken op andere morele onderwerpen waar Christus niet zo glashelder over was. “Ieder die zijn vrouw wegzendt en een ander huwt begaat echtbreuk, en wie een vrouw trouw die door haar man is weggestuurd, begaat echtbreuk”, heeft Jezus gezegd. Gedurende heel de katholieke geschiedenis is ditzelfde gehouden. Dat was de reden achter de onthoofding van Thomas More en de 500 jaar oude afscheiding van de Kerk van Engeland.
De Kerk is altijd grootmoedig geweest voor de zwakken. Katholieken die gescheiden leefden van hun huwelijkspartner en een relatie kregen met een ander werden al vóór paus Franciscus geholpen. Zelfs in de complexe situatie als het nieuwe paar nog jonge kinderen had en dus niet staat waren gescheiden te leven zonder de kinderen te schaden, waren ze onder Johannes Paulus II in staat de heilige communie te ontvangen. Dat was op voorwaarde dat ze leefden als broer en zus en niet als echtgenoten.
Paus Franciscus echter ziet dergelijke vereisten als onmogelijk en heeft daarom volledige communie toegestaan aan hen die leven in dergelijke verbintenissen zonder dat het nodig dat ze afzien van seksuele betrekkingen met de nieuwe partner al is de wettige huwelijkspartner nog in leven. Vanuit een wereldlijk gezichtspunt is de benadering van Franciscus logisch en de wereld houdt daarom van hem. Maar vanuit een katholiek gezichtspunt ondergraaft dit het vertrouwen in God die steun geeft aan hen die op Hem vertrouwen. Als de Kerk zegt dat het onmogelijk is te weerstaan aan de bekoring, en te leven op een moreel verantwoorde manier als je te maken hebt met scheiding en een nieuw huwelijk, zou ze dan ook niet zeggen dat dat onmogelijk als je te maken hebt met gerichtheid op hetzelfde geslacht, bekoringen tot pornografie of met een ongewenste zwangerschap?
Het lijkt erop neer te komen dat paus Franciscus geen vertrouwen heeft in de belofte van Christus die drie keer in de Bijbel is opgetekend. Als de apostelen reageren op Jezus’ eisen van zedelijk leven en suggereren dat zoiets hopeloos is, antwoordde Jezus: “Bij mensen is dat onmogelijk: maar bij God is alles mogelijk.”
10 oktober 2017
vertaling C. Mennen pr
Op 9 juni 2016 hield paus Franciscus een homilie die de sleutel is tot het begrijpen van zijn modus operandi als het gaat over geloofszaken. Hij voer uit tegen een “alles of niets” benadering van het geloof en hij zei: “dat is niet katholiek, dat is ketters”. Hetzelfde gevoelen zit achter zijn herhaalde en heftige kritiek op “starre” katholieken. De “starren” “lijken goed omdat zij de wet volgen”, zei hij, “maar daarachter zit iets dat hen niet goed maakt: of zij zijn slecht, huichelachtig of ziek”.
Paus Franciscus doet zijn best het niet-star zijn in praktijk te brengen, ofwel een strategie te volgen waarbij hij water bij de wijn doet ten aanzien van diverse geloofspunten. Speciaal op terreinen die de seculiere wereld het meest verafschuwt, punten waarop velen de Kerk verachten en belachelijk maken heeft Franciscus op een manier geacteerd die sommigen zien als een inperken van de kritiek op de Kerk. Het is wat velen een gematigde benadering zouden noemen, een modernisering van de Kerk of misschien een afzwakken van de uitersten.
Doorgaans zal paus Franciscus een leer van de Kerk verkondigen en dan onder de druk van moeilijke gevallen zal hij terugtrekken van de logische conclusie die uit de waarheid volgt. Hij zegt vaak dat hij een “zoon van de Kerk” blijft en vasthoudt aan de traditionele geloofspunten. Hij erkent wat hij noemt het “ideaal” maar in naam van de barmhartigheid laat hij in moeilijke gevallen een breed scala van uitzonderingen toe. Hij stelt dat “de werkelijkheid belangrijker is dan ideeën” en zo rechtvaardigt hij een versoepeling van de regels en dat is voor hem het “helpen” van de zwakken.
Wij hebben die benadering in de praktijk gezien.
* Amoris Laetitia prijst het ideaal van het huwelijk ‘voor het leven’ maar laat ook voor hertrouwd gescheidenen de mogelijkheid open in volle gemeenschap met de Kerk te zijn.
* Hoewel hij de katholieke leer tegen kunstmatige geboorteregeling formeel niet heeft verworpen, heeft Franciscus gezegd dat ze in bepaalde gevallen zoals bij een Zikavirusinfectie aanvaardbaar is. Bovendien heeft hij benadrukt dat katholieken niet moeten fokken “als konijnen”.
* Terwijl paus Franciscus het sacramentele huwelijk verheerlijkt heeft, heeft hij ook gevallen van ongehuwd samenwonen, met name wanneer zij monogaam samenleven, een “echt huwelijk” genoemd met de genade van een “echt huwelijk”.
* Paus Franciscus heeft dikwijls kritiek geleverd op de genderideologie en met name op het aanprijzen daarvan bij kinderen. Hij nodigde echter ook een transgender koppel uit in het Vaticaan en sprak over hen als “gehuwd” en gelukkig.
* Terwijl hij het bestaan van de hel toegeeft, heeft hij ook gezegd: “niemand kan voor eeuwig veroordeeld worden" en hij ging zelfs zo ver te suggereren dat mensen die niets met God te maken willen hebben totaal vernietigd worden in plaats van naar de hel te gaan.
* Hoewel hij heeft geschreven dat homoseksuele verbintenissen totaal niet gelijk zijn aan het huwelijk, heeft hij niettemin homoseksuele koppels omarmd en geeft daarmee de indruk hun relaties goed te keuren.
Om te begrijpen hoe revolutionair deze veranderingen zijn in de Kerk moet je begrijpen wat de benadering van de Kerk in deze kwesties is, een benadering die in haar tweeduizendjarige geschiedenis steeds dezelfde is geweest. Het is een benadering die gebaseerd is op absolute waarheden of morele principes, die geen uitzonderingen of compromissen toelaten.
Als je let op de nuances dan kun je verder kijken dan het vernis van een eeuwenoud katholicisme dat de breuk bedekt. Neem bijvoorbeeld het geval van een huwelijk na een scheiding. Het is in het algemeen waar dat er nergens in de Schrift staat dat Jezus iets speciaals gezegd heeft over homoseksualiteit. Maar in drie van de vier evangelies wordt vermeld dat Jezus uitspraken doet tegen een nieuw huwelijk na scheiding. Dus als de Kerk in staat is de leer rond echtbreuk aan te passen, dan zou het nog veel gemakkelijker moeten zijn uitzonderingen te maken op andere morele onderwerpen waar Christus niet zo glashelder over was. “Ieder die zijn vrouw wegzendt en een ander huwt begaat echtbreuk, en wie een vrouw trouw die door haar man is weggestuurd, begaat echtbreuk”, heeft Jezus gezegd. Gedurende heel de katholieke geschiedenis is ditzelfde gehouden. Dat was de reden achter de onthoofding van Thomas More en de 500 jaar oude afscheiding van de Kerk van Engeland.
De Kerk is altijd grootmoedig geweest voor de zwakken. Katholieken die gescheiden leefden van hun huwelijkspartner en een relatie kregen met een ander werden al vóór paus Franciscus geholpen. Zelfs in de complexe situatie als het nieuwe paar nog jonge kinderen had en dus niet staat waren gescheiden te leven zonder de kinderen te schaden, waren ze onder Johannes Paulus II in staat de heilige communie te ontvangen. Dat was op voorwaarde dat ze leefden als broer en zus en niet als echtgenoten.
Paus Franciscus echter ziet dergelijke vereisten als onmogelijk en heeft daarom volledige communie toegestaan aan hen die leven in dergelijke verbintenissen zonder dat het nodig dat ze afzien van seksuele betrekkingen met de nieuwe partner al is de wettige huwelijkspartner nog in leven. Vanuit een wereldlijk gezichtspunt is de benadering van Franciscus logisch en de wereld houdt daarom van hem. Maar vanuit een katholiek gezichtspunt ondergraaft dit het vertrouwen in God die steun geeft aan hen die op Hem vertrouwen. Als de Kerk zegt dat het onmogelijk is te weerstaan aan de bekoring, en te leven op een moreel verantwoorde manier als je te maken hebt met scheiding en een nieuw huwelijk, zou ze dan ook niet zeggen dat dat onmogelijk als je te maken hebt met gerichtheid op hetzelfde geslacht, bekoringen tot pornografie of met een ongewenste zwangerschap?
Het lijkt erop neer te komen dat paus Franciscus geen vertrouwen heeft in de belofte van Christus die drie keer in de Bijbel is opgetekend. Als de apostelen reageren op Jezus’ eisen van zedelijk leven en suggereren dat zoiets hopeloos is, antwoordde Jezus: “Bij mensen is dat onmogelijk: maar bij God is alles mogelijk.”
10 oktober 2017
vertaling C. Mennen pr
zaterdag 14 oktober 2017
Correctio filialis. Waarom?
Alle eeuwen door is de voornaamste bekommernis van de Kerk het verkondigen en beschermen van de waarheid geweest. En dan gaat het over de waarheid die God ons geopenbaard heeft via zijn woord en vooral via zijn mens geworden woord Jezus Christus maar ook via zijn schepping die ook een vindplaats is van geopenbaarde waarheid. Vanuit die geopenbaarde waarheid wordt richting gegeven aan ons handelen. Hoe belangrijk het handelen voor een christen ook is, het handelen is secundair. Op de eerste plaats komt de waarheid, de rechte leer, de orthodoxie. Pas vanuit de waarheid die men aanneemt en gelooft, kan men juist handelen.
De volle waarheid van de openbaring is de tijden door telkens weer op andere punten aangevallen. We noemen dat ketterij. Meestal is die ketterij een versimpeling van de geloofswaarheid. Bij de eerste grote wereldwijde crisis in de Kerk, rond het jaar 300, versimpelde men de waarheid rond Christus. De mysterievolle waarheid dat Christus God en mens tegelijk is, werd versimpeld door van Christus slechts een heel bijzondere mens te maken en Hem alleen bij wijze van spreken Zoon van God te noemen. Deze Ariaanse crisis werd op het Concilie van Nicea in 325 bezworen door de plechtige verklaring dat de Kerk altijd geloofd had dat Christus werkelijk God en werkelijk mens was. Dat betekende niet dat de ketterij zweeg. Onder invloed van machtige heersers bleef de ketterij nog lange tijd heersen maar uiteindelijk week ze voor de orthodoxie. Een tweede grote crisis, met name in de Westerse Kerk, was de reformatie in de 16de eeuw. Hier werd de waarheid rond de vrije wil, rond genade en goede werken, rond algemeen en bijzonder priesterschap, rond schrift en traditie, rond het offerkarakter van de Mis en de werkelijke tegenwoordigheid ernstig versimpeld. Het is het Concilie van Trente dat hierop het katholieke antwoord geeft en de echte hervorming van de Kerk gestalte geeft. Maar de ketterij blijft tot nu toe parallel bestaan in ontelbare protestantse denominaties.
In onze tijd wordt de katholieke waarheid opnieuw belaagd. We kunnen die aanval gemakshalve vatten onder de noemer “modernisme”. Het modernisme komt voor uit de Verlichting, een stroming uit de 18de eeuw, die alle nadruk legt op de menselijke rede. Men gelooft niet in het bovennatuurlijke, niet in Gods ingrijpen in de wereld, niet in wonderen etc. Deze stroming heeft vooral in de protestantse theologie in de 19de eeuw vrij spel gekregen. In de katholieke Kerk hebben de pausen tot en met Pius XII er een dam tegen weten op te werpen. Men waarschuwde tegen de afzonderlijke dwalingen en nam maatregelen tegen theologen die deze dwalingen verspreidden. Die dam tegen het modernisme werd geslecht in de jaren 60 van de vorige eeuw in en rond het Concilie dat een venster naar de moderne wereld opende; een venster waardoor volgens paus Paulus VI de rook van Satan zelf de Kerk binnendrong. Sindsdien is er in de Kerk een klimaat dat het modernisme eerder begunstigt dan bestrijdt.
Ik wil uit heel die ontwikkeling een belangrijk aspect uitkiezen. En dat wordt wel de “anthropologische Wende” genoemd die zich in de jaren zestig voltrokken heeft: niet meer God staat in het middelpunt van alles maar de mens. Dat uit zich in talloze dingen die wij ongemerkt aanvaard hebben maar die eigenlijk niet zo katholiek zijn. De meeste mensen zeggen: “de naastenliefde is het belangrijkste in het leven”, en denken dat dit ook zo is. Ze vinden vaak dat je eredienst en gebed wel achterwege kunt laten, als je maar van je naaste houdt. In feite zegt Jezus echter dat het eerste gebod de liefde tot God is en pas het tweede – zij het gelijk aan het eerste – de naastenliefde. In de liturgie stonden vroeger priester en volk tezamen op God gericht in gebed en offer. Nu staat de priester naar het volk en het volk naar de priester gekeerd. Kardinaal Ratzinger heeft ervoor gewaarschuwd dat de eucharistie zo gemakkelijk van eredienst verwordt tot een gemeenschappelijk onderonsje. In het verleden was het beste voor God, nu zijn soms de materialen in de eredienst minderwaardig omdat het zogenaamd beter is het geld aan de armen te geven. Het meest duidelijke komt het mensgerichte in de liturgie tot uiting in de talloze misbruiken die in de vernieuwde liturgie zijn ontstaan. Ook het gemakkelijk vervangen van de eucharistie die de volmaakte eredienst aan God is door een communiedienst is een teken van de mensgerichtheid.
Het meest duidelijke komt het antropocentrische tot uitdrukking in de pastoraal. Eigenlijk is het woord “pastoraal” (herderlijk) de manier waarop de gelovigen begeleid worden naar hun eeuwig heil. Pastoraal hield dus rekening met Gods geboden want zonder het nauwkeurig onderhouden van Gods geboden kun je niet zalig worden. Pastoraal wees op de hulpmiddelen van gebed en sacramenten en probeerde in gecompliceerde situaties een weg te wijzen die recht doet aan de wil van God. Nu lijkt het woord “pastoraal” vooral te kijken naar de behoefte van de mens. Het woord dient er vaak voor om de eisen van de geboden af te zwakken en om gelovigen onder alle omstandigheden toch een leuk leven of minstens hun zin te geven. De woorden “kruis, offer, versterving, straf en oordeel” zijn “pastoraal” gezien taboe. De moderne “pastores” gebruiken alleen woorden als “empathie, liefde, geborgenheid, hoop, vertrouwen, onvermogen”.
De pausen sinds Vaticanum II hebben via hun geschriften en toespraken die bestaande eenzijdigheid in grote delen van de Kerk proberen recht te trekken door de volle, vaak veeleisende waarheid te verkondigen. Dat is ook hun taak als paus. Zij dienen bewakers te zijn van de katholieke traditie en op te treden tegen ketterse eenzijdigheden en simplificaties. Een grote groep theologen, bisschoppen, priesters en leken zagen dit met lede ogen aan en hoopten op een ander, meer “pastoraal” geluid uit Rome. Zoals gebleken is, lieten sommigen het niet bij hopen alleen. Er was een groep kardinalen die aan het eind van het pontificaat van paus Johannes Paulus II regelmatig samenkwam om te bespreken hoe men een voorzetten van die lijn zou kunnen verhinderen. Deze “Maffia” van kardinalen zoals kardinaal Danneels deze groep noemde, slaagde er bij de eerste pauskeuze niet in Bergoglio op wie men zijn vertrouwen gesteld had, gekozen te krijgen. Het is waarschijnlijk ook deze groep (onder leiding van wijlen kardinaal Martini sj) die er bij Benedictus XVI op aangedrongen heeft afstand te doen. In het conclaaf dat erop volgde is het wel gelukt Bergoglio in het pauselijk zadel te helpen.
Het gevolg is echter dat de paus, die het zichtbare principe van eenheid moet zijn, nu de oorzaak is geworden van een grote verdeeldheid. Hij heeft niet alleen een manier van optreden die sommigen verfrissend en anderen lomp vinden. Dat is nog tot daaraan toe. Maar hij lijkt op leerstellig terrein in te gaan tegen de constante katholieke traditie, of minstens opvattingen die er tegenin gaan te ondersteunen. Sommigen zeggen: de paus heeft daartoe toch het recht. Hij is toch het hoofd van de Kerk. Maar de paus heeft dat recht niet. Hij is geen baas van de waarheid, hij is dienaar van de waarheid. Hij is slechts hoofd van de Kerk in eenheid met de Kerk van alle eeuwen. Daarom hebben pausen in hun geschriften altijd sterk geleund op de theologen uit de Congregatie voor Geloofsleer. Zij bewaakten de continuïteit en de orthodoxie van de pauselijke geschriften. En dat is vooral nodig als de paus zelf geen groot theoloog is. Paus Franciscus is geen theoloog maar hij maakte ook geen gebruik van de Congregatie voor de geloofsleer of ging voorbij aan al hun opmerkingen. Hij vertrouwt volledig op een middelmatig Argentijns theoloog, Victor Manuel Fernandez, die vooral aan het theologisch firmament schittert met het meesterwerk: “Genees me met de mond. De Kunst van het kussen.”
Met name in de exhortatie Amoris Laetitia staan dingen die lijken in te gaan tegen de constante leer van de Kerk. De befaamde Oostenrijkse theoloog Josef Seifert heeft zelfs in een artikel gesteld dat er een atoombom onder heel de katholieke moraal ligt als de paus onderschrijft wat men uit Amoris Laetitia kan lezen. Maar de paus uit zich niet rechtstreeks. Hij wil alleen de bijv. hertrouwd gescheidenen pastoraal in staat stellen weer volledig aan het leven de Kerk deel te nemen via biecht en communie. Volgens de traditionele leer van de Kerk mag dat alleen als men een einde maakt aan de overspelige relatie of, indien dat niet kan bijv. vanwege kinderen, als men leeft als broer en zus. De paus lijkt dat laatste niet zo’n gelukkig idee te vinden en hij geeft de indruk dat echtbreuk (zo noemt Jezus een tweede huwelijk) weliswaar zonde is maar toch steeds minder zonde wordt als het langer duurt en de mensen het goed bedoelen en dan zouden ze misschien wel te communie mogen. Althans dat leiden de Duitse, de Argentijnse en de Maltese bisschoppen uit exhortatie af en paus knikt goedkeurend. De Poolse bisschoppen en veel Amerikaanse bisschoppen zeggen dat het niet mag. Ziehier de verdeeldheid.
Geruime tijd geleden zijn er al vier kardinalen geweest die rond deze kwestie vijf vragen (dubia) aan de paus hebben voorgelegd met het verzoek hieromtrent helderheid te verschaffen. Ze hebben dat zeer eerbiedig en nederig gedaan. Maar de paus heeft niet geantwoord. Hij heeft hen zelfs een audiëntie geweigerd. Ook de claqueurs rond de paus zijn niet met antwoorden of argumenten gekomen, alleen met zeer onterechte sneren naar de persoon van de kardinalen die allen een lange staat van dienst in de Kerk hebben.
Nu is een uitgebreid stuk naar de paus gegaan vanuit een wereldwijde groep van katholieke geleerden en clerici waarin opnieuw wordt gevraagd om duidelijkheid. Ook nu heeft de paus totaal niet gereageerd en daarom is men in de publiciteit gegaan. Het stuk heet een “filialis correctio”. Dit is naar analogie van het evangelische “correctio fraterna”, de broederlijke terechtwijzing waartoe Jezus oproept. Dit is dan een kinderlijke terechtwijzing omdat iedereen kan zien dat de manier waarop de paus schrijft en handelt schade toebrengt aan de eenheid van de Kerk en dat hij ketterijen bevordert. Er staat nergens dat de paus ketters is maar wel dat hij ketterijen bevordert en die ketterijen worden dan opgesomd en er wordt hem gevraagd deze ketterijen uitdrukkelijk te verwerpen. Het is een zeer gedegen en doorwrocht stuk met talloze verwijzingen naar kerkvaders en concilies.
We hopen dat de paus adequaat op dit stuk zal reageren. Want hoewel de paus in de Kerk grote bevoegdheden heeft, kan de Kerk niet lijdzaam toezien hoe een paus grote schade toebrengt aan de waarheid en de eenheid van de Kerk.
Het is overigens zeer merkwaardig dat een paus die zijn mond vol heeft over synodaliteit en dialoog, barmhartigheid en pastorale openheid, zich totaal afsluit voor mensen die het goed met hem en met de Kerk voorhebben, zelfs niet met hen wil praten en zich hooguit zich via derden snerend over hen uitlaat. Ik heb ik een eerder stuk opgeroepen te bidden voor de bekering van de paus. Velen vonden dat aanmatigend. Ik durf het in het licht van zijn gedrag opnieuw te vragen.
HH Cosmas en Damianus
26 september 2018
C. Mennen pr
De ketterijen waartoe de paus aanleiding geeft en die hij dient te herroepen
(ik geef hieronder de 7 ketterijen uit de Correctio filialis)
1. Een gedoopt iemand heeft niet de kracht met Gods genade de objectieve eisen van de Wet van God te vervullen alsof sommige van Gods geboden voor gedoopten onmogelijk zijn. (ingekort)
2. Christenen die burgerlijk gescheiden zijn van een echtgeno(o)te met wie ze geldig getrouwd zijn en die een burgerlijk huwelijk hebben gesloten met een ander terwijl hun echtgeno(o)te nog leeft en die als man en vrouw met hun burgerlijke partner leven, en die ervoor kiezen in deze toestand te blijven met volle kennis van de aard van hun daad en met volle instemming van de wil, zijn niet noodzakelijk in staat van doodzonde en kunnen heiligmakende genade ontvangen en groeien in liefde.
3. Een christengelovige kan volledige kennis hebben van een goddelijke wet en vrijwillig kiezen die wet te overtreden in een ernstige zaak, maar toch niet in staat van doodzonde zijn als gevolg van deze daad.
4. Iemand is in staat, terwijl hij gehoorzaamt aan een goddelijk verbod, te zondigen tegen God juist door die daad van gehoorzaamheid.
5. Het geweten kan naar waarheid en terecht oordelen dat de seksuele daden tussen personen die met elkaar een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, hoewel één van hen of beiden sacramenteel gehuwd is met iemand anders, soms moreel juist kunnen zijn of zelfs door God gewild.
6. Morele principes en morele waarheden die vervat zijn in de goddelijke openbaring en in de natuurwet bevatten geen negatieve verboden die een bepaald soort daden absoluut verbieden, zodat deze altijd ernstig ongeoorloofd zouden zijn vanwege hun object.
7. Onze Heer Jezus Christus wil dat de Kerk haar oeroude discipline opgeeft om de eucharistie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen en om de absolutie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen die geen berouw tonen over hun levensstaat en geen vast voornemen hebben om die levensstaat te verbeteren.
De volle waarheid van de openbaring is de tijden door telkens weer op andere punten aangevallen. We noemen dat ketterij. Meestal is die ketterij een versimpeling van de geloofswaarheid. Bij de eerste grote wereldwijde crisis in de Kerk, rond het jaar 300, versimpelde men de waarheid rond Christus. De mysterievolle waarheid dat Christus God en mens tegelijk is, werd versimpeld door van Christus slechts een heel bijzondere mens te maken en Hem alleen bij wijze van spreken Zoon van God te noemen. Deze Ariaanse crisis werd op het Concilie van Nicea in 325 bezworen door de plechtige verklaring dat de Kerk altijd geloofd had dat Christus werkelijk God en werkelijk mens was. Dat betekende niet dat de ketterij zweeg. Onder invloed van machtige heersers bleef de ketterij nog lange tijd heersen maar uiteindelijk week ze voor de orthodoxie. Een tweede grote crisis, met name in de Westerse Kerk, was de reformatie in de 16de eeuw. Hier werd de waarheid rond de vrije wil, rond genade en goede werken, rond algemeen en bijzonder priesterschap, rond schrift en traditie, rond het offerkarakter van de Mis en de werkelijke tegenwoordigheid ernstig versimpeld. Het is het Concilie van Trente dat hierop het katholieke antwoord geeft en de echte hervorming van de Kerk gestalte geeft. Maar de ketterij blijft tot nu toe parallel bestaan in ontelbare protestantse denominaties.
In onze tijd wordt de katholieke waarheid opnieuw belaagd. We kunnen die aanval gemakshalve vatten onder de noemer “modernisme”. Het modernisme komt voor uit de Verlichting, een stroming uit de 18de eeuw, die alle nadruk legt op de menselijke rede. Men gelooft niet in het bovennatuurlijke, niet in Gods ingrijpen in de wereld, niet in wonderen etc. Deze stroming heeft vooral in de protestantse theologie in de 19de eeuw vrij spel gekregen. In de katholieke Kerk hebben de pausen tot en met Pius XII er een dam tegen weten op te werpen. Men waarschuwde tegen de afzonderlijke dwalingen en nam maatregelen tegen theologen die deze dwalingen verspreidden. Die dam tegen het modernisme werd geslecht in de jaren 60 van de vorige eeuw in en rond het Concilie dat een venster naar de moderne wereld opende; een venster waardoor volgens paus Paulus VI de rook van Satan zelf de Kerk binnendrong. Sindsdien is er in de Kerk een klimaat dat het modernisme eerder begunstigt dan bestrijdt.
Ik wil uit heel die ontwikkeling een belangrijk aspect uitkiezen. En dat wordt wel de “anthropologische Wende” genoemd die zich in de jaren zestig voltrokken heeft: niet meer God staat in het middelpunt van alles maar de mens. Dat uit zich in talloze dingen die wij ongemerkt aanvaard hebben maar die eigenlijk niet zo katholiek zijn. De meeste mensen zeggen: “de naastenliefde is het belangrijkste in het leven”, en denken dat dit ook zo is. Ze vinden vaak dat je eredienst en gebed wel achterwege kunt laten, als je maar van je naaste houdt. In feite zegt Jezus echter dat het eerste gebod de liefde tot God is en pas het tweede – zij het gelijk aan het eerste – de naastenliefde. In de liturgie stonden vroeger priester en volk tezamen op God gericht in gebed en offer. Nu staat de priester naar het volk en het volk naar de priester gekeerd. Kardinaal Ratzinger heeft ervoor gewaarschuwd dat de eucharistie zo gemakkelijk van eredienst verwordt tot een gemeenschappelijk onderonsje. In het verleden was het beste voor God, nu zijn soms de materialen in de eredienst minderwaardig omdat het zogenaamd beter is het geld aan de armen te geven. Het meest duidelijke komt het mensgerichte in de liturgie tot uiting in de talloze misbruiken die in de vernieuwde liturgie zijn ontstaan. Ook het gemakkelijk vervangen van de eucharistie die de volmaakte eredienst aan God is door een communiedienst is een teken van de mensgerichtheid.
Het meest duidelijke komt het antropocentrische tot uitdrukking in de pastoraal. Eigenlijk is het woord “pastoraal” (herderlijk) de manier waarop de gelovigen begeleid worden naar hun eeuwig heil. Pastoraal hield dus rekening met Gods geboden want zonder het nauwkeurig onderhouden van Gods geboden kun je niet zalig worden. Pastoraal wees op de hulpmiddelen van gebed en sacramenten en probeerde in gecompliceerde situaties een weg te wijzen die recht doet aan de wil van God. Nu lijkt het woord “pastoraal” vooral te kijken naar de behoefte van de mens. Het woord dient er vaak voor om de eisen van de geboden af te zwakken en om gelovigen onder alle omstandigheden toch een leuk leven of minstens hun zin te geven. De woorden “kruis, offer, versterving, straf en oordeel” zijn “pastoraal” gezien taboe. De moderne “pastores” gebruiken alleen woorden als “empathie, liefde, geborgenheid, hoop, vertrouwen, onvermogen”.
De pausen sinds Vaticanum II hebben via hun geschriften en toespraken die bestaande eenzijdigheid in grote delen van de Kerk proberen recht te trekken door de volle, vaak veeleisende waarheid te verkondigen. Dat is ook hun taak als paus. Zij dienen bewakers te zijn van de katholieke traditie en op te treden tegen ketterse eenzijdigheden en simplificaties. Een grote groep theologen, bisschoppen, priesters en leken zagen dit met lede ogen aan en hoopten op een ander, meer “pastoraal” geluid uit Rome. Zoals gebleken is, lieten sommigen het niet bij hopen alleen. Er was een groep kardinalen die aan het eind van het pontificaat van paus Johannes Paulus II regelmatig samenkwam om te bespreken hoe men een voorzetten van die lijn zou kunnen verhinderen. Deze “Maffia” van kardinalen zoals kardinaal Danneels deze groep noemde, slaagde er bij de eerste pauskeuze niet in Bergoglio op wie men zijn vertrouwen gesteld had, gekozen te krijgen. Het is waarschijnlijk ook deze groep (onder leiding van wijlen kardinaal Martini sj) die er bij Benedictus XVI op aangedrongen heeft afstand te doen. In het conclaaf dat erop volgde is het wel gelukt Bergoglio in het pauselijk zadel te helpen.
Het gevolg is echter dat de paus, die het zichtbare principe van eenheid moet zijn, nu de oorzaak is geworden van een grote verdeeldheid. Hij heeft niet alleen een manier van optreden die sommigen verfrissend en anderen lomp vinden. Dat is nog tot daaraan toe. Maar hij lijkt op leerstellig terrein in te gaan tegen de constante katholieke traditie, of minstens opvattingen die er tegenin gaan te ondersteunen. Sommigen zeggen: de paus heeft daartoe toch het recht. Hij is toch het hoofd van de Kerk. Maar de paus heeft dat recht niet. Hij is geen baas van de waarheid, hij is dienaar van de waarheid. Hij is slechts hoofd van de Kerk in eenheid met de Kerk van alle eeuwen. Daarom hebben pausen in hun geschriften altijd sterk geleund op de theologen uit de Congregatie voor Geloofsleer. Zij bewaakten de continuïteit en de orthodoxie van de pauselijke geschriften. En dat is vooral nodig als de paus zelf geen groot theoloog is. Paus Franciscus is geen theoloog maar hij maakte ook geen gebruik van de Congregatie voor de geloofsleer of ging voorbij aan al hun opmerkingen. Hij vertrouwt volledig op een middelmatig Argentijns theoloog, Victor Manuel Fernandez, die vooral aan het theologisch firmament schittert met het meesterwerk: “Genees me met de mond. De Kunst van het kussen.”
Met name in de exhortatie Amoris Laetitia staan dingen die lijken in te gaan tegen de constante leer van de Kerk. De befaamde Oostenrijkse theoloog Josef Seifert heeft zelfs in een artikel gesteld dat er een atoombom onder heel de katholieke moraal ligt als de paus onderschrijft wat men uit Amoris Laetitia kan lezen. Maar de paus uit zich niet rechtstreeks. Hij wil alleen de bijv. hertrouwd gescheidenen pastoraal in staat stellen weer volledig aan het leven de Kerk deel te nemen via biecht en communie. Volgens de traditionele leer van de Kerk mag dat alleen als men een einde maakt aan de overspelige relatie of, indien dat niet kan bijv. vanwege kinderen, als men leeft als broer en zus. De paus lijkt dat laatste niet zo’n gelukkig idee te vinden en hij geeft de indruk dat echtbreuk (zo noemt Jezus een tweede huwelijk) weliswaar zonde is maar toch steeds minder zonde wordt als het langer duurt en de mensen het goed bedoelen en dan zouden ze misschien wel te communie mogen. Althans dat leiden de Duitse, de Argentijnse en de Maltese bisschoppen uit exhortatie af en paus knikt goedkeurend. De Poolse bisschoppen en veel Amerikaanse bisschoppen zeggen dat het niet mag. Ziehier de verdeeldheid.
Geruime tijd geleden zijn er al vier kardinalen geweest die rond deze kwestie vijf vragen (dubia) aan de paus hebben voorgelegd met het verzoek hieromtrent helderheid te verschaffen. Ze hebben dat zeer eerbiedig en nederig gedaan. Maar de paus heeft niet geantwoord. Hij heeft hen zelfs een audiëntie geweigerd. Ook de claqueurs rond de paus zijn niet met antwoorden of argumenten gekomen, alleen met zeer onterechte sneren naar de persoon van de kardinalen die allen een lange staat van dienst in de Kerk hebben.
Nu is een uitgebreid stuk naar de paus gegaan vanuit een wereldwijde groep van katholieke geleerden en clerici waarin opnieuw wordt gevraagd om duidelijkheid. Ook nu heeft de paus totaal niet gereageerd en daarom is men in de publiciteit gegaan. Het stuk heet een “filialis correctio”. Dit is naar analogie van het evangelische “correctio fraterna”, de broederlijke terechtwijzing waartoe Jezus oproept. Dit is dan een kinderlijke terechtwijzing omdat iedereen kan zien dat de manier waarop de paus schrijft en handelt schade toebrengt aan de eenheid van de Kerk en dat hij ketterijen bevordert. Er staat nergens dat de paus ketters is maar wel dat hij ketterijen bevordert en die ketterijen worden dan opgesomd en er wordt hem gevraagd deze ketterijen uitdrukkelijk te verwerpen. Het is een zeer gedegen en doorwrocht stuk met talloze verwijzingen naar kerkvaders en concilies.
We hopen dat de paus adequaat op dit stuk zal reageren. Want hoewel de paus in de Kerk grote bevoegdheden heeft, kan de Kerk niet lijdzaam toezien hoe een paus grote schade toebrengt aan de waarheid en de eenheid van de Kerk.
Het is overigens zeer merkwaardig dat een paus die zijn mond vol heeft over synodaliteit en dialoog, barmhartigheid en pastorale openheid, zich totaal afsluit voor mensen die het goed met hem en met de Kerk voorhebben, zelfs niet met hen wil praten en zich hooguit zich via derden snerend over hen uitlaat. Ik heb ik een eerder stuk opgeroepen te bidden voor de bekering van de paus. Velen vonden dat aanmatigend. Ik durf het in het licht van zijn gedrag opnieuw te vragen.
HH Cosmas en Damianus
26 september 2018
C. Mennen pr
De ketterijen waartoe de paus aanleiding geeft en die hij dient te herroepen
(ik geef hieronder de 7 ketterijen uit de Correctio filialis)
1. Een gedoopt iemand heeft niet de kracht met Gods genade de objectieve eisen van de Wet van God te vervullen alsof sommige van Gods geboden voor gedoopten onmogelijk zijn. (ingekort)
2. Christenen die burgerlijk gescheiden zijn van een echtgeno(o)te met wie ze geldig getrouwd zijn en die een burgerlijk huwelijk hebben gesloten met een ander terwijl hun echtgeno(o)te nog leeft en die als man en vrouw met hun burgerlijke partner leven, en die ervoor kiezen in deze toestand te blijven met volle kennis van de aard van hun daad en met volle instemming van de wil, zijn niet noodzakelijk in staat van doodzonde en kunnen heiligmakende genade ontvangen en groeien in liefde.
3. Een christengelovige kan volledige kennis hebben van een goddelijke wet en vrijwillig kiezen die wet te overtreden in een ernstige zaak, maar toch niet in staat van doodzonde zijn als gevolg van deze daad.
4. Iemand is in staat, terwijl hij gehoorzaamt aan een goddelijk verbod, te zondigen tegen God juist door die daad van gehoorzaamheid.
5. Het geweten kan naar waarheid en terecht oordelen dat de seksuele daden tussen personen die met elkaar een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, hoewel één van hen of beiden sacramenteel gehuwd is met iemand anders, soms moreel juist kunnen zijn of zelfs door God gewild.
6. Morele principes en morele waarheden die vervat zijn in de goddelijke openbaring en in de natuurwet bevatten geen negatieve verboden die een bepaald soort daden absoluut verbieden, zodat deze altijd ernstig ongeoorloofd zouden zijn vanwege hun object.
7. Onze Heer Jezus Christus wil dat de Kerk haar oeroude discipline opgeeft om de eucharistie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen en om de absolutie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen die geen berouw tonen over hun levensstaat en geen vast voornemen hebben om die levensstaat te verbeteren.
donderdag 12 oktober 2017
Silent Bible Revolution in the Vatican
Is the Pope Catholic?The Pope was Catholic and the Vulgate was the Bible of the Western Church. For centuries these were truths that were considered too ridiculous to question. In today’s context, rightly or wrongly, ‘Is the Pope Catholic?’ has taken on a new meaning, but for the Vulgate the situation is worse.
Jerome’s Vulgate rejected by Rome after 1600 years
Rome – For more than a thousand years the Vulgate was the ‘authorized version’ of Western Christianity. Not anymore.Vatican II initiated a silent revolution which has now replaced the ancient Vulgate with a new translation. This new official Bible is no longer based on Latin manuscripts and lacks any historic worship tradition in the Church. This Nova Vulgata, as it is presented on the Vatican’s website, is a verse by verse reconstruction of what modernist scholars think the original Hebrew and Greek texts must have looked like.
Pope Francis
Jerome’s monumental translation has officially lost its status and has been replaced by a product of critical scholarship. When one searches for the ‘Vulgate’ on the Vatican’s website, the only results that come up are links to this new translation Nova Vulgata. Even Google directs it clients, also those who specifically look for the ‘Clementine Vulgate’ to the Vatican’s new Bible.While the name suggests continuity, this Nova Vulgata is not a new or improved Vulgate edition. It is not even based on Vulgate manuscripts. Instead, the Nova Vulgata is a new translation into Latin. It is only presented as ‘New Vulgate’ because the Vatican has adopted it as the new authorized standard for Church and academia alike. As will be addressed later, both Catholics and scholars have reasons to revolt. In matters of sacred liturgy, secular reason and faith traditions often prove incompatible. Lees hier verder............
woensdag 11 oktober 2017
Brief van Pastoor Richard Cipolla aan Paus Franciscus
15 september 2017
Beste paus Franciscus,
Ik schrijf u deze brief met een bezwaard gemoed, vol zorg over de Kerk en
over u als de opvolger van Petrus. Wij katholieken zijn geroepen van u te
houden en u te steunen in uw moeilijk dienstwerk in de Kerk. En dat doen we.
Maar velen van ons zijn bezorgd dat u onvoldoende besef hebt van de toestand
van de Kerk in de wereld van vandaag. U lijkt soms willekeurig te handelen in
belangrijke zaken zoals het liturgische leven van de Kerk en in de moraal
op een manier die de indruk geeft dat u denkt als iemand uit de jaren zestig
van de vorige eeuw. Wij moeten het Tweede Vaticaans Concilie eerbiedigen als
een oecumenisch concilie, maar de manier van denken die toentertijd actueel was
is erg verschillend van de manier van denken nu. Op velerlei wijze gaf dit Concilie
het einde aan van de moderniteit, tenminste in de Kerk. Wij zijn nu geroepen om
te proberen te verstaan wat het betekent te leven in een postmodern tijdvak,
dit langzaam te accepteren en dan verder te gaan met de taak te evangeliseren
in een postmoderne wereld.
Het doet ons heel erg pijn als u op een kleinerende manier praat over de
mensen die u “traditionalisten” noemt en die u wegzet als mensen die bezeten
zijn van het verleden, enghartig en liefdeloos. Er zijn er misschien enkelen
bij wie de beeld past maar de mensen die ik ken en die houden van de Heilige
Traditie van de Kerk zijn verre van bezeten van het verleden maar daarentegen
levendig bezorgd om de toekomst van de Kerk en verlangen er helemaal niet naar
te leven in het gouden tijdperk van de Kerk dat nooit bestaan heeft. Deze
mannen en vrouwen, met daaronder bisschoppen, priester, diakens en leken zijn
heel gelukkig dat ze mogen leven in de wereld van vandaag met zijn speciale
uitdagingen en zij proberen het evangelie van Jezus Christus en de Heilige
Traditie die deze leer belichaamt en die ons van de apostelen is overgeleverd
te brengen in deze postmoderne wereld.
U lijkt, heilige vader, niet te beseffen dat anders dan de moderne wereld
die met zijn rationalisme en zijn vooroordelen tegen de traditie voorbij
is, de jongeren in de postmoderne wereld oprecht geïnteresseerd zijn in
de Traditie en gefascineerd zijn door hun ervaring met die Traditie of het nu
in de kunst is, in de architectuur, in de muziek of in de traditionele liturgie
van de Kerk. Het probleem is dat het Tweede Vaticaans Concilie een liturgie
heeft opgeleverd die de vrucht is van de moderne tijd. Dat is al weer afgezaagd
in de postmoderne wereld. Als u een bezoek zou brengen aan de seminaries in dit
land, dan zou u merken dat een meerderheid van onze seminaristen heel positief
staat tegenover de traditionele Mis die in de jaren na het Concilie verboden
was. Zij sjouwen niet de bagage met zich mee die u en ik met ons mee sjouwen
vanuit de revolutie van de jaren zestig. De jonge mensen nu zijn als een
onbeschreven blad en dat is hun voordeel. Zij zien schoonheid in de Traditie,
ze worden ertoe aangetrokken en verbazen er zich over waarom deze schoonheid
door de meeste katholieken vandaag de dag niet wordt ervaren.
Juist in een tijd dat de eenheid van de katholieke Kerk van binnen en van
buiten wordt bedreigd, hebt u de dreiging feitelijk vergroot door uw recente
verandering van het canonieke recht waarin u macht geeft aan de
Bisschoppenconferenties om hun eigen aanpassingen te maken in de liturgie van
de Mis. We zullen niet alleen verdeeld zijn door taal, we zullen weldra
verdeeld zijn door de ritus van de Mis zelf. U hebt gelijk dat u probeert de
liturgie te bevrijden van de bureaucratie van de Romeinse Congregaties.
Want de liturgische Traditie kan geen organische groei beleven als de liturgie
wordt gereduceerd tot rubrieken en recht. Maar de weg die u nu volgt bedreigt
de eenheid van de Kerk zelf. De Mis moet niet gebruikt worden als een
instrument van die “inculturatie” die de obsessie was van de moderne Kerk van
het verleden.
Beste paus Franciscus: ik bid dat u zult denken aan wat ik in deze
brief heb gezegd zult nadenken over manieren om uit te vinden waar uw kudde
echt is in de wereld van vandaag. Dat zult u niet kunnen als u zich omringt met
mensen die nog steeds leven in de zestiger jaren. Wees niet bang de Heilige
Traditie van de Kerk te omarmen. Die omarming zal u een gelukkig man maken en
een wijze bisschop van Rome.
In kinderlijke genegenheid
fr. Richard Gennaro Cipolla
(Hij is priester van bisdom Bridgeport CT USA. Hij is gehuwd en vader van
twee kinderen. Hij is afkomstig uit de Episcopaalse (Anglicaanse) Kerk en na
zijn overgang katholiek priester gewijd)
dinsdag 3 oktober 2017
Creationisme officiële leer van Rooms-Katholieke Kerk
Prof. dr. Benno Zuiddam
De laatste drie pausen hebben zich positief uitgelaten over de evolutietheorie. Toch is de Rooms-Katholieke Kerk officieel het creationisme toegedaan en dat zal zo blijven, stelt prof. dr. Benno Zuiddam.
Heeft paus Franciscus heimelijk afgerekend met het Bijbelse scheppingsverhaal? Is er een nieuwe officiële leer van de kerk die Genesis beziet door de bril van de evolutietheorie? Het korte antwoord op deze vragen: nee.
Er is regelmatig verwarring over de scheppingsleer van de Rooms-Katholieke Kerk. De media helpen daaraan mee. Zodra de paus iets zegt wat progressief lijkt, wordt het opgeblazen. Toen Franciscus in 2014 zei dat de big bang en evolutie prima samengaan met het Bijbelse scheppingverhaal, leverde dat allerlei sensationele krantenkoppen op. De paus zou in het kamp van de evolutionisten zijn geland. Toch zei de paus niets anders dan zijn twee voorgangers al eerder hadden gedaan. Eigenlijk paste wat Franciscus inhoudelijk zei niet bij evolutie maar bij intelligent design. Daarover bleven de media echter stil. Men gebruikt deze paus graag voor de eigen agenda.
Nu is het inderdaad zo dat de laatste drie pausen uitspraken hebben gedaan die neigen naar het theïstisch evolutionisme. In een lezing in 1996 sprak Johannes Paulus II positieve woorden over evolutie als wetenschappelijk feit. Wat de media toen verzwegen, was dat de paus het over kosmologische evolutie had (natuurwetenschappelijke ontwikkeling van het universum). Over evolutie in biologische zin was Johannes Paulus II uiterst terughoudend en vooral kritisch. Zijn opvolger Benedictus XVI was gewoonlijk zeer diplomatiek in zijn taalgebruik en benadrukte dat evolutie een hypothese is die zijn functie vooral heeft als pragmatische theorie voor toetsbare verschijnselen.
Deze verschuiving in het persoonlijk spreken van de laatste drie hoofdbewoners van het Vaticaan heeft mede te maken met de druk van uit hun omgeving. Met name de jezuïetenorde, die grotendeels het rooms-katholieke onderwijs beheerst, speelt hierin een grote rol. Uit hun gelederen kwam Georges Lemaître, de briljante Belgische uitvinder van de big bang. Ook Pierre Teilhard de Chardin, die met zijn synthese van het christelijk geloof en de evolutietheorie veel invloed had, was jezuïet.
Verder is het voor buitenstaanders belangrijk om te beseffen dat in de Rooms-Katholieke Kerk een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen de persoonlijke mening van een paus en officiële uitspraken die hij doet als vertegenwoordiger van Christus, het magisterium. Historisch en dogmatisch gesproken is het magisterium van de Roomse Kerk het creationisme toegedaan.
De meest gedetailleerde leeruitspraak dateert van ruim honderd jaar geleden (1909). Toen sprak de Pauselijke Bijbelcommissie zich uit over de eerste hoofdstukken van Genesis. Samen met relevante gedeelten uit de encycliek Humani Generis vormt dit de laatste gezaghebbende leeruitspraak van de kerk over de evolutietheorie en Genesis. Elke rooms-katholiek die dit openlijk betwijfelt, belaadt zich krachtens een pauselijke ex-cathedra-uitspraak uit 1907 met ”culpa gravi”, ofwel doodzonde.
Jonge aarde
In navolging van de apostelen, kerkvaders en concilies leert de Rooms-Katholieke Kerk dat de eerste drie hoofdstukken van Genesis een letterlijke en historische betekenis hebben. Specifiek moet elke katholiek aanvaarden als geschiedenis: de onmiddellijke schepping van de mens, de schepping van Eva uit Adam en het letterlijk gebeuren van de zondeval, de rol van de slang ingesloten. Exegeten zijn echter vrij in hun interpretatie van het woord ”dag” in Genesis. Zowel de eigenlijke (sensu proprio) als oneigenlijke betekenis (sensu improprio) is toelaatbaar, mits aan de eerder genoemde voorwaarden voldaan is.
Belangrijk is dat de Pauselijke Bijbelcommissie vaststelde dat de kerkvaders nagenoeg unaniem zijn in hun letterlijke interpretatie van Genesis 1-3 als een historisch gebeuren. Allen geloofden in een jonge aarde. Deze lijn werd voortgezet door het vierde Lateraans Concilie. De grootste geleerde van de middeleeuwen, Thomas van Aquino, leerde specifiek sensu proprio.
Deze opvatting bleef algemeen in de Rooms-Katholieke Kerk tot in de twintigste eeuw. Toen begonnen prominente wetenschappers, zoals De Chardin, mythologie in de Bijbelwetenschappen en darwinisme elders te promoten. Toch bleven de uitspraken van de Bijbelcommissie de officiële leer van de kerk. Dat bleek in 1948, toen de Franse kardinaal Suhard probeerde om de pauselijke uitspraken over Genesis te laten intrekken. Daarvan wilde het Vaticaan geenszins weten.
Voorzichtig
De persoonlijke uitspraken van de laatste drie pausen ten gunste van theïstisch evolutionisme geven de indruk dat zij inderdaad niet langer volledig de uitspraken van de Bijbelcommissie geloven. Een goede paus maakt echter onderscheid tussen dat waar hij persoonlijk geloof aan hecht en dat wat de doorgaande en gezaghebbende leer van de apostolische kerk is. De oude leer wordt niet openlijk ontkend –welke paus wil zich trouwens schuldig maken aan doodzonde?– en men hoedt zich ervoor om niet aan voorbijgaande wetenschappelijke theorieën de status van feit of dogma te geven.
Daar zijn goede redenen voor. Als evolutie Gods scheppingsmechanisme was, dan was er voor de erfzonde geen plaats meer. Wie theïstisch evolutiegeloof aanhangt en consequent wil zijn, moet uiteindelijk zijn godsbeeld bijstellen. De god van het theïstisch evolutionisme voltrekt zijn schepping langs de weg van een eindeloze hel van lijden, dood en verderf, waaruit uiteindelijk na biljoenen jaren de mens opstaat. Op zijn best stopt God zielen in ellendige humanoïden die een kansloos begin moeten maken in een wereld die reeds lang onderworpen was aan een kosmische vloek. Dat staat theologisch mijlenver af van Genesis en de liefdevolle Vader, Die sprak dat het zeer goed was.
Het is niet te verwachten dat de officiële rooms-katholieke scheppingsleer wordt herzien. De kerk heeft daar behalve goede theologische argumenten ook kerkrechtelijke redenen voor. De scheppingsleer is niet alleen gekoppeld aan het gezag van de Schrift en de unanimiteit van de kerkvaders, maar ook aan de uitspraken van meerdere concilies en het magisterium van de kerk.
Inderdaad, creationisme is soms roomser dan de paus.
Meer informatie op: https://zuiddam.wordpress.com/2017/09/28/catholic-confusion-on-creation/
De laatste drie pausen hebben zich positief uitgelaten over de evolutietheorie. Toch is de Rooms-Katholieke Kerk officieel het creationisme toegedaan en dat zal zo blijven, stelt prof. dr. Benno Zuiddam.
Heeft paus Franciscus heimelijk afgerekend met het Bijbelse scheppingsverhaal? Is er een nieuwe officiële leer van de kerk die Genesis beziet door de bril van de evolutietheorie? Het korte antwoord op deze vragen: nee.
Er is regelmatig verwarring over de scheppingsleer van de Rooms-Katholieke Kerk. De media helpen daaraan mee. Zodra de paus iets zegt wat progressief lijkt, wordt het opgeblazen. Toen Franciscus in 2014 zei dat de big bang en evolutie prima samengaan met het Bijbelse scheppingverhaal, leverde dat allerlei sensationele krantenkoppen op. De paus zou in het kamp van de evolutionisten zijn geland. Toch zei de paus niets anders dan zijn twee voorgangers al eerder hadden gedaan. Eigenlijk paste wat Franciscus inhoudelijk zei niet bij evolutie maar bij intelligent design. Daarover bleven de media echter stil. Men gebruikt deze paus graag voor de eigen agenda.
Nu is het inderdaad zo dat de laatste drie pausen uitspraken hebben gedaan die neigen naar het theïstisch evolutionisme. In een lezing in 1996 sprak Johannes Paulus II positieve woorden over evolutie als wetenschappelijk feit. Wat de media toen verzwegen, was dat de paus het over kosmologische evolutie had (natuurwetenschappelijke ontwikkeling van het universum). Over evolutie in biologische zin was Johannes Paulus II uiterst terughoudend en vooral kritisch. Zijn opvolger Benedictus XVI was gewoonlijk zeer diplomatiek in zijn taalgebruik en benadrukte dat evolutie een hypothese is die zijn functie vooral heeft als pragmatische theorie voor toetsbare verschijnselen.
Deze verschuiving in het persoonlijk spreken van de laatste drie hoofdbewoners van het Vaticaan heeft mede te maken met de druk van uit hun omgeving. Met name de jezuïetenorde, die grotendeels het rooms-katholieke onderwijs beheerst, speelt hierin een grote rol. Uit hun gelederen kwam Georges Lemaître, de briljante Belgische uitvinder van de big bang. Ook Pierre Teilhard de Chardin, die met zijn synthese van het christelijk geloof en de evolutietheorie veel invloed had, was jezuïet.
Verder is het voor buitenstaanders belangrijk om te beseffen dat in de Rooms-Katholieke Kerk een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen de persoonlijke mening van een paus en officiële uitspraken die hij doet als vertegenwoordiger van Christus, het magisterium. Historisch en dogmatisch gesproken is het magisterium van de Roomse Kerk het creationisme toegedaan.
De meest gedetailleerde leeruitspraak dateert van ruim honderd jaar geleden (1909). Toen sprak de Pauselijke Bijbelcommissie zich uit over de eerste hoofdstukken van Genesis. Samen met relevante gedeelten uit de encycliek Humani Generis vormt dit de laatste gezaghebbende leeruitspraak van de kerk over de evolutietheorie en Genesis. Elke rooms-katholiek die dit openlijk betwijfelt, belaadt zich krachtens een pauselijke ex-cathedra-uitspraak uit 1907 met ”culpa gravi”, ofwel doodzonde.
Jonge aarde
In navolging van de apostelen, kerkvaders en concilies leert de Rooms-Katholieke Kerk dat de eerste drie hoofdstukken van Genesis een letterlijke en historische betekenis hebben. Specifiek moet elke katholiek aanvaarden als geschiedenis: de onmiddellijke schepping van de mens, de schepping van Eva uit Adam en het letterlijk gebeuren van de zondeval, de rol van de slang ingesloten. Exegeten zijn echter vrij in hun interpretatie van het woord ”dag” in Genesis. Zowel de eigenlijke (sensu proprio) als oneigenlijke betekenis (sensu improprio) is toelaatbaar, mits aan de eerder genoemde voorwaarden voldaan is.
Belangrijk is dat de Pauselijke Bijbelcommissie vaststelde dat de kerkvaders nagenoeg unaniem zijn in hun letterlijke interpretatie van Genesis 1-3 als een historisch gebeuren. Allen geloofden in een jonge aarde. Deze lijn werd voortgezet door het vierde Lateraans Concilie. De grootste geleerde van de middeleeuwen, Thomas van Aquino, leerde specifiek sensu proprio.
Deze opvatting bleef algemeen in de Rooms-Katholieke Kerk tot in de twintigste eeuw. Toen begonnen prominente wetenschappers, zoals De Chardin, mythologie in de Bijbelwetenschappen en darwinisme elders te promoten. Toch bleven de uitspraken van de Bijbelcommissie de officiële leer van de kerk. Dat bleek in 1948, toen de Franse kardinaal Suhard probeerde om de pauselijke uitspraken over Genesis te laten intrekken. Daarvan wilde het Vaticaan geenszins weten.
Voorzichtig
De persoonlijke uitspraken van de laatste drie pausen ten gunste van theïstisch evolutionisme geven de indruk dat zij inderdaad niet langer volledig de uitspraken van de Bijbelcommissie geloven. Een goede paus maakt echter onderscheid tussen dat waar hij persoonlijk geloof aan hecht en dat wat de doorgaande en gezaghebbende leer van de apostolische kerk is. De oude leer wordt niet openlijk ontkend –welke paus wil zich trouwens schuldig maken aan doodzonde?– en men hoedt zich ervoor om niet aan voorbijgaande wetenschappelijke theorieën de status van feit of dogma te geven.
Daar zijn goede redenen voor. Als evolutie Gods scheppingsmechanisme was, dan was er voor de erfzonde geen plaats meer. Wie theïstisch evolutiegeloof aanhangt en consequent wil zijn, moet uiteindelijk zijn godsbeeld bijstellen. De god van het theïstisch evolutionisme voltrekt zijn schepping langs de weg van een eindeloze hel van lijden, dood en verderf, waaruit uiteindelijk na biljoenen jaren de mens opstaat. Op zijn best stopt God zielen in ellendige humanoïden die een kansloos begin moeten maken in een wereld die reeds lang onderworpen was aan een kosmische vloek. Dat staat theologisch mijlenver af van Genesis en de liefdevolle Vader, Die sprak dat het zeer goed was.
Het is niet te verwachten dat de officiële rooms-katholieke scheppingsleer wordt herzien. De kerk heeft daar behalve goede theologische argumenten ook kerkrechtelijke redenen voor. De scheppingsleer is niet alleen gekoppeld aan het gezag van de Schrift en de unanimiteit van de kerkvaders, maar ook aan de uitspraken van meerdere concilies en het magisterium van de kerk.
Inderdaad, creationisme is soms roomser dan de paus.
Meer informatie op: https://zuiddam.wordpress.com/2017/09/28/catholic-confusion-on-creation/
woensdag 27 september 2017
De Kerk na Amoris Laetitia
Interview met Josef Seifert
5 september 2017
In het licht van het onlangs verschenen stuk van Josef Seifert over enkele
gevaarlijke logische consequenties van Amoris Laetitia – een stuk waarvoor hij
door de aartsbisschop van Granada werd ontslagen uit zijn positie als docent –
wendde zich dr. Maike Hickson van 1P5 zich tot de Oostenrijkse filosoof om hem
enkele aanvullende vragen te stellen niet alleen over de postsynodale
exhortatie die zoveel tegenstand heeft opgeroepen maar in het kielzog daarvan
over de toestand van de morele leer en praktijk in de Kerk.
Maike Hickson (MH): Een jaar
geleden, in augustus 2016 hebt u, na de publicatie van Amoris Laetitia, een
artikel gepubliceerd waarin u dit pauselijke document beleefd heb bekritiseerd
en de paus hebt gevraagd enkele correcties een te brengen in sommige foutieve
of soms zelf “objectief ketterse stellingen”. Wat is de reden dat u nu weer uw
stem verheft in een nieuw artikel over het onderwerp van Amoris Laetitia?
Josef Seifert (JS): Na de publicatie van
mijn artikel zijn weer groot aantal dingen gebeurd: mijn goede vriend Rocco
Buttiglione en mijn voormalige student Rodrigo Guerra verdedigden Amoris
Laetitia (AL) fel tegen al mijn bezwaren en ik schreef veel e-mails en
een niet gepubliceerd antwoord aan hen. Een groep theologen en filosofen
beschuldigden paus Franciscus tweemaal van een lange reeks ketterijen en andere
dwalingen die zij toeschreven aan AL, en zijn probeerden in detail
te bewijzen waarom ze paus Franciscus vroegen deze dwalingen terug te trekken.
Men heeft mij gevraagd hun brief te tekenen maar ik heb dat om tal van redenen
niet gedaan. De aartsbisschop van Granada onthief mij vanwege mijn eerste
artikel van mijn taak zijn seminaristen te onderrichten. De aartsbisschop van
Vaduz, in het vorstendom Liechtenstein, feliciteerde mij met dit artikel en
dankte mij voor de geweldige dienst, die ik naar zijn mening aan de Kerk
bewezen had. De vier kardinalen gaven uiting aan hun (nog steeds onbeantwoorde)
dubia. Zodoende had ik genoeg nieuwe redenen over AL na te denken en over mijn
voorafgaande artikel dat ik eerst als een persoonlijke brief aan paus
Franciscus (waarop ik nooit een antwoord of zelfs maar een ontvangstbevestiging
ontving).
Maar de onmiddellijke reden voor mijn tweede artikel was dat ik las over
een commissie, bijeengeroepen door paus Franciscus die naar men zegt de
bedoeling had Humanae Vitae (HV) te herzien en aan te passen
aan AL. Voorts schreef ik naar professor Buttiglione, een
goede vriend die een totaal andere visie had op AL als ik, dat
ik bang was dat ook HV en Evangelium Vitae ten
prooi zouden vallen aan dezelfde manier van denken als uitgedrukt in AL.
Hij vergrootte mijn angst en mijn gevoel van verontrusting hierover door te
antwoorden dat voor Humane Vitae en Evangelium Gaudium dezelfde
onderscheiding en dezelfde principes zouden moeten worden toegepast als
in AL staan aangegeven voor de huwelijkszaken. Dit heeft mij
ten diepste geschokt. (Ik heb veel artikelen geschreven om Humanae
Vitae en Veritatis Splendor filosofisch te
verdedigen, en de gedachte dat al deze ware leerstellingen zouden worden
herroepen, gerelativeerd of ondergraven door de toepassing van de logica op de
geciteerde opmerking over AL, baarde mij ernstige zorgen).
Om al deze redenen overdacht ik dezelfde kwestie opnieuw en dacht ik dat ik
nog een grotere reden tot bezorgdheid had gevonden dan die ik al had uitgedrukt
in mijn vorige artikel.
Daarom besloot ik een nieuw en veel korter artikel te schrijven dat zich
beperkte tot één enkele bewering in AL die ik onvoldoende had belicht in mijn
eerste artikel. Deze enkele opmerking schokte mij diep omdat hij scheen aan te
tonen dat de veranderingen in de moraal, zoals die door Al werden
geleerd, mogelijk veel en veel verder gingen dan iemand in het debat tot nu toe
(inclusief de paus en ikzelf) maar hadden gedacht omdat we allemaal, bij wijze
van spreken, gefixeerd waren op de toelating van niet-berouwvolle echtbrekers
en homoseksuelen tot de sacramenten. Ik had, bij wijze van spreken, een visioen
van een geweldige dreiging voor de moraal van de Kerk in zijn totaliteit, die
in deze tekst verborgen zat. Daarom leek het mij een zware plicht, als ik de paus
en de Kerk wilde dienen, de zwaarwichtige vraag die mijn artikel stelt, naar
voren te brengen, zonder deze te beantwoorden maar door hem zo helder te
stellen dat de paus en ieder andere lezer hemzelf correct zou kunnen
beantwoorden. Ik voelde mij verplicht dit te schrijven om een
moraaltheologische destructieve atoombom onschadelijk te maken die ervoor kon
zorgen dat de hele morele leer van de Kerk zou afbrokkelen. Zodoende had ik de
bedoeling, door deze vraag met de grootste helderheid te stellen, een helpende
hand te reiken aan het leergezag van paus Franciscus waardoor een dergelijke
schade kon worden voorkomen.
Omdat de logische en mogelijke gevolgen van deze ene uitspraak die ik mijn
innerlijk visioen zag, zo vreselijk waren, en omdat ik tegelijk vond dat het
ongepast was de paus te beschuldigen van een ernstige dwaling (wat een van de
redenen was om mijn handtekening niet te zetten onder de formele beschuldiging
van de paus van ketterij, die twee groepen theologen mij gevraagd hadden te
ondertekenen) en omdat alleen de paus zelf, en misschien het kardinalencollege
of een Concilie deze bewering konden corrigeren en ervoor konden zorgen dat de
logische consequenties ervan niet in praktijk zouden worden gebracht,
formuleerde ik mijn artikel als één grote vraag, en als een reeks vragen die
volgden als men zuivere logica toepaste op de gestelde bewering en de vraag.
MH: Zou u hier voor onze lezers uiteen
willen zetten wat uw grootste zorg is rond Amoris Laetitia?
JS: Mijn grootste zorg is toegelicht in
mijn tweede artikel. Als ons geweten kan weten ( en niet alleen foutief van
mening kan zijn) dat God wil dat wij in een bepaalde situatie iets intrinsiek
slechts doen zoals overspelige of homoseksuele daden, dan moet pure logica
daaruit de consequentie trekken dat hetzelfde kan gelden voor geboorteregeling
(HV), voor abortus en voor alle handelingen die de Kerk en de goddelijke
geboden “absoluut” verbieden. Dit is precies de positie en dit zijn precies de
consequenties van de zogenaamde “zuiver teleologische moraal die de jezuïtische
theoloog Josef Fuchs en vele andere jaren geleden hebben verdedigd, voor en
na Humanae Vitae, en die ik heb onderzocht en heb proberen te
weerleggen in een lange rij van artikelen en een groot onuitgegeven Duits boek.
Paus Johannes Paulus II heeft duidelijk en definitief deze dwaling van Fuchs en
Co veroordeeld in Veritatis Splendor en Evangelium Vitae en zo helderheid
gebracht in de permanente morele leer van de evangelies en van de Kerk. In de
laatstgenoemde encycliek beroept Johannes Paulus II zich op het gezag van de
heilige Petrus (EV 68) en verklaart (naar ik geloof dogmatisch) dat
vanaf het eerste moment van de ontvangenis ieder kind volledige eerbied als
persoon verdient en dat abortus daarom intrinsiek een ernstig immorele daad is.
Daarom ervoer ik een diep persoonlijk lijden. Want mijn indruk was dat nu het
hele gebouw van de absolute moraal (reeds vóór Christus geleerd door Socrates
en Cicero) van het Oude en het nieuwe Testament en van de Kerk in elkaar zou
kunnen storten door alleen maar op deze bewering de logica toe te passen.
Voordien, in mijn eerste artikel, heb ik een boel andere zorgen geuit:
- Dat heel het onderscheid door middel van onderscheiding tussen goede en
slechte echtbrekers waarbij de goeden, zelfs als ze geen berouw hebben, tot de
sacramenten kunnen worden toegelaten, terwijl de slechten van de sacramenten
moeten worden uitgesloten, de priester voor totaal onmogelijke taak stelt
een onderscheid te maken tussen de goede en de slechte zware zondaars (zoals de
Poolse Bisschoppenconferentie terecht heeft geconstateerd).
- De lange tekst van AL stelt voor paren toe te laten tot
de sacramenten die objectief gesproken in zware zonde leven, maar spreekt met
geen enkel woord over het gevaar van godslastering en heiligschennis, waarvoor
de apostel Paulus ons waarschuwt, als hij zegt dat we gevaar lopen “ons een
goddelijk oordeel te eten en te drinken” als wij de heilige communie in staat
van ernstige zonde ontvangen.
- AL stelt dat “niemand (dus ook geen overspelige) voor altijd verdoemd
wordt”, wat een ontkenning van de hel lijkt en direct in strijd is met de
woorden van de H. Paulus, dat geen onboetvaardige echtbreker naar de hemel gaat
en dus voor eeuwig verdoemd wordt als hij zich niet bekeert.
- Dat sommige christenen niet de kracht hebben de goddelijke geboden te
vervullen (met behulp van de sacramenten en de genade van God). Dat is een van de
belangrijkste ketterijen van Luther die door het Concilie van Trente
veroordeeld zijn.
Ik houd nog steeds vast aan deze en andere zorgen rond AL maar
ik wilde:
a. in het tweede artikel precies het ene punt formuleren dat mij de echte
“crux” van AL lijkt en
b. aan de paus en andere lezers enkele logische vragen stellen waarvan
ik niet kan zien hoe ze met nee kunnen worden beantwoord. Al zij echter
bevestigend worden beantwoord, zal deze ene bewering van AL puur logisch leiden
tot de afbraak van de hele moraal van de Kerk en daarom zou het herroepen
moeten worden waar ik (voorwaardelijk) de paus om vraag in alle genegenheid en
liefde. En als ook hij de logische vragen die ik stel met een volmondig ja moet
beantwoorden, dan vraag ik hem tenminste die ene zin uit AL te herroepen en die
niet te maken tot de oorzaak van een moraaltheologische hervorming van de Kerk.
Want de paus zal zeker geen bewering handhaven, als die volgens zijn eigen
bevestigend antwoord op de vraag van mijn artikel, zal leiden tot de vernietiging
van de rots van de katholieke moraal en ook van de natuurlijke ethiek (zoals
reeds onderwezen door Socrates en Cicero).
MH: Denkt u zelf dat nog enige twijfel bestaat of paus Franciscus de
bedoeling heeft sommige “hertrouwd” gescheidenen tot de sacramenten toe te
laten? Wat zijn in uw ogen de sterkste argumenten voor uw standpunt?
JS: Daar bestaat geen twijfel over! Ook hoog gewaardeerde verdedigers
van AL zoals Rocco Buttiglione, kardinaal Blasé Cupich en
kardinaal Christoph Schönborn zien dit duidelijk en prijzen AL hierom.
In tegenstelling tot mij en vele anderen beschouwen zij deze toelating tot de
sacramenten van onboetvaardige zondaars als een vrucht van de barmhartigheid en
van een wettige pastorale bekommernis van paus Franciscus. Meer nog, zij
geloven dat AL, ook al laat die onboetvaardige zondaars,
homoseksuelen en andere paren in “onregelmatige situaties” toe tot de
sacramenten, toch niet in tegenspraak is met Veritatis Splendor, noch met
Familiaris Consortio 84 waarin dit met een verwijzing naar het evangelie wordt
uitgesloten. Hun redenering is al volgt: als de paren in staat waren te
begrijpen dat wat zij aan het doen zijn, zwaar zondig is, en als ze de kracht
en de vrije wil hadden die paus Johannes Paulus II veronderstelt, dat zouden ze
niet tot de sacramenten kunnen worden toegelaten, zoals de heilige paus heeft
geleerd. Maar als de zondaars deze twee noodzakelijke subjectieve voorwaarden
voor een doodzonde niet vervullen (en Buttiglione met de paus denkt dat bij de
meeste mensen tegenwoordig één of twee van die voorwaarden voor doodzonde
ontbreken) moeten ze tot de sacramenten worden toegelaten, zoals paus
Franciscus in AL heeft geleerd. Daarom hebben volgens
deze interpretatie allebei de pausen gelijk en spreken ze elkaar niet tegen.
Hieruit ziet u dat ook deze verdedigers van AL in feite
voorstellen om onboetvaardige echtbrekers en andere zondaars, na een gepaste
onderscheiding, tot de sacramenten toe te laten. (De Filipijnse bisschoppen
gaven in hun eerste antwoord op AL een uitnodiging tot de sacramenten uit,
gericht aan alle zulke paren, onmiddellijk en zonder onderscheiding. Bovendien
gingen kardinaal Schönborn en pater Antonio Spadaro s.j. zo ver dat ze zeiden
dat AL alle onderscheid tussen reguliere en irreguliere paren
had opgeheven).
Trouwens de lof van de paus zelf aan het adres van bisschoppen van Buenos
Aires over hun interpretatie van AL bevestigt dit. Hij zegt
dat hun interpretatie, de toelating na onderscheiding van onboetvaardige
echtbrekers en andere paren tot de sacramenten, “de enige correcte lezing is
van AL”. Hetzelfde is het geval met de loftuiting op de nog
liberalere interpretatie van AL door de bisschoppen van Malta,
gebaseerd op vooronderstellingen van de radicale situatie-ethiek. Deze en nog
vele andere woorden en daden van paus Franciscus bewijzen dat uw vraag
bevestigend moet worden beantwoord, ondanks het feit dat kardinaal Gerhard
Müller of Mgr. Livio Melina de interpretatie hebben verdedigd dat AL de
sacramentele discipline niet zou hebben veranderd.
Tezelfdertijd ontving de paus ook het standpunt van de Poolse
bisschoppenconferentie en van de Bisschoppenconferentie van Alberta in Canada
die zich blijven houden aan Familiaris Consortio en iedere verandering van de
sacramentendiscipline weigeren. Paus Franciscus aanvaardde de eenstemmige
verwerping van het veranderen van de regels die FC had
uiteengezet en hij beweerde (zoals AL zelf stelt) dat het leergezag niet
één enkele doctrine in deze zaken moest verkondigen maar een culturele en
nationale verscheidenheid van “morele tradities” kon toestaan. Er is brede
bezorgdheid in de Kerk dat dit een historisch en cultureel relativisme toevoegt
aan de andere problemen van AL. Want het lijkt zeker niet aanvaardbaar dat wat
in Polen een zware zonde is en een onboetvaardige zondaar uitsluit van de
heilige communie en van de biecht, geen van deze effecten heeft als de
echtbreker de Duitse grens oversteekt en communiceert en biecht in Duitsland,
een paar kilometer westelijk van de vorige Poolse priester, die hem weigert de
absolutie te geven en hem niet toelaat tot de heilige communie.
MH: In uw artikel van 2016 heb u gezegd
dat AL “een lawine van destructieve gevolgen voor de Kerk en
voor de zielen” zou kunnen veroorzaken. Ziet u nu, een jaar later, zich deze
destructieve gevolgen al ontwikkelen?
JS: Als een of meer, laat staan de meeste paren in “onregelmatige situaties”
die nu de sacramenten ontvangen, heiligschennis begaan en een zware zonde, dan
hebben we daar zonder twijfel de destructieve gevolgen van AL en
de woorden van Christus tot een ziener in Granada zijn waar wanneer Hij zegt
dat deze “ernstig foutieve doctrines” (“falsísimas doctrinas”) veel zielen naar
de hel leiden. Bovendien wordt grote schade aan de zielen veroorzaakt, als nu
sommige seminaristen geen priester willen worden, omdat ze zichzelf gedwongen
zien, tegen hun geweten, de sacramenten te geven aan hertrouwde katholieken
wier huwelijk niet door de Kerk is nietig verklaard. Hun is gezegd dat de
deuren van het seminarie wijd open staan. Als ze dit niet willen accepteren,
moeten ze maar gaan. Zo gaan veel van de beste toekomstige priesters weg en
zullen hun heilzaam werk voor de zielen niet doen. Priesters worden door hun
bisschoppen aangemoedigd of zelfs bevolen om tegen hun geweten in te handelen,
men dreigt sommigen met ontslag uit hun parochies, als zij hun geweten volgen.
Bisschoppen onderdrukken priesters die zich houden aan de traditie van de Kerk
en aan de leer zoals die door paus Johannes Paulus II is neergelegd in FC.
Bepaalde priesters die in strijd leven met de kerkelijke leer, voelen zich
aangemoedigd de sacramenten te ontvangen en mis te lezen terwijl ze beweren een
gebrek aan vrij wil te hebben om zich te onthouden van homoseksuele handelingen
of seksuele relaties met vrouwen. Er heerst een grote mate van verwarring: velen
verliezen hun geloof in de Kerk die zij hebben ervaren als de rots van de
waarheid en die ze nu zien als een Babel van verwarring, enz.
MH: In uw nieuwe artikel in 2017 vraagt u zich af of AL “duidelijk
beweert dat deze intrinsiek ongeordende en objectief zwaar zondige daden [….]
kunnen worden toegestaan of zelfs objectief door God kunnen worden opgedragen”
en u zegt dat, als dit het geval is, wij te maken hebben met een “morele
theologische atoombom”. Kunt u die uitdrukking verklaren?
JS: Als het echt zo is wat AL zegt in de tekst die ik
analyseer, dat is, als God in bepaalde gevallen, of slechts in één geval kan
willen dat wij in een concrete situatie een intrinsiek verkeerde daad stellen,
zoals homoseksuele daden of overspel, dan is er geen logisch steekhoudende
reden om dit niet toe te passen op geboorteregeling, abortus, bloedwraak,
leugen, bedrog enz. Want je kunt zeker niet nalaten dezelfde principes die je
voor waar houdt bij één soort intrinsiek slechte daden ook toe te passen op
iedere andere intrinsiek slechte daad. Je kunt dan eenvoudigweg ontkennen dat
deze daad of welke menselijke daad dan ook, intrinsiek ongeordend en slecht is.
De hele Wet en de Profeten echter, de totale moraal van de Kerk scharniert
op de erkenning dat veel van dergelijke daden nergens en nooit gesteld mogen
worden. Daarom, als iemand een puur logische consequentie trekt uit deze
bewering van AL, brengt deze bewering een lawine aan
consequenties met zich mee en is het een geestelijke atoombom die het prachtige
gebouw van de katholieke moraalleer (en van de natuurlijke moraal) verwoest.
MH: In deze context van de “intrinsiek ongeordende en objectief zwaar zondige
daden” vermeldt u nadrukkelijk niet alleen de gescheiden en “hertrouwde” paren
maar ook de homoseksuele verbintenissen. Denkt u dat de term “irreguliere
paren” zoals gebruikt in AL meer inclusief is bedoeld en ook
toegepast wordt op homoseksuele paren?
JS: Ja, dat is duidelijk en verschillende andere beweringen van de paus en van
bisschoppenconferenties zoals die van de Filipijnen, maken dit duidelijk.
MH: In de context van de absolute morele wetten, die nu in de huidige
discussie ondergraven lijken te worden, brengt u zelf het onderwerp van Humanae
Vitae ter sprake en mogelijk toekomstig heronderzoek van de leer ervan
rond contraceptie. Hebt u zelf concrete informatie over die onlangs gevormde
Vaticaanse commissie? Zijn bepaalde leden ervan al een indicatie voor de
richting waarin het werk van de commissie zal gaan?
JS: Er zijn een groot aantal artikelen en blogs verschenen van betrouwbare en
goed geïnformeerde bronnen die dit bericht hebben bevestigd. Echter, zelfs
zonder op deze bronnen te vertrouwen, pure logica zegt ons: als bepaalde
onrouwmoedige echtbrekers tot de sacramenten kunnen worden toegelaten en als
hun overspel zelfs kan “zijn wat God van hen vraagt in de complexiteit van hun
situatie”, hoe kun je dan uitsluiten, door dezelfde manier van denken dat
bepaalde paren die contraceptie toepassen, even goed tot de sacramenten zouden
moeten worden toegelaten? Of zelfs dat God in de complexiteit van hun concrete
situatie wil dat zij gebruik maken van contraceptieve middelen en van
sterilisatie, in plaats van tijdelijke onthouding, omdat deze onthouding ertoe
kan leiden dat man en vrouw ergere zonden begaan?
MH: U hebt aan uw nieuw artikel toegevoegd dat u zelf was “uitgekozen door de
heilige paus Johannes Paulus II als gewoon (levenslang) lid van de Pauselijke
Academie voor het Leven (een taak die eindigde bij het ontslag van alle PAL
leden door paus Franciscus in 2016 en het feit dat u niet herkozen bent als lid
van een grondig veranderde PAL in 2017).” Betekent dit dat u van de PAL
verwijderd bent ondanks het feit dat u (door Johannes Paulus II) voor het leven
benoemd bent?
JS: Volgens de statuten de PAL waren alle gewone leden voor het leven benoemd.
Paus Franciscus heeft eerst de constitutie van de PAL veranderd. Daarom is de
maximale benoemingsperiode als gewoon lid nu vijf jaar. Ten tweede heeft paus
Franciscus alle zittende leden van de PAL ontslagen en de Algemene Vergadering
in 2016 die al gepland was, afgelast. Ten derde heeft hij sommige nieuwe leden
benoemd en sommige oud-leden opnieuw benoemd, en daarbij sommige heel erg goede
leden. Ik hoor bij degenen die ontslagen en niet herbenoemd zijn.
MH: Hebt u enig idee waarom u uit de PAL verwijderd bent?
JS: Omdat alle leden verwijderd zijn, zoals ik u zei, is het duidelijk dat ook
ik verwijderd ben. Waarom ik niet herbenoemd ben, kan alleen de paus met zekerheid
beantwoorden maar je zou hier, als je wilt, over kunnen speculeren. Misschien:
vanwege mijn artikel uit 2016 over AL? Mogelijk omdat ik bij
herhaling en publiekelijk twee voormalige voorzitters van PAL (onder paus
Benedictus) heb bekritiseerd en aan de paus gevraagd heb hen te vervangen (wat
hij in één geval ook gedaan heeft)? Omdat ik voor diverse PAL-bijeenkomsten en
twee bijeenkomsten van de Pauselijke Academie van Wetenschappen (die mij als
expert in kwestie hadden uitgenodigd) en gedurende twee jaar in een commissie
over wat hersendood is, bijeengeroepen door kardinaal Elio Sgreccia, lange
kritieken heb geschreven over “hersendooddefinities”? Misschien omdat ik deze
kritieken gestuurd heb naar de twee vorige pausen (Johannes Paulus II en
Benedictus XVI) in de hoop (die niet in vervulling is gegaan) dat de Kerk
duidelijk definities rond hersendood zou afwijzen als niet geldig? Misschien
omdat ik publiekelijk het communiqué van Mgr. Marcelo Sánchez Sorondo heb
bekritiseerd, dat gestuurd werd naar een medisch wereldcongres over coma en
dood in Cuba en waarin werd gesteld dat het gelijkstellen van de dood van een
mens met hersendood een soort “dogma van de katholieke Kerk” was en dit een
soort verplichting was en zijn foutieve claim dat het aanvaarden van dit
criterium nu “officiële katholieke leer” was? Misschien ook omdat ik gedurende
datzelfde internationale medische congres over coma en dood, en bij twee
vroegere congressen, openingstoespraken heb gehouden waarin ik kritiek leverde
op het gelijkstellen van “hersendood” met de menselijke dood? Misschien omdat
ik het gehoor van het laatste genoemde congres heb geïnformeerd dat en
waarom paus Johannes Paulus II na een toespraak van hem tot
transplantatiechirurgen waarin hij de identificatie van de “hersendood” met de
menselijke dood leek te ondersteunen, zeer ernstige twijfel uitte betreffende
deze identificatie van menselijke dood met “hersendood”? Of omdat ik
publiekelijk heb verteld dat paus Johannes Paulus II persoonlijk een symposium
rond dit onderwerp bijeengeroepen heeft in de Pauselijke Academie van
Wetenschappen waarin de overgrote meerderheid van dokters, filosofen, juristen,
anestetisten enz. deze identificatie verworpen hebben? Misschien omdat ik aan
de aanwezigen onthuld heb dat de beloofde (en al drukklare) tekst van de acten
van dit symposium, werd achtergehouden, blijkbaar door Mgr. Sánchez Sorondo
zelf, en dat er door de Pauselijke Academie voor Wetenschappen een nieuw
symposium werd bijeengeroepen waar slechts een (erg opmerkelijke) minderheid de
identificatie de menselijke dood met de “hersendood” afgewezen heeft?
MH: U zei dat de nieuwe Pauselijke Academie voor het Leven door de
reorganisatie eind 2016 “grondig is veranderd”. Kunt u ons uitleggen hoezo? Wat
zijn de veranderingen die u waarneemt in de nieuwe Academie?
JS: Op de eerste plaats wil ik de oude PAL die door de heilige paus Johannes
Paulus II was opgericht, niet idealiseren. Na het voorzitterschap van de
heilige dokter Jerome Lejeune, voor wie een proces van zaligverklaring is
opgestart (en die de oorzaak van het syndroom van Down ontdekt heeft en fel
heeft gevochten voor het leven van elk van de kinderen met dit syndroom, die
door veel dokters en ouders vermoord worden als zij hun genetische kwaal
kennen) en die enkele maanden na zijn benoeming als voorzitter aan kanker
gestorven is, hadden we twee andere voorzitters. De eerste was professor Juan
Dios de Vial, rector van de Pauselijke Universiteit van Chili, bijgestaan door
de, algemeen gesproken, uitstekende vice-voorzitter Mgr. (nu kardinaal) Elio
Sgreccia, die later een even gezonde en competente voorzitter van de PAL werd
(zelfs al waren sommige leden inclusief mijzelf kritisch op de manier waarop
hij sommige onderwerpen begeleidde, bijvoorbeeld het debat over hersendood).
Zelfs toen in zijn gouden tijd had de PAL een aantal strijdvragen, bijvoorbeeld
over de vraag of de zogenaamde “hersendood” feitelijk de dood van de mens is en
degenen die dat ontkenden zoals de professoren Allan Shewmon, Wolfgang
Waldstein, Alejandro Serani, ikzelf en anderen in toenemende mate werden
gemarginaliseerd. Toen hadden we twee voorzitters die verklaringen uitgaven
tegen de morele waarheid en de leer van de Kerk. (De eerste, [aartsbisschop]
Fisichella, verdedigde de wettigheid en de barmhartigheid van bepaalde
abortussen), de tweede organiseerde bijvoorbeeld een congres van de PAL waarop,
van de 7 uitgenodigde sprekers over de behandeling van onvruchtbaarheid, zes
methodes propageerden die rechtstreeks ingingen tegen de leer van de Kerk. Deze
en andere gebeurtenissen wekten een gerechtvaardigde tegenstand bij sommige
leden. Naar mijn mening en naar de mening van velen was dit overduidelijk
strijdig met de doeleinden van de Pauselijke Academie voor het Leven en de
pro-life eed die ieder lid moest afleggen evenals en bovenal strijdig met de
leer van de Kerk. Ik heb twee open brieven geschreven over de onduldbare
situatie waarin de oude PAL zich in die tijd bevond. Daarom verheerlijk ik de
oude PAL niet noch ontken ik dat een gezonde hervorming van die oude PAL
prijzenwaardig zou zijn geweest.
De grondige veranderingen echter die nu hebben plaats gevonden lijken veel
verder te gaan en ook nog in tegengestelde richting. Aan de ene kant, op het
administratieve niveau, heeft de paus de constitutie veranderd, zoals ik al
zei, en heeft daarmee de harde kern verwijderd van leden die het leven
onvoorwaardelijk waren toegedaan, die paus Johannes Paulus II had gekozen en
hij koos daarmee een flexibele ene evoluerende club die de identiteit heeft
verloren die tenminste enkele volhardende en toegewijde leden aan de PAL hadden
gegeven. Het belangrijkste is dat de nieuwe statuten de pro-life eed, die wij
in de oude PAL moesten afleggen, hebben laten vallen. Er zijn enkele openlijk
anti-life leden benoemd. De nieuwe voorzitter en bisschop, Mgr. Vincenzo
Paglia, heeft vóór zijn verkiezing, opdracht gegeven voor fresco’s in zijn
kathedraal in Italië. Die fresco’s laten hem en vele anderen zien, naakt, bezig
met homoseksuele en andere zonden. Zij worden door een Jezus, die de
gelaatstrekken heeft van de bekende plaatselijke homoseksuele kapper, in een
groot net naar de hemel getrokken en ondertussen gaan zij in hun net door met
dezelfde zonden. De grote schilder Bosch heeft dezelfde zonden die in dit
fresco worden verheerlijkt, geschilderd in zijn beroemde schilderingen van de
hel. Bisschop Paglia is ook het hoofd van het instituut Johannes Paulus II waar
nu grote druk wordt uitgeoefend op de professoren om geen steun te verlenen aan
de morele en disciplinaire leer rond de sacramenten van Familiaris
Consortiomaar aan die van AL.
MH: Bent u bezorgd over bepaalde nieuwe leden van de PAL zoals professor Nigel
Biggar, pater Maurizio Chiodi, pater Carlo Casalone s.j. of pater Alain
Thomasset s.j.? Sommigen van hen zijn actieve verdedigers van abortus of van
contraceptie.
JS: Natuurlijk ben ik dat. We hadden vroeger ook enkele van dergelijke leden,
bijvoorbeeld een Oostenrijker die het “gezin van je dromen” (die Wünschfamilie)
promootte. Bij de verwezenlijking daarvan stond IVF (in vitro fertilisatie)
centraal, selectie van bevruchte eicellen naar sekse of gezondheid, uitsluiting
van “gebrekkige” of “ongewenste” kinderen en daarom vroege abortussen. Die
leden werden echter verzocht ontslag te nemen. Nu lijken ze rechtstreeks door
het Vaticaan te worden benoemd. Dit betekent een grondige wijziging van visie
van de PAL in vergelijking met de oorspronkelijke visie.
MH: Ziet u in het licht van de recente discussie over Amoris Laetitia –
en de vele gelovige pogingen de traditionele moraal van de katholieke Kerk te
verdedigen, parallellen met een mogelijke herinterpretatie van Humanae
Vitae en de uitkomst daarvan?
JS: Ik ben ervan overtuigd dat puree logica ingeeft dat, als paus Franciscus
de leer niet herroept die ik in mijn laatste artikel geanalyseerd heb en als
hij niet antwoordt op de dubia van de kardinalen met het duidelijke resultaat
dat er intrinsiek slechte daden bestaan en dat deze daden onder geen enkele
omstandigheid gerechtvaardigd zijn, dan zal Humanae Vitae worden
geïnterpreteerd als een ideaal dat niet van iedereen kan worden gevraagd; en
dat, na onderscheiding, zij die contraceptie in praktijk brengen (met of zonder
abortieve gevolgen), kunnen worden toegelaten tot de sacramenten en dat God
zelf in sommige moeilijke situaties zelfs wil dat ze voorbehoedsmiddelen
gebruiken. Dit volgt uit de ontkenning van intrinsiek slechte daden. En een
dergelijke ontkenning wordt zeker gesuggereerd door de passage die ik analyseer
in mijn laatste artikel. Daarom hoop ik vurig dat de paus, als hij bevestigend
antwoord op de vraag die ik in mijn artikel stel en dat hij de bewering
van AL zal terugtrekken en zo de afbraak van Humanae Vitae zal
voorkomen.
MH: Pater John Hardon
s.j. (gest. 30 dec. 2000), bekende Amerikaanse dogmaticus, benadrukte altijd dat het
grootste deel van de moraalleer van de Kerk feitelijk onfeilbaar geleerd werd
door het gewone Leergezag, dat wil zeggen zonder ex cathedra te zijn
afgekondigd. Beschouwt u zelf het strikte verbod op het gebruik van welk
voorbehoedsmiddel dan ook (veel ervan zijn abortief) als deel van de onfeilbare
leer van de Kerk? Of zou paus Franciscus uitzonderingen op deze leer mogen
toestaan?
JS: Ik zie het zeker als een deel van de onfeilbare leer van de Kerk (hoewel
niet uitgedrukt in een dogma). Bovendien geloof ik dat de ethische waarheid
ervan ook alleen door de rede gekend kan worden en ik veel artikelen geschreven
om de filosofische bewijzen van deze waarheid te leveren.
MH: Als u uw eigen verhandeling van 2017 neemt samen met de komende discussie
over Humanae Vitae, ziet u dan een werkelijk gevaar dat de
ondermijning van de absolute morele wetten zou kunnen leiden tot een officiële
goedkeuring van abortus en contraceptie?
JS: Ik denk dat de geweldige gave van de onfeilbaarheid van de Kerk niet
toestond dat paus Paulus VI, die geneigd was de voorkeur te geven aan de opinie
van de meerderheid (vóór contraceptie) in de commissie die hij had
bijeengeroepen, dit niet deed en daarom Humanae Vitae schreef ter ondersteuning
van de WARE mening van de minderheid. Bovendien denk ik dat diezelfde
onfeilbaarheid nooit kan toestaan dat de katholieke Kerk de boodschap van de
Anglicaanse Lambeth Conferentie volgt, die in de protestantse kerken het verbod
op contraceptie wijzigde, een verbod dat vroeger algemeen aanvaard was door
alle christelijke kerken. Niettemin, ik geloof niet dat het onmogelijk is dat
een onfeilbare leer van de Kerk FEILBAAR ontkend wordt door een Concilie of
zelfs door een paus. Dat is wel eens gebeurd in de geschiedenis van de Kerk.
Bijvoorbeeld, paus Johannes XXII leerde een zeer ernstiger ketterij die hijzelf
op zijn sterfbed herroepen heeft door een bulle te schrijven die zijn eigen
leer veroordeelde en zijn opvolger heeft het als ketterij veroordeeld. Paus
Liberius ondertekende een semi-ariaanse verklaring die enigszins afweek van het
centrale christelijke dogma van de ware godheid van Christus en de heilige
Athanasius, die de waarheid fel verdedigde, werd diverse keren geëxcommuniceerd
vanwege die verdediging van de waarheid. Een Concilie verbrandde alle
geschriften van een andere ketterse paus Honorius en hij werd postuum
geëxcommuniceerd. Zo kan een paus soms, gelukkig erg zelden, en nooit als hij
onfeilbaar spreekt bij een dogmaverklaring, tot ernstige dwalingen en zelfs tot
ketterijen vervallen. In mijn laatste artikel kritiseer ik de paus niet of
“val” hem niet “aan”, ook beschuldig ik hem niet van ketterij, maar stel alleen
maar vragen. Men mag echter nooit vergeten dat kritiek op een niet feilbare
verklaring of mening van de paus op geen enkele wijze verkeerd is of schade
toebrengt aan de Kerk. De eerste heilige paus, St.-Petrus, werd tijdens een
concilie in het publiek terechtgewezen en bekritiseerd door St.-Paulus en de
heilige Thomas verdedigde dit op een geweldige manier. Nadat Christus zelf de
heilige Petrus tot eerste paus had benoemd en tot steenrots waarop zijn Kerk
werd gebouwd, noemde Hij hem zelfs “Satan” en zei tegen hem: “Ga weg van mij,
Satan,” en beschuldigde hem ervan dat zijn puur menselijke gedachte de overhand
kreeg op Gods gedachte die het mysterie van het lijden en de dood van Jezus
Christus wilde.
MH: Kardinaal Brandmüller besprak laatst openlijk het denkbeeld van een
pauselijke geloofsbelijdenis die dikwijls is afgelegd in tijden van crisis in
de Kerk. Zou u ons uw gedachten willen meedelen of in de huidige situatie een
dergelijke pauselijke geloofsbelijdenis zou helpen?
JS: Ik geloof dat, als de paus publiekelijk het ware en volledige credo van de
katholieke Kerk zou reciteren, dit zou helpen helderheid en waarheid te brengen
in de zonder twijfel hopeloos verwarde en verwarrende situatie, maar natuurlijk
kan waarschijnlijk alleen een Concilie dit van de paus vragen of hij moet zelf
tot het inzicht komen dat dit het meest handige is om te doen.
MH: De dubia kardinalen krijgen herhaaldelijk zeer harde kritiek van andere
kardinalen zoals van kardinaal Rodriguez en kardinaal Schönborn. Ziet u
dergelijke terechtwijzingen als juist of wat zou uw persoonlijk antwoord zijn
op deze hooggeplaatste reacties op de dubia.
JS: Ik denk dat de vier dubia kardinalen (van wie ik drie als mijn vrienden
beschouw en van wie er één al 37 jaar mijn beste vriend is) volgens hun geweten
hebben gehandeld, met grote terughoudendheid en respect voor de paus, en
volledig terecht. Ik denk dat de kritiek op hen vanwege de dubia volledig
onterecht is, en dat, erger nog dat het een grote zonde is deze geweldige
mannen van de Kerk te beschimpen. In aanvulling daarop geloof ik dat het hele
College van kardinalen zich bij hem zou moeten aansluiten. Naar mijn mening
zouden alle andere kardinalen, bisschoppen en alle katholieken de vier (nu twee
in leven) kardinalen moeten steunen en de paus vragen, samen met de dubia
kardinalen een uiteindelijk helder en eenduidig antwoord op de dubia te geven,
een antwoord dat de helderheid en de waarheid zou kunnen herstellen, en de
geweldige verwarring zou kunnen verdrijven die nu heerst en die niemand die
ogen heeft om te zien en een geest om te denken kan ontkennen. Niet de dubia
maar het feit dat ze niet in waarheid en ondubbelzinnige helderheid
beantwoord worden, dat zaait wantrouwen in de paus en verwarring.
Abonneren op:
Posts (Atom)