Posts tonen met het label kardinaal Burke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kardinaal Burke. Alle posts tonen

zondag 27 mei 2018

Interview met kardinaal Burke


Verschenen op 8 mei 2018 op GloriaTV

Prof. Thomas Stark:
Eminentie. ik wil u bedanken dat u tijd neemt voor dit interview. Als eerste zou ik u willen vragen: er wordt al een hele tijd veel gesproken over het verstaan van de tekenen van de tijd. Hoe past deze focus op de tekenen van de tijd bij de voortdurende poging van de Kerk alles te onderwerpen aan het koningschap van Christus?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, dat het is het punt. Mensen denken nu dat de Kerk voor het eerst in de geschiedenis kijkt naar de tekenen van de tijd. Dat is belachelijk. De Kerk heeft dat altijd gedaan. De Kerk is altijd de cultuur tegemoet getreden te midden waarvan zij leeft. Onze Heer zelf riep ons op de tekenen van de tijd te zien en bedachtzaam te zijn. Maar inderdaad, de Kerk ziet de tekenen van de tijd sub specie aeternitatis, onder het aspect van de eeuwigheid, van onze eeuwige verlossing – door het lijden, de dood, de verrijzenis en hemelvaart van onze Heer Jezus Christus. En zo gaan wij op de cultuur af, wij treden de cultuur tegemoet met een heel bepaalde identiteit. De Kerk gaat niet naar de cultuur om haar identiteit te vinden. De Kerk gaat naar de cultuur om haar het woord van het leven aan te bieden, om haar Christus aan te bieden. Dat betekent dat, zoals we lezen – dat is erg duidelijk in de evangelies – de Kerk een teken van tegenspraak zal zijn. Met name in tijden als de onze waarin we te maken hebben met deze aanval op de Goddelijke Wet, dit impliciete atheïsme zoals de heilige paus Johannes Paulus II het noemde. De Kerk moet erg sterk zijn in haar ontmoeting met de cultuur – vol liefde, vol bezorgdheid, met de wil zielen bij Christus te brengen, maar de enige manier om zielen bij Christus te brengen is door de waarheid te dienen -  het woord van Christus zoals het tot ons komt in de Kerk.

Prof Thomas Stark:
Iets heel noodzakelijks in het leven van de Kerk is het canoniek recht. U bent een canonist. Daarom wil ik u enkele canonieke vragen stellen. In het besef van het feit dat het menselijk leven en de menselijke omstandigheden altijd heel gecompliceerd zijn: denkt u als canonist dat de verkorte huwelijksnietigheidsprocessen in staat zijn recht te doen aan deze complexiteit van het menselijk leven en de menselijke levensomstandigheden? Of denkt u dat deze veranderingen daaraan geen recht doen?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, ik denk dat het belangrijk is te beseffen, wat ik heb beschreven in het hoofdstuk dat ik bijgedragen heb aan het boek “Remaining in the Thruth of Christ. Marriage en Communion in the Catholic Church”. Het canoniek proces is niet van goddelijke oorsprong, zoals kardinaal Kasper heeft gezegd. De individuele onderdelen zijn niet van goddelijke oorsprong, maar dat het een deugdelijk proces moet zijn om de waarheid te kunnen achterhalen over de waarheid van een klacht van nietigheid van een huwelijk – dat is van Goddelijk recht. De Kerk mag nooit een huwelijk nietig verklaren met een proces dat de rechter niet de morele zekerheid zou geven betreffende de vordering van nietigheid. Ik heb grote zorgen rond het nieuwe proces van verklaring van nietigheid en ik ben niet de enige. Er zijn verschillende excellente canonisten die erover geschreven hebben. Ik heb grote zorgen over het verdwijnen van de verplichte tweede instantie.

Sinds de tijd van paus Benedictus XIV (paus van 1740 tot 1758) vond de Kerk het belang van het huwelijk zo groot dat zij een oordeel over de nietigheid van een huwelijk niet overliet aan een enkele gerechtsinstantie maar dat de zaak opnieuw moest worden bekeken in tweede instantie die het oordeel ofwel bevestigde of ongedaan maakte. Dit is verder bemoeilijkt; in het verleden werden alle huwelijksnietigheidszaken behandeld door een college van tenminste drie rechters. Nu worden op veel plaatsen met de toestemming van de bisschoppenconferentie de huwelijksnietigheidszaken besloten door één enkele rechter. Dat brengt ons in de situatie dat een huwelijk nietig verklaard kan worden op het oordeel van één enkel iemand en dat gaat in tegen een serieus gerechtelijk proces.

Iets anders dat mij zorgen baart is de kwestie van de zogenaamde gemakkelijke zaken die duidelijk en helder zijn. U zei het zelf al in uw vraag. Huwelijksnietigheidszaken zijn in de regel erg gecompliceerd  zo complex als menselijke situaties nu eenmaal zijn. Ik herinner me, dat, toen ik procesrecht studeerde, onze professor ons zei hoe we partijen en getuigen moesten ondervragen, en hoe we hun verklaringen en getuigenissen moesten opnemen. Het is zaak geen verbazing over wat dan ook te tonen want dat zou mensen kunnen doen aarzelen om de hele waarheid te vertellen. Hij zei: in de metafysica bestuderen jullie meer mogelijke dingend dan in werkelijkheid bestaan, maar, zei hij, bij de rechtbank zullen jullie meer werkelijke dingen bestuderen dan mogelijk zijn. En het is eenvoudigweg waar dat deze huwelijksnietigheidszaken soms de neiging hebben …. je kunt nauwelijks heel de complexiteit van een geval geloven.

En daarom heeft een aantal bisschoppen mij gezegd dat zonder meer de zaken die bij hun rechtbanken worden ingediend, hem niet toestaan een snel oordeel te vellen maar dat zij de zaak moeten terugverwijzen naar de rechtbanken. Laten we hopen dat dit zorgvuldig oordeel in iedere zaak gemaakt wordt.

Nu doet het proces ook alsof voor de eerste keer ontdekt is dat de bisschop de eerste rechter in het bisdom is. De Kerk heeft altijd geleerd dat de bisschop de eerste rechter in zijn bisdom is. Maar normaal gesproken – en dat is logisch, ook voor mensen in de wereld, treedt de bisschop, de hoogste gezagsdrager in het bisdom in deze zaken niet op in de eerste persoon. Maar hij zorgt voor een gerechtsvicaris en ander functionarissen van de rechtbank om deze zaken voor hen te behandelen.  Ik geloof dat nu een volledige weergave nodig is van en een nieuwe waardering voor het huwelijksnietigheidsproces. Met name nu we komen uit die periode van antinomisme, de periode onmiddellijk vóór en na het Concilie toen men algemeen het kerkelijk recht aanviel en name het huwelijksnietigheidsproces. En naar mijn persoonlijk oordeel is de huidige wetgeving niet deugdelijk en dient die herzien te worden.

Prof. Thomas Stark:
Mag ik u nog een vraag stellen over een juridisch onderwerp. Hoe is het mogelijk dat de kerkelijke wetgever een situatie schept waarin bisschoppenconferenties in diverse landen tegengestelde regelingen invoeren met betrekking tot het ontvangen van de communie? Ik bedoel, dat is in het canonieke recht tevoren toch nooit het geval geweest.

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is niet mogelijk. De paus is het beginsel van eenheid in de Kerk, eenheid van de bisschoppen en van de gelovigen. De paus kan niet toestaan dat een bisschoppenconferentie of een individuele bisschop iets doet dat ingaat tegen de leer en de geloofspraktijk. Dit idee dat mensen die niet in volle gemeenschap zijn met de Kerk, maar die zich op min of meer regelmatige basis presenteren voor de heilige communie: dat is absurd. Ik weet niet hoe dit zou kunnen worden toegestaan en –als het God belieft – zal het worden recht gezet. Dat is de taak van de paus. Anders gaat de Kerk toe, gaat de Rooms-katholieke Kerk toe naar een situatie zoals van de  protestantse denominaties die alsmaar in aantal toenemen. Telkens als een bisschop of een groep gelovigen een ander idee hebben, maken ze een andere kerkelijke gemeenschap, en de deelgroepen vermenigvuldigen en vermenigvuldigen zich. Dat is niet de wil van Christus.

Prof. Thomas Stark:
Uw antwoord brengt met tot de volgende vraag, een vraag die gaat over een probleem dat ten grondslag ligt aan het probleem dat we nu bespreken. De logische regel van non-contradictie is altijd en overal geldig geweest. De Kerk heeft altijd gehamerd op het feit dat onze credo, het credo van de Kerk redelijk is – dat wij bijv. de regel van non-contradictie en elke andere regel van de logica aanvaarden. Nu zien we een situatie waarin we van kerkelijke gezagsdragers tegengestelde antwoorden ontvangen op belangrijke kwesties. Betekent dit dat geloof en rede tegenwoordig en in de huidige situatie van Kerk uit elkaar vallen?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is wat er feitelijk gebeurt en het zorgt voor een heleboel lijden onder bisschoppen, priesters en gelovigen. Ik reis veel naar diverse delen van de wereld. En overal waar ik kom, zeggen de mensen tegen mij: wat leert de Kerk nu werkelijk over het huwelijk, over de onontbindbaarheid van het huwelijk? Wat leert de Kerk werkelijk over de goede gesteldheid om de communie te kunnen ontvangen, en nu zijn er geruchten over het ter discussie stellen van de leer over contraceptie in “Humanae Vitae” – dat de 50ste verjaardag van de pauselijke encycliek de gelegenheid zou zijn om op een of andere manier de constante leer van de Kerk onderuit te halen, die paus Paulus VI op een zeer nobele en heldhaftige wijze heeft verdedigd.

We hebben ook het geval waarin een bekende nieuwsreporter [Eugenio Scalfari] beweert dat hij uit een persoonlijk onderhoud met de paus heeft begrepen dat er geen hel bestaat en dat de menselijke ziel niet onsterfelijk is, dat de zielen van mensen die verkeerd doen, eenvoudigweg verdampen.

En dan komt er geen echte correctie van de kant van de Heilige Stoel. De correctie van het persbureau stelt dat de woorden van de reporter niet de exacte woorden van de paus zijn. Wel, wat nodig was in een dergelijke situatie, is dat men had gezegd dat de paus bevestigt wat de Kerk altijd geleerd heeft over de uitersten. Dit is iets wat grote bezorgdheid teweeg brengt, en dat kan niet zomaar doorgaan want het brengt vreselijke wonden toe aan de Kerk en verdeeldheid en misschien wel het grotere drama van een schisma.

Prof. Thomas Stark:
Als de mens een animal rationale is, een redelijk wezen, gaat onredelijk zijn in tegen de menselijke natuur. Kunnen we dan mensen, bijv. bisschoppen serieus nemen die verklaren dat zwart wit is of 2 + 2 = 5. Is een situatie in de Kerk die in toenemende mate onredelijk is bijgevolg niet onmenselijk?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is zo. Dit is het soort van benadering dat gebruikelijk is in totalitaire staten. Mensen raken ervan in de war. Omdat men zegt, dat wat redelijk is, onredelijk is. Men vraagt hen tegenstellingen te aanvaarden die ingaan tegen de waarheid en tegen de rechtvaardigheid. God schiep ons met verstand en vrije wil en zijn openbaring gaat nooit tegen de rede in. Zij kan boven de rede uit gaan in de zin dat we grote geloofsmysteries hebben, maar het verstand is in staat juist in de geloofsmysteries door te dringen en dieper te verstaan en dat is de geschiedenis van de theologie: het geloof dat zoekt te begrijpen. Maar nooit zegt de rede dat het geloof ontkent wat de rede mij leert. Er is op dit moment een vreemde vorm van denken gaande in de Kerk zelfs bij leraren van het geloof, die dit ontkent. Dit is onmenselijk. Het veroorzaakt vreselijke ellende. En ik denk dat dit soort situatie uiteindelijk mensen kan voeren tot een geestelijke vermoeidheid omdat het ingaat tegen hun eigen wezen. Dit is iets dat Kerk in haar hart op deze manier nooit heeft gehad. Er zijn grote crises geweest wat betreft het ontkennen van delen van de geloofsleer enz die gecorrigeerd moesten worden. Ik denk aan de vreselijke crisis van het Arianisme in de vierde eeuw en nog andere crises. Maar nu hebben wanhopig behoefte in de Kerk aan herstel van het kerkelijk leergezag.

Er stond een uitstekende evaluatie, geschreven in een Amerikaanse tijdschrift met de naam “First Things” door professor Richard Rex van Cambridge University. Hij gaf commentaar op deze kwestie, op de verandering van de leer over de onontbindbaarheid van het huwelijk. En hij zei mij: als de Kerk inderdaad haar positie veranderd heeft en er bestaan gevallen waarin individuen die aan de sacramentele band gebonden zijn, de sacramenten kunnen ontvangen, dan heeft de Kerk zonder noodzaak zielen 20 eeuwen lang gekweld en verdient zij nu niet langer het vertrouwen van de gelovigen omdat ze zo fout is geweest over zoiets belangrijks voor het welzijn van niet alleen de Kerk maar ook de wereld. Dat leidt ertoe dat we Kerk niet meer zouden kunnen zien als een fatsoenlijk instituut, laat staan een rechtvaardig en betrouwbaar instituut.

Thomas Stark:
Eminentie, dank u wel voor dit interview.

Kardinaal Raymond Burke:
Graag gedaan.


Vertaling: C. Mennen pr
14 mei 2018

zondag 15 april 2018

Kardinaal Burke: paus Franciscus “vergroot de verwarring”

Paus Franciscus “vergroot de verwarring” in de Kerk en het College van kardinalen vormt een de facto controle bij een pauselijke dwaling. Dat heeft kardinaal Raymond Burke gezegd in een nieuw interview. In een gesprek met het Italiaanse katholieke nieuwsagentschap La nuova Bussola Quotidiana zei kardinaal Burke dat het zogenaamde ‘interview’ met paus Franciscus, dat op Witte Donderdag door diens 94-jarige vriend, Eugenio Scalfari werd gepubliceerd “alle perken van wat tolerabel was te buiten ging”.

Burke noemde ook het antwoord van het Vaticaan op de “geërgerde reacties” van over heel de wereld “in hoge mate onbevredigend” omdat het niet nadrukkelijk de leer van de Kerk bevestigt over de onsterfelijkheid van de ziel en het bestaan van de hel. Hij zei dat er ook niet in staat dat paus Franciscus de “foutieve en zelfs ketterse ideeën” die aan hem worden toegeschreven, verwerpt. “Dit is bron van grote ergernis geweest, niet alleen voor veel katholieken maar ook voor veel mensen in de seculiere wereld die respect hebben voor de katholieke Kerk en haar leer, zelfs als ze die niet delen,” zie de kardinaal. “Dit spelen met geloof en de geloofsleer op het hoogste niveau in de Kerk is terecht een ergernis voor pastores en gelovigen”, voegde hij eraan toe. Kardinaal Burke zei dat de situatie verder verergerd wordt door het stilzwijgen van zoveel bisschoppen kardinalen van wie sommigen “doen alsof er niets ernstigs aan de hand is”.

Hieronder volgt de vertaling van het hele interview uit het Engels zoals het verscheen in Life-SiteNews. Het verscheen juist twee dagen voor de conferentie op 7 april in Rome onder de titel: “Katholieke Kerk: waar ga je heen?” Om Lifesitenews te steunen klik hier.

Eminentie, u bent een van de voornaamste sprekers op de conferentie in Rome op 7 april die in de naam van kardinaal Caffarra vragen zal stellen over de richting van de Kerk. De titel van de Conferentie wijst op zorg over de richting die de Kerk opgaat. Wat zijn de redenen voor die zorg?

De verwarring en de verdeeldheid in de Kerk rond de meest fundamentele en de meest belangrijke punten – huwelijk en gezin, de sacramenten en de juiste gesteltenis om tot die sacramenten te kunnen naderen, de intrinsiek slechte daden, het eeuwig leven en de uitersten – raken steeds verder verspreid. En de paus weigert niet alleen dingen te verhelderen door de constante leer en de gezonde discipline van de Kerk te verkondigen, een verantwoordelijkheid die voortkomt uit zijn dienstwerk als opvolger van Petrus, maar hij maakt de verwarring ook nog groter.

Doelt u op het groeiend aantal privé verklaringen die meegedeeld worden door hen die een ontmoeting met hem hebben?

Wat gebeurd is in het laatste interview met Eugenio Scalfari tijdens de Goede Week en dat gepubliceerd werd op Witte Donderdag ging alle perken van wat tolerabel is te buiten. Dat een bekende atheïst er aanspraak op maakt een revolutie aan te kondigen in de leer van de katholieke Kerk en gelooft dat hij spreekt in naam van de paus als hij de onsterfelijkheid van de menselijke ziel en het bestaan van de hel ontkent, dat is een bron van grote ergernis geworden niet allen voor veel katholieken maar ook voor veel mensen in de seculiere wereld die respect hebben voor de katholieke Kerk en haar leer, zelfs als zij dat geloof niet delen.
Bovendien is Witte Donderdag een van de heiligste dagen van het jaar, de dag waarop de Heer het allerheiligst sacrament van de eucharistie en het priesterschap heeft ingesteld, zodat Hij ons altijd de vrucht van zijn verlossend lijden en sterven kan schenken tot onze eeuwige redding. Voorts was het antwoord van de Heilige Stoel op de geërgerde reacties uit heel de wereld hoogst onbevredigend. In plaats van een duidelijke bevestiging van de waarheid rond de onsterfelijkheid van de menselijke ziel en de hel, stelt de ontkenning alleen dat sommige van de aangehaalde woorden niet van de paus zijn. Ze zeggen niet dat de foutieve en zelfs ketterse ideeën die in deze woorden lagen uitgedrukt, niet door de paus werden gedeeld en dat de paus deze ideeën verwerpt als strijdig met het katholieke geloof. Dit spelen met geloof en geloofsleer op het hoogste niveau van de Kerk is terecht een ergernis voor pastores en gelovigen.

Als de dingen zo serieus zijn en een bron van verwarring, is het dan niet schokkend dat zoveel herders van de Kerk blijven zwijgen?

Zeker, de situatie is verergerd door het zwijgen van zo veel bisschoppen en kardinalen die de zorg voor de universele Kerk delen met de paus. Sommigen blijven zomaar zwijgen. Anderen doen alsof er niets ernstigs aan de hand is. Weer anderen verspreiden fantasieën over een nieuwe Kerk, over een Kerk die een totaal andere richting inslaat dan in het verleden en zij verzinnen bijvoorbeeld “een nieuw paradigma” voor de Kerk, of een radicale omkeer in de pastorale praktijk van de Kerk die de Kerk volkomen nieuw maakt. Er zijn er ook die enthousiaste voorvechters zijn van de zogenaamde revolutie in de katholieke Kerk. De gelovigen die de ernst van de situatie inzien, voelen zich door gebrek aan leerstellige en disciplinaire richting van de kant van de herders in de steek gelaten. De gelovigen die de ernst van de situatie niet inzien worden door dit gebrek aan richting in de war gebracht en ze worden mogelijk slachtoffers van dwalingen die schadelijk zijn voor hun ziel. Veel mensen die in volle gemeenschap met de katholieke Kerk zijn getreden na een doopsel in een protestantse kerkelijke gemeenschap, omdat hun kerkelijke gemeenschappen het apostolische geloof hebben verlaten, lijden zeer onder deze situatie nu ze waarnemen dat de katholieke Kerk diezelfde weg gaat en afdwaalt van het geloof.

De situatie die u schildert, is apocalyptisch….

Deze hele situatie brengt mij ertoe steeds meer na te denken over de boodschap van onze Lieve Vrouw van Fatima die ons waarschuwt voor een kwaad – zelfs ernstiger dan het grote kwaad waarvan men te lijden krijgt door de verspreiding van het goddeloze communisme  - en dat is de geloofsafval binnen de Kerk. Nummer 675 van de Catechismus van de Katholieke Kerk leert ons “dat de Kerk vóór de tweede komst van Christus door een tweede beproeving moet heengaan die het geloof van veel gelovigen zal schokken” en dat “de vervolging die haar pelgrimage op aarde begeleidt het “mysterie van de ongerechtigheid” zal onthullen in de vorm van een religieus bedrog dat de mensen een schijnoplossing biedt voor hun problemen. De prijs die zij ervoor betalen is de afval van de waarheid.” In een dergelijke situatie hebben bisschoppen en kardinalen de plicht de waarheid te verkondigen. Tegelijkertijd moeten zij de gelovigen aansporen eerherstel te brengen voor de beledigingen die Christus worden aangedaan en voor de wonden die worden toegebracht aan zijn mystiek Lichaam, de Kerk, als het geloof en de discipline niet door de herders gegarandeerd en bevorderd worden. De grote canonist van de dertiende eeuw, Henricus de Segusio, ook bekend als Hostiensis verklaart, als hij geconfronteerd wordt met de moeilijke vraag hoe een paus te corrigeren die in strijd handelt met zijn ambt, dat het College van Kardinalen een de facto controle op pauselijke dwaling is.

Ongetwijfeld wordt de figuur van paus Franciscus op het moment veel besproken. Die bespreking gaat gemakkelijk van onkritische verheerlijking van alles wat hij doet tot meedogenloze kritiek op ieder dubbelzinnig gebaar. Maar op een of andere manier is geldt het probleem van hoe je je dient te verhouden tot de paus, voor iedere paus. En daarom moeten een paar dingen worden verhelderd. Wat betekent de paus voor de Kerk?

Volgens de constante leer van de Kerk is de paus krachtens de uitdrukkelijke wil van Christus “het voortdurend en zichtbaar beginsel en fundament van de eenheid van de bisschoppen en van de gelovigen” (Dogmatische Constitutie over de Kerk van het Tweede Vaticaans Concilie, Lumen Gen-tium, 23). Het is de wezenlijke dienst van de paus de geloofsschat, de ware leer en de gezonde discipline die met de geloofde waarheden samenhangt, te garanderen en te bevorderen.
In het hierboven genoemde interview met Eugenio Scalfari  noemde deze de paus een “revolutio-nair”. Maar het Petrusambt heeft niet, absoluut niets te maken met revolutie. Integendeel het bestaat uitsluitend voor  het behoud en de verbreiding van het onveranderlijk katholiek geloof, dat zielen tot bekering van hun hart leidten dat heel de mensheid leidt naar de eenheid die gebaseerd is op de orde die God in zijn schepping heeft geschreven met name in het hart van de mens, het enige schepsel op aarde dat geschapen is naar het beeld van God. Het is de orde die Christus heeft hersteld door het Paasmysterie dat wij in deze [Paas]dagen vieren. De genade van de verlossing die vloeit uit zijn glorierijk doorstoken hart in de Kerk, in de harten van zijn ledematen, geeft de kracht om te leven volgens deze orde, dat wil zeggen, in gemeenschap met God en met je naaste.

Zekerk, de paus is geen absoluut heerser, toch wordt in onze tijd als zodanig begrepen. “Als de paus het zegt…” is de gewone manier om iedere vraag of twijfel rond diverse verklaringen af te kappen. Er bestaat een soort papolatrie. Hoe denkt u daarover?

Het idee dat de paus de volheid van macht bezit is al duidelijk naar voren gebracht door de heilige paus Leo de Grote. De canonisten van de Middeleeuwen hebben een flink aandeel gehad in de verdere verdieping van de macht die met het petrinisch ambt verbonden is. Hun bijdrage blijft gel-dig en belangrijk. Het idee is erg eenvoudig. De paus geniet krachtens goddelijke wil heel de macht die nodig is om het ware geloof, de ware goddelijke eredienst en de vereist gezonde discipline te garanderen en te bevorderen. Die macht behoort niet aan zijn persoon maar aan zijn ambt als op-volger van de heilige Petrus. In het verleden maakten de pausen over het algemeen hun persoon-lijke daden en hun meningen niet bekend juist om ervoor te zorgen dat de gelovigen niet in ver-warring zouden worden gebracht over wat de opvolger van de heilige Petrus denkt en doet. Mo-menteel bestaat er een riskante en zelfs schadelijke verwarring tussen de persoon van de paus en zijn ambt en dat leidt tot een verduistering van het petrinisch ambt en tot een werelds en politiek idee van het dienstwerk van de paus in de Kerk.
De Kerk is er voor de redding van de zielen. Iedere daad van de paus die deze heilszending van de Kerk ondermijnt, of het nu een ketterse daad is of een op zichzelf zondige daad, is vanuit het ge-zichtspunt van het petrinisch ambt eenvoudigweg nietig en ongeldig. Daarom, hoewel het duidelijk grote schade toebrengt aan de zielen, brengt het geen verplichting mee tot gehoorzaamheid voor de herders en de gelovigen. We moeten steeds de persoon van de man die paus is onderscheiden van het pausambt. Als je deze onderscheiding niet maakt betekent dat papolatrie en dat loopt uit op het verlies van geloof in petrinisch ambt dat door God gesticht en gewaarborgd wordt.

Wat moet een katholiek het meest dierbaar zijn in verhouding tot de paus?

Een katholiek moet altijd op absolute wijze het petrinisch ambt respecteren als wezenlijk onder-deel van de stichting van de Kerk door Christus. Als een katholiek het ambt van de paus niet meer respecteert, dan is hij geneigd ofwel tot schisma ofwel tot geloofsafval. Tegelijk moeten katholieke respect hebben voor de man die belast is met het ambt. Dat betekent dat ze aandacht moeten hebben voor wat hij leert en de pastorale leiding die hij geeft. Dit respect houdt ook de plicht in om het oordeel van een goed gevormd geweten aan de paus duidelijk te maken, als hij afwijkt of lijkt af te wijken van de ware leer en de gezonde discipline, en om de verantwoordelijkheden op te geven die aan zijn ambt verbonden zijn. Volgens de natuurwet, de evangeliën en de constante disciplinaire traditie van de Kerk zijn de gelovigen verplicht aan hun herders hun zorg te uiten over de toestand van de Kerk. Zij hebben deze plicht die gekoppeld is aan het recht van hun herders een antwoord te ontvangen.

Het is dus mogelijk kritiek te hebben op de paus? Wat zijn daarbij de voorwaarden?

Als de paus zijn ambt niet uitoefent tot heil van alle zielen, is het niet alleen mogelijk maar ook noodzakelijk kritiek uit te oefenen op de paus. Deze kritiek moet de leer van Christus rond de broederlijke terechtwijzing in het evangelie volgen (Mt. 18, 15-18). Allereerst moet de lekengelovi-gen of pastor zijn kritiek privé uiten. Dat geeft de paus de mogelijkheid zichzelf te corrigeren. Maar als de paus weigert een wijze van onderricht of van handelen, dat ernstig in gebreke blijft, te corri-geren, dan moet de kritiek publiek gemaakt worden omdat dit te maken heeft met het algemeen welzijn in de Kerk en in de wereld. Sommige mensen hebben kritiek geleverd op hen die publiek hun kritiek op de paus hebben uitgesproken en gezegd dat dit een uiting is van rebellie of ongehoorzaamheid. Maar de vraag – met de verschuldigde eerbied voor zijn ambt – om een correctie van een verwarring of een dwaling is geen daad van ongehoorzaamheid maar een daad van gehoorzaamheid aan Christus en daarom aan zijn plaatsbekleder op aarde.