dinsdag 5 juni 2018

Interview met bisschop Athanasius Schneider


Bisschop Athanasius Schneider maakt steeds meer zijn naam waar. Hij reist heel de wereld rond en komt moedig op (samen met andere bisschoppen van Kazachstan) voor het orthodoxe katholieke geloof dat overal in de wereld, tot in Rome toe, bedreigd wordt. Immers zijn naam genoot en patroonheilige was in de Ariaanse crisis in de Kerk een tamelijk eenzame voorvechter voor het katholieke geloof. Hier volgt een interview met OnePeterFive, waarin onderwerpen aan de orde komen als: zegening van homoseksuelen, communiceren door protestanten en gehuwd priesterschap.

Maike Hickson (MH):
Aan het begin van het jaar stelden vertegenwoordigers van de Duitse Bisschoppenconferentie een zegen voor homoseksuele paren voor. Wat is daarop het antwoord in het licht van het katholieke geloof?

Bisschop Athanasius Schneider (BAS):
Het geven van een zegen aan een homoseksueel paar betekent het zegenen van de zonde, niet alleen van buitenhuwelijkse seksuele handelingen maar wat nog erger is, van seksuele handelingen tussen personen van hetzelfde geslacht, dat is het zegenen van de zonde van sodomie, die door heel de mensengeschiedenis en door de hele christelijke traditie beschouwd wordt als een ten hemel schreiende zonde (vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1867). Waarom schreit een dergelijke zonde ten hemel? Omdat ze op directe wijze te niet doet, schendt en in strijd is met de natuur en de ordening van de menselijke seksualiteit in de wederzijdse complementariteit van de twee geslachten zoals ze in de oneindige wijsheid van God geschapen zijn. Homoseksuele handelingen of homoseksuele relaties gaan rechtstreeks in tegen het verstand en iedere logica, en tegen de uitdrukkelijke wil van God.
Homoseksuele handelingen zijn intrinsiek zo onzinnig dat men ze bijv. kan vergelijken met de onzinnigheid van het frustreren van de werking van de veiligheidsgordel waar de “tong” (mannelijk) in de “gesp”(vrouwelijke verbinding) geduwd wordt. Iedereen met gezond verstand zal zeggen dat het onzinnig is voor een veiligheidsgordel alleen twee tongen of alleen twee gespen te gebruiken. Dat zal niet werken en zal in veel gevallen de dood veroorzaken omdat de gordel niet was vastgemaakt. Zo veroorzaken ook homoseksuele handelingen de geestelijke dood en dikwijls de fysieke dood vanwege het extreem hoge risico op geslachtsziekten.
Als geestelijken het zegenen van homoseksuele relaties promoten, promoten zij een zonde, die ten hemel schreit, en zij promoten een logische absurditeit. Dergelijke geestelijken begaan daarbij een zware zonde en hun zonde is zelfs ernstiger dan die van de homoseksuele partners die zij zegenen omdat zij deze mensen aanmoedigen tot een leven van voortdurende zonde en hen bijgevolg bloot stellen aan het reële gevaar van de eeuwige veroordeling. Deze geestelijken zullen zeker van God  – op het ogenblik van hun persoonlijk oordeel – deze woorden te horen krijgen: “Als Ik tot de boosdoener zegt: Ge zult zeker sterven, en gij waarschuwt hem niet, en laat na hem op zijn slecht gedrag te wijzen om zijn leven te redden, dan zal die boosdoener weliswaar om zijn eigen schuld sterven, maar u zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed.” (Ez. 3, 18) De geestelijken die homoseksuele praktijken zegenen voeren opnieuw een soort heidense tempelprostitutie in. Een dergelijke klerikaal gedrag is vergelijkbaar met geloofsafval en op hen zijn volledig toepasbaar de volgende woorden van de Heilige Schrift: “Want sommige lieden, wier vonnis al lang in de Schrift beschreven staat, zijn erin geslaagd heimelijk uw gemeente binnen te dringen; goddeloze mensen zijn het, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid, en Jezus Christus, onze enige Meester en Heer, verloochenen.” (Jud. 4)

MH: Pater Anselm Grün, een Duits schrijver wiens boeken onlangs door de paus geprezen zijn, zegt nu dat hij zich in de toekomst een vrouwelijke paus kan voorstellen. Kardinaal Schönborn heeft ook onlangs gezegd dat een toekomstig concilie nieuwe regels zou kunnen opstellen voor vrouwelijke priesters en zelfs bisschoppen. Wat is hier mogelijk en goed in de Kerk en wat niet? Wat is de eigen rol van vrouwen in de Kerk in het licht van de evangelies?

BAS:
Door goddelijke beschikking kan het sacrament van de wijding (sacramentum ordinis) alleen toegediend worden aan een man. De Kerk heeft niet de macht dit wezenlijk kenmerk van dit sacrament te veranderen, omdat zij geen substantieel aspect van de sacramenten kan veranderen, zoals het Concilie van Trente heeft geleerd (vgl. sess. 21, cap. 2). Paus Johannes Paulus II heeft verklaard dat de onmogelijkheid om vrouwen te wijden een onfeilbaar leerstuk van het gewone universele leergezag is (vgl. antwoord van de Congregatie voor de Geloofsleer van 28 oktober 1995).
Wie hardnekkig deze geopenbaarde waarheid betwijfelt of ontkent, begaat de zonde van ketterij, en als je het publiek en hardnekkig blijft doen, wordt de zonde een canoniek misdrijf dat een automatische excommunicatie (latae sententiae) met zich meebrengt. Er zijn een aantal clerici, zelfs in de rijen van de bisschoppen, die tegenwoordig die zonde bedrijven en zich daarbij onzichtbaar afscheiden van de gemeenschap van het katholieke geloof. Op hen kunnen gerust de volgende woorden van God worden toegepast: “Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons.”(1 Joh. 2, 19).
Geen paus, geen oecumenisch concilie kan ooit een vrouwenwijding toestaan (noch tot het diaconaat, het presbyteraat of het episcopaat). Als ze in een hypothetisch geval zoiets zouden doen, zou de Kerk worden vernietigd in een van haar wezenlijke werkelijkheden. Maar dit kan nooit gebeuren omdat de Kerk onverwoestbaar is en Christus het ware hoofd is van zijn Kerk, die niet zal toestaan dat de poorten van de hel haar in dit concrete aspect zullen overweldigen.
De mooiste, de meest unieke en onvervangbare rol van de vrouw in de Kerk is de roeping tot en de  waardigheid van het moederschap, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk omdat iedere vrouw van nature moederlijk is. Innig verbonden met haar moederlijke roeping is haar roeping tot en waardigheid van bruid. In haar waardigheid van bruid verkondigt de vrouw de waarheid dat elke christelijke ziel, en dus ook de ziel van de man, een bruid van Christus moet zijn. In roeping tot moeder en bruid, beleeft de vrouw het innerlijk priesterschap van het hart dat uniek is voor haar en dat complementair is aan het uiterlijke ministeriële mannelijke priesterschap van de apostelen. Hoe wijs heeft God de orde van de natuur ingericht, die we zelfs mooier terugzien in de orde van de genade, in het sacrament van de heilige wijdingen! Een vrouwenwijding zou de goddelijke orde vernietigen en zou alleen geestelijke lelijkheid brengen, geestelijke onvruchtbaarheid en uiteindelijk afgoderij.

MH: De Duitse bisschoppen keurden in februari een papier goed dat protestantse echtgenoten van katholieken in individuele gevallen en na een periode van onderscheiding toestaat op regelmatige basis de heilige communie te ontvangen. In het licht van de sacramentele ordening van de Kerk en ook in het licht van de noodzaak voor katholieken regelmatig tot het sacrament van de biecht te naderen, is een dergelijke zet van de Duitse bisschoppen überhaupt geoorloofd en mogelijk?

BAS:
Sinds de tijd van de apostelen (vgl. Hand. 2, 42) zijn de volheid van het geloof (doctrina apostolorum), de hiërarchische communio (communicatio) en de eucharistische communie (fractio panis) onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het toelaten van iemand tot de heilige communie mag de Kerk die persoon nooit dispenseren van het belijden van de volheid van het katholieke geloof. Het is onvoldoende van hem slechts het katholieke geloof in de het sacrament van de eucharistie  te vragen (in het sacrament van de biecht of de ziekenzalving). Een gedoopt iemand toelaten tot de heilige communie en hem niet als noodzakelijke voorwaarde vragen dat hij alle andere katholieke waarheden aanvaardt (bijv. de dogma’s over het hiërarchisch en zichtbaar karakter van de Kerk, het jurisdictieprimaat van de paus, de onfeilbaarheid van de paus, van de oecumenische concilies en van het universeel en gewoon leergezag, de Mariale dogma’s) is in tegenspraak met de noodzakelijk zichtbare eenheid van de Kerk en met de aard van het eucharistisch sacrament zelf. Het eigen effect namelijk van de eucharistische communie is de uiting van de volkomen eenheid van de leden van de Kerk in het sacramentele teken van de eucharistie. Daarom is het ontvangen zelf van de heilige communie in de katholieke Kerk – zelfs in uitzonderlijke gevallen – door een protestantse of een orthodoxe christen uiteindelijk een leugen. Het is in tegenspraak met het sacramentele teken en de innerlijke sacramentele werkelijkheid, in zoverre zij, de niet katholieken die te communie gaan, willens en wetens zichtbaar blijven horen bij het andere geloof van hun protestantse resp. orthodoxe gemeenschappen.
Wij zien in dit verband ook het problematische en tegenstrijdige principe van canon 844 van het Wetboek van Canoniek Recht (over de toediening van bepaalde sacramenten zoals de heilige eucharistie aan niet-katholieke christenen in noodsituaties of bij levensgevaar). Dit principe gaat in tegen de apostolische traditie en de constante praktijk van de katholieke Kerk gedurende tweeduizend jaar. Reeds in de  tijd vlak na de apostelen (in de tweede eeuw) leefde de Romeinse Kerk deze regel na zoals de heilige Justinus getuigt: “Dit voedsel wordt onder ons eucharistie genoemd en niemand mag er deel aan hebben dan slechts iemand die gelooft dat de dingen wij leren, waar zijn” (Apol. I, 66). Het probleem, dat onlangs door de Duitse bisschoppenconferentie is geschapen, is – om eerlijk te zijn – slechts het logische gevolg van de problematische toegevingen zoals geformuleerd in canon 844 van het Wetboek van Canoniek Recht.

MH: Sommige waarnemers worden hier herinnerd aan de invoering van de communie op de hand, die eerste regionaal werd ingevoerd, alleen om later voor de universele Kerk te worden ingevoerd. Ziet u hier parallellen?

BAS: Volgens de logica van de menselijke zwakheid, de dynamiek van de ideologische druk en de besmettende gevolgen van slechte voorbeelden zullen ook de uitzonderingen waarin de communie aan protestanten wordt gegeven, mettertijd een grote verspreiding krijgen die dan moeilijk te stoppen zal zijn.

MH: Ziet u in het licht van het jongste Duitse intercommunieproject grenzen aan de roep om decentralisatie in de Kerk?

BAS: Als er een reëel gevaar is dat in een particuliere Kerk de integriteit van het katholieke geloof en de daarmee corresponderende sacramentele praktijk wordt aangetast, moet de paus zijn plicht doen en deze gebreken corrigeren om de eenvoudige gelovigen te beschermen tegen een afwijking van de zuiverheid van het katholieke en apostolische geloof. Wanneer bisschoppen tegen hun opdracht ingaan die zegt dat zij “de eenheid van het geloof en de discipline die eigen is aan heel de Kerk [moet] bevorderen” (Vaticanum II, Lumen Gentium 23), dat moet de paus tussenbeide komen vanwege zijn taak als “de leraar van alle gelovigen” en de “hoogste leraar van heel de Kerk” (Lumen Gentium 25). Als tijdens de vaart enkele van de scheepsofficieren gaten beginnen te boren in de zijkant van het vaartuig, kan de scheepskapitein niet zeggen: “Ik kom niet tussenbeide, want ik wil het principe van decentralisatie volgen”. Iedereen met gezond verstand zal dergelijk gedrag als onverantwoordelijk en absurd beschouwen, omdat het fatale gevolgen zal hebben. Als dat waar is voor het fysieke leven, hoeveel te meer dan is dit waar voor het bovennatuurlijke leven van de zielen! Als echter plaatselijke bisschoppen hun werk om het geloof, de discipline en de liturgie van de Kerk te bevorderen en te bewaren goed doen, dan moet de paus hun initiatieven op geen enkele manier beperken. In dat geval is er sprake van een gezonde decentralisatie. In “al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient” (Fil. 4, 8) wat de plaatselijke bisschop doet, moet de paus niet tussenbeide komen en hij moet hen met rust laten in deze gedecentraliseerde goede werken.

MH: In de context van de komende Amazonesynode 2019 is er een veelvuldige roep om toelating van de het gehuwde priesterschap in de Latijnse ritus. Wat is uw antwoord daarop. Moet en kan de katholieke Kerk deze weg bewandelen?

BAS: De Rooms katholieke Kerk moet niet in de val trappen van de “viri probati” of  overweldigd worden door het feit van het grote priestertekort in sommige streken. Een dergelijke reactie zou al te menselijk zijn en het zou een gebrek betekenen aan een bovennatuurlijke kijk op de Goddelijke Voorzienigheid, die de Kerk altijd leidt. Er zijn voldoende bewijzen van periodes en streken in de kerkgeschiedenis met een groot priestertekort waarbij het katholieke geloof van de leken niettemin bloeiend was vanwege de overdracht van het geloof in het gezin en vanwege het getuigenis van deugdzame ongehuwde personen. Ikzelf bracht mijn kindertijd in dergelijke omstandigheden door. Er was daar toen verschillende jaren geen priester.

Het wordt door documenten van de vroege Kerk genoegzaam aan getoond dat het priesterlijk celibaat of de priesterlijke onthouding van apostolische oorsprong is. In de apostolische tijd en in de tijd van de kerkvaders was het een overgeleverde en in het begin ongeschreven norm, dat de gewijde clericus vanaf het moment van de heilige wijding (diaken, priester en bisschop) in voortdurende seksuele onthouding moest leven ongeacht of hij gehuwd of alleenstaand was. Er zijn degelijke wetenschappelijke studies die dit feit bevestigen, bijv. de studies van Christian Cocchini, kardinaal Alfons Stickler, Stefan Heid e.a. De synode van Carthago (390) in de tijd van St.-Augustinus verklaarde dat blijvende onthouding is “wat de apostelen hebben geleerd en wat de oude Kerk in acht heeft genomen”. Paus Leo de Grote (+ 450), die gewetensvol de apostolische tradities onderhield, zei: “De wet van de onthouding is dezelfde voor de dienaars van het altaar, voor de bisschoppen en voor de priesters; toen zij nog leken of lectoren waren, konden zij vrijelijk een vrouw nemen en kinderen verwekken. Maar op het moment dat zij bovengenoemde rangen bereikt hebben, is het niet langer toegestaan wat vroeger wel was toegestaan”(Epist. ad Rusticum). Het categorisch verbod om een huwelijk te sluiten na de wijding was algemeen van kracht en is nog van kracht zelfs in de orthodoxe kerken waar het celibaat voor diocesane priesters is afgeschaft. Er is duidelijk bewijs van het feit dat de wet van de onthouding voor de hogere wijdingen van apostolische oorsprong is.
De eerste poging om te breken met de apostolische traditie van de onthoudingswet, dat is met de celibaatswet in bredere zin, vormt de wetgeving van de Byzantijnse kerk op de zogenaamde Tweede Synode van Trullo (691), die echter niet door Heilige Stoel is erkend. Volgens de Byzantijnse wetgeving moet de gehuwde priester seksuele onthouding in acht nemen in de nacht voordat hij het eucharistisch offer zal celebreren. Maar een echte katholieke priester die dag en nacht “een andere Christus” (alter Christus) is en die daarom dagelijks het heilige Offer zou moeten celebreren, moet altijd in volkomen onthouding leven. Dat is een logisch gevolg van de ontologische waardigheid van het nieuwtestamentische priesterschap en van de blijvende verbinding met het brengen van Christus’ offer op het altaar, anders dan het vleselijke erfelijke priesterschap van het oude testament waarbij seksuele onthouding verplicht was tijdens de periodieke dienst in de tempel. Juist met een verwijzing naar de priesters van het Oude Testament, aan wie het was toegestaan seksuele gemeenschap te hebben met hun vrouwen, ontsloeg de Synode van Trullo in 691 de gehuwde priesters van de onthoudingswet.
Als de geplande Amazonesynode in 2019 het gehuwde priesterschap zal invoeren, zelfs in afzonderlijke gevallen en in specifieke geografische gebieden, zal de dynamiek van een dergelijke vernieuwing – het verschijnsel van het gehuwde priesterschap – ongetwijfeld de hele Latijnse Kerk overspoelen. Wij hopen dat de Amazonesynode 2019 niet de invoering van de levenswijze van de oudtestamentische priesters zal bevorderen, een levensstijl die vreemd is aan Christus, de eeuwige Hogepriesters en aan de apostolische Traditie. Bovendien, er bestaat een een uitstekende roman van de Argentijnse schrijver Hugo Wat (pseudoniem van Gustavo Adolfo Martínez Zuviría, + 1962) met de titel “Lo que Dios ha unido” (wat God verbonden heeft) waarin de auteur op overtuigende en briljante wijze laat zien dat het katholieke priesterschap niet kan samengaan met een seksueel actief huwelijksleven.

MH: Op een onlangs gehouden conferentie in het Vaticaan werden er giften overhandigd aan de deelnemers die erg leken op de symbolen van de vrijmetselarij. Is dat een problematische ontwikkeling met het oog op het ongeschonden bewaren van de katholieke leer?

BAS: De genoemde “giften” die men beschreven en vertoond ziet op internet zijn openlijk heidens, esoterisch en maçoniek. Deze handelingen die plaats vonden in het Vaticaan waar de zetel van de waarheid (“cathedra veritatis”) van de heilige Petrus staat, kunnen ons herinneren aan de herhaaldelijke episodes in het oude testament als het volk van God en sommige van hun religieuze leiders waren afgevallen van de ware en enige eredienst van God. Want naar de mening van sommige religieuze leiders in het oude testament was het geoorloofd de eredienst aan de ware God te verbinden met afgodenverering. Echter God klaagde dit door de mond  van al zijn profeten aan als een gruweldaad. Er kan geen twijfel over bestaan of de boven genoemde heidense cultische vertoning in het Vaticaan dezelfde veroordelende stemmen van de al de bijbelse profeten over zich zou afroepen. Deze tragische periode in het Vaticaan laat enige gelijkenis zien met het volgende profetische visioen van de zalige Anna Catharina Emmerick: “Ik zag weer de huidige paus en de donkere kerk van zijn tijd in Rome. [….]  En zie, een heel bijzonder gezicht! Ieder lid van de gemeenschap had een afgodsbeeld voor zijn borst, en zette het voor hem en bad tot het beeld. Het was alsof iedereen  zijn geheime gedachten of begeerten tevoorschijn haalde onder de verschijningsvorm van een donkere wolk die, eenmaal buiten, een of andere definitieve vorm aannam. Het meest bijzondere ervan was de afgodsbeelden de plaats vulden; de kerk was vol afgodsbeelden al waren er maar weinig aanbidders. Toen de dienst voorbij was, ging ieders ‘god’ weer in zijn borst. De hele kerk  was in zwart gehuld en alles wat erin gebeurde was gehuld in een duistere glans” (visioen van 13 mie 1820).

MH:  Het Vaticaan heeft onlangs besloten veel liturgische gewaden en andere gewijde zaken te lenen aan een seculiere modetentoonstelling in New York die ook kleding voor een vrouwelijke priester, een vrouwelijk bisschop, een vrouwelijke kardinaal, en zelfs een vrouwelijke paus zal laten zien. Verwart een dergelijke beslissing van het Vaticaan niet het gewijde met het profane en is het ook niet een oorzaak van morele en spirituele verwarring van de gelovigen?

BAS: Een dergelijke actie is duidelijke een profanatie van heilige zaken die gezegend werden voor de exclusieve eredienst van de ware God, de Allerheiligste Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Zonder dat men het wil wordt men herinnerd aan de profanatie van de heilige voorwerpen in het oude testament door koning Nebukadnessar (vgl. Dan. 5, 2). Maar “God laat niet met zich spotten” (Gal. 6, 7). De volgende woorden van God door de mond van de profeet Daniël zijn heel toepasbaar op het incident van de profanatie van de liturgische kleding, waarmee door een Vaticaanse autoriteit werd ingestemd: “maar boven de Heer van de hemel hebt u zich willen verheffen: u hebt het vaatwerk van zijn tempel laten halen en u, uw rijksgroten, uw vrouwen en bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken: goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen, die niet zien, niet horen en niet kennen, hebt u geëerd, terwijl u de God in wiens hand uw adem ligt en heel uw leven, niet hebt geprezen. Daarom heeft Hij die hand dit schrift laten schrijven. En dit staat er geschreven: Mene tekel ufarsin.” (Dan. 5, 23-25) Als de profeet Daniël nu zou leven en kennis zou krijgen van vermeld profaan gebruik van de gewijde gewaden, zou hij ongetwijfeld dezelfde woorden richten tot die mensen die hebben ingestemd met een dergelijke profanatie of eraan hebben meegewerkt.

MH: Onlangs was de wereld getuige van de zaak Alfie Evans waarin de staat besloot de beademing van een ziek kind te beëindigen. Aartsbisschop Paglia en enkele Britse bisschoppen prezen de staatom deze beslissing met de opmerking dat men geen buitensporige behandelingen moest toepassen. Wat is uw eigen antwoord in de zaak Alfie? Nam de staat de juiste beslissing, en gaat de seculiere wereld hier de juiste richting in? Wat moeten de principes zijn bij het omgaan met ernstig zieke kinderen of volwassenen?

BAS: De zaak Alfie is de top van een ijsberg. De ijsberg is de moderne anti-cultuur van het doden van ongeboren kinderen, een praktijk waarmee als een legale actie voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid begonnen is door de communistische en marxistische dictator Lenin in 1920. Sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw werd het legaal doden  van ongeboren kinderen langzamerhand als een georkestreerde actie verspreid in bijna alle Westerse landen. De wereldwijde ideologie van het doden van ongeboren baby’s is wezenlijk een ideologie van minachting voor de menselijkheid onder het cynische masker van de zogenaamde vrouwenrechten of de vage “reproductieve gezondheid”.

De abortusindustrie en zijn politieke ideologie heeft altijd categorisch de vergelijking van abortus met kindermoord afgewezen. Toch laat de zaak Alfie heel duidelijk aan de hele wereld zien dat de wereldwijde politieke, juridische en mediale macht die in staat is ongeborenen te vernietigen – het kwetsbare en zwakke ongeboren menselijke leven – een volgende kwaliteitsstap wil maken door de wettigheid van de kindermoord in te voeren door te beginnen met het legaal doden van een ernstig ziek kind. Met de zaak Alfie wilden zij een voorbeeld geven in die richting. Dat is inderdaad alleen maar een logisch gevolg van abortus, nu in combinatie met de euthanasie-ideologie. De zaak Alfie laat duidelijk zien wie wie is bij het onderwerp van de compromisloze verdediging van de onaantastbaarheid van het menselijk leven. Het bracht spontaan van alle hoeken van de aarde de verdedigers van het leven bijeen in een gezamenlijke gevechtslinie. Het was een kleine, maar nobele geestelijke legereenheid tegen een machtige samenzwering van een overeengekomen agenda van politici, van rechtbanken en – tot onze grote verbazing – van medici. Het leger voor het leven leek een nieuwe David tegenover de moderne Goliath van de kindermoord. Het leek alsof deze keer Goliath heeft gewonnen. Toch heeft in feite deze Goliath verloren. Want in de zaak Alfie hebben de partijen van de betrokken politici, rechtbanken en medici de morele geloofwaardigheid van onpartijdigheid, transparantie en gevoel voor rechtvaardigheid verloren. De winnaar was niettemin het kleine leger van Alfie. Want in de ogen van God en zelfs in de ogen van de geschiedenis zullen zij die de meest zwakke en kwetsbare menselijke wezens verdedigen – en dat zijn op de eerste plaats de ongeboren en ziek geboren kinderen – altijd de winnaars zijn. De politieke, juridische en medische samenzwering tegen het menselijk leven zal op een dag zeker ineenstorten, want het is inhumaan.
Op de zaak Alfie en op het kleine leger voor het leven rondom hem kan men deze woorden van Heilige Schrift toepassen: “Zij die onder tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.”(ps. 126, 5)

Vertaling: C. Mennen pr

Geen opmerkingen: