maandag 2 juli 2012

5. Geslachtsgemeenschap als beeld van Drie-enigheid

(Deel 5 van 12, volledige artikel staat hier....).

Paus Johannes Paulus II ziet de gemeenschap die man en vrouw samen vormen als een beeld van de gemeenschap van Personen die God is[1]. De paus baseert dit met name op Gen. 1 vers 27: “En God schiep den mens als zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen.“ De zinsnede “het beeld van God” laat de paus ook slaan op het laatste deel van dit vers “Man en vrouw schiep Hij hen”. Dat is vreemd, het gedeelte ‘als het beeld van God schiep Hij hem’ verwijst immers naar het begin van de zin, naar ‘de mens’ en niet naar hun schepping als man en vrouw. Wanneer de H. Schrift dat had willen leren dan had er moeten staan: ” En God schiep den mens als zijn beeld, Man en vrouw schiep Hij hen, als het beeld van God schiep Hij hen”. Maar dat staat er niet, er staat dat Hij hem (de mens) schiep naar Zijn beeld. De paus laat dat ‘naar Gods beeld geschapen zijn’ verder ook slaan op hoofdstuk 2 vers 24: “Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.”, het beeld van God zijn verwijst in die gedachtegang dus ook naar het ‘tot één vlees zijn’. Een vreemde gedachte, en de paus erkent ook wel dat dit er niet letterlijk zo staat, maar dat je wel zo zou kunnen lezen[2]. Desondanks noemt hij dit aspect misschien wel het diepste theologische aspect van alles wat je over de mens kunt zeggen.

Maar wanneer het hier boven gegeven beeld niet klopt, wat wordt er dan wel mee bedoeld dat we naar het ‘beeld van God’ geschapen zijn. We wezen er al op dat dit enerzijds duidt op de ziel die geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, doordat ze begaafd is met verstand en wil, en geroepen tot het bovennatuurlijk leven van de genade, zoals dat gezegd wordt in de oude Schoolcatechismus en in de Catechismus van Pius X. Maar het wordt verder duidelijk wanneer beginnen bij vers 26 van hoofdstuk 1, in plaats van vers 27 dat de paus behandeld: “God sprak: Laat ons den mens maken als ons beeld, op ons gelijkend; hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt.” (vers 26). De mens is Gods beeld, en op Hem gelijkend, die tweede toevoeging zwakt de eerste af, de mens is enigszins op God gelijkend. Het gelijk willen zijn aan God is juist de kern van de zondeval (Gen. 3, 5). Wat met dat beeld van God zijn bedoeld wordt blijkt uit het vervolg van dit vers waar staat: “hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt”. Het gaat er dus om dat de mens (onder)koning is over de aarde en over haar mag en moet heersen, de mens vertegenwoordigt God op aarde. Niet veel later staat in het boek Genesis in hoofdstuk vijf vers drie: “Adam was honderd dertig jaar oud, toen hij als zijn beeld, op zich gelijkend, een zoon verwekte, wien hij de naam Set gaf.” Seth wordt beeld van Adam genoemd, hij is het stamhoofd van de familie, Kaïn was immers door de moord op zijn broer onwaardig om stamhoofd te zijn. Het vers daarna staat dat Adam nog vele zonen en dochters kreeg, maar van die zonen en dochters wordt niet gezegd dat ze zijn beeld zijn, omdat ze geen stamhoofd zijn. Geheel in lijn daarmee zegt 1 Kor. 11 vers 7: “De man moet zijn hoofd niet bedekken, daar hij het evenbeeld is en de glorie van God; maar de vrouw is de glorie van de man.” De man is evenbeeld en glorie van God, maar de vrouw is de glorie van de man, er wordt dus op dit punt een tegenstelling tussen man en vrouw gemaakt. Dit heeft te maken met de scheppingsordening die in vers drie beschreven wordt: “het hoofd van iederen man is Christus; het hoofd van de vrouw is de man; het hoofd van Christus is God..” Een scheppingsordening die velen niet meer willen aanvaarden. De TvL uitleggers negeren steevast het feit dat de man het hoofd is van de vrouw en gaan uit van de wederzijdse onderdanigheid[3]. Hierin volgen ze trouwens gewoon de paus na die letterlijk heeft gezegd dat man en vrouw in het huwelijk aan elkaar onderdanig moeten zijn[4].

[1] 9e audiëntie: “Het scheppingsverhaal van de mens in hoofdstuk 1 bevestigt van het begin af en rechtstreeks dat de mens, als man en vrouw, geschapen is 'als beeld van God'. Het verhaal uit hoofdstuk 2 spreekt daarentegen niet van het 'beeld van God' maar het laat op zijn eigen manier zien dat de volledige en definitieve schepping van 'de mens' (die eerst de ervaring van de oorspronkelijke eenzaamheid opdeed) wordt uitgedrukt door het leven schenken aan die 'communio personarum' die gevormd wordt door man en vrouw. Op die manier stemt de jahwistische tekst overeen met de inhoud van het eerste verhaal.

Willen wij omgekeerd ook uit de jahwistische tekst het begrip 'beeld van God' aflezen, dan kunnen wij afleiden dat de mens niet alleen door zijn eigen mens-zijn beeld en gelijkenis van God is geworden, maar ook door de gemeenschap van personen die man en vrouw van het begin af vormen. Een beeld heeft als functie, het model te weerspiegelen, het prototype ervan weer te geven. De mens wordt niet zozeer beeld van God op het moment van de eenzaamheid maar eerder op het moment van de gemeenschap.” 14 november 1979, nr. 3.

[2] Ibid


[3] Simon Dankers, ‘In liefde verenigd’, Colomba 2009, pag. 71


[4] 89e audiëntie: “De opening van de passage die we nu bespreken (Efeziërs 5,21-33), ... De auteur spreekt over de wederzijdse onderwerping van de echtgenoten, van man en vrouw, en op deze wijze legt hij de woorden uit die hij later zal schrijven over de onderwerping van de vrouw aan de man. We lezer daar: "Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Heer" (5, 22). Door dit zo te zeggen, bedoeld de auteur niet dat de man de heer is van de vrouw en dat het interpersoonlijke verbond wat eigen is aan het huwelijk een verbond van overheersing van de man over de vrouw is.” 11 aug. 1982, nr. 3.

1 opmerking:

john logan zei

Dit is weer een uitstekend artikel. De positieve houding tegen over seksualiteit sinds Vaticaan II, doet me erg denken aan het Pelagianisme van Julius Van Eclanum. Casti Connubii was veel orthodoxer.