dinsdag 5 juni 2018

Interview met bisschop Athanasius Schneider


Bisschop Athanasius Schneider maakt steeds meer zijn naam waar. Hij reist heel de wereld rond en komt moedig op (samen met andere bisschoppen van Kazachstan) voor het orthodoxe katholieke geloof dat overal in de wereld, tot in Rome toe, bedreigd wordt. Immers zijn naam genoot en patroonheilige was in de Ariaanse crisis in de Kerk een tamelijk eenzame voorvechter voor het katholieke geloof. Hier volgt een interview met OnePeterFive, waarin onderwerpen aan de orde komen als: zegening van homoseksuelen, communiceren door protestanten en gehuwd priesterschap.

Maike Hickson (MH):
Aan het begin van het jaar stelden vertegenwoordigers van de Duitse Bisschoppenconferentie een zegen voor homoseksuele paren voor. Wat is daarop het antwoord in het licht van het katholieke geloof?

Bisschop Athanasius Schneider (BAS):
Het geven van een zegen aan een homoseksueel paar betekent het zegenen van de zonde, niet alleen van buitenhuwelijkse seksuele handelingen maar wat nog erger is, van seksuele handelingen tussen personen van hetzelfde geslacht, dat is het zegenen van de zonde van sodomie, die door heel de mensengeschiedenis en door de hele christelijke traditie beschouwd wordt als een ten hemel schreiende zonde (vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1867). Waarom schreit een dergelijke zonde ten hemel? Omdat ze op directe wijze te niet doet, schendt en in strijd is met de natuur en de ordening van de menselijke seksualiteit in de wederzijdse complementariteit van de twee geslachten zoals ze in de oneindige wijsheid van God geschapen zijn. Homoseksuele handelingen of homoseksuele relaties gaan rechtstreeks in tegen het verstand en iedere logica, en tegen de uitdrukkelijke wil van God.
Homoseksuele handelingen zijn intrinsiek zo onzinnig dat men ze bijv. kan vergelijken met de onzinnigheid van het frustreren van de werking van de veiligheidsgordel waar de “tong” (mannelijk) in de “gesp”(vrouwelijke verbinding) geduwd wordt. Iedereen met gezond verstand zal zeggen dat het onzinnig is voor een veiligheidsgordel alleen twee tongen of alleen twee gespen te gebruiken. Dat zal niet werken en zal in veel gevallen de dood veroorzaken omdat de gordel niet was vastgemaakt. Zo veroorzaken ook homoseksuele handelingen de geestelijke dood en dikwijls de fysieke dood vanwege het extreem hoge risico op geslachtsziekten.
Als geestelijken het zegenen van homoseksuele relaties promoten, promoten zij een zonde, die ten hemel schreit, en zij promoten een logische absurditeit. Dergelijke geestelijken begaan daarbij een zware zonde en hun zonde is zelfs ernstiger dan die van de homoseksuele partners die zij zegenen omdat zij deze mensen aanmoedigen tot een leven van voortdurende zonde en hen bijgevolg bloot stellen aan het reële gevaar van de eeuwige veroordeling. Deze geestelijken zullen zeker van God  – op het ogenblik van hun persoonlijk oordeel – deze woorden te horen krijgen: “Als Ik tot de boosdoener zegt: Ge zult zeker sterven, en gij waarschuwt hem niet, en laat na hem op zijn slecht gedrag te wijzen om zijn leven te redden, dan zal die boosdoener weliswaar om zijn eigen schuld sterven, maar u zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed.” (Ez. 3, 18) De geestelijken die homoseksuele praktijken zegenen voeren opnieuw een soort heidense tempelprostitutie in. Een dergelijke klerikaal gedrag is vergelijkbaar met geloofsafval en op hen zijn volledig toepasbaar de volgende woorden van de Heilige Schrift: “Want sommige lieden, wier vonnis al lang in de Schrift beschreven staat, zijn erin geslaagd heimelijk uw gemeente binnen te dringen; goddeloze mensen zijn het, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid, en Jezus Christus, onze enige Meester en Heer, verloochenen.” (Jud. 4)

MH: Pater Anselm Grün, een Duits schrijver wiens boeken onlangs door de paus geprezen zijn, zegt nu dat hij zich in de toekomst een vrouwelijke paus kan voorstellen. Kardinaal Schönborn heeft ook onlangs gezegd dat een toekomstig concilie nieuwe regels zou kunnen opstellen voor vrouwelijke priesters en zelfs bisschoppen. Wat is hier mogelijk en goed in de Kerk en wat niet? Wat is de eigen rol van vrouwen in de Kerk in het licht van de evangelies?

BAS:
Door goddelijke beschikking kan het sacrament van de wijding (sacramentum ordinis) alleen toegediend worden aan een man. De Kerk heeft niet de macht dit wezenlijk kenmerk van dit sacrament te veranderen, omdat zij geen substantieel aspect van de sacramenten kan veranderen, zoals het Concilie van Trente heeft geleerd (vgl. sess. 21, cap. 2). Paus Johannes Paulus II heeft verklaard dat de onmogelijkheid om vrouwen te wijden een onfeilbaar leerstuk van het gewone universele leergezag is (vgl. antwoord van de Congregatie voor de Geloofsleer van 28 oktober 1995).
Wie hardnekkig deze geopenbaarde waarheid betwijfelt of ontkent, begaat de zonde van ketterij, en als je het publiek en hardnekkig blijft doen, wordt de zonde een canoniek misdrijf dat een automatische excommunicatie (latae sententiae) met zich meebrengt. Er zijn een aantal clerici, zelfs in de rijen van de bisschoppen, die tegenwoordig die zonde bedrijven en zich daarbij onzichtbaar afscheiden van de gemeenschap van het katholieke geloof. Op hen kunnen gerust de volgende woorden van God worden toegepast: “Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons.”(1 Joh. 2, 19).
Geen paus, geen oecumenisch concilie kan ooit een vrouwenwijding toestaan (noch tot het diaconaat, het presbyteraat of het episcopaat). Als ze in een hypothetisch geval zoiets zouden doen, zou de Kerk worden vernietigd in een van haar wezenlijke werkelijkheden. Maar dit kan nooit gebeuren omdat de Kerk onverwoestbaar is en Christus het ware hoofd is van zijn Kerk, die niet zal toestaan dat de poorten van de hel haar in dit concrete aspect zullen overweldigen.
De mooiste, de meest unieke en onvervangbare rol van de vrouw in de Kerk is de roeping tot en de  waardigheid van het moederschap, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk omdat iedere vrouw van nature moederlijk is. Innig verbonden met haar moederlijke roeping is haar roeping tot en waardigheid van bruid. In haar waardigheid van bruid verkondigt de vrouw de waarheid dat elke christelijke ziel, en dus ook de ziel van de man, een bruid van Christus moet zijn. In roeping tot moeder en bruid, beleeft de vrouw het innerlijk priesterschap van het hart dat uniek is voor haar en dat complementair is aan het uiterlijke ministeriële mannelijke priesterschap van de apostelen. Hoe wijs heeft God de orde van de natuur ingericht, die we zelfs mooier terugzien in de orde van de genade, in het sacrament van de heilige wijdingen! Een vrouwenwijding zou de goddelijke orde vernietigen en zou alleen geestelijke lelijkheid brengen, geestelijke onvruchtbaarheid en uiteindelijk afgoderij.

MH: De Duitse bisschoppen keurden in februari een papier goed dat protestantse echtgenoten van katholieken in individuele gevallen en na een periode van onderscheiding toestaat op regelmatige basis de heilige communie te ontvangen. In het licht van de sacramentele ordening van de Kerk en ook in het licht van de noodzaak voor katholieken regelmatig tot het sacrament van de biecht te naderen, is een dergelijke zet van de Duitse bisschoppen überhaupt geoorloofd en mogelijk?

BAS:
Sinds de tijd van de apostelen (vgl. Hand. 2, 42) zijn de volheid van het geloof (doctrina apostolorum), de hiërarchische communio (communicatio) en de eucharistische communie (fractio panis) onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het toelaten van iemand tot de heilige communie mag de Kerk die persoon nooit dispenseren van het belijden van de volheid van het katholieke geloof. Het is onvoldoende van hem slechts het katholieke geloof in de het sacrament van de eucharistie  te vragen (in het sacrament van de biecht of de ziekenzalving). Een gedoopt iemand toelaten tot de heilige communie en hem niet als noodzakelijke voorwaarde vragen dat hij alle andere katholieke waarheden aanvaardt (bijv. de dogma’s over het hiërarchisch en zichtbaar karakter van de Kerk, het jurisdictieprimaat van de paus, de onfeilbaarheid van de paus, van de oecumenische concilies en van het universeel en gewoon leergezag, de Mariale dogma’s) is in tegenspraak met de noodzakelijk zichtbare eenheid van de Kerk en met de aard van het eucharistisch sacrament zelf. Het eigen effect namelijk van de eucharistische communie is de uiting van de volkomen eenheid van de leden van de Kerk in het sacramentele teken van de eucharistie. Daarom is het ontvangen zelf van de heilige communie in de katholieke Kerk – zelfs in uitzonderlijke gevallen – door een protestantse of een orthodoxe christen uiteindelijk een leugen. Het is in tegenspraak met het sacramentele teken en de innerlijke sacramentele werkelijkheid, in zoverre zij, de niet katholieken die te communie gaan, willens en wetens zichtbaar blijven horen bij het andere geloof van hun protestantse resp. orthodoxe gemeenschappen.
Wij zien in dit verband ook het problematische en tegenstrijdige principe van canon 844 van het Wetboek van Canoniek Recht (over de toediening van bepaalde sacramenten zoals de heilige eucharistie aan niet-katholieke christenen in noodsituaties of bij levensgevaar). Dit principe gaat in tegen de apostolische traditie en de constante praktijk van de katholieke Kerk gedurende tweeduizend jaar. Reeds in de  tijd vlak na de apostelen (in de tweede eeuw) leefde de Romeinse Kerk deze regel na zoals de heilige Justinus getuigt: “Dit voedsel wordt onder ons eucharistie genoemd en niemand mag er deel aan hebben dan slechts iemand die gelooft dat de dingen wij leren, waar zijn” (Apol. I, 66). Het probleem, dat onlangs door de Duitse bisschoppenconferentie is geschapen, is – om eerlijk te zijn – slechts het logische gevolg van de problematische toegevingen zoals geformuleerd in canon 844 van het Wetboek van Canoniek Recht.

MH: Sommige waarnemers worden hier herinnerd aan de invoering van de communie op de hand, die eerste regionaal werd ingevoerd, alleen om later voor de universele Kerk te worden ingevoerd. Ziet u hier parallellen?

BAS: Volgens de logica van de menselijke zwakheid, de dynamiek van de ideologische druk en de besmettende gevolgen van slechte voorbeelden zullen ook de uitzonderingen waarin de communie aan protestanten wordt gegeven, mettertijd een grote verspreiding krijgen die dan moeilijk te stoppen zal zijn.

MH: Ziet u in het licht van het jongste Duitse intercommunieproject grenzen aan de roep om decentralisatie in de Kerk?

BAS: Als er een reëel gevaar is dat in een particuliere Kerk de integriteit van het katholieke geloof en de daarmee corresponderende sacramentele praktijk wordt aangetast, moet de paus zijn plicht doen en deze gebreken corrigeren om de eenvoudige gelovigen te beschermen tegen een afwijking van de zuiverheid van het katholieke en apostolische geloof. Wanneer bisschoppen tegen hun opdracht ingaan die zegt dat zij “de eenheid van het geloof en de discipline die eigen is aan heel de Kerk [moet] bevorderen” (Vaticanum II, Lumen Gentium 23), dat moet de paus tussenbeide komen vanwege zijn taak als “de leraar van alle gelovigen” en de “hoogste leraar van heel de Kerk” (Lumen Gentium 25). Als tijdens de vaart enkele van de scheepsofficieren gaten beginnen te boren in de zijkant van het vaartuig, kan de scheepskapitein niet zeggen: “Ik kom niet tussenbeide, want ik wil het principe van decentralisatie volgen”. Iedereen met gezond verstand zal dergelijk gedrag als onverantwoordelijk en absurd beschouwen, omdat het fatale gevolgen zal hebben. Als dat waar is voor het fysieke leven, hoeveel te meer dan is dit waar voor het bovennatuurlijke leven van de zielen! Als echter plaatselijke bisschoppen hun werk om het geloof, de discipline en de liturgie van de Kerk te bevorderen en te bewaren goed doen, dan moet de paus hun initiatieven op geen enkele manier beperken. In dat geval is er sprake van een gezonde decentralisatie. In “al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient” (Fil. 4, 8) wat de plaatselijke bisschop doet, moet de paus niet tussenbeide komen en hij moet hen met rust laten in deze gedecentraliseerde goede werken.

MH: In de context van de komende Amazonesynode 2019 is er een veelvuldige roep om toelating van de het gehuwde priesterschap in de Latijnse ritus. Wat is uw antwoord daarop. Moet en kan de katholieke Kerk deze weg bewandelen?

BAS: De Rooms katholieke Kerk moet niet in de val trappen van de “viri probati” of  overweldigd worden door het feit van het grote priestertekort in sommige streken. Een dergelijke reactie zou al te menselijk zijn en het zou een gebrek betekenen aan een bovennatuurlijke kijk op de Goddelijke Voorzienigheid, die de Kerk altijd leidt. Er zijn voldoende bewijzen van periodes en streken in de kerkgeschiedenis met een groot priestertekort waarbij het katholieke geloof van de leken niettemin bloeiend was vanwege de overdracht van het geloof in het gezin en vanwege het getuigenis van deugdzame ongehuwde personen. Ikzelf bracht mijn kindertijd in dergelijke omstandigheden door. Er was daar toen verschillende jaren geen priester.

Het wordt door documenten van de vroege Kerk genoegzaam aan getoond dat het priesterlijk celibaat of de priesterlijke onthouding van apostolische oorsprong is. In de apostolische tijd en in de tijd van de kerkvaders was het een overgeleverde en in het begin ongeschreven norm, dat de gewijde clericus vanaf het moment van de heilige wijding (diaken, priester en bisschop) in voortdurende seksuele onthouding moest leven ongeacht of hij gehuwd of alleenstaand was. Er zijn degelijke wetenschappelijke studies die dit feit bevestigen, bijv. de studies van Christian Cocchini, kardinaal Alfons Stickler, Stefan Heid e.a. De synode van Carthago (390) in de tijd van St.-Augustinus verklaarde dat blijvende onthouding is “wat de apostelen hebben geleerd en wat de oude Kerk in acht heeft genomen”. Paus Leo de Grote (+ 450), die gewetensvol de apostolische tradities onderhield, zei: “De wet van de onthouding is dezelfde voor de dienaars van het altaar, voor de bisschoppen en voor de priesters; toen zij nog leken of lectoren waren, konden zij vrijelijk een vrouw nemen en kinderen verwekken. Maar op het moment dat zij bovengenoemde rangen bereikt hebben, is het niet langer toegestaan wat vroeger wel was toegestaan”(Epist. ad Rusticum). Het categorisch verbod om een huwelijk te sluiten na de wijding was algemeen van kracht en is nog van kracht zelfs in de orthodoxe kerken waar het celibaat voor diocesane priesters is afgeschaft. Er is duidelijk bewijs van het feit dat de wet van de onthouding voor de hogere wijdingen van apostolische oorsprong is.
De eerste poging om te breken met de apostolische traditie van de onthoudingswet, dat is met de celibaatswet in bredere zin, vormt de wetgeving van de Byzantijnse kerk op de zogenaamde Tweede Synode van Trullo (691), die echter niet door Heilige Stoel is erkend. Volgens de Byzantijnse wetgeving moet de gehuwde priester seksuele onthouding in acht nemen in de nacht voordat hij het eucharistisch offer zal celebreren. Maar een echte katholieke priester die dag en nacht “een andere Christus” (alter Christus) is en die daarom dagelijks het heilige Offer zou moeten celebreren, moet altijd in volkomen onthouding leven. Dat is een logisch gevolg van de ontologische waardigheid van het nieuwtestamentische priesterschap en van de blijvende verbinding met het brengen van Christus’ offer op het altaar, anders dan het vleselijke erfelijke priesterschap van het oude testament waarbij seksuele onthouding verplicht was tijdens de periodieke dienst in de tempel. Juist met een verwijzing naar de priesters van het Oude Testament, aan wie het was toegestaan seksuele gemeenschap te hebben met hun vrouwen, ontsloeg de Synode van Trullo in 691 de gehuwde priesters van de onthoudingswet.
Als de geplande Amazonesynode in 2019 het gehuwde priesterschap zal invoeren, zelfs in afzonderlijke gevallen en in specifieke geografische gebieden, zal de dynamiek van een dergelijke vernieuwing – het verschijnsel van het gehuwde priesterschap – ongetwijfeld de hele Latijnse Kerk overspoelen. Wij hopen dat de Amazonesynode 2019 niet de invoering van de levenswijze van de oudtestamentische priesters zal bevorderen, een levensstijl die vreemd is aan Christus, de eeuwige Hogepriesters en aan de apostolische Traditie. Bovendien, er bestaat een een uitstekende roman van de Argentijnse schrijver Hugo Wat (pseudoniem van Gustavo Adolfo Martínez Zuviría, + 1962) met de titel “Lo que Dios ha unido” (wat God verbonden heeft) waarin de auteur op overtuigende en briljante wijze laat zien dat het katholieke priesterschap niet kan samengaan met een seksueel actief huwelijksleven.

MH: Op een onlangs gehouden conferentie in het Vaticaan werden er giften overhandigd aan de deelnemers die erg leken op de symbolen van de vrijmetselarij. Is dat een problematische ontwikkeling met het oog op het ongeschonden bewaren van de katholieke leer?

BAS: De genoemde “giften” die men beschreven en vertoond ziet op internet zijn openlijk heidens, esoterisch en maçoniek. Deze handelingen die plaats vonden in het Vaticaan waar de zetel van de waarheid (“cathedra veritatis”) van de heilige Petrus staat, kunnen ons herinneren aan de herhaaldelijke episodes in het oude testament als het volk van God en sommige van hun religieuze leiders waren afgevallen van de ware en enige eredienst van God. Want naar de mening van sommige religieuze leiders in het oude testament was het geoorloofd de eredienst aan de ware God te verbinden met afgodenverering. Echter God klaagde dit door de mond  van al zijn profeten aan als een gruweldaad. Er kan geen twijfel over bestaan of de boven genoemde heidense cultische vertoning in het Vaticaan dezelfde veroordelende stemmen van de al de bijbelse profeten over zich zou afroepen. Deze tragische periode in het Vaticaan laat enige gelijkenis zien met het volgende profetische visioen van de zalige Anna Catharina Emmerick: “Ik zag weer de huidige paus en de donkere kerk van zijn tijd in Rome. [….]  En zie, een heel bijzonder gezicht! Ieder lid van de gemeenschap had een afgodsbeeld voor zijn borst, en zette het voor hem en bad tot het beeld. Het was alsof iedereen  zijn geheime gedachten of begeerten tevoorschijn haalde onder de verschijningsvorm van een donkere wolk die, eenmaal buiten, een of andere definitieve vorm aannam. Het meest bijzondere ervan was de afgodsbeelden de plaats vulden; de kerk was vol afgodsbeelden al waren er maar weinig aanbidders. Toen de dienst voorbij was, ging ieders ‘god’ weer in zijn borst. De hele kerk  was in zwart gehuld en alles wat erin gebeurde was gehuld in een duistere glans” (visioen van 13 mie 1820).

MH:  Het Vaticaan heeft onlangs besloten veel liturgische gewaden en andere gewijde zaken te lenen aan een seculiere modetentoonstelling in New York die ook kleding voor een vrouwelijke priester, een vrouwelijk bisschop, een vrouwelijke kardinaal, en zelfs een vrouwelijke paus zal laten zien. Verwart een dergelijke beslissing van het Vaticaan niet het gewijde met het profane en is het ook niet een oorzaak van morele en spirituele verwarring van de gelovigen?

BAS: Een dergelijke actie is duidelijke een profanatie van heilige zaken die gezegend werden voor de exclusieve eredienst van de ware God, de Allerheiligste Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Zonder dat men het wil wordt men herinnerd aan de profanatie van de heilige voorwerpen in het oude testament door koning Nebukadnessar (vgl. Dan. 5, 2). Maar “God laat niet met zich spotten” (Gal. 6, 7). De volgende woorden van God door de mond van de profeet Daniël zijn heel toepasbaar op het incident van de profanatie van de liturgische kleding, waarmee door een Vaticaanse autoriteit werd ingestemd: “maar boven de Heer van de hemel hebt u zich willen verheffen: u hebt het vaatwerk van zijn tempel laten halen en u, uw rijksgroten, uw vrouwen en bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken: goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen, die niet zien, niet horen en niet kennen, hebt u geëerd, terwijl u de God in wiens hand uw adem ligt en heel uw leven, niet hebt geprezen. Daarom heeft Hij die hand dit schrift laten schrijven. En dit staat er geschreven: Mene tekel ufarsin.” (Dan. 5, 23-25) Als de profeet Daniël nu zou leven en kennis zou krijgen van vermeld profaan gebruik van de gewijde gewaden, zou hij ongetwijfeld dezelfde woorden richten tot die mensen die hebben ingestemd met een dergelijke profanatie of eraan hebben meegewerkt.

MH: Onlangs was de wereld getuige van de zaak Alfie Evans waarin de staat besloot de beademing van een ziek kind te beëindigen. Aartsbisschop Paglia en enkele Britse bisschoppen prezen de staatom deze beslissing met de opmerking dat men geen buitensporige behandelingen moest toepassen. Wat is uw eigen antwoord in de zaak Alfie? Nam de staat de juiste beslissing, en gaat de seculiere wereld hier de juiste richting in? Wat moeten de principes zijn bij het omgaan met ernstig zieke kinderen of volwassenen?

BAS: De zaak Alfie is de top van een ijsberg. De ijsberg is de moderne anti-cultuur van het doden van ongeboren kinderen, een praktijk waarmee als een legale actie voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid begonnen is door de communistische en marxistische dictator Lenin in 1920. Sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw werd het legaal doden  van ongeboren kinderen langzamerhand als een georkestreerde actie verspreid in bijna alle Westerse landen. De wereldwijde ideologie van het doden van ongeboren baby’s is wezenlijk een ideologie van minachting voor de menselijkheid onder het cynische masker van de zogenaamde vrouwenrechten of de vage “reproductieve gezondheid”.

De abortusindustrie en zijn politieke ideologie heeft altijd categorisch de vergelijking van abortus met kindermoord afgewezen. Toch laat de zaak Alfie heel duidelijk aan de hele wereld zien dat de wereldwijde politieke, juridische en mediale macht die in staat is ongeborenen te vernietigen – het kwetsbare en zwakke ongeboren menselijke leven – een volgende kwaliteitsstap wil maken door de wettigheid van de kindermoord in te voeren door te beginnen met het legaal doden van een ernstig ziek kind. Met de zaak Alfie wilden zij een voorbeeld geven in die richting. Dat is inderdaad alleen maar een logisch gevolg van abortus, nu in combinatie met de euthanasie-ideologie. De zaak Alfie laat duidelijk zien wie wie is bij het onderwerp van de compromisloze verdediging van de onaantastbaarheid van het menselijk leven. Het bracht spontaan van alle hoeken van de aarde de verdedigers van het leven bijeen in een gezamenlijke gevechtslinie. Het was een kleine, maar nobele geestelijke legereenheid tegen een machtige samenzwering van een overeengekomen agenda van politici, van rechtbanken en – tot onze grote verbazing – van medici. Het leger voor het leven leek een nieuwe David tegenover de moderne Goliath van de kindermoord. Het leek alsof deze keer Goliath heeft gewonnen. Toch heeft in feite deze Goliath verloren. Want in de zaak Alfie hebben de partijen van de betrokken politici, rechtbanken en medici de morele geloofwaardigheid van onpartijdigheid, transparantie en gevoel voor rechtvaardigheid verloren. De winnaar was niettemin het kleine leger van Alfie. Want in de ogen van God en zelfs in de ogen van de geschiedenis zullen zij die de meest zwakke en kwetsbare menselijke wezens verdedigen – en dat zijn op de eerste plaats de ongeboren en ziek geboren kinderen – altijd de winnaars zijn. De politieke, juridische en medische samenzwering tegen het menselijk leven zal op een dag zeker ineenstorten, want het is inhumaan.
Op de zaak Alfie en op het kleine leger voor het leven rondom hem kan men deze woorden van Heilige Schrift toepassen: “Zij die onder tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.”(ps. 126, 5)

Vertaling: C. Mennen pr

zondag 27 mei 2018

Interview met kardinaal Burke


Verschenen op 8 mei 2018 op GloriaTV

Prof. Thomas Stark:
Eminentie. ik wil u bedanken dat u tijd neemt voor dit interview. Als eerste zou ik u willen vragen: er wordt al een hele tijd veel gesproken over het verstaan van de tekenen van de tijd. Hoe past deze focus op de tekenen van de tijd bij de voortdurende poging van de Kerk alles te onderwerpen aan het koningschap van Christus?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, dat het is het punt. Mensen denken nu dat de Kerk voor het eerst in de geschiedenis kijkt naar de tekenen van de tijd. Dat is belachelijk. De Kerk heeft dat altijd gedaan. De Kerk is altijd de cultuur tegemoet getreden te midden waarvan zij leeft. Onze Heer zelf riep ons op de tekenen van de tijd te zien en bedachtzaam te zijn. Maar inderdaad, de Kerk ziet de tekenen van de tijd sub specie aeternitatis, onder het aspect van de eeuwigheid, van onze eeuwige verlossing – door het lijden, de dood, de verrijzenis en hemelvaart van onze Heer Jezus Christus. En zo gaan wij op de cultuur af, wij treden de cultuur tegemoet met een heel bepaalde identiteit. De Kerk gaat niet naar de cultuur om haar identiteit te vinden. De Kerk gaat naar de cultuur om haar het woord van het leven aan te bieden, om haar Christus aan te bieden. Dat betekent dat, zoals we lezen – dat is erg duidelijk in de evangelies – de Kerk een teken van tegenspraak zal zijn. Met name in tijden als de onze waarin we te maken hebben met deze aanval op de Goddelijke Wet, dit impliciete atheïsme zoals de heilige paus Johannes Paulus II het noemde. De Kerk moet erg sterk zijn in haar ontmoeting met de cultuur – vol liefde, vol bezorgdheid, met de wil zielen bij Christus te brengen, maar de enige manier om zielen bij Christus te brengen is door de waarheid te dienen -  het woord van Christus zoals het tot ons komt in de Kerk.

Prof Thomas Stark:
Iets heel noodzakelijks in het leven van de Kerk is het canoniek recht. U bent een canonist. Daarom wil ik u enkele canonieke vragen stellen. In het besef van het feit dat het menselijk leven en de menselijke omstandigheden altijd heel gecompliceerd zijn: denkt u als canonist dat de verkorte huwelijksnietigheidsprocessen in staat zijn recht te doen aan deze complexiteit van het menselijk leven en de menselijke levensomstandigheden? Of denkt u dat deze veranderingen daaraan geen recht doen?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, ik denk dat het belangrijk is te beseffen, wat ik heb beschreven in het hoofdstuk dat ik bijgedragen heb aan het boek “Remaining in the Thruth of Christ. Marriage en Communion in the Catholic Church”. Het canoniek proces is niet van goddelijke oorsprong, zoals kardinaal Kasper heeft gezegd. De individuele onderdelen zijn niet van goddelijke oorsprong, maar dat het een deugdelijk proces moet zijn om de waarheid te kunnen achterhalen over de waarheid van een klacht van nietigheid van een huwelijk – dat is van Goddelijk recht. De Kerk mag nooit een huwelijk nietig verklaren met een proces dat de rechter niet de morele zekerheid zou geven betreffende de vordering van nietigheid. Ik heb grote zorgen rond het nieuwe proces van verklaring van nietigheid en ik ben niet de enige. Er zijn verschillende excellente canonisten die erover geschreven hebben. Ik heb grote zorgen over het verdwijnen van de verplichte tweede instantie.

Sinds de tijd van paus Benedictus XIV (paus van 1740 tot 1758) vond de Kerk het belang van het huwelijk zo groot dat zij een oordeel over de nietigheid van een huwelijk niet overliet aan een enkele gerechtsinstantie maar dat de zaak opnieuw moest worden bekeken in tweede instantie die het oordeel ofwel bevestigde of ongedaan maakte. Dit is verder bemoeilijkt; in het verleden werden alle huwelijksnietigheidszaken behandeld door een college van tenminste drie rechters. Nu worden op veel plaatsen met de toestemming van de bisschoppenconferentie de huwelijksnietigheidszaken besloten door één enkele rechter. Dat brengt ons in de situatie dat een huwelijk nietig verklaard kan worden op het oordeel van één enkel iemand en dat gaat in tegen een serieus gerechtelijk proces.

Iets anders dat mij zorgen baart is de kwestie van de zogenaamde gemakkelijke zaken die duidelijk en helder zijn. U zei het zelf al in uw vraag. Huwelijksnietigheidszaken zijn in de regel erg gecompliceerd  zo complex als menselijke situaties nu eenmaal zijn. Ik herinner me, dat, toen ik procesrecht studeerde, onze professor ons zei hoe we partijen en getuigen moesten ondervragen, en hoe we hun verklaringen en getuigenissen moesten opnemen. Het is zaak geen verbazing over wat dan ook te tonen want dat zou mensen kunnen doen aarzelen om de hele waarheid te vertellen. Hij zei: in de metafysica bestuderen jullie meer mogelijke dingend dan in werkelijkheid bestaan, maar, zei hij, bij de rechtbank zullen jullie meer werkelijke dingen bestuderen dan mogelijk zijn. En het is eenvoudigweg waar dat deze huwelijksnietigheidszaken soms de neiging hebben …. je kunt nauwelijks heel de complexiteit van een geval geloven.

En daarom heeft een aantal bisschoppen mij gezegd dat zonder meer de zaken die bij hun rechtbanken worden ingediend, hem niet toestaan een snel oordeel te vellen maar dat zij de zaak moeten terugverwijzen naar de rechtbanken. Laten we hopen dat dit zorgvuldig oordeel in iedere zaak gemaakt wordt.

Nu doet het proces ook alsof voor de eerste keer ontdekt is dat de bisschop de eerste rechter in het bisdom is. De Kerk heeft altijd geleerd dat de bisschop de eerste rechter in zijn bisdom is. Maar normaal gesproken – en dat is logisch, ook voor mensen in de wereld, treedt de bisschop, de hoogste gezagsdrager in het bisdom in deze zaken niet op in de eerste persoon. Maar hij zorgt voor een gerechtsvicaris en ander functionarissen van de rechtbank om deze zaken voor hen te behandelen.  Ik geloof dat nu een volledige weergave nodig is van en een nieuwe waardering voor het huwelijksnietigheidsproces. Met name nu we komen uit die periode van antinomisme, de periode onmiddellijk vóór en na het Concilie toen men algemeen het kerkelijk recht aanviel en name het huwelijksnietigheidsproces. En naar mijn persoonlijk oordeel is de huidige wetgeving niet deugdelijk en dient die herzien te worden.

Prof. Thomas Stark:
Mag ik u nog een vraag stellen over een juridisch onderwerp. Hoe is het mogelijk dat de kerkelijke wetgever een situatie schept waarin bisschoppenconferenties in diverse landen tegengestelde regelingen invoeren met betrekking tot het ontvangen van de communie? Ik bedoel, dat is in het canonieke recht tevoren toch nooit het geval geweest.

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is niet mogelijk. De paus is het beginsel van eenheid in de Kerk, eenheid van de bisschoppen en van de gelovigen. De paus kan niet toestaan dat een bisschoppenconferentie of een individuele bisschop iets doet dat ingaat tegen de leer en de geloofspraktijk. Dit idee dat mensen die niet in volle gemeenschap zijn met de Kerk, maar die zich op min of meer regelmatige basis presenteren voor de heilige communie: dat is absurd. Ik weet niet hoe dit zou kunnen worden toegestaan en –als het God belieft – zal het worden recht gezet. Dat is de taak van de paus. Anders gaat de Kerk toe, gaat de Rooms-katholieke Kerk toe naar een situatie zoals van de  protestantse denominaties die alsmaar in aantal toenemen. Telkens als een bisschop of een groep gelovigen een ander idee hebben, maken ze een andere kerkelijke gemeenschap, en de deelgroepen vermenigvuldigen en vermenigvuldigen zich. Dat is niet de wil van Christus.

Prof. Thomas Stark:
Uw antwoord brengt met tot de volgende vraag, een vraag die gaat over een probleem dat ten grondslag ligt aan het probleem dat we nu bespreken. De logische regel van non-contradictie is altijd en overal geldig geweest. De Kerk heeft altijd gehamerd op het feit dat onze credo, het credo van de Kerk redelijk is – dat wij bijv. de regel van non-contradictie en elke andere regel van de logica aanvaarden. Nu zien we een situatie waarin we van kerkelijke gezagsdragers tegengestelde antwoorden ontvangen op belangrijke kwesties. Betekent dit dat geloof en rede tegenwoordig en in de huidige situatie van Kerk uit elkaar vallen?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is wat er feitelijk gebeurt en het zorgt voor een heleboel lijden onder bisschoppen, priesters en gelovigen. Ik reis veel naar diverse delen van de wereld. En overal waar ik kom, zeggen de mensen tegen mij: wat leert de Kerk nu werkelijk over het huwelijk, over de onontbindbaarheid van het huwelijk? Wat leert de Kerk werkelijk over de goede gesteldheid om de communie te kunnen ontvangen, en nu zijn er geruchten over het ter discussie stellen van de leer over contraceptie in “Humanae Vitae” – dat de 50ste verjaardag van de pauselijke encycliek de gelegenheid zou zijn om op een of andere manier de constante leer van de Kerk onderuit te halen, die paus Paulus VI op een zeer nobele en heldhaftige wijze heeft verdedigd.

We hebben ook het geval waarin een bekende nieuwsreporter [Eugenio Scalfari] beweert dat hij uit een persoonlijk onderhoud met de paus heeft begrepen dat er geen hel bestaat en dat de menselijke ziel niet onsterfelijk is, dat de zielen van mensen die verkeerd doen, eenvoudigweg verdampen.

En dan komt er geen echte correctie van de kant van de Heilige Stoel. De correctie van het persbureau stelt dat de woorden van de reporter niet de exacte woorden van de paus zijn. Wel, wat nodig was in een dergelijke situatie, is dat men had gezegd dat de paus bevestigt wat de Kerk altijd geleerd heeft over de uitersten. Dit is iets wat grote bezorgdheid teweeg brengt, en dat kan niet zomaar doorgaan want het brengt vreselijke wonden toe aan de Kerk en verdeeldheid en misschien wel het grotere drama van een schisma.

Prof. Thomas Stark:
Als de mens een animal rationale is, een redelijk wezen, gaat onredelijk zijn in tegen de menselijke natuur. Kunnen we dan mensen, bijv. bisschoppen serieus nemen die verklaren dat zwart wit is of 2 + 2 = 5. Is een situatie in de Kerk die in toenemende mate onredelijk is bijgevolg niet onmenselijk?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is zo. Dit is het soort van benadering dat gebruikelijk is in totalitaire staten. Mensen raken ervan in de war. Omdat men zegt, dat wat redelijk is, onredelijk is. Men vraagt hen tegenstellingen te aanvaarden die ingaan tegen de waarheid en tegen de rechtvaardigheid. God schiep ons met verstand en vrije wil en zijn openbaring gaat nooit tegen de rede in. Zij kan boven de rede uit gaan in de zin dat we grote geloofsmysteries hebben, maar het verstand is in staat juist in de geloofsmysteries door te dringen en dieper te verstaan en dat is de geschiedenis van de theologie: het geloof dat zoekt te begrijpen. Maar nooit zegt de rede dat het geloof ontkent wat de rede mij leert. Er is op dit moment een vreemde vorm van denken gaande in de Kerk zelfs bij leraren van het geloof, die dit ontkent. Dit is onmenselijk. Het veroorzaakt vreselijke ellende. En ik denk dat dit soort situatie uiteindelijk mensen kan voeren tot een geestelijke vermoeidheid omdat het ingaat tegen hun eigen wezen. Dit is iets dat Kerk in haar hart op deze manier nooit heeft gehad. Er zijn grote crises geweest wat betreft het ontkennen van delen van de geloofsleer enz die gecorrigeerd moesten worden. Ik denk aan de vreselijke crisis van het Arianisme in de vierde eeuw en nog andere crises. Maar nu hebben wanhopig behoefte in de Kerk aan herstel van het kerkelijk leergezag.

Er stond een uitstekende evaluatie, geschreven in een Amerikaanse tijdschrift met de naam “First Things” door professor Richard Rex van Cambridge University. Hij gaf commentaar op deze kwestie, op de verandering van de leer over de onontbindbaarheid van het huwelijk. En hij zei mij: als de Kerk inderdaad haar positie veranderd heeft en er bestaan gevallen waarin individuen die aan de sacramentele band gebonden zijn, de sacramenten kunnen ontvangen, dan heeft de Kerk zonder noodzaak zielen 20 eeuwen lang gekweld en verdient zij nu niet langer het vertrouwen van de gelovigen omdat ze zo fout is geweest over zoiets belangrijks voor het welzijn van niet alleen de Kerk maar ook de wereld. Dat leidt ertoe dat we Kerk niet meer zouden kunnen zien als een fatsoenlijk instituut, laat staan een rechtvaardig en betrouwbaar instituut.

Thomas Stark:
Eminentie, dank u wel voor dit interview.

Kardinaal Raymond Burke:
Graag gedaan.


Vertaling: C. Mennen pr
14 mei 2018

zondag 20 mei 2018

De Laatste Tijden (8)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 198
Uitg. St. Maria Valtorta
1 augustus 1943


De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“Als een schepsel werkelijk een dochter van haar Heer is, lijdt zij zoveel door de beledigingen Hem aangedaan, dat geen enkele vreugde der aarde, ook de heiligste en grootste niet, haar kan troosten.
Mijn Moeder, en met Haar zoveel heilige moeders uit de oude en nieuwe Wet, voelde zich niet erg gelukkig in Haar moedergeluk, als Moeder van God, want Ze zag dat God niet in geest en waarheid werd bemind, behalve door weinigen. De genade die Haar ziel met haar volheid overstroomde, gaf Haar een voorproef van de heiligschennis waarmee de Ware Ark van het Woord van God zou worden gevangengenomen, ontheiligd, vermoord, door een volk dat vijandig was tegenover de Waarheid. Zij stierf niet in die wetenschap, zoals de schoondochter van Eli (1 Sam. 2,27-36; 4,19-22), omdat God Haar hielp, omdat Hij Haar moest voorbehouden voor alle lijden, maar Ze verkeerde in doodsstrijd voor de gehele rest van Haar leven.

Verschillend gebruik van het begrip “fundamentalisme” bij Benedictus XVI en Franciscus


 In de vijf jaar van zijn pontificaat gebruikte paus Franciscus het begrip “fundamentalisme” bijna drie keer zo veel als zijn voorganger Benedictus XVI in acht jaar. Niet alleen het verschil in frequentie valt op maar ook het verschil in het gebruik van het begrip.

“Fundamentalisme” bij Benedictus XVI

Als voorbeeld van Benedictus XVI kunnen we zijn laatste toespraak beschouwen die hij nog als kardinaal hield. Wat hij toen zei moeten we vanwege het belang ervan wat uitgebreider citeren. De beslissende uitspraak is onderstreept. Als deken van het College van Kardinalen preekte Joseph Ratzinger op 18 april 2005 in de Missa Pro eligendo Romano Pontifice (mis voor de pauskeuze):

"Hoeveel geloofsopvattingen hebben we de laatste decennia leren kennen, hoeveel ideologische stromingen, hoeveel manieren van denken… Het bootje van het denken van veel christenen is niet zelden door deze golven aan het schommelen gebracht, van het ene uiterste in het andere geworpen: van marxisme naar liberalisme tot aan libertinisme toe; van collectivisme naar radicaal individualisme; van atheïsme tot een vaag religieus mysticisme; van agnosticisme tot syncretisme enzovoorts. Elke dag ontstaan er nieuwe sektes en zo gebeurt wat de heilige Paulus gezegd heeft over het bedrog onder de mensen en over misleidend bedrog (vgl. Ef. 4, 14).
Als iemand een duidelijk geloof heeft in overeenstemming met het Credo van de Kerk, dan wordt dat vaak als fundamentalisme bestempeld. Daar tegenover lijkt het relativisme, waarin men door ieder zuchtje wind van de ene naar de andere opvatting wordt bewogen, de enige moderne levenshouding te zijn. Er ontstaat een dictatuur van het relativisme die niets als definitief erkent en als maatstaf alleen het eigen ik en zijn lusten laat gelden.”

Als paus gebruikte Benedictus XVI het begrip “fundamentalisme" in twee richtingen.
*             Enerzijds waarschuwde hij voor religieus en politiek fundamentalisme als oorzaak van geweld en terrorisme, vooral echter ook als oorzaak voor aanvallen op het christendom en voor beknotting en vervolging van de Kerk.
*             In een ander aspect zoals in zijn preek van april 2005, bekritiseert hij een verkeerd gebruik van het begrip dat dan gebruikt wordt om het kerkelijk geloof omlaag te halen en te belasteren als “fundamentalisme”.

“Fundamentalisme” bij Franciscus

Het fenomeen fundamentalisme ziet Franciscus in tegenstelling tot Benedictus XVI in feite alleen maar in de vorm van “religieus fundamentalisme”. Alleen op 24 september 2015 sprak hij in zijn toespraak voor het parlement van de VS van “iedere vorm van fundamentalisme – zowel op religieus als ook op ander gebied”. De nadruk bleef toch ook bij deze uitzondering overeind. Evenals Benedictus XVI gebruikt Franciscus het woord “fundamentalisme” in een dubbele samenhang. Deze verschilt echter duidelijk van die van zijn voorganger.
*             Soms gebruikt hij “religieus fundamentalisme” in samenhang met geweld en terrorisme als een algemene aanklacht tegen alle godsdiensten. Daar noemt hij de eigen godsdienst bij naam maar andere religies blijven ongenoemd. Daaruit kan de algemene indruk ontstaan dat “religieus fundamentalisme” vooral een probleem van het christendom, en wel van de katholieke Kerk zou zijn.
*             Die indruk wordt door de tweede samenhang nog versterkt omdat hij “fundamentalisme” – in dit geval ontdaan van geweld en terrorisme – als aanklacht tegen katholieken gebruikt en als binnenkerkelijk strijdbegrip inzet om delen van de Kerk aan te klagen, aan te vallen en te kleineren.
Het door hem benadrukte religieuze fundamentalisme is volgens hem een uitdrukking van “irrationele afkeer” van andersdenkenden. Hiertegenover moeten we de “solidariteit van alle gelovigen” stellen. Door de “interreligieuze en interculturele dialoog” worden fundamentalisme en terrorisme “uitgebannen”. Zo zei hij in zijn toespraak op 28 november 2014 in de Turkse hoofdstad Ankara.

Het fundamentalisme “de ziekte van alle godsdiensten”

Op de terugvlucht uit de Centraal-Afrikaanse Republiek op 30 november 2015 maakte Franciscus op een vraag van de journaliste Philippine de Saint-Pierre er een aanklacht van tegen katholieken:

“Het fundamentalisme is een ziekte die in alle godsdiensten aanwezig is. Wij katholieken hebben er enkele van – niet enkele: veel! – die geloven de absolute waarheid te bezitten en vooroplopen terwijl zij anderen met laster en kwaadsprekerij zwart maken, en zij richten schade aan, richten schade aan. En dat zeg ik omdat het over mijn Kerk gaat, ook over ons allemaal! En we moeten vechten. [….] Het fundamentalisme dat altijd in een tragedie of in misdaad eindigt, is iets slechts, maar een beetje ervan is in alle godsdiensten aanwezig.”

“Een beetje” fundamentalisme is “in alle godsdiensten” aanwezig maar bij de katholieken zijn er “veel” fundamentalisten, die “lasteren”, “kwaadspreken”, “zwart maken”, die “steeds tragedies en misdaden veroorzaken” en die “bestreden” moeten worden. Volgens Franciscus is het “religieus fundamentalisme” daarom op de eerste plaats een probleem van de katholieke Kerk. Sinds de Verlichting beweert dat een hele serie mensen die op een kerkvijandige manier de geschiedenis en het heden interpreteren. Een paus heeft dat in ieder geval nog nooit gezegd.
In verschillende toespraken en boodschappen creëerde Franciscus een samenhang tussen het “fundamentalisme”, “het misbruiken van de godsdienst” en het “internationaal terrorisme”. Het “internationaal terrorisme” gaat echter noch van christenen en al helemaal niet van katholieken uit maar van de islam. Tot nu toe noemde Franciscus geen man en paard (bijv. de toespraak tot de Italiaanse president op 10 juni 2017; toespraak bij het Symposium van de Bisschoppenconferenties van Afrika en Madagaskar op 7 februari 2015; toespraak bij de accreditering van 6 nieuwe ambassadeurs bij de Heilige Stoel, waarvan 4 uit in meerderheid islamitische landen, op 28 mei 2017).

“Ik houd er niet van te spreken van islamitisch geweld”

Op de terugvlucht van Manila op 19 januari 2015 sprak de journalist Jean-Louis de la Vaissière van France Presse de paus met name aan op het “islamitisch fundamentalisme”. Franciscus besteedde er eenvoudigweg geen aandacht aan. Op 31 juli 2016 op de terugvlucht van Krakau werd Franciscus opnieuw door een journalist, dit keer Antoine-Marie Izoard, aangesproken op het islamitisch fundamentalisme. Enkele dagen tevoren was de priester Jacques Hamel in Frankrijk tijdens de Mis door twee aanhangers van de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) aan het altaar ritueel vermoord. Izoard vroeg de paus: “ Waarom spreekt u, als u over deze gewelddaden spreekt, steeds van terroristen maar nooit van de islam? U gebruikt nooit het woord ‘islam’.” Dit keer werd Franciscus duidelijker en gaf tegelijk een van de meest omstreden antwoorden van zijn pontificaat. Op dit antwoord volgde hoofdschudden en geschokte meningen. De paus werd onevenredigheid, ontkenning van de werkelijkheid en een onaanvaardbare aanklacht tegen de katholieken verweten:

“Ik houd er niet van te spreken van islamitisch geweld want iedere dag als ik de kranten doorblader, zie ik geweld hier in Italië: de een brengt zijn verloofde om het leven, een ander zijn schoonmoeder.. En dat zijn gewelddadige, gedoopte katholieken… Als ik van islamitisch geweld spreek, moet ik ook van katholiek geweld spreken. Niet alle moslims zijn gewelddadig; niet alle katholieken zijn gewelddadig. Het is als bij een fruitsalade, daar zit van alles in, er zijn gewelddadige mensen in deze religies. Eén ding is waar: ik geloof, dat er in bijna alle religies steeds kleine fundamentalistische groeperingen bestaan. Fundamentalistisch. Bij ons zijn er. En ook als het fundamentalisme overgaat tot doden – men  kan echter ook doden met de tong, en dat zegt de apostel Jacobus en niet ik, en ook met het mes – geloof ik dat het niet juist is de islam gelijk te stellen met geweld.”

De reden voor de pauselijke weigering om de islam met name te noemen vinden we  Evangelii gaudium van 24 november 2013. Daar gaat he niet over een spontane uitspraak maar om het eerste Apostolische Schrijven van Franciscus. In Evangelii gaudium kent hij aan de islam absolute vredelievendheid toe:

“Tegenover de incidenten van een gewelddadig fundamentalisme moet de liefde voor de authentieke aanhangers van de islam ons ertoe brengen akelige generaliseringen te vermijden, want de echte islam en een juiste interpretatie van de koran sluiten ieder geweld uit.”

“Bedreiging voor de gelovigen van alle godsdiensten”

Aan de christenen van het Nabije Oosten, die in diverse staten door discriminatie bedreigd worden en aan vervolging onderhevig zijn, schreef Franciscus op 21 december 2014:

“De dialoog in waarheid en liefde die berust op een houding van openheid, is ook het beste middel tegen de bekoring tot religieus fundamentalisme, die een bedreiging is voor gelovigen van alle godsdiensten. Tegelijk is de dialoog een dienst aan de gerechtigheid en een noodzakelijke voorwaarde voor de langverwachte vrede.”

Maar alleen in zijn toespraak bij de interreligieuze ontmoeting met de voorzitter van de raad van Kaukasische moslims en vertegenwoordigers van de andere godsdienstige gemeenschappen in Azerbeidzjan in Bakoe op 2 oktober 2016 zei Franciscus, wat als boodschap van zijn terughoudendheid tegenover het geweld dat van de islam uitgaat, gezien kan worden die hij niet in de ik-vorm maar in het algemeen uitsprak: “Nogmaals klinkt vanaf deze zo betekenisvolle plaats de hartverscheurende roep: nooit meer geweld in de naam van God!”

“Conservatisme en fundamentalisme”

Als typisch voorbeeld van het gebruik van “fundamentalisme” als binnenkerkelijk strijdbegrip geldt de toespraak van Franciscus in de kathedraal van Florence op 10 november 2015 tot vertegenwoordigers van de Kerk van Italië:

“Tegenover de mistoestanden of de problemen in de Kerk is het nutteloos oplossingen te zoeken in conservatisme en fundamentalisme, in het herstel van traditionele praktijken en vormen die zelfs op het culturele vlak niet van betekenis zijn.”

“Conservatisme”, “traditionele praktijken en vormen” worden praktisch gelijk gesteld met “fundamentalisme”. Die uitspraak lijkt precies datgene waarvoor paus Benedictus op 18 april 2005 gewaarschuwd heeft

van Katholisches 30 april 2018
vertaling: C. Mennen pr