Theologie van het Lichaam

Kritische bespreking van ‘Theologie Van Het Lichaam’












Inleiding


Dit artikel geeft een kritische bespreking van de ‘Theologie van het Lichaam’ (afgekort als TvL). De TvL is een visie op de mens, op de lichamelijkheid, het huwelijk en de geslachtsgemeenschap zoals die is geleerd door de paus Z. Johannes Paulus II tijdens meer dan 100 audiënties van 1979 tot 1984. In deze audiënties geeft de paus een integrale visie op de menselijke persoon, zijn lichaam en geest. Het lichaam geeft volgens hem belangrijke aanwijzingen voor antwoorden op de fundamentele vragen van ons leven. In de bespreking in dit artikel richten we ons met name op de menselijke seksualiteit, de voorplanting en het huwelijk. Het is geenszins mijn bedoeling om middels dit artikel het laatste woord in deze discussie te spreken, veeleer wil ik door mijn kritische bespreking aanzetten tot nadere studie en discussie over dit onderwerp, in het licht van de H. Schrift, de Traditie en eerdere uitspraken van concilies en pausen.

Het schrijven van dit artikel was een moeizaam en langdurig proces, het bleek niet eenvoudig om het juiste zicht op deze zaken te krijgen. Dit komt onder andere doordat de Theologie van het lichaam van de Z. Johannes Paulus II geschreven is in tamelijk wollig taalgebruik, waar maar lastig grip op te krijgen is. Het zijn audiënties die meer een meditatief karakter hebben en die bedoeld zijn om een komende synode (in 1980) voor te bereiden[1]. Het is dus geen afgesloten dogmatisch werk, met een eenduidig logische verhandeling. In dit artikel behandelen we niet alleen de TvL zoals Johannes Paulus II ons die leert, maar ook de uitleg zoals die door vele interpreten van de TvL gegeven wordt.

Ik ben veel dank verschuldigd aan wijlen priester C. Goedhals die in een boek[2] een heldere uiteenzetting geeft van wat de Kerk leert en een kritische bespreking van de theologie van de Z. paus Johannes Paulus II. Verder dank aan Leontien Bakermans die me steeds gestimuleerd heeft om dit artikel te schrijven en die veel nuttige feedback en achtergrondinformatie gegeven heeft.

Tijdbom


George Weigel  noemt de TvL een van de meeste dramatische verschuivingen in de Katholieke theologie[3]. En een theologische tijdbom die elk moment kan afgaan met dramatische gevolgen. Volgens hem heeft deze visie op seksualiteit en liefde nog niet ten volle haar uitwerking gehad, de TvL zal dramatische veranderingen teweegbrengen in het denken over vrijwel elk onderdeel van de geloofsbelijdenis.

Met de TvL bedoelen we uitdrukkelijk niet alleen de visie zoals die wordt weergegeven in de audiënties van JPII, maar we betrekking hierin ook de visie zoals die door de meeste uitleggers van de TvL wordt uitgedragen. De kern van de kritiek richt zich op de volgende punten. Het verheerlijken en centraal stellen van het lichaam en het vergoddelijken van de seks door in de geslachtsgemeenschap het beeld van God te zien en het verschuiven van de doelen van een christelijk huwelijk[4]. Niet langer is de voortplanting het eerste en meest voorname doel, maar er is sprake van drie doelen en alle doelen worden op een lijn gesteld (voortplanting, liefdestrouw tussen de echtgenoten en opvoeding van de kinderen). Toch is het niet zo dat Johannes Paulus II zich tegen de visie van zijn voorganger keert, integendeel, aan het eind van zijn audiënties[5] bevestigt hij wat Paus Paulus VI in zijn encycliek Humanae Vitae leerde betreffende anticonceptie.

De status van de TvL


Is paus Johannes Paulus II onfeilbaar geweest in zijn audiënties waarin hij de TvL bespreekt? Wanneer deze audiënties onfeilbare uitspraken van de paus zijn dan zou kritiek natuurlijk niet toegestaan zijn. Wanneer is een uitspraak onfeilbaar? Volgende het eerste Vaticaanse concilie is een uitspraak onfeilbaar “Wanneer de Bisschop van Rome met het hoogste leergezag (ex cathedra) spreekt, d.w.z., wanneer hij zijn ambt van herder en leraar van alle christenen uitoefenend met het hoogste apostolische ambtsgezag definitief beslist, dat een leer over geloof of zeden door de gehele Kerk gehouden moeten worden, dan bezit hij op grond van de goddelijke bijstand, die hem in de heilige Petrus is beloofd, die onfeilbaarheid, waarmede de goddelijke Verlosser zijn Kerk bij definitieve beslissingen in zaken van geloofs- en zedeleer wilde zien toegerust.” Bepaalde uitspraken van de encycliek Humanae Vitae hebben een dergelijk karakter waarin plechtig namens de Kerk verklaart wordt dat abortus altijd te verwerpen is, ook de zogenaamde therapeutische abortus, tevens wordt in deze encycliek het gebruik van voorbehoedsmiddelen veroordeeld. De audiënties van paus Johannes Paulus II hebben een heel ander karakter, ze zijn bedoeld als meditaties en onderwijs ter voorbereiding op de synode die komen gaat. Dit blijkt duidelijk uit wat de paus zelf zegt aan het begin van zijn audiënties: “De cyclus van overdenkingen die we vandaag begonnen zijn willen we voortzetten in de volgende ontmoetingen op de woensdag, en heeft tot doel, naast andere, om op afstand het werk van de voorbereiding van de Synode te volgen.[6]” Daarmee moge duidelijk zijn dat er geen sprake is van een onfeilbare uitspraak. Een tweede aanwijzing voor het feit dat deze audiënties geen onfeilbare uitspraken zijn is dat ze gepubliceerd zijn in de ‘Insegnamenti di Giovanni Paolo II’, een verzameling van meer informele geschriften van de paus, en niet in de officiële en gezaghebbende Acta Apostolicae Sedis (A.A.S.) van de Heilige Stoel.

Het lichaam verheerlijkt


De naam ‘Theologie van het Lichaam’ op zich is al problematisch, immers, ‘Theos’ is Grieks voor 'God' en ‘logos’ is Grieks voor 'woord' of 'leer'. In de theologie draait het dus allemaal om God en niet om de mens en zijn lichaam, waarvoor in de TvL juist een centrale plaats wordt ingeruimd.
Volgens de TvL werd Adam zich door zijn lichaam ervan bewust mens te zijn, zijn lichaam is wat hem onderscheid van de andere levende wezens, van de dieren[7]. Dit is een vreemde constatering, een aap heeft ook een lichaam, waarom is een aap dan geen menselijke persoon? Het hebben  van een lichaam is toch geen onderscheidend kenmerk?  Evolutionisten willen ons doen geloven dat de mens een doorontwikkelde aap is, maar dit is toch in tegenspraak met de H. Schrift. Het wezenlijke onderscheid tussen mensen en dieren is immers dat de mens een onsterfelijke ziel heeft, iets dat dieren niet hebben, dàt is het wezenlijke verschil.

Ook binnen het huwelijk heeft het lichaam een centrale plaats[8]. Zo heeft audiëntie nummer 17 als titel: “Het geven van het lichaam vormt een authentieke gemeenschap.” Volgens de TvL wordt het huwelijk eerst en vooral gevormd door het één vlees worden, waarbij dit één vlees worden met name slaat op de geslachtelijke eenwording van man en vrouw. Dit is in tegenstelling met wat de Kerk altijd geleerd heeft en zoals het bijvoorbeeld is samengevat in Casti Connubii van Paus Pius XI: “Door het huwelijk worden dus de zielen verbonden en samengesmolten, en dat wel eerder en sterker nog dan de lichamen; en dat niet als gevolg van een voorbijgaande opwelling van de zinnen of vluchtige neiging van het hart, maar als gevolg van een weloverwogen en vast besluit van beider wil; en uit deze samensmelting van de zielen ontstaat krachtens Gods bestel de heilige en onverbreekbare band.[9]

Door de lichamelijke eenwording van man en vrouw tot centrum en essentie van het huwelijk te maken wordt het huwelijk van de heilige familie ongeloofwaardig. Hun huwelijk is dan immers geen volwaardig huwelijk meer, omdat het niet geconsummeerd is, er heeft geen geslachtsgemeenschap plaatsgevonden. Maar een huwelijk is er niet afhankelijk van of het al dan niet geconsummeerd wordt,  voorwaarde is wel dat beide elkaar het recht geven op hun lichaam, maar wanneer beide er vrijwillig mee instemmen om af te zien van geslachtsgemeenschap is het huwelijk desondanks geldig.

In de TvL is het ook het lichaam dat naar Gods beeld geschapen is, in het lichaam(elijke) lijkt de mens op de Drie-eenheid[10]. Een bizarre gedachte, aangezien God Geest is en geen lichaam heeft. De ouderen  onder u hebben misschien nog de oude Schoolcatechismus uit het hoofd moeten leren, daar staat: “De ziel is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, doordat ze begaafd is met verstand en wil, en geroepen tot het bovennatuurlijk leven van de genade.” Ook St. Thomas zegt heel uitdrukkelijk dat het de ziel is die op Gods beeld gelijkt, hij verwijst hierbij naar Efeze 4 vers 23 en 24: “gij moet u vernieuwen naar de inwendige geest;  gij moet den nieuwen mens aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.”[11] Twee heel andere uitgangspunten dus dan die van de TvL, die zegt dat het lichaam naar Gods beeld is geschapen.

Dit ‘beeld van God zijn’ wordt bij de TvL dus sterk ingevuld vanuit de lichamelijkheid, zo zegt een uitlegger van de TvL op Radio Maria (in lijn met wat JPII leerde):  “De totale gave bij de mens is dus dat ‘één vlees’ worden. De geslachtsdaad  krijgt daardoor een enorm positieve duiding in de Theologie van het Lichaam: juist op dat moment zijn man en vrouw misschien wel het meest ‘beeld van God’….. De eenheid die in de hemel beleefd wordt is oneindig veel groter als de eenheid die man een vrouw in de lichamelijke seksualiteit kunnen beleven. Wat niet wegneemt dat de seksuele eenwording van man en vrouw in de geslachtsdaad al wel als een hemelse ervaring kan gelden, daar tenminste al sterk aan doet denken. De seksuele eenwording op aarde is de icoon van de hemelse eenwording met God.”[12] Wanneer man en vrouw het meest beeld van God zijn wanneer ze in de geslachtsdaad één zijn, kan een priester nooit even sterk ‘beeld van God zijn’, aangezien hij nooit geslachtsgemeenschap met een vrouw heeft. En de geslachtsdaad een hemelse ervaring noemen is een vreemde gedacht, omdat het huwelijk en dus ook de geslachtsgemeenschap in de hemel zal hebben afgedaan (Mar. 12, 25). Dat het hebben van gemeenschap hemels is zullen Moslims vast wel beamen, die hopen immers op 72 maagden in de hemel. En vele afgoden, zoals de goden van de Grieken, waren seksgoden en tempels een soort bordeel. Maar het Christendom is in dit opzicht altijd geheel anders geweest. De Christen weet dat hij zijn vlees met de vleselijke begeerten moet doden en zo onthechten van het aardse genot en zich voorbereiden op de hemel, op de ontmoeting met Zijn Heer (Rom. 7, 7-8; Kol. 3, 5; 1 Joh 2, 16 enz.).
Ook een andere uitlegger van de TvL ziet de seksualiteit als goed en als weerspiegeling van het beeld van God zijn: “Seksualiteit zoals in de oorsprong beleefd, is de meest diepe ervaring van eenheid tussen man en vrouw, zowel geestelijk als lichamelijk. Het is een direct beeld van God.” En “Johannes Paulus II zegt dan ook, dat wanneer man en vrouw éénworden in de huwelijkse daad, zij elke keer op een speciale manier het mysterie van de schepping herontdekken.”[13]

In de TvL is de geslachtsdaad (binnen het huwelijk) op zichzelf goed[14], volgens bovenstaande uitleggers zelfs zo zeer dat de mens op dat moment misschien wel het meest beeld van God is, dit heeft grote consequenties. Het betekent namelijk dat de mens dat goed ook altijd mag nastreven, ook wanneer dit niet (kan leiden) leidt tot een zwangerschap, het nastreven van iets goeds is immers nooit verkeerd. Waarmee voorbehoedsmiddelen niet langer absoluut verkeerd zijn, immers het is niet verkeerd om een bepaald goed na te streven, ook wanneer hierin niet de uiterste consequentie van een erop volgende zwangerschap wordt aanvaard. Ook toepassen ‘Natuurlijke Familie Planning’ zonder dringende reden, NFP is bij goed gebruik nu even betrouwbaar is als de pil, is vanuit dit perspectief van TvL moreel prima te verdedigen.

Ook Protestanten zijn van mening dat seksualiteit op zichzelf iets goeds is. “Seksualiteit is door God geschapen, en daarom goed. Het is niet ongeestelijk om van seks te genieten!”[15] Het is vanuit dit standpunt bezien logisch dat protestanten tegen het celibaat zijn, immers hoe zou je bewust afstand doen van iets dat door God geschapen is en dat dus zeer goed is. Maar er zijn meer dingen die God geschapen heeft en die desondanks niet perse nastrevenswaardig zijn, zoals urineren, wat ook geschapen is, maar daarmee nog geen goed werk is. Of zoals eten en drinken een natuurlijk goed is, wat noodzakelijk is voor het onderhouden van ons lichaam, maar het is geen goed werk dat we als gelovige moeten nastreven, maar daarentegen maakt vasten wel deel uit van een heilig en vroom leven. Om die reden is het (tijdelijk) afzien van eten of luxe passend bij het leven van de Christen, zoals ook het (tijdelijk)afzien van geslachtsgemeenschap binnen het huwelijk past bij een toegroeien naar  de God (1 Cor. 7, 5).

Geslachtsgemeenschap als beeld van Drie-enigheid


Paus Johannes Paulus II ziet de gemeenschap die man en vrouw samen vormen als een beeld van de gemeenschap van Personen die God is[16]. De paus baseert dit met name op Gen. 1 vers 27: “En God schiep den mens als zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen.“ De zinsnede “het beeld van God” laat de paus ook slaan op het laatste deel van dit vers “Man en vrouw schiep Hij hen”. Dat is vreemd, het gedeelte ‘als het beeld van God schiep Hij hem’ verwijst immers naar het begin van de zin, naar ‘de mens’ en niet naar hun schepping als man en vrouw. Wanneer de H. Schrift dat had willen leren dan had er moeten staan: ”En God schiep den mens als zijn beeld, Man en vrouw schiep Hij hen, als het beeld van God schiep Hij hen”. Maar dat staat er niet, er staat dat Hij hem (de mens) schiep naar Zijn beeld. De paus laat dat  ‘naar Gods beeld geschapen zijn’ verder ook slaan op hoofdstuk 2 vers 24: “Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.”, het beeld van God zijn verwijst in die gedachtegang dus ook naar het ‘tot één vlees zijn’. Een vreemde gedachte, en de paus erkent ook wel dat dit er niet letterlijk zo staat, maar dat je wel zo zou kunnen lezen[17]. Desondanks noemt hij dit aspect misschien wel het diepste theologische aspect van alles wat je over de mens kunt zeggen.

Maar wanneer het hier boven gegeven beeld niet klopt, wat wordt er dan wel mee bedoeld dat we naar het ‘beeld van God’ geschapen zijn. We wezen er al op dat dit enerzijds duidt op de ziel die geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, doordat ze begaafd is met verstand en wil, en geroepen tot het bovennatuurlijk leven van de genade, zoals dat gezegd wordt in de oude Schoolcatechismus en in de Catechismus van Pius X. Maar het wordt verder duidelijk wanneer beginnen bij vers 26 van hoofdstuk 1, in plaats van vers 27 dat de paus behandeld: “God sprak: Laat ons den mens maken als ons beeld, op ons gelijkend; hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt.” (vers 26). De mens is Gods beeld, en op Hem gelijkend, die tweede toevoeging zwakt de eerste af, de mens is enigszins op God gelijkend. Het gelijk willen zijn aan God is juist de kern van de zondeval (Gen. 3, 5).  Wat met dat beeld van God zijn bedoeld wordt blijkt uit het vervolg van dit vers waar staat: “hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt”. Het gaat er dus om dat de mens (onder)koning is over de aarde en over haar mag en moet heersen, de mens vertegenwoordigt God op aarde. Niet veel later staat in het boek Genesis in hoofdstuk vijf vers drie: “Adam was honderd dertig jaar oud, toen hij als zijn beeld, op zich gelijkend, een zoon verwekte, wien hij de naam Set gaf.” Seth wordt beeld van Adam genoemd, hij is het stamhoofd van de familie, Kaïn was immers door de moord op zijn broer onwaardig om stamhoofd te zijn. Het vers daarna staat dat Adam nog vele zonen en dochters kreeg, maar van die zonen en dochters wordt niet gezegd dat ze zijn beeld zijn, omdat ze geen stamhoofd zijn. Geheel in lijn daarmee zegt 1 Kor. 11 vers 7: “De man moet zijn hoofd niet bedekken, daar hij het evenbeeld is en de glorie van God; maar de vrouw is de glorie van de man.” De man is evenbeeld en glorie van God, maar de vrouw is de glorie van de man, er wordt dus op dit punt een tegenstelling tussen man en vrouw gemaakt. Dit heeft te maken met de scheppingsordening die in vers drie beschreven wordt: “het hoofd van iederen man is Christus; het hoofd van de vrouw is de man; het hoofd van Christus is God..” Een scheppingsordening die velen niet meer willen aanvaarden. De TvL uitleggers negeren steevast het feit dat de man het hoofd is van de vrouw en gaan uit van de wederzijdse onderdanigheid[18]. Hierin volgen ze trouwens gewoon de paus na die letterlijk heeft gezegd dat man en vrouw in het huwelijk aan elkaar onderdanig moeten zijn[19].

Het lichaam een sacrament?


De mens is door zijn lichaam, zijn mannelijkheid of vrouwelijkheid, ook een sacrament, zo wordt door paus Johannes Paulus II gezegd. De mens heeft een bijzondere gelijkenis met God, een gelijkenis die de paus ziet in de lichamelijkheid van de mens, in zijn mannelijkheid en vrouwelijkheid en de echtelijke betekenis van het lichaam[20]. Waarop hij concludeert: “En in die dimensie ontstaat aldus een oersacrament, te verstaan als teken dat het van alle eeuwigheid af in God verborgen onzichtbare mysterie op doeltreffende wijze in de zichtbare wereld overdraagt.“[21] Maar hiermee wordt aan het woord sacrament een heel andere invulling gegeven dan in de Traditie tot nog toe gebeurde. Volgens de catechismus van Pius X en de Summa Theologiae van Thomas van Aquino, is een sacrament is een tastbaar en werkzaam/doeltreffend teken van Gods genade, het is ingesteld door Christus, en een heiligende remedie tegen de zonde, het heeft tot doel heeft om de ziel te heiligen en tot God te brengen. Zo beschouwd is het vreemd om een lichaam en de echtelijke betekenis van een lichaam een sacrament te noemen. Al helemaal wanneer je het die betekenis geeft in de paradijselijke situatie, zoals de paus doet, toen de mens nog geen zonde gedaan had en hij dus nog een zuivere ziel had. Het klopt ook niet wanneer je het toepast op deze tijd, na de zondeval. Immers de heiden of afgodendienaar heeft ook een lichaam en kent in veel gevallen ook de echtelijke betekenis van zijn lichaam. Toch kun je niet zeggen dat zijn ziel heiliger wordt en tot God gebracht wordt door het hebben van een lichaam of door het hebben van geslachtsgemeenschap. Een lichaam kan een sacramentalia zijn. Wanneer een lichaam na de zondeval door Gods genade geheiligd wordt tot tempel van de Heilige Geest, dan kan zo’n lichaam, of de botten ervan, na de dood tot relikwie worden en mensen helpen om te delen in Gods genade, om genezing te vinden voor hun ziel. Maar dat geldt niet voor een lichaam in het algemeen, maar voor een lichaam dat door gebruik van de sacramenten en door Gods genade geheiligd is. De Rooms Katholieke Kerk is niet dualistisch, en verafschuwt het lichamelijke niet. Maar dat lichaam moet wel eerst geheiligd worden door het werk van God in zijn Kerk.

De lichamelijkheid, mannelijkheid en vrouwelijkheid en de vleselijke eenwording maken in de TvL dus integraal onderdeel uit van het sacrament van het huwelijk[22]. Heel anders spreekt de H. Thomas van Aquino hierover[23]. In zijn Summa Theologiae leert hij ons dat de vleselijke eenwording geen deel uitmaakt van dit sacrament. Immers, in het paradijs was het huwelijk al door God ingesteld, maar er was geen vleselijke eenwording. De vleselijke eenwording maakt dus geen integraal deel uit van het huwelijk. Een sacrament is een teken van heiligheid, en aangezien een huwelijk heiliger is zonder vleselijke eenwording, is het dus zo dat deze vleselijke eenwording geen deel uitmaakt van het sacrament van het huwelijk. Ook het huwelijk van de H. Familie toont ons aan dat een huwelijk zonder de vleselijke eenwording waarlijk huwelijk is, en zelfs een ultiem voorbeeld ervan. Het is weliswaar een optie en een recht dat beide echtlieden binnen het huwelijk hebben, maar geen vereiste, aangezien een huwelijk eerst en vooral  samensmelting is van de zielen en niet van de lichamen, zoals we eerder al aangaven naar aanleiding van wat Paus Pius XI ons leert in Casti Connubii.

Oorspronkelijke eenzaamheid


In de visie van de TvL was de eerste mens, Adam, in het paradijs eenzaam, totdat zijn vrouw Eva geschapen werd. De paus noemt dit de oorspronkelijke eenzaamheid[24], hij baseert het op Genesis 2, 18 waar staat: “Het is niet goed voor den mens, dat hij alleen blijft. Ik zal dus een hulp voor hem maken, die hem past.” Die eenzaamheid bestaat doordat de mens, als man zijnde, een vrouw aan zijn zijde mist, de mens mist een seksuele wederhelft[25]. En de mens is pas volkomen gelukkig wanneer hij een vrouw naast zich heeft met wie hij de genoegens van het huwelijksleven genieten kan[26]. Maar de tekst geeft helemaal geen aanleiding voor deze uitleg, Adam zegt niet dat hij eenzaam is, maar het is God die zegt: “Het is niet goed voor den mens, dat hij alleen blijft.” (Gen. 2, 18), hiermee geeft Hij aan dat het scheppingswerk nog niet af is. Adam gaf de dieren namen, “maar vond geen hulp, die hem paste.” Dit wil niet zeggen dat Adam een hulp nodig had, dat hij hulpbehoevend was. Het is ook niet zo dat hij jaloers was op de dieren, omdat die wel als mannetje en vrouwtje geschapen waren. Maar de term die bij ons vertaald is met het woordje ‘hulp’ duidt op ‘evenbeeld’, ‘iemand die tegenover hem staat’. Het accent in dit gedeelte ligt op het feit dat Adam de dieren namen geeft, daarmee wordt aangetoond dat hij heerschappij heeft over de dieren, maar hij merkt ook dat hij een geheel andere natuur heeft dan de dieren. Maar zodra hij zijn vrouw ziet weet hij dat zij van gelijke natuur is. Wanneer Adam eenzaam zou zijn geweest en hulpbehoevend dan zou hij ook een tijd lang niet volmaakt gelukkig zijn geweest, hetgeen betekent dat de mens zich al voor de zondeval ongelukkig voelde, terwijl God van alles gezegd had het goed was.

De theologie van de paus leidt noodzakelijkerwijs ook tot een geheel ander zicht op begeerlijkheid. Duidelijk onder woorden gebracht door E.H. Goethals: “Laten we even aannemen dat de eerst mens pas gelukkig was als hij een vrouw had met wie hij een huwelijksgemeenschap kon vormen. Vermits de mens niet anders kan dan het geluk verlangen en nastreven zoals hij het zich indenkt in de gegeven toestand van zijn besef, moest die eerste mens dan ook begeerte hebben naar zijn vrouw, en wel als echtgenote, vermits het juist dat was wat hij nodig had om gelukkig te zijn met de hulp die bij hem paste. Dat wil zeggen dat hij de zinnelijke lust of begeerlijkheid reeds had voor zijn zonde, wat de hele theologie van Johannes Paulus II ons wil doen geloven.[27]” Begeerlijkheid is in de visie van de paus slechts zondig wanneer het leidt tot verslaving of gebruik van de ander als een object voor lustbevrediging[28].

Vrijwilligheid


Bovenstaande definitie van begeerlijkheid is een heel andere dan totnogtoe in de kerk gebruikelijk was, het spreekt alleen van begeerlijkheid wanneer de ander als object voor eigen bevrediging gezien wordt, waarbij het eerder de onvrijwilligheid  is die als zonde gezien wordt[29]. Daarmee geheel in lijn met de moderne tijd waarin ook veel over verkrachting binnen het huwelijk gesproken wordt, alles mag, zolang beide er maar vrijwillig mee instemmen. In de Tvl staat de vrijheid van de gave voorop[30], en “Wie liefde zegt, zegt vrijheid. Liefde laat zich immers niet dwingen.[31]” Het vrijwillig je aan elkaar geven in een gevende liefde, het klinkt allemaal mooi en romantisch. Toch spreekt de H. Schrift ook op een andere wijze over de geslachtsgemeenschap. Het is namelijk een plicht, de man heeft geen vrije beschikking over zijn lichaam, maar zijn vrouw heeft die vrije beschikking. En andersom geldt hetzelfde voor de vrouw. In de gedachte van de TvL is het strijdig met het beginsel van het huwelijk dat er sprake is van plicht en van moeten. Maar Er is ook een min of meer negatief motief voor het hebben van geslachtsgemeenschap, namelijk als middel tegen de boze begeerlijkheid. Dat klinkt misschien wat minder verheven en mooi, maar is wel een menselijke realiteit.  De echtlieden kunnen natuurlijk ook besluiten om de verleiding op een andere manier te weerstaan, door gebed, sacramenten, waakzaamheid en versterving, deze manier is in de ogen van God volmaakter en verdienstelijker, maar de eerstgenoemde manier is zonder meer toegelaten.
Het ontkennen van deze wederzijdse verplichting heeft al vele huwelijken geruïneerd en mannen zowel als vrouwen tot allerlei erge zonden gedreven. Niet voor niets zegt de H. Paulus immers dat man en vrouw hun echtelijke plicht moeten vervullen ter vermijding van ontucht (1 Kor. 7, 2 en 3). Daarom zou het zeer zegenrijk zijn voor onze huwelijken wanneer we ook op dit punt weer leven in overeenstemming met wat de H. Schrift ons leert. Om het juiste evenwicht te bewaren is het tegelijkertijd nodig dat de echtgenoten versterving en zelfbeheersing oefenen en vergeving vragen wanneer ze uit louter bevrediging van lust gemeenschap gehad hebben. En zo kunnen de echtgenoten ook besluiten om voor een bepaalde periode af te zien van gemeenschap, om zich aan gebed te wijden, maar hiervoor is beider toestemming vereist.

Trente en begeerte


Net als bij het gebruik van het woord sacrament wordt het woord ‘begeerte’ dus heel anders ingevuld. Dat begeerlijkheid zonde is dat is wel duidelijk uit de H. Schrift (Rom. 6, 12; 7, 7, 14-20). Wat begeerte is wordt duidelijker wanneer we luisteren naar wat het concilie van Trente gezegd heeft: “Dat echter in de gedoopten de begeerte en de brandstof blijft, erkent en voelt dit heilig Concilie, omdat dit teruggebleven is voor de strijd, kan het diegene die door de genade van Christus geholpen haar manhaftig bestrijden, niet schaden. Veel meer geldt: ‘Wie juist gestreden heeft, krijgt de krans (van de overwinning)’ (2 Tim. 2, 5). Deze begeerte, zo verklaart het heilig Concilie, die de apostel eertijds zonde noemt, heeft de katholieke Kerk nooit zo begrepen, dat wat zonde wordt genoemd, ook werkelijk en op eigenlijke wijze zonde zou zijn in de herborenen, maar dat zij (deze begeerte) uit zonde is en tot zonde neigt. Wie het tegenovergestelde beweerd, hij zij verdoemd.“[32] Begeerte is dus de zondige neiging tot bevrediging en prikkeling van de seksuele lusten. Paus Johannes Paulus II zegt weliswaar dat de begeerlijkheid zondig is, maar hij geeft een heel ander invulling aan wat begeerlijkheid is.

De doelen van het H. Huwelijk


Volgens de TvhL heeft God de persoonsgemeenschap ingesteld, vruchtbaarheid is niet langer het eerste doel, maar de eenheid tussen man en vrouw is het eerste, en de vruchtbaarheid behoort tot de waarde van die eenheid. Daarmee is de persoonsgemeenschap per definitie goed en nastrevenswaardig. Weliswaar wordt gezegd dat je open moet staan voor een eventuele zwangerschap, en dat gebruik van de pil om die reden verkeerd is. Maar volgens de TvL is het wel goed om zoveel seks te hebben als je maar wilt, zolang het maar binnen het huwelijk is en zolang je maar geen pil o.i.d. gebruikt. Dit is in duidelijke tegenspraak met Kor. 7 vers 5 waar staat dat (tijdelijk) afzien van geslachtsgemeenschap gepast is om zo dichter bij God te komen, zoals dat ook het geval is met vasten. In lijn met deze gedachtegang zie je dat de nieuwe Katholieke Catechismus[33] ook aangepast is aan de nieuwe visie. In deze nieuwe Catechismus wordt gezegd dat de seksualiteit gericht is op de liefde tussen man en vrouw[34]. Er is hier dus geen sprake van de gerichtheid op het  verwekken van kinderen, waar de Katholieke Kerk altijd vanuit gegaan is. Hetzelfde zie je wanneer  je de oude met de nieuwe canon vergelijkt, kijk bijvoorbeeld maar naar de artikelen 2012, 2013 en 2015 van de oude canon (1917) en canon 1055 §1, 1057 §2 en 1061 §1 van de nieuwe canon (1983). Opvallend is hierbij ook het woordgebruik, niet langer wordt gesproken over het huwelijk als een ‘contract’ maar als ‘verbond’. En er wordt een nieuw doel van het huwelijk genoemd, bonum coniugum (‘het goed voor beide echtlieden’) waarbij dit begrip niet nader gedefinieerd wordt. Ook wordt er niet langer gezegd dat het huwelijk bedoeld is om de kwade begeerlijkheid uit te doven, daar hoeven we ons vanuit de nieuwe theologie blijkbaar geen zorgen meer om te maken… Tenslotte wordt het huwelijk als geconsummeerd beschouwd wanneer de beide echtlieden zich wederzijds aan elkaar geven en elkaar accepteren. Heel belangrijk, omdat een huwelijk nog ontbonden kan worden wanneer het niet geconsummeerd is. Die nieuwe regel in de canon houdt dus veel meer in dan wat in de oude canon staat, waar er vanuit gegaan wordt dat een huwelijk geconsummeerd is zodra geslachtsgemeenschap plaatsgevonden heeft. Tegenwoordig wordt deze nieuwe omschrijving van wat geconsummeerd is gebruikt om onder een bestaand huwelijk uit te komen, omdat er wel geslachtsgemeenschap zou hebben plaatsgevonden, maar er geen sprake zou zijn van volledig accepteren van elkaar en je aan elkaar geven.

NFP


Wanneer de doelen eenmaal verschoven zijn ontstaat een bijna volledige ontkoppeling tussen geslachtsgemeenschap en het verwekken van kinderen. De TvL maakt weliswaar bezwaar tegen onnatuurlijke anticonceptie, maar de natuurlijk anticonceptie wordt gepromoot. Men is er zelf trots op dat deze natuurlijke anticonceptie, ook wel  ‘Natural Family Planning’ (NFP)[35] genoemd, volgens wetenschappelijk onderzoek even betrouwbaar is als de anticonceptiepil (Herrmann et al., 2007)[36]. God krijgt dus nog een klein kansje op een zwangerschap, maar verder heeft geslachtsgemeenschap niet noodzakelijkerwijs iets uit te staan met het krijgen van kinderen.
Natuurlijk kunnen er zwaarwegende redenen zijn om NFP toe te passen, bijvoorbeeld bij ziekte van de moeder of armoede. Maar wanneer NFP zonder zwaarwegende reden binnen het huwelijk toegepast wordt is dit een zonde, het doel van de geslachtsgemeenschap wordt namelijk willens en wetens en buitengesloten. Zo leert ons bijvoorbeeld H. Augustinus die aangeeft dat de gemeenschap buiten de noodwendigheid van de voortplanting niet wordt toegestaan ter wille van het huwelijk, maar ter wille van het huwelijk niet wordt aangerekend[37]. Vandaar dat hij verder schrijft: “Als de vleselijke begeerlijkheid wel eens te buiten gaat wat tot het verwekken van kinderen noodzakelijk is, is dit niet een kwaad dat eigen is aan de echtverbintenis, maar een kwaad dat vergeeflijk is ter wille van het goede van de echtverbintenis.[38]” Er is gemeenschap buiten de noodwendigheid van zwangerschap met de bedoeling om zichzelf van bekoring te vrijwaren, hierbij is er kwijtschelding vanwege de huwelijkstrouw (1 Kor. 7: 6). Terwijl gemeenschap die de bevrediging en prikkeling van de zinnen tot doel heeft een dagelijkse zonde is, waarvoor we bidden ‘vergeef ons onze zonden’.

Terug tot voor de oorspronkelijke onschuld


Een ander belangrijk aspect van de TvL is de zogenaamde oorspronkelijke onschuld, de situatie van de mens voor de zondeval. Na deze zondeval voelde de mens voor het eerst schaamte, terwijl Adam en Eva zich voordien niet voor elkaar schaamden, ondanks het feit dat ze naakt waren. Deze schaamte wordt volgens paus Johannes Paulus II vooral veroorzaakt doordat de man zijn vrouw niet langer als gave ziet, maar haar als lustobject en voor de vrouw andersom evenzeer.[39] De schaamte wordt dus eerst en vooral betrokken op het lichaam en de schaamte tussen man en vrouw. Dat is een duidelijk andere interpretatie dan totnogtoe gebruikelijk, waarin de schaamte een veel weidser begrip is, niet slechts betrokken op de naaktheid en lichamelijkheid. De paus meent ook dat echtlieden die schaamte kunnen overwinnen, wanneer ze elkaar weer echt als gave zien. Daarin moeten we volgens hem terug tot voor de zondeval, tot de oorspronkelijke bedoeling van God. Hierin trekt hij dezelfde lijn als de lijn waarmee hij zijn audiënties begint, namelijk de gedachte dat de oorspronkelijke bedoeling waarnaar Jezus in Matt. 19 verwijst de oorspronkelijke onverbrekelijkheid van het huwelijk is.  Sterker nog, ondanks de zondeval blijft iets van die oorspronkelijke onschuld in de mens bestaan, zo leert ons Johannes Paulus II[40]. Maar wanneer die oorspronkelijke onschuld nog in de mens bestaat, waarom is de verlossing dan nodig, ja noodzakelijk? De Kerk leert toch dat we die oorspronkelijke onschuld verloren hebben en dat die aangeboren schuld slechts vergeven wordt door het sacrament van het Doopsel.
Sterker nog de hele definitie van wat de oorspronkelijk onschuld is wordt veranderd. Het is volgens de paus het afwijzen van de gift en een verlies van de gemeenschap van personen[41]. Hij zegt verder dat er weliswaar grote verschillen zijn tussen de oorspronkelijke staat van onschuld en de staat van de mens na de zondeval, maar het ‘beeld van God’ geeft ons een basis van continuïteit en eenheid[42].

In zijn artikel ‘Weerwoorden - Het geloof van JP-II, deel II’ wees Tom Zwitser er reeds op dat de theologie van paus Johannes Paulus II sterk neigt naar de alverzoeningsleer, om het voorzichtig uit te drukken. “De kerk leerde sinds de vroegste eeuwen namelijk altijd dat bij de zondeval de mens zijn Godsgelijkenis (similitudo Dei) geheel verloor en dat het beeld Gods (Imago Dei) beschadigd raakte. Alleen Christus heeft als enige mens na Adam van nature de volkomen gelijkenis van God, maar wij hebben dat niet van nature. Wij kunnen alleen maar een ‘verwonde’ Imago Dei zijn en al helemaal geen gelijkenis Gods. Navarro-Valls benoemt hiermee een van de lekpunten in de theologie van JPII: JPII vond dat ieder mens is geschapen als beeld en gelijkenis van God. Ook de mens buiten de Kerk. Dit, terwijl het de kerk altijd heeft geleerd dat het beeld en gelijkenis Gods van een mens pas weer in de doop en in het geloof in Christus hersteld worden: dus middels de bovennatuurlijke genade. Pas dan treed er weer herstel op van de zondeval. Maar gezien vanuit de leer van Woityła die leerde dat alle mensen één in Christus zijn en dat alle mensen deel aan zijn verlossing hebben, is het niet vreemd dat hij ook vond dat ieder mens al bij zijn geboorte beeld en gelijkenis van God is.“ Diezelfde tendens is te zien bij de TvL, een afzwakken van de gevolgen van de zonde en het ideaal als zou de mens (binnen het huwelijk) kunnen terugkeren tot die voorparadijselijke situatie, waarin geen schaamte meer is.

Geheel in lijn daarmee heeft de paus opdracht gegeven om de beruchte braghe, de windsels waarmee de naaktheid van veertig figuren in de Sixtijnse kapel werd bedekt, tijdens de restauratie te laten verwijderen. De braghe die op bevel van het Concilie van Trente in 1565 aangebracht werden zijn echter wel gehandhaafd, want daaronder bleek niets meer te zitten. Met het verwijderen van deze braghe wordt dus een andere lijn gekozen dan in de bepaling van Trente waarin stond dat “Lichamelijke schoonheid en erotiek mogen in de religieuze kunst geen rol spelen; naakt moet zoveel mogelijk vermeden worden. Het schilderen van menselijk naakt was alleen toegestaan wanneer het niet anders kon om de desbetreffende boodschap duidelijk te maken.”[43] Het verwijderen van de braghe en tonen van de naaktheid en erotiek passen bij de periode waarin de kerk een ongebreidelde geloof leek te hebben in de goedheid van de mens. Een tijd waarin alles moest kunnen. De preutsheid zijn we te boven, voor verleiding tot zonde hoeven we niet langer bang te zijn. Het misbruik in de kerk toont aan dat dit levensgevaarlijk is.

Een van de uitleggers van de TvL


In vele publicaties in de Verenigde Staten maar ook in Nederland wordt verwezen naar Christopher West, als grote verdediger en uitlegger van de TvL.[44] Christopher West is een graag geziene spreker en schrijver van vele boeken, zijn invloed in de VS maar ook Europa is niet te onderschatten. Zo wordt bijvoorbeeld een artikel van hem gepubliceerd op de website van de afdeling Huwelijk en Gezin van het bisdom Haarlem-Amsterdam[45]. Het artikel bevat heel merkwaardige uitspraken, zoals deze: “Als, zoals Johannes Paulus het zegt, alleen het lichaam Gods mysterie van liefde kan vertalen….”. En deze: “Het doel van het kwade is om de lichaamstaal te verwarren. En kijk eens hoe veel succes hij heeft gehad. Hoe velen van ons denken bijvoorbeeld dat het lichaam en de gave van de seksualiteit de laatste plaats is waar je de aanwezigheid van God kunt vinden?” Maar in andere publicaties gaat de heer West veel verder, ik weet niet zeker of degenen die hem citeren zich daarvan bewust zijn.

Hier een samenvatting van één van zijn artikelen[46] bij wijze van voorbeeld. Oordeelt u zelf. West zegt in dit artikel dat velen de leer van de kerk betreffende seks afwijzen, omdat het allemaal over verboden gaat (dit mag niet en dat mag niet) generaties lang werden overheerst door een repressieve aanpak. Daar moeten we vanaf en we moeten loskomen van het preutse gedoe, een nieuwe theologie ontwikkelen. Die theologie biedt ons de Z. Johannes Paulus II. Door te leven volgens onze ware seksualiteit vervullen we het doel van ons leven. Jezus heeft ons dit geopenbaard toen Hij zei: “Hebt elkander lief, zoals Ik u heb bemind” (Joh. 15, 12). En hoe had Jezus ons lief? “Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd” (Luc. 22, 19). God heeft ons de seksuele begeerte gegeven als een kracht om lief te hebben, zoals Hij liefheeft. Het gegeven ‘ja-woord’ bij het huwelijk wordt herhaald en bekrachtigd bij elke keer dat de echtlieden geslachtsgemeenschap hebben.  Volgens hem zou het heel ongezond zijn wanneer echtlieden hun huwelijksbelofte niet regelmatig zouden vernieuwen! Integendeel, ze moeten dat heel regelmatig doen. Zelfbevrediging, overspel, echtbreuk, sterilisatie, homoseksualiteit enz, zijn geen vernieuwing van de huwelijksbelofte. Maar, zo vraagt hij zich af, zijn mensen die dit doen in wezen slecht? Nee, zo zegt West. Volgens hem zijn dergelijke mensen slechts in de war over hoe ze hun behoefte aan liefde kunnen bevredigen. In een gebed aan het eind dankt hij God voor de seksuele begeerte die hij gekregen heeft en vraagt om de seksuele begeerte te ervaren zoals God hem geschapen heeft.

Zoals eerder gezegd gaat West er, geheel in lijn met de TvL, vanuit dat God de seksuele begeerte geschapen heeft, dat die dus goed is en eigen aan het menselijk bestaan. Wanneer dit waar is dan is er geen noodzaak meer om te strijden tegen het vlees en de kwade begeerte, zoals bijvoorbeeld Kolossenzen 3, 5 ons leert. De visie zoals West die promoot zet alles op z’n kop, en dat is niet iets dat ik verzin, maar hij zegt het zelf: “Houdt uzelf vast!! Wanneer we tot ons nemen wat de Heilige Vader ons zegt in zijn Theologie van het Lichaam, zullen we onszelf, anderen, de Kerk, de sacramenten, genade, God, hemel, huwelijk en celibaat….nooit meer op dezelfde manier zien als we tevoren deden. "[47]


Conclusie


De Tvl is een eerste stap in de richting van groter kwaad. Onderstaand een schema dat dit kort weergeeft.
Add caption









Johannes Paulus II wijst anticonceptie en abortus weliswaar af, maar tegelijk wordt de basis voor deze afwijzing wel afgezwakt. Zo schreef de paus in zijn tijd als parochiepriester een boek over het huwelijk met de titel: “Liefde en verantwoordelijkheid”, hierin noemt hij abortus en grove overtreding, maar als reden noemt hij alleen de mogelijke schade voor de vrouw door een eventuele neurose, als gevolg van schuldgevoelens enzovoorts. Met geen woord wordt gerept over het kind dat bij een abortus vermoord wordt[48]. Voorts zegt hij in ditzelfde boek dat er geen enkele reden is om over anticonceptie te spreken is samenhang met abortus, dat zou zelfs hoogst ongepast zijn. Vanuit de traditionele Katholieke visie is er echter alle reden om dit met elkaar in verband te brengen, enerzijds omdat de pil en het spiraaltje zelf abortief werken en anderzijds omdat dezelfde onchristelijke manier van denken achter beide zaken schuilt.

Het zelf bepalen  van het aantal kinderen is in de Katholieke traditie iets dat onbekend is, het aantal kinderen werd altijd aan Gods voorzienigheid overgelaten. In de TvL wordt echter steeds gesproken, over ‘verantwoordelijk ouderschap’, en ‘natuurlijke familie planning’. Alsof ouders die leven in vertrouwen op Gods voorzienigheid onverantwoordelijk zijn! En al dat plannen en zelf reguleren heeft niet, zoals vaak beweerd wordt, tot gelukkige en liefdevolle gezinnen geleid. Maar veeleer tot ijskoude berekenende en hedonistisch levende ouders en hun kinderen (of kind, omdat veel ouders nog maar één kind ‘nemen’).
Men heeft het vandaag dan wel over nieuwe evangelisatie, men doet er echter goed aan om deze evangelisatie bij uitstek te benutten: grote echt Katholieke gezinnen die pal staan voor hun geloof. Dat is de beste evangelisatie.

Samenvattend

De Theologie van het Lichaam is NIET Katholiek, omdat:
·         Het Lichaam en de lichamelijkheid verheerlijkt wordt terwijl het belang van de ziel die gered moet worden onvoldoende aan bod komt.
·         Geslachtsgemeenschap gezien wordt als intrinsiek goed, waarbij we bij uitstek het beeld van God vertonen, van de Drie-eenheid.
·         De taal verdraaid wordt en woorden een totaal andere betekenis krijgen, zoals sacrament wat geen genademiddel meer is door Christus ingesteld, maar een teken van een hogere onzichtbare werkelijkheid. Zodoende kan ook het lichaam een sacrament genoemd worden.
·         De seksuele begeerte niet langer als zonde wordt aangemerkt.
·         De schuld door de erfzonde en de gevolgen hiervan op zo’n zachtst gezegd verdoezeld worden, het gevaar van de verleiding tot zonde wordt gebagatelliseerd.
  


Wilt u meer lezen?


·         Casti Connubii, over het Christelijk huwelijk,  Paus Pius XI, http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=526
·         De bono coniugali, Het goede van het Huwelijk, Aurelius Augustinus, http://www.newadvent.org/fathers/1309.htm
·         Arcanum, Paus Leo XIII, 1880, http://www.newadvent.org/library/docs_le13ar.htm
·         Summa Theologica, Thomas van Aquino, met name de delen over: Schepping, de mens, begeerlijkheid, en het Huwelijk, http://www.newadvent.org/summa/
·         Van de ergernis rond de Encycliek ‘Humanae Vitae’ tot ‘Exhortatio  Familiaris Consortio’ en het Handvest ‘Rechten van het Gezin’ van Johannes Paulus II, C. Goethals Pr., 1984
·         Theology of the Body, Michael J. Matt, The Remnant, http://www.remnantnewspaper.com/Archives/archive-2008-theology_of_the_body.htm
·         John Paul II and the ‘Theology of the Body’ – A Study in Modernism, Randy Engel,  http://www.newengelpublishing.com/products/Theology-of-the-Body.html
·         Katholieke Sexuele Normen, Ioánnes Courlísius, Domus Editória v.z.w., http://www.courlisius.org/katholieke-sexuele-normen




-[1] 1e audiëntie, De eenheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk, sept. 1979, nr. 1
[2] Van de ergernis rond de Encycliek ‘Humanae Vitae’ tot ‘Exhortatio  Familiaris Consortio’ en het Handvest ‘Rechten van het Gezin’ van Johannes Paulus II’, Nationale Stichting Jeugd, Huwelijk en Gezin, Brussel, 1984
[3] In: “Witness to Hope” (Getuige van hoop), pag. 336, 343, 853
[4] Deze invloed van JPII is ook merkbaar in de Catechismus van de Katholieke Kerk, waar de voortplanting wel een doel van het huwelijk genoemd wordt, maar niet het voornaamste en eerste doel (CKK 2363, 2366). Cursief toegevoegd.
[5] Vanaf juli 1984
[6] 1e audiëntie, De eenheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk, sept. 1979, nr. 1
[7] 6e audiëntie: “De analyse van de jahwistische tekst geeft ons bovendien de mogelijkheid om de oorspronkelijke eenzaamheid van de mens te verbinden met het zich bewust zijn van zijn lichaam waardoor de mens zich van al de "animalia" onderscheidt en zich van hen losmaakt, en waardoor hij een persoon is.” 24 oktober 1979, nr. 3.
7e audiëntie: “Het alternatief tussen dood en onsterfelijkheid dat volgt uit Genesis 2, 17 stijgt boven de essentiële betekenis van het lichaam van de mens uit in die zin dat het niet alleen slaat op de eschatologische betekenis van het lichaam maar van het mens-zijn als zodanig, in zijn onderscheiden-zijn van alle levende wezens, van de 'lichamen'. Maar dat alternatief betreft wel op een heel speciale manier het 'uit stof van de aarde' geschapen lichaam.”, oktober 1979, nr. 4.
[8] 15e audiëntie: “Die vrijheid ligt juist ten grondslag aan de echtelijke betekenis van het lichaam. Het menselijk lichaam met zijn sekse, zijn mannelijkheid en zijn vrouwelijkheid, is in het mysterie van de schepping gezien niet alleen een bron van vruchtbaarheid en voortplanting, zoals in heel de orde van de natuur, maar houdt van 'het begin' af het attribuut 'echtelijk' in, dat wil zeggen het vermogen om liefde uit te drukken, juist die liefde waarin de mens als persoon gave wordt en - door die gave - de eigenlijke betekenis van zijn 'zijn' en 'bestaan' verwezenlijkt.” En “De openbaring en de ontdekking van de echtelijke betekenis van het lichaam verklaren het oorspronkelijke geluk van de mens en openen tegelijkertijd het perspectief van zijn aardse geschiedenis, waarin hij zich nooit zal onttrekken aan dit onontbeerlijke 'thema' van zijn eigen bestaan.”, januari 1980, nr. 1 en 5.
[9] CASTI CONNUBII, Inleiding, Hoofdstuk 2, nr. 9, http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=526
[10] 9e audiëntie: Bij de gemeenschap van personen verkrijgt de mens het ‘beeld van God’, “In die eerste uitdrukkingswijze van de mens, 'vlees van mijn vlees', ligt ook een verwijzing opgesloten naar de reden waarom het lichaam echt menselijk is en dus naar dat wat de mens bepaalt als persoon, dat wil zeggen als wezen dat ook met heel zijn lichamelijkheid 'op God gelijkt'.”, 14 november 1979, nr. 4.
[12] Miniserie Theologie van het Lichaam op Radio Maria door Vincent Kemme
[13] Stefan van Aken en Lisette van Aken- de Graaf, ‘Menselijke liefde in het plan van God’, Pag. 25 en 26 en 10e audiëntie 21 november 1979, nr. 2
[14] De echtelijke betekenis van het lichaam (het één vlees worden) maakt immers deel uit van het oorspronkelijke scheppingsplan dat de mens gelukkig maakt: “De openbaring en de ontdekking van de echtelijke betekenis van het lichaam verklaren het oorspronkelijke geluk van de mens en openen tegelijkertijd het perspectief van zijn aardse geschiedenis, waarin hij zich nooit zal onttrekken aan dit onontbeerlijke 'thema' van zijn eigen bestaan.”, 15e audiëntie: januari 1980, nr. 1 en 5.
9e audiëntie: “De mens wordt niet zozeer beeld van God op het moment van de eenzaamheid maar eerder op het moment van de gemeenschap….. En dat is zo, omdat die eenheid die door het lichaam verwezenlijkt wordt, van het begin af niet slechts op het 'lichaam' wijst, maar ook op de 'geïncarneerde' gemeenschap van personen.”, november 1979, nr. 3 en 5
[16] 9e audiëntie: “Het scheppingsverhaal van de mens in hoofdstuk 1 bevestigt van het begin af en rechtstreeks dat de mens, als man en vrouw, geschapen is 'als beeld van God'. Het verhaal uit hoofdstuk 2 spreekt daarentegen niet van het 'beeld van God' maar het laat op zijn eigen manier zien dat de volledige en definitieve schepping van 'de mens' (die eerst de ervaring van de oorspronkelijke eenzaamheid opdeed) wordt uitgedrukt door het leven schenken aan die 'communio personarum' die gevormd wordt door man en vrouw. Op die manier stemt de jahwistische tekst overeen met de inhoud van het eerste verhaal.
Willen wij omgekeerd ook uit de jahwistische tekst het begrip 'beeld van God' aflezen, dan kunnen wij afleiden dat de mens niet alleen door zijn eigen mens-zijn beeld en gelijkenis van God is geworden, maar ook door de gemeenschap van personen die man en vrouw van het begin af vormen. Een beeld heeft als functie, het model te weerspiegelen, het prototype ervan weer te geven. De mens wordt niet zozeer beeld van God op het moment van de eenzaamheid maar eerder op het moment van de gemeenschap.” 14 november 1979, nr. 3.
[17] Ibid
[18] Simon Dankers, ‘In liefde verenigd’, Colomba 2009, pag. 71
[19] 89e audiëntie: “De opening van de passage die we nu bespreken (Efeziërs 5,21-33), ... De auteur spreekt over de wederzijdse onderwerping van de echtgenoten, van man en vrouw, en op deze wijze legt hij de woorden uit die hij later zal schrijven over de onderwerping van de vrouw aan de man. We lezer daar: "Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Heer" (5, 22). Door dit zo te zeggen, bedoeld de auteur niet dat de man de heer is van de vrouw en dat het interpersoonlijke verbond wat eigen is aan het huwelijk een verbond van overheersing van de man over de vrouw is.” 11 aug. 1982, nr. 3.
[20] 19e audiëntie: “De mens verschijnt in de zichtbare wereld als de hoogste uitdrukking van de goddelijke gave, omdat hij de innerlijke dimensie van de gave in zich heeft. En daarmee brengt hij in de wereld zijn bijzondere gelijkenis met God, en dank zij die gelijkenis overstijgt en beheerst hij eveneens zijn 'zichtbaarheid' in de wereld, zijn lichamelijkheid, zijn mannelijk- of vrouwelijkheid, zijn naaktheid. En wat eveneens een afspiegeling is van die gelijkenis, is het fundamentele besef van de echtelijke betekenis van het lichaam, een besef dat doordrenkt is van het mysterie van de oorspronkelijke onschuld.”, 20 februari 1980, nr. 3.
[21] 19e audiëntie, alinea 4
[22] 19e audiëntie in zijn geheel en 103 alinea 4.
[23] Summa Theologiae; vraag 42: Het Huwelijk als sacrament, artikel 4.
[24] 5e audiëntie: De betekenis van de oorspronkelijke eenzaamheid van de mens , oktober 1979
[25] 9e audiëntie: “Op die manier wordt de betekenis van de oorspronkelijke eenheid van de mens via de mannelijkheid en vrouwelijkheid uitgedrukt als overschrijding van de grenzen van de eenzaamheid en tegelijkertijd als een bevestiging - ten opzichte van beide menselijke wezens - van al wat in de eenzaamheid constituerend is voor 'de mens'.”
[26] 15e audiëntie: “Juist in die subjectieve dimensie als twee door hun man- en vrouw-zijn bepaalde menselijke 'ego'-s, verschijnen beiden, man en vrouw, in het mysterie van hun gelukkig makend 'begin' (We bevinden ons in de staat van de oorspronkelijke onschuld en gelijktijdig van het oorspronkelijk geluk van de mens).”, 16 januari 1980, nr. 5
[27] C. Goethals Pr., “Van de ergernis rond de Encycliek ‘Humanae Vitae’ tot ‘Exhortatio  Familiaris Consortio’ en het Handvest ‘Rechten van het Gezin’ van Johannes Paulus II”, 1984
[28] Miniserie Theologie van het Lichaam op Radio Maria door Vincent Kemme: “Leven in de Geest bevrijdt ons van de verslaving aan de hartstochten. Het bevrijd ons niet van onze seksuele verlangens, want daar hoeven we helemaal niet van bevrijd te worden: die horen bij het originele plan van God voor man een vrouw, opdat zij één vlees zouden zijn en icoon van de eenheid die er in de Drie-eenheid is.”
[29] 17e audiëntie: “Het tegendeel van die 'verwelkoming' of 'aanvaarding' van de andere mens als gave zou een doen wegvallen van de gave als zodanig zijn en dus een omvorming en zelfs een herleiding van de ander tot de rang van 'object voor mijzelf' (voorwerp van begeerte, van 'wederrechtelijke toe-eigening' enzovoorts)… ”, 6 februari 1980, nr. 3
[30] Simon Dankers, ‘In liefde verenigd’, Colomba 2009, pag. 38 en 17e audiëntie: “Belangrijk is evenwel reeds hier in de context van Genesis 2, 23-25 vast te stellen dat een dergelijke manier om de andere mens zijn gave af te dwingen (man van de vrouwen omgekeerd) en die mens innerlijk louter tot 'voorwerp voor mij' te herleiden, juist het begin van de schaamte zou moeten aangeven. Dit komt namelijk neer op een bedreiging die tot de gave gericht wordt in haar op de persoon betrokken intimiteit en getuigt van het innerlijk verloren gaan van de onschuld in de wederkerige ervaring.”, 6 februari 1980, nr. 3
[31] Miniserie Theologie van het Lichaam op Radio Maria door Vincent Kemme
[32] Sessio V - Decretum super peccato originali, 1546
[33] CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK, 1997
[34] CCK alinea 2360 “De seksualiteit is gericht op de huwelijksliefde tussen man en vrouw. In het huwelijk groeit de lichamelijke intimiteit van de echtgenoten uit tot een teken en onderpand van de geestelijke gemeenschap. Tussen gedoopten wordt de huwelijksband geheiligd door het Sacrament.”
[35] Natural Family Planning (NFP) ontwikkeld door de Deutsche Arbeitsgruppe (NFP-DAG, Sensiplan®) is een wetenschappelijk onderbouwde en zeer betrouwbare methode om de vruchtbare en onvruchtbare dagen in de cyclus van een vrouw vast te stellen. Door middel van het waarnemen van de signalen die het lichaam van de vrouw afgeeft gedurende de cyclus, kan worden bepaald wanneer een paar vruchtbaar is.
[36] http://www.nfp-europe.org/nederland/navigatie/Bijlagen/NFP-even-betrouwbaar-als-de-pil.pdf. De betrouwbaarheid van anticonceptiemethoden wordt uitgedrukt in de Pearl Index, het aantal zwangerschappen per jaar per 100 vrouwen. De Sensiplan® methode (oude naam: NFP-DAG) die wij onderwijzen, is ontwikkeld in Duitsland en getest gedurende vele cycli van honderden vrouwen. Deze methode geeft gemiddeld iets minder dan 2 zwangerschappen per 100 vrouwen per jaar.
[38] De bono viduitatis, c. 4, nr. 5. Zie ook: Petrus Lombardus (1160) “Libri sententiarum”, lib. IV, dist. 27, nr 2.4; St. Thomas van Aquino, “Summa Theologiae”; aanhangsel, vraag 49, artikel 5, reactie op 2e bezwaar; paus Innocent XI “Errores doctrinae moralis laxioris”, 2109
[39] O.a. 16e audiëntie, nr. 1
[40] 31e audiëntie: “We mogen zelfs zo ver gaan te zeggen dat dank zij de schaamte de man en de vrouw in de toestand van oorspronkelijke onschuld blijven. Zij zijn inderdaad voortdurend bewust van de echtelijke betekenis van het lichaam en streven er om zo te zeggen naar deze tegen de begeerlijkheid te beschermen, zoals zij ook zoeken de waarde te bevestigen van de gemeenschap of vereniging van personen in de eenheid van het  lichaam.”, 25 juni 1980, nr. 1
[41] 26e audiëntie, nr. 4 en 30e audiëntie nr. 4.
[42] 21e audiëntie, nr. 7
[43] De bepalingen van het Concilie van Trente over de kerkelijke kunst en de handleidingen van Molanus (Historia Imaginum, 1570) en Paleotti  worden door Mâle samengevat en later door Van Laarhoven overgenomen. Bovenstaande is een citaat hieruit.
[44] Bijvoorbeeld:  “Miniserie Theologie van het Lichaam” op Radio Maria door Vincent Kemme  http://theologievanhetlichaam.wordpress.com/2010/06/18/miniserie-theologie-van-het-lichaam-op-radio-maria-deel-1-introductie-en-de-beginsituatie-van-de-mens/”.
[45]  “De Theologie van het Lichaam: een onderricht in menszijn”, http://www.hoeksteen.org/index.php?id=44, de website van de afdeling Huwelijk en Gezin van het bisdom Haarlem-Amsterdam.
[46] What is the Theology of the Body & Why is it Changing so Many Lives? http://christopherwest.com/page.asp?ContentID=71
[47] Citaat van: http://theologyofthebody.net
[48] Karel Wojtila,’Liefde en Verantwoordelijkheid’, München 1979, hoofdstuk 5

Geen opmerkingen: