zondag 28 december 2014

Seksuele revolutie in de Kerk binnengedrongen

Het begrip zonde geschrapt – Onderscheid van goed en kwaad afgeschaft

Door Roberto Mattei

Het begrip zonde geschrapt; het onderscheid tussen goed en kwaad afgeschaft; het natuurrecht opgeruimd; iedere positieve verwijzing naar waarden zoals maagdelijkheid en kuisheid zijn verleden tijd geworden. Met het tussenrapport dat op 13 oktober door kardinaal Peter Erdö bij de Synode over het gezin werd uitgebracht, dringt de seksuele revolutie officieel de Kerk binnen met alle destructieve gevolgen van dien voor de zielen en de maatschappij.

De Relatio post disceptationem die door kardinaal Erdö is geredigeerd is het rapport waarin de eerste week van de Synode wordt samengevat en dat aangeeft in welke richting de slotconclusies zullen gaan. Het eerste deel van het document probeert in het meest verschrikkelijke jargon van de jaren zestig van de vorige eeuw de “antropologisch-culturele verandering” van de maatschappij als een “uitdaging” voor de Kerk voor te stellen. Vanuit een overzicht, dat gaat van polygamie in Afrika en “huwelijk in etappes” tot de “praktijk van het samenwonen” van de Westerse maatschappij, constateert het rapport het bestaan van “een diffuus verlangen naar gezin”. We zoeken tevergeefs naar enige morele beoordeling. Tegenover de dreiging van individualisme en het individualistisch egoïsme zet de tekst het positieve aspect van de “relatie” dat op zich als iets goeds gezien wordt vooral als die relatie de neiging heeft in een stabiele verhouding te veranderen (nr. 9-10). De Kerk geeft geen waardeoordelen meer maar beperkt zich tot “het spreken van woorden van hoop en zingeving” (nr. 11). Hier verschijnt een nieuw en verbazingwekkend moreel principe, de “wet van de geleidelijkheid” die het mogelijk maakt positieve elementen te zien in alle situaties die tot nog toe door de Kerk als zondig werden beschouwd. Het kwaad en de zonde bestaan helemaal niet. Er bestaan alleen nog “onvolmaakte vormen van het goede” (nr 18) volgens een doctrine van “gradatie van gemeenschap” die aan het Tweede Vaticaanse Concilie wordt toegeschreven. “Daarom is een geestelijke onderscheiding met betrekking tot samenwonen, tot burgerlijke huwelijken en tot hertrouwd gescheidenen nodig. Het is de opdracht van de Kerk die verstrooide zaden van het Woord te erkennen over de zichtbare en sacramentele grenzen heen”(nr. 29)


Hertrouwd gescheidenen als voorwendsel om 2000 jaar moraal en geloof om zeep te helpen

Het probleem van de hertrouwd gescheidenen is het voorwendsel om een principe door te voeren dat tweeduizend jaar katholieke moraal en katholiek geloof om zeep helpt. Met een verwijzing naar Gaudium et Spes “richt zich de Kerk met respect tot hen die op een onvolkomen wijze aan haar leven deelnemen, en waardeert daarbij meer de positieve waarden die zij in zich dragen dan de zwakten en de onvolkomenheden” (nr. 20). Dat betekent dat iedere vorm van morele veroordeling wegvalt. Immers iedere zonde is eigenlijke een onvolkomen vorm van het goede en daarmee een onvolkomen manier om aan de het leven van de Kerk deel te nemen. “Op deze manier wordt een nieuwe dimensie van de huidige gezinspastoraal gevormd door het verstaan van de werkelijkheid van burgerlijke huwelijken en, met de noodzakelijke verschillen, ook van het samenwonen” (nr. 22). En dat vooral “als de relatie door een publieke band een aanzienlijke stabiliteit bereikt en gekenmerkt wordt door een diepe genegenheid en verantwoordelijkheid tegenover de kinderen en door het vermogen moeilijkheden te doorstaan” (nr. 22). Daarmee wordt de leer van de Kerk te niet gedaan die stelt dat het bevestigen van de zonde door een burgerlijke huwelijkssluiting een grotere zonde is dan een toevallige en vluchtige seksuele gemeenschap, omdat het daarbij namelijk gemakkelijker is weer op het juiste pad te komen.

“Moedige pastorale beslissingen” betekenen niet de moed om aan het kwaad weerstand te bieden.

“Een nieuwe gevoeligheid in de hedendaagse zielzorg bestaat erin aandacht te schenken aan de positieve werkelijkheid van burgerlijke huwelijken en, met het nodige onderscheid, ook van het samenwonen”(nr. 36). In de nieuwe pastoraal moet men dus zwijgen over het kwaad, moet men afzien van de bekering van de zondaar en de status quo als onomkeerbaar aanvaarden. Dat is het wat het rapport “moedige pastorale beslissingen” (nr. 40) noemt. Naar het schijnt bestaat de moed niet in het weerstand te bieden aan het kwaad maar in het eraan toegeven. De plaatsen waar het gaat over de acceptatie van homoseksuelen lijken het meest schandalig maar ze zijn slechts een logisch gevolg van de principes die we tot nu toe zagen. Ook de man in de straat begrijpt dat: als het de hertrouwd gescheidenen toegestaan is de sacramenten te ontvangen, dan is alles toegestaan, het homoseksuele pseudohuwelijk incluis.

Homoseksuelen hebben “de christelijke gemeenschap gaven en talenten te bieden”?

Nog nooit, werkelijk nog nooit, stelt Marco Politi in Il Fatto van 14 oktober, kon men in een officieel van kerkelijke zijde samengesteld document een dergelijke zin lezen: “Homoseksuelen hebben de christelijke gemeenschap gaven en talenten te bieden.” Gevolgd door een vraag aan alle bisschoppen van de hele wereld: “zijn wij in staat deze mensen te aanvaarden waarbij wij hen een ruimte van broederlijkheid in onze gemeenschappen verzekeren?” (nr. 50) Ofschoon de verbindingen tussen personen van hetzelfde geslacht niet met het huwelijk tussen man en vrouw gelijk gesteld worden, biedt de Kerk aan “realistische wegen van affectieve groei en van menselijke en evangelische rijpheid met inbegrip van de seksuele component uit te werken” (nr. 51) “Zonder de morele problemen die met homoseksuele verbindingen samenhangen, te ontkennen, neemt men ter kennis dat er gevallen bestaan waarin wederzijdse offerbereide steun een kostbare hulp voor het leven van de partners is”(nr. 52). Geen principieel bezwaar wordt aangetekend tegen de adoptie van kinderen door homoseksuele paren. Men beperkt er zich toe te zeggen, dat “de Kerk bijzondere aandacht heeft voor de kinderen, die met paren van gelijk geslacht leven, waarbij zij stelt dat de behoeften en de rechten van de kinderen altijd op de eerste plaats moeten komen” (nr. 52). Op de persconferentie waarbij het rapport gepresenteerd werd, ging mgr. Bruno Forte zo ver dat hij de wens uitte tot een “codificering van de rechten die aan mensen in homoseksuele verbindingen gegarandeerd moeten worden”.

Leuzen in de plaats van woorden van de apostel Paulus

De vernietigende woorden van de heilige Paulus, die stelt dat “hoerenlopers, afgodendienaars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, noch dronkaards, lasteraars, oplichters het Rijk Gods niet zullen erven”(1 Kor. 6, 9-10), hebben voor de jongleurs van de nieuwe panseksuele moraal hun betekenis verloren. Volgens hen moet men juist de positieve werkelijkheid ontdekken van wat altijd de zonde was die tot de hemel om wraak roept (Catechismus van de H. Pius X). De “verbodsmoraal” moet door de moraal van de dialoog en van de barmhartigheid vervangen worden en de slogan van de jaren zestig “het is verboden te verbieden” wordt in de volgende pastorale formule geactualiseerd: “er mag niets veroordeeld worden". Er sneuvelen niet alleen twee geboden, het zesde en het negende, die onzuivere gedachten en daden buiten het huwelijk verbieden maar ook verdwijnt het idee van een objectieve natuurlijke en goddelijke orde die in de tien geboden is samengevat. Er bestaan geen handelingen meer, die in zichzelf ongeoorloofd zijn, geen waarheden en morele waarden waarvoor men bereid moet zijn ook zijn eigen leven te geven (nr. 51 en nr. 94) zoals de encycliek Veritatis Splendor definieert. In de beklaagdenbank zitten niet alleen Veritatis Splendor en laatste uitspraken van de Congregatie voor de Geloofsleer rond de seksuele moraal maar ook het Concilie van Trente dat de aard van de zeven sacramenten dogmatisch heeft gedefinieerd, beginnend met de eucharistie en het huwelijk.

De “enquête” voor de bisschoppen en de sociologische manipulatie

Alles begint in oktober 2013 als paus Franciscus, nadat hij de beide synodes over het gezin – de gewone en de buitengewone – aangekondigd had, een “enquête” aan de bisschoppen over heel de wereld liet sturen. De bedrieglijke inzet van opiniepeilingen en enquêtes is bekend. De publieke opinie denkt dat iets wel juist moet zijn als een meerderheid van de mensen het op een bepaalde manier ziet. En de peilingen schrijven aan de meerderheid meningen toe die al door de manipulerende meningsvormers zijn voorgekookt. De enquête die paus Franciscus wilde, behandelde de belangrijkste thema’s, van voorbehoedsmiddelen tot communie voor hertrouwd gescheidenen, van het samenwonen tot huwelijk tussen homoseksuelen, meer om de meningen te beïnvloeden dan om die te peilen.

Het eerste antwoord dat gepubliceerd werd, was op 3 februari niet toevallig het antwoord van de Duitse Bisschoppenconferentie. Het had de duidelijke bedoeling de voorbereiding van de Synode te beïnvloeden en vooral om kardinaal Kasper de sociologische basis te verschaffen, die hij voor zijn referaat op het kardinalenconsistorie nodig had en waartoe de paus hem de opdracht gegeven had. Uit het antwoord van de Duitse bisschoppen kwam duidelijk de uitdrukkelijke afwijzing door de Duitse katholieken naar voren van de “kerkelijke uitspraken over voorhuwelijks geslachtsverkeer, over homoseksualiteit, over hertrouwd gescheidenen en over geboorteregeling” (DBK-Antwort blz. 2). En verder: “De antwoorden van de bisdommen maken duidelijk hoe groot het verschil is tussen de gelovigen en de officiële leer vooral met betrekking tot voorechtelijk geslachtsverkeer, hertrouwd gescheidenen, de geboorteregeling en homoseksualiteit” (DBK-Antwordt blz. 19). Dit “verschil” werd niet gepresenteerd als een zich verwijderen van de katholieken van het leergezag van de Kerk maar als het onvermogen van de Kerk de tekenen van de tijd te verstaan en daarbij aan te sluiten. Kardinaal Kasper noemde in zijn referaat in het consistorie op 20 februari dit verschil een “afgrond” die de Kerk zou moeten opvullen door zich aan de praktijk van de zedeloosheid aan te passen.

Paus wil een “transparante” discussie achter gesloten deuren

Volgens een van de aanhangers van Kasper, de Genuese priester Giovanni Cereti, bekend vanwege zijn tendentieuze studie over de echtscheiding in oude Kerk, werd de enquête door paus Franciscus in gang gezet om te verhinderen dat het debat “achter gesloten deuren” zou plaats vinden (Il Regno-Attualità 6/2014, blz. 158). Als het waar zou zijn dat de paus een transparante discussie wilde, dan is het niet begrijpen waarom het buitengewone consistorie en nu de Synode in oktober achter gesloten deuren plaats vinden. De enige tekst waarvan men dankzij het dagblad Il Foglio kennis kreeg was de toespraak van kardinaal Kasper. Over de synodestukken zelf ligt een deken van stilzwijgen.

Wie de controle heeft over het proces, heeft de controle over de opinies

In zijn Conciliedagboek noteerde pater Chenu op 10 november 1962 de volgende zin van Don Guiseppe Dossetti, een van de voornaamste strategen van het progressieve front op het Concilie: “De meest effectieve veldslag verloopt via het proces. Langs deze weg heb ik steeds gewonnen.” In vergaderingen ligt het beslissingsproces niet in de hand van de meerderheid maar in de hand van de minderheid, die de gang van zaken controleert. Democratie bestaat in de politieke maatschappij niet en al helemaal niet in de godsdienstige. De democratie in de Kerk is, zoals de filosoof Marcel de Corte opmerkt, een kerkelijk caesarisme, het ergste van alle regimes. Bij het verloop van de huidige synode werd het bestaan van dit kerkelijk caesarisme bewezen door het beklemmende klimaat van de censuur dat tot nu toe op de Synode drukt.

Zelfs seculiere media verrast door de explosieve kracht van het rapport

De meest opmerkzame vaticanisten zoals Sandro Magister en Marco Tosatti hebben erop gewezen dat in tegenstelling tot Synoden tot nu toe, de interventies van de synodevaders onder een publicatieverbod vallen. Magister herinnert aan het onderscheid dat Benedictus XVI maakte tussen het “werkelijke” Tweede Vaticaanse Concilie en het “virtuele” dat er als een stolp overheen stond en hij sprak van een “verdubbeling van een werkelijke en een virtuele Synode waarbij de laatste door de media is geconstrueerd door een systematische accentuering van dingen die voor de tijdgeest belangrijk zijn”.  Nu zijn het echter de teksten van de Synode zelf, die zich met een vernietigende kracht baan breken, en wel zonder vertekening door de media, die zich zelf veeleer totaal verrast toonden door de explosieve kracht van het rapport van kardinaal Erdö.

Natuurlijk komt dit document  niet van het leergezag. Men mag ook betwijfelen of het werkelijk het denken van de synodevaders weerspiegelt. De Relatio anticipeert echter op de Relatio Synodi, het slotdocument van bisschoppenvergadering.

Weerstand is nu een groter gewetensdrama: indertijd ging het erom Hendrik VIII te weerstaan, nu de paus

Het echte probleem dat zich nu voordoet, is dat van het verzet dat door het boek “In de waarheid van Christus blijven” van de kardinalen Brandmüller, Burke, Cafarra, De Paolis en Müller (Echter Verlag 2014) aangekondigd werd. Kardinaal Burke bevestigde in zijn interview met Alexander Nocchi ( Il Foglio, 14 oktober 2014), dat eventuele veranderingen in geloofsleer of geloofspraktijk van de Kerk door de paus onaanvaardbaar zouden zijn, “omdat de paus de plaatsbekleder van Christus op aarde is en daarom de eerste dienaar van de geloofswaarheid. De leer van Christus kennend zie ik niet hoe men van deze leer  zou kunnen afwijken door een doctrinele verklaring of een pastorale praktijk die geen recht doen aan de waarheid.”

De bisschoppen en kardinalen, meer nog dan de eenvoudige gelovigen, staan voor een verschrikkelijk gewetensdrama dat veel ernstiger is als dat waarin zich in de 16de eeuw der Engelse martelaren bevonden. Toentertijd ging het erom ongehoorzaam te zijn aan het hoogste wereldlijke gezag, koning Hendrik VIII, die wegens een echtscheiding de Kerk van Engeland in een schisma met de Kerk van Rome bracht. Nu moet men zich echter verzetten tegen het hoogste kerkelijke gezag als dit van de altijd geldende leer van de Kerk zou afwijken. Wie nu tot verzet geroepen zijn, zijn niet ongehoorzame katholieken of zij die zich tegen de leer verzetten, maar juist degenen die het instituut van het pausschap het meest eerbiedigen. Indertijd werden degenen die verzet pleegden, aan de wereldlijke overheid overgedragen die hen dan liet onthoofden of vierendelen. De huidige seculiere macht gebruikt de morele lynchjustitie door de psychologische druk die door de massamedia op de publieke opinie wordt uitgeoefend. Het resultaat is dikwijls het geestelijke en lichamelijk instorten van het slachtoffer, een identiteitscrisis, het verlies van roeping en geloof, tenzij men in staat is, met de hulp van Gods genade, de heldhaftige deugd van de standvastigheid te beoefenen. Verzet betekent uiteindelijk het volledig bevestigen van de overeenstemming van het eigen leven met de onveranderlijke waarheid van Jezus Christus waarbij men de stellingen verwerpt die de eeuwigheid van het Ware verloren willen laten gaan in de vluchtigheid van de ervaring.

1 opmerking:

john logan zei

Dit rapport was echt vreselijk. De bisschoppen lijken tegenwoordig meer bezig met de zondige meerderheid dan met de zelfsame heiligen. De wereld vetrapt de puren van hart en de kerk doet er aan mee.