maandag 2 juli 2012

8. Vrijwilligheid

(Deel 8 van 12, volledige artikel staat hier....).
Bovenstaande definitie van begeerlijkheid is een heel andere dan totnogtoe in de kerk gebruikelijk was, het spreekt alleen van begeerlijkheid wanneer de ander als object voor eigen bevrediging gezien wordt, waarbij het eerder de onvrijwilligheid  is die als zonde gezien wordt[1]. Daarmee geheel in lijn met de moderne tijd waarin ook veel over verkrachting binnen het huwelijk gesproken wordt, alles mag, zolang beide er maar vrijwillig mee instemmen. In de Tvl staat de vrijheid van de gave voorop[2], en “Wie liefde zegt, zegt vrijheid. Liefde laat zich immers niet dwingen.[3]” Het vrijwillig je aan elkaar geven in een gevende liefde, het klinkt allemaal mooi en romantisch. Toch spreekt de H. Schrift ook op een andere wijze over de geslachtsgemeenschap. Het is namelijk een plicht, de man heeft geen vrije beschikking over zijn lichaam, maar zijn vrouw heeft die vrije beschikking. En andersom geldt hetzelfde voor de vrouw. In de gedachte van de TvL is het strijdig met het beginsel van het huwelijk dat er sprake is van plicht en van moeten. Maar Er is ook een min of meer negatief motief voor het hebben van geslachtsgemeenschap, namelijk als middel tegen de boze begeerlijkheid. Dat klinkt misschien wat minder verheven en mooi, maar is wel een menselijke realiteit.  De echtlieden kunnen natuurlijk ook besluiten om de verleiding op een andere manier te weerstaan, door gebed, sacramenten, waakzaamheid en versterving, deze manier is in de ogen van God volmaakter en verdienstelijker, maar de eerstgenoemde manier is zonder meer toegelaten.
Het ontkennen van deze wederzijdse verplichting heeft al vele huwelijken geruïneerd en mannen zowel als vrouwen tot allerlei erge zonden gedreven. Niet voor niets zegt de H. Paulus immers dat man en vrouw hun echtelijke plicht moeten vervullen ter vermijding van ontucht (1 Kor. 7, 2 en 3). Daarom zou het zeer zegenrijk zijn voor onze huwelijken wanneer we ook op dit punt weer leven in overeenstemming met wat de H. Schrift ons leert. Om het juiste evenwicht te bewaren is het tegelijkertijd nodig dat de echtgenoten versterving en zelfbeheersing oefenen en vergeving vragen wanneer ze uit louter bevrediging van lust gemeenschap gehad hebben. En zo kunnen de echtgenoten ook besluiten om voor een bepaalde periode af te zien van gemeenschap, om zich aan gebed te wijden, maar hiervoor is beider toestemming vereist.

Trente en begeerte

Net als bij het gebruik van het woord sacrament wordt het woord ‘begeerte’ dus heel anders ingevuld. Dat begeerlijkheid zonde is dat is wel duidelijk uit de H. Schrift (Rom. 6, 12; 7, 7, 14-20). Wat begeerte is wordt duidelijker wanneer we luisteren naar wat het concilie van Trente gezegd heeft: “Dat echter in de gedoopten de begeerte en de brandstof blijft, erkent en voelt dit heilig Concilie, omdat dit teruggebleven is voor de strijd, kan het diegene die door de genade van Christus geholpen haar manhaftig bestrijden, niet schaden. Veel meer geldt: ‘Wie juist gestreden heeft, krijgt de krans (van de overwinning)’ (2 Tim. 2, 5). Deze begeerte, zo verklaart het heilig Concilie, die de apostel eertijds zonde noemt, heeft de katholieke Kerk nooit zo begrepen, dat wat zonde wordt genoemd, ook werkelijk en op eigenlijke wijze zonde zou zijn in de herborenen, maar dat zij (deze begeerte) uit zonde is en tot zonde neigt. Wie het tegenovergestelde beweerd, hij zij verdoemd.“[4] Begeerte is dus de zondige neiging tot bevrediging en prikkeling van de seksuele lusten. Paus Johannes Paulus II zegt weliswaar dat de begeerlijkheid zondig is, maar hij geeft een heel ander invulling aan wat begeerlijkheid is.


[1] 17e audiëntie: “Het tegendeel van die 'verwelkoming' of 'aanvaarding' van de andere mens als gave zou een doen wegvallen van de gave als zodanig zijn en dus een omvorming en zelfs een herleiding van de ander tot de rang van 'object voor mijzelf' (voorwerp van begeerte, van 'wederrechtelijke toe-eigening' enzovoorts)… ”, 6 februari 1980, nr. 3
[2] Simon Dankers, ‘In liefde verenigd’, Colomba 2009, pag. 38 en 17e audiëntie: “Belangrijk is evenwel reeds hier in de context van Genesis 2, 23-25 vast te stellen dat een dergelijke manier om de andere mens zijn gave af te dwingen (man van de vrouwen omgekeerd) en die mens innerlijk louter tot 'voorwerp voor mij' te herleiden, juist het begin van de schaamte zou moeten aangeven. Dit komt namelijk neer op een bedreiging die tot de gave gericht wordt in haar op de persoon betrokken intimiteit en getuigt van het innerlijk verloren gaan van de onschuld in de wederkerige ervaring.”, 6 februari 1980, nr. 3
[3] Miniserie Theologie van het Lichaam op Radio Maria door Vincent Kemme
[4] Sessio V - Decretum super peccato originali, 1546

2 opmerkingen:

john logan zei

Dit was een zeer goed geschreven artikel. Ik vraag me af, bedoeld u dat binnen echtelijke verkrachting niet fout is? Of dat het een misbruikte term is. Moet een man of vrouw het accepteren als de partner nee zegt? Ben erg nieuwschierig naar wat de kerk vaders hierover hebben gezegd.

Hugo Bos zei

Op dit punt heb ik met name Sint Thomas van Aquino gelezen, zie: http://www.newadvent.org/summa/5064.htm
Ik denk dat man en vrouw verplicht zijn zich aan de ander te geven wanneer dat gevraagd wordt. Maar het is interessant dat Jezus zegt dat de man zijn aan zijn vrouw moet geven, en andersom, maar NIET dat de man of de vrouw dit van de ander kan en mag opeisen. Dat lijkt me vanuit de liefde gezien niet goed, maar of dat laatste moreel ook echt te veroordelen is weet ik niet zeker.