vrijdag 10 juli 2015

Heb de zondaar lief, haat de zonde...

Recentelijk las ik een artikel op New Oxford Review, het gaf woorden aan iets dat ik zelf al lang dacht, maar niet kon onderbouwen. Ik heb namelijk al heel lang een antipathie tegen de uitdrukking ‘Haat de zonde, maar heb de zondaar lief’. De antipathie was er al lang, maar ik vond het lastig om er woorden aan te geven.

Het is belangrijk om eerst vast te stellen dat deze uitdrukking niet in de Bijbel staat, maar dat het een uitdrukking is die waarschijnlijk teruggaat op wat de H. Augustinus heeft gezegd in zijn brief aan nonnen in een bepaald klooster. In deze brief zegt Augustinus dat de zondares die gezondigd heeft vermaand moet worden, en als ze berouw heeft en zich bekeerd moet ze liefdevol terug opgenomen worden. Maar als ze vasthoud aan de zonde moet ze bestraft en weggestuurd worden, maar ook die bestraffing is uit liefde tot de zondaar, opdat de zondaar zich bekeerd. En uit liefde voor de gemeenschap die door een dergelijke zondaar kwaad wordt aangedaan, of door een slecht voorbeeld zelf in zonde kan vallen.

Wat staat er in de Bijbel over dit onderwerp (uit de Petrus Canisius vertaling):

·         "Want de goddeloze is bij God gehaat met zijn goddeloos werk" (Wijsheid 14, 9).


·         "Geen goddeloze mag Voor uw ogen verschijnen! Gij haat al wie ongerechtigheid pleegt, en leugenaars richt Gij te gronde; De man van bloed en bedrog Is een afschuw voor Jahweh. " (Ps. 5, 6-7).

·         "De goede mens brengt het goede voort uit de goede schat van zijn hart; maar de slechte mens brengt uit de slechte schat het slechte voort. Want de mond spreekt, waar het hart vol van is." (Lk. 6, 45).

·         "Zes dingen zijn er die Jahweh haat, Van zeven heeft hij een afschuw: Van brutale ogen; van een valse tong; Van handen, die onschuldig bloed vergieten; Van een hart, dat boze plannen beraamt; Van voeten, die ten kwade spoeden; Van een valsen getuige, die leugens verspreidt; Van iemand, die broedertwist stookt." (Spr. 6, 16-19).

Hier staat dus heel duidelijk dat God niet alleen de zonde haat, maar ook de zondaar. Het is belangrijk om in de gaten te houden dat deze haat van God de keerzijde is van zijn liefde, zijn door de zonde gekwetste liefde. Het is dus zeker niet in tegenspraak met de liefde van God.  God die van ons houdt toen wij nog zondaars waren (Rom. 5, 8).

Vanwaar mijn antipathie voor deze uitdrukking? Het heeft te maken met de neiging die er tegenwoordig bestaat om de zondaar als het slachtoffer van zijn zonde te zien, in plaat van de auteur van zijn zonde. De zonde en de zondaar worden van elkaar losgemaakt. Wanneer je een willekeurig iemand vraagt of hij wel eens gelogen heeft dan is het antwoord natuurlijk ‘ja’ (en als het antwoord ‘nee’ is wordt daarmee bewezen dat hij liegt), maar wanneer je daarna vraagt: ‘wat ben je wanneer je een leugen vertelt?”, dan vinden veel mensen het moeilijk om het juiste antwoord te geven, namelijk dat je dan een leugenaar bent. Alsof het liegen geen consequentie heeft voor de persoon, die daarmee een leugenaar wordt. Bij een ‘kleine’ zonde lukt het veel mensen nog wel om vast te houden aan het motto ‘haat de zonde, maar heb de zondaar lief’, maar zodra de zonde groot is, zoals pedofilie, dan zie je dat niemand dat onderscheid maakt, en wordt niet alleen de pedofilie gehaat, maar ook de pedofiel zelf.


Het punt is dat we niet in abstracto kunnen zondigen, maar de zondaar haalt zich door zijn zonde de woede en afwijzing van God op zijn hals, zonden waar hij voor koos door zijn vrije wil. Deze zonde komt voort uit haat en opstand tegen God. Het gevolg is de rechtvaardige straf van God, want God straft uiteindelijk niet bepaalde zonden, maar Hij bestraft de niet berouwvolle zondaar.

Waarom is dit motto van ‘liefde voor de zondaar en haten van de zonde’ zo populair? Ik denk dat het komt omdat je op die manier als tolerant wordt gezien wanneer je een bepaald zonde veroordeelt, je blijft politiek correct en wordt geaccepteerd. En het verdoezelt de ernst van de zonde, waarmee je ook ruimte houdt voor de zonde in je eigen leven, zodat je niet gedwongen wordt om alle zonde uit je eigen leven weg te doen. Het is een manier om de zondaar als slachtoffer te zien van de omstandigheden waardoor hij niet of minder toerekeningsvatbaar is. Een psychologisering waarmee de zonde en de zondaar uit elkaar getrokken worden.

Wanneer je die twee bij elkaar laat staan, de zonde en de zondaar dan blijft er maar een weg open, die van berouwvol zoeken van vergiffenis bij God en de medemens. Een krachtig pleidooi voor de Biecht als weg van verzoening met God en de naaste.

10 opmerkingen:

Liefde en Trouw aan de Kerk zei

We moeten natuurlijk ook kijken naar wat Jesus zelf gedaan heeft, want dat is nu onze maatstaf.

Om het uit te leggen: volgens de Mozaïsche Wet moest bij een overtreding direct gestraft worden, maar bij de Nieuwe Heilsorde (bij de komst van Christus op Aarde) is dat zeker niet zo. Er geldt nu een tijd van Barmhartigheid om mensen de gelegenheid te geven zich te bekeren. Jesus veroordeelt bijvoorbeeld niet de overspelige vrouw (ook Ik veroordeel u niet), en haat haar ook niet. Christus die zonder zonde is werpt ook niet als eerste de eerste steen op haar. Hij zegt ook niet: Ik haat u, maar Hij zendt haar heen met de woorden: "Ook Ik veroordeel u niet, gaat heen en zondig voortaan niet meer". Jesus wijst de zonde resoluut en compromisloos af, maar niet de zondaar. Dit kun je nooit uit haat voor de zondaar doen, maar uit liefde voor de zondaar, om de bekering van die zondaar mogelijk te maken. Is er dan een gradatie tussen de ene zondaar en de andere? Ja, die bestaat: de ene zal door de liefde van God zich bekeren en zijn boze werken niet meer doen, de andere luistert niet naar Gods genade en wordt veroordeeld. Het beste is dat te zien tijdens de Kruisiging, waarbij de ene moordenaar vergiffenis van zijn zonde krijgt (Heden zult gij met Mij zijn in het Paradijs), de andere krijgt de vergiffenis niet. Zelfs het allerlaatste moment wordt door God gebruikt om de zondaar te redden. Dat doet Hij niet uit haat, maar uit liefde voor hem.

Hugo Bos zei

Christus is niet gekomen om te oordelen, maar om te redden, dat klopt natuurlijk. Straks bij zijn tweede komst komt Hij om te oordelen. Maar dat doet er niet aan af dat hij de zondaar wel degelijk oordeelt, zo noemt hij de Farizeeërs adderengebroed en die de duivel tot vader hebben (Joh. 8). Tegen Kafarnaum zegt Hij: "Tot in de hel zult ge zinken". Jezus oordeelt deze vrouw niet omdat ze een volmaakt berouw heeft dat Christus in haar heeft uitgestort. Hij is degene die zonder zonde is en de eerste staan mag gooien, maar Hij doet het niet omdat Hij haar geloof en berouw ziet. Bij God is barmhartigheid, maar die is niet oneindig, in die zin dat Hij op een gegeven moment iemand bij zich kan roepen, dan is de tijd van genade voorbij, en is het te laat voor bekering. Die moordenaar aan het kruis was net op tijd.

Tyler zei

Het is aan God om de zonde en de zondaar te haten, en niet aan ons! Wij weten nl. Niet wat er echt in iemand speelt, dat deze tot zonde gaat. Jij geeft aan dat dit gebeurt in volledige wil om zich tegen God te verweren. Maar dat hoeft helemaal niet. Het is aan God om te oordelen. Daarom geldt voor ons als mensen (want wij zijn niet God) om te zeggen: haat de zonde maar heb de zondaar lief. En daar blinf ik bij. Al het andere zoals hier ook beschreven met bijbelteksten is alleen aan God gegeven. Want niemand is een haar beter dan een andere zondaar, want iedereen is er een! Vergeet dat niet

Hugo Bos zei

Waar het mij om ging is dat je de daad (een bepaalde zonde) niet los kunt maken van de dader (de zondaar). Wanneer iemand mijn geliefde vermoord haat ik niet alleen die daad, maar ook de dader. Dit doet er ook niet aan af dat ik iemand oprecht lief kan hebben en kan vergeven wat hij gedaan heeft.
Verder klopt het natuurlijk dat het uiteindelijk God is die oordeelt, Hij kent de motieven en Hij weet of iemand oprecht berouw heeft gehad. Dat weten wij niet.

Bert Brouwer zei

Volgens Jezus moeten wij een voorbeeld nemen aan de onverdeeld goede God die de zon boven vriend en vijand laat opgaan, dus wie ben ik dan nog om iemand te haten? Dat laat ik dan wel aan de heidenen en tollenaars over die zich niet laten leiden door de wil van God, maar door menselijke overwegingen.

Hugo Bos zei

We moeten onze vijanden liefhebben, maar het zijn wel onze vijanden.

Bert Brouwer zei

Zo is het, en hoewel Jezus daarbij ook gezegd heeft dat wij geen weerstand moeten bieden aan het kwaad maar de andere wang moeten toekeren, moeten wij natuurlijk wel weerstand bieden aan onze innerlijke vijand, de zonde, die als belager van ons hart op de loer ligt om ons te overmeesteren (vgl. Gen. 4,7).

Hugo Bos zei

Met vijanden bedoelde ik ook de uiterlijke vijanden, de vijanden van de Kerk, van ons volk, onze familie enzovoorts.

Anoniem zei

Judas 23: Maar hebt medelijden met hen in vreze, en haat zelfs het kleed, dat door het vlees is bezoedeld.
Betekent dit niet hetzelfde als, heb de zondaar lief en haat de zonde?

Hugo Bos zei

Dat medelijden met de zondaars kun je hebben, omdat mensen zolang ze leven nog tijd hebben om zich te bekeren.