zondag 8 juli 2018

De Laatste Tijden (9)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 202
Uitg. St. Maria Valtorta
2 augustus 1943


De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“Zeg tegen Pater M., die om een teken vraagt om zijn confraters te overtuigen van bepaalde waarheden die men niet kan ontkennen, dat Ik hem hetzelfde antwoord geef wat Ik aan de rijke zwelger heb gegeven: ‘Als ze niet luisteren naar Mozes en de profeten, zullen ze ook niet luisteren naar iemand die uit de doden is opgewekt’ (Lc. 16,31).
Als ze niet naar de stem van het geweten luisteren, dat door Mij wordt geïnspireerd, dat zijn onaanvechtbare en ware waarschuwingen uitroept, als ze ook de rest aan gevoeligheid die in hen blijft verstikken onder ongeloof, hoe wilt u dan dat andere dingen hen doen luisteren? Als ze hun hoofden niet buigen voor de realiteit die hen treft, en zich niet herinneren, niet begrijpen, niets aannemen, hoe wilt u dat ze in een teken geloven?
Ze verloochenen ook Mij, ook al zeggen ze dat ze Mij niet loochenen; zij zijn de ‘geleerden’ en hebben het mooie, heilige, eenvoudige, zuivere vermogen om te geloven verstikt onder de stenen en bakstenen van hun wetenschap, te zeer doordrenkt met aarde om te kunnen begrijpen wat niet van deze aarde is.

Ach! Maria! Hoeveel verdriet heeft je Jezus! Ik zie sterven wat Ik ten koste van Mijn sterven heb gezaaid.
Maar zelfs als Ik zou verschijnen, zouden ze Mij niet geloven. Ze zouden heel het arsenaal van hun kennis te berde brengen om af te wegen, aan te tekenen, het wonder van Mijn verschijnen te ontleden, en de redeneringen van hun cultuur afratelen, profeten en heiligen verstoren door ze verkeerd te citeren, en op een manier die zij het gemakkelijkst vinden, de redenen waarom Ik, Koning en Heer van de Schepping, niet kan verschijnen.

Ook nu, zoals twintig eeuwen geleden, zullen de eenvoudigen, de kinderen Mij volgen en in Mij geloven. De eenvoudigen, omdat ze hetzelfde hart hebben als kinderen, onbesmet door rationalisme, wantrouwen en mentale hoogmoed. Nee. Ik zal ze in Mijn Kerk niet vinden, degenen die in staat zijn te geloven. Dat wil zeggen in het grote leger van Mijn bedienaren zou ik enkele zielen vinden, die de hoogste maagdelijkheid hebben weten te bewaren: ‘die van de geest’.
O heilige maagdelijkheid van de geest! Wat ben je Mijn Hart kostbaar, dierbaar en welgevallig, Mijn Hart dat je zegent en de voorkeur aan je geeft! O heilige maagdelijkheid van de geest, die de onschuld van het Doopsel bewaart voor de zielen die je bezitten, die de gloed van het Vormsel bewaart voor de zielen die je bewaren, die het voedsel van de Communie bewaart voor de zielen die zich aan je toevertrouwen, die het Huwelijk is van de ziel met haar Jezus, Meester en Vriend; die de priester is die aan de Waarheid wijdt, die olie bent die reinigt in het laatste uur, om voor te bereiden op het binnengaan in de woning die Ik voor jullie heb bereid! Heilige maagdelijkheid van de geest, die licht bent om te zien, geluid om te horen, hoe weinigen weten je te bewaren!

Kijk, mijn ziel. Er zijn weinig dingen die Ik zo streng veroordeel als het rationalisme, dat het Geloof ontmaagdt, ontwijdt en doodt. Ik zeg Geloof met een hoofdletter, om echt, absoluut en koninklijk Geloof te zeggen. Ik veroordeel het als Mijn sluipmoordenaar. Het rationalisme is wat Mij doodt in de harten, en wat zeer droevige tijden voor de Kerk en de wereld voorbereid heeft en nog voorbereidt.
Ik heb andere dingen vervloekt. Maar niets zal Ik zo vervloeken als dit. Het is het zaad geweest waaruit andere giftige leerstellingen zijn voortgekomen. Het is het trouweloze element geweest, dat de deur voor de vijand opende. Het heeft in feite de deur voor Satan geopend, die nooit zozeer heeft geregeerd als sinds het rationalisme regeert.

Maar er is gezegd: ‘Als de Mensenzoon zal komen, zal Hij geen geloof meer in de harten aantreffen’ (Lc. 18,8). Het rationalisme doet dus zijn werk. Ik zal het Mijne doen.

Zalig zij die, wanneer ze de deur sluiten voor de zonde en de hartstochten, de deuren van de geheime tempel weten te sluiten voor de wetenschap die loochent, en alleen leven met de Enige, Die Alles is, tot het einde.
In waarheid zeg Ik je, dat Ik de ongelukkige aan Mijn hart zal drukken, die een menselijke misdaad heeft begaan en daar berouw over heeft, mits hij altijd heeft aangenomen dat Ik alles kan; maar Ik zal het gelaat van Rechter hebben voor hen die, op grond van een leerstellige, menselijke wetenschap, het bovennatuurlijke loochenen in de verschijningen die de Vader Mij zou willen doen geven.
Een doofgeborene kan niet horen, nietwaar? Iemand wiens trommelvliezen zijn gescheurd door een ongeluk kan niet horen, nietwaar? Alleen Ik zou hun het gehoor terug kunnen geven door de aanraking van Mijn handen. Maar hoe kan Ik het gehoor geven aan een dove geest, als die geest zich niet door Mij laat aanraken?

Wat betreft de vraag van de Pater over de laatste tegenstander, laten we de Verschrikking omhuld laten door de schaduw van het mysterie. Het is voor jullie van geen nut bepaalde dingen te kennen. Weest goed, dat is voldoende. Geeft jullie goedheid op voorhand op het moment, voor het verkorten van de duur van de monsterlijke heerschappij over het geslacht van Adam.
Met het oog op de tijd: 1000… 2000… 3000… zijn vormen om een aanknopingspunt te geven aan jullie begrensde mentaliteit. De beestachtige heerschappij van de zoon van de Vijand – ‘zoon niet door vleselijke wil’ maar door de wil van een ziel die het hoogtepunt heeft bereikt van de vereenzelviging met Satan – zal zo wreed zijn, dat elke minuut een dag zal zijn, dat elke dag een jaar zal zijn, dat elk jaar een eeuw zal zijn voor hen die in dat uur leven. Maar wat God betreft, is elke eeuw het duizendste van een seconde daar de eeuwigheid een zijn is in de tijd, waarvan de dimensie geen grenzen heeft. Zo onmetelijk zal de verschrikking zijn, dat het duister van de donkerste nacht in vergelijking daarmee middagzonlicht zal zijn, voor de daarin ondergedompelde kinderen van de mensen.
Zijn naam zou ‘Ontkenning’ kunnen zijn, want hij zal God ontkennen, het Leven ontkennen, alles ontkennen. Alles, alles, alles.
Geloven jullie daarin te zijn? Oh! Ongelukkigen! Als verwijderd gerommel van de donder, dat is wat jullie beleven (1943). Dán zal er gekletter van bliksems losbarsten boven het hoofd.
Weest goed. Mijn barmhartigheid is over jullie.

Geen opmerkingen: