zondag 22 april 2018

Het priesterschap

Uit: Het Epos van de God-Mens deel 12 Blz. 162
Uitg. Stichting Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend
22-4-1947

Jezus zegt (tot Zijn apostelen na Zijn verrijzenis):
… Geeft dus in Mijn Naam het priesterschap door aan de besten onder de leerlingen, opdat de wereld niet zonder priesters blijft. En moge die heilige waardigheid slechts worden toegekend na een grondig onderzoek, niet van zijn woorden maar van de werken van wie priester wil worden, of wie jullie geschikt achten voor deze taak.
Bedenkt wat een priester is. Aan het goede dat hij kan doen. Aan het kwaad dat hij kan doen. Jullie hebben een voorbeeld gehad van wat een priester kan doen die zijn heilige waardigheid verloren heeft (Judas Iskarioth). In waarheid zeg Ik jullie, dat door de zonden van de Tempel deze natie zal worden verstrooid. Maar Ik zeg jullie ook in waarheid, dat de aarde eveneens zal worden vernietigd als de gruwel van de verwoesting in het nieuwe priesterschap zal binnendringen en de mensen tot geloofsafval zal leiden om zich aan te sluiten bij leerstellingen van de hel. Dan zal de zoon van Satan opstaan, en de volkeren zullen jammeren in een vreselijke schrik, en slechts weinigen zullen aan de Heer trouw blijven. En dan zal ook, onder verschrikkelijke stuiptrekkingen, het einde komen, na de overwinning van God en Zijn weinige uitverkorenen, en na de toorn van God over alle vervloekten.
Wee, driemaal wee, als er voor die weinigen niet nog heiligen zullen zijn, laatste paviljoens van de Tempel van Christus! Wee, driemaal wee, als er geen ware priesters meer zullen zijn om de laatste Christenen te troosten, zoals ze er voor de eerste Christenen zullen zijn. In waarheid, de laatste vervolging zal verschrikkelijk zijn, omdat het geen vervolging door mensen, maar door de zonen van Satan en zijn volgelingen zal zijn. Priesters? Meer dan priesters zullen die van de laatste uren moeten zijn, zo wreed zal de vervolging door de horden van de Antichrist zijn. Zoals de in linnen geklede man, die zo heilig is dat hij aan de zijde van de Heer staat, in het visioen van Ezechiël (9-10), zullen zij, onvermoeibaar in hun volmaaktheid een Tau (Ez. 9) op de geest van de weinige gelovigen moeten tekenen, opdat de vlammen van de Hel dat teken niet uitwissen. Engelen. Engelen, die het met de wierook van hun deugden gevulde wierookvat zullen zwaaien, om de lucht te reinigen van de ziekte en zonde verwekkende dampen van Satan. Engelen? Meer dan engelen: andere Christussen, Mijn andere Ikzelf, opdat de gelovigen van de laatste tijd kunnen volharden tot het einde.
Dat zullen de priesters moeten zijn. Maar het toekomstige goed en kwaad heeft de wortels in het heden, de lawines beginnen met een vlok sneeuw. Een onwaardige, onreine, ketterse, ontrouwe, ongelovige, lauwe of koude, uitgedoofde, zouteloze wellustige priester doet tienmaal zoveel kwaad als een gelovige die dezelfde zonden begaat, en sleept veel anderen mee in de zonde. De verslapping in het priesterschap, het aannemen van onzuivere leerstellingen, het egoïsme, de hebzucht en de zinnelijkheid in het priesterschap, jullie weten waar dat op uitloopt: op de godsmoord. Nu, in de komende eeuwen, zal de Zoon van God niet meer kunnen worden gedood, maar het geloof in God, de idee van God , wel. Daarom zal er een godsmoord worden gepleegd die nog onherstelbaarder zal zijn, omdat hij zonder opstanding is. Oh! Men zal hem begaan, ja. Ik zie... Men zal hem kunnen plegen vanwege de vele Judassen Iskarioth van de toekomstige eeuwen. Verschrikkelijk!...

Mijn door de eigen priesters uit haar scharnieren getilde Kerk! En Ik die haar steun met de hulp van de offerzielen. En zij, de priesters, die alleen het gewaad, maar niet de ziel van de priester zullen hebben, die meehelpen aan het kolken van de wateren, opgezweept door het helse serpent, tegen jouw boot, o Petrus. Op de been! Sta op! Geef dit bevel aan je opvolgers: “De hand aan het roer, de zweep over de schipbreukelingen die schipbreuk hebben willen lijden, en die proberen om het schip van God schipbreuk te doen lijden”. Sla, maar red en vaar verder. Wees streng, want de straf voor de piraten is rechtvaardig. Verdedig de schat van het geloof. Houd de lamp hoog, als een vuurtoren, boven de opgezweepte golven, opdat degenen die jouw schip volgen, zien en niet te gronde gaan. Herder en Schipper voor de verschrikkelijke tijden, verzamel, leid, houd Mijn Evangelie hoog, want daarin en in geen enkele andere wetenschap is het heil.
Er zullen tijden komen waarin, zoals het ons in Israël is gebeurd, en nog erger, de priesters zullen geloven een uitverkoren klasse te zijn, omdat ze het overbodige kennen en niet meer het onontbeerlijke, of het kennen in de dode vorm waarin vandaag de priesters de Wet kennen: in haar gewaad, overdreven verzwaard met franjes, maar niet in hun geest. Er zullen tijden komen waarin alle boeken het Boek zullen vervangen, en dat Boek zal alleen worden gebruikt zoals iemand die gedwongen een voorwerp moet gebruiken  en het mechanisch gebruikt, zoals een boer ploegt, zaait en oogst zonder na te denken over de wonderbaarlijke voorzienigheid die blijkt uit die vermenigvuldiging van de zaden die zich jaarlijks hernieuwt: een in de omgeploegde aarde gestrooid zaad dat een stengel, een aar, dan meel en daarna brood wordt door de vaderlijke liefde van God. Wie van hen, die een stuk brood in de mond stopt, verheft de geest tot Hem, Die het eerste  zaad heeft geschapen en sinds eeuwen doet ontkiemen en groeien, de regen en de warmte doseert, opdat het zaad ontkiemt, groeit en rijpt, zonder te rotten of te verschroeien?
Zo zal de tijd komen waarin het Evangelie wetenschappelijk goed, maar geestelijk slecht zal worden onderricht. Maar wat is de wetenschap, als de Wijsheid ontbreekt? Stro is ze. Stro dat opblaast en niet voedt. En in waarheid zeg Ik jullie, dat er een tijd zal komen waarin te velen onder de priesters zullen lijken op opgeblazen stromijten, die stijf zullen staan van de hoogmoed, zo opgeblazen zijn zij, alsof zij zelf al die aren hadden gegeven die het stro sierden, alsof de aren nog boven aan de halmen zaten, en ze zullen geloven alles te zijn, omdat ze in plaats van de handvol graankorrels, het ware voedsel dat de geest van het Evangelie is, al dat stro zullen hebben: een hoop! Een stapel! Maar kan het stro voldoende zijn? Zelfs niet voor de buik van het lastdier is dat voldoende, en als de eigenaar daarvan het dier niet versterkt met haver en vers gras, kwijnt het lastdier dat alleen met stro wordt gevoed, en sterft zelfs.

En toch zeg Ik jullie dat er een tijd zal komen waarin de priesters, vergetend dat Ik de geesten met weinige aren in de Waarheid heb onderricht, ook vergetend wat hun Heer dit ware Brood van de geest heeft gekost, louter en alleen ontleend aan de Goddelijke Wijsheid, en verkondigd door het Goddelijk Woord, waardig in de leerstellige vorm, onvermoeibaar in zijn herhalingen, opdat de gesproken waarheden niet verloren gaan, nederig in de vorm, zonder het klatergoud  van de menselijke wetenschap, zonder historische en geografische toevoegingen, zich niet zullen bekommeren om de ziel van het Evangelie, maar om het gewaad waarin men het kleedt, om aan de menigte te laten zien hoeveel zij weten, en de geest van het Evangelie zal verloren gaan in hen onder de lawines van menselijke wetenschappen. En als ze hem zelf niet bezitten, hoe kunnen ze hem dan doorgeven? Wat zullen die opgeblazen stromijten aan de mensen geven? Stro.
Welke voeding zal de geest van de gelovigen daarvan hebben? Genoeg om een kwijnend leven te lijden. Welke vrucht zal er voortkomen uit dit onderricht, uit deze onvolkomen kennis van het Evangelie? Het koud worden van de harten, een vervangen van de ene, ware Leer door ketterse leerstellingen , door leerstellingen en ideeën  die nog meer dan ketters zijn, een voorbereiden van het terrein  voor het Beest, voor zijn kortstondig rijk van koude, van duisternissen en van gruwelen. In waarheid zeg Ik jullie dat, zoals de Vader en Schepper de sterren vermenigvuldigt, opdat de hemel niet ontvolkt wordt door die welke sterven, omdat hun tijd is afgelopen, evenzo zal Ik honderd- en duizendmaal leerlingen moeten evangeliseren, die Ik in de loop van de eeuwen onder de mensen zal zenden. En ook in waarheid zeg Ik jullie, het lot van hen zal gelijk zijn aan dat van Mij: de synagoge en de hoogmoedigen zullen hen vervolgen zoals ze Mij hebben vervolgd. Maar evenals Ik zullen ook zij hun beloning ontvangen: de beloning van het doen van de wil van God en van Hem te dienen tot de dood aan het kruis, opdat Zijn heerlijkheid zal schitteren en het kennen van God niet verloren zal gaan.

Maar jij, Pontifex, en jullie, Herders, maakt dat de geest van het Evangelie in jullie en jullie opvolgers niet verloren gaat, eb bidt onvermoeibaar tot de Heilige Geest, opdat een voortdurend Pinksterfeest zich in jullie vernieuwt – jullie weten niet wat Ik wil zeggen, maar weldra zullen jullie het weten – waardoor jullie alle talen kunnen verstaan, en Mijn woorden kunnen uitkiezen en onderscheiden van die van de Aap van God: van Satan. En laat Mijn toekomstige stemmen niet in de leegte vallen. Elk van Mijn stemmen is een barmhartigheid van Mij om jullie te helpen, en ze zullen talrijker zijn naarmate Ik om goddelijke redenen zal zien dat het Christendom ze nodig heeft om de stormen van de tijden te doorstaan.
Herder en Schipper, Petrus! Herder en Schipper. Het zal op zekere dag niet meer voldoende zijn om herder te zijn, als je geen schipper zult zijn, en om schipper te zijn als je geen herder zult zijn. Je zult beide tegelijk moeten zijn, om de lammeren bijeen te houden, die de vangarmen en de wrede klauwen van de hel je proberen te ontrukken, of die je met bedrieglijke muziek van onmogelijke beloften zullen verleiden, en om het schip vooruit te brengen, dat alle winden uit het noorden en zuiden, uit het oosten en westen zullen grijpen, geschud en heen en weer geslingerd door de krachten van de diepte, beschoten door de boogschutters van het Beest, verschroeid door de adem van de draak en weggevaagd van de zijkanten van het schip door zijn staart, zodat de onvoorzichtigen zullen verbranden en omkomen door in de golven te storten.
Herder en Schipper in de verschrikkelijke tijden... Laat het Evangelie je kompas zijn. Daarin is het Leven en het Heil. En alles is daarin gezegd. Elk artikel van de Heilige Codex, elk antwoord op de veelvuldige zaken met betrekking tot de zielen is daarin vervat. En zorg ervoor dat priesters en gelovigen zich niet ervan verwijderen. Zorg ervoor dat er geen twijfels over opkomen, geen veranderingen, vervangingen en vervalsingen erin worden aangebracht. Het Evangelie ben Ikzelf. Van de geboorte tot de dood. In het Evangelie is God, want daarin worden de werken van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest geopenbaard. Het Evangelie is liefde. Ik heb gezegd: “Mijn woord is Leven”. Ik heb gezegd: “God is Liefde”. Laat dus de volkeren Mijn Woord leren kennen en liefde bezitten, dus God, om het Rijk van God te bezitten. Want wie niet in God is, heeft het Leven niet in zich. En zij die het Woord van de Vader niet opnemen, kunnen niet één zijn met de Vader, met Mij en met de Heilige Geest in de Hemel, en kunnen niet behoren tot de ene Schaapsstal die heilig is zoals Ik het wil. Ze zullen geen ranken zijn die verbonden zin met de wijnstok, want wie Mijn Woord geheel of gedeeltelijk afwijst, is een lidmaat waarin niet langer het sap van de Wijnstok stroomt. Mijn Woord is sap dat voedt, doet groeien en vrucht doet dragen.
 Doet dit alles tot gedachtenis aan Mij Die het jullie heeft geleerd. Er zou nog veel te zeggen zijn over wat Ik jullie nu heb verteld. Maar Ik heb alleen het zaad uitgestrooid. De Heilige Geest zal het in jullie harten doen ontkiemen. Ik wilde jullie het zaad geven, want Ik ken jullie harten, en Ik weet hoe jullie uit vrees zouden aarzelen bij geestelijke, onstoffelijke bevelen. De vrees voor misleiding zou alle wil in jullie verlammen. Daarom heb Ik als eerste met jullie over deze dingen gesproken. Later zal de Paracleet jullie aan Mijn woorden herinneren en ze jullie in bijzonderheden uitleggen. En jullie zullen niet bevreesd zijn, want jullie zullen je herinneren dat Ik jullie het eerste zaad heb gegeven. Laat je leiden door de Heilige Geest. Als Mijn hand al zacht was in het leiding geven aan jullie, Zijn hand zal nog zachter zijn. Hij is de Liefde van God. En dus kan Ik nu tevreden heengaan, want Ik weet dat Hij Mijn plaats zal innemen en jullie tot de kennis van God zal brengen...

Geen opmerkingen: