maandag 12 maart 2018

De Laatste Tijden (5)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 190
Uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

29 juli 1943
Jezus zegt:
“Men moet het Boek niet alleen met de ogen weten te lezen, maar met de geest. Dan wordt de bovennatuurlijke Kennis, die het heeft geïnspireerd, verlicht door het licht van de Waarheid. Maar om dat te verkrijgen moet men een geest hebben die verenigd is met Mijn Geest. Dan is het Mijn Geest die jullie leidt.
Kijk nu: laten we uit de bladzijden van Jesaja, als de stenen in een mozaïek, de woorden nemen uit de samen gelezen hoofdstukken en ze op een rij zetten met een bovennatuurlijke visie. Ze zullen je dan duidelijker worden. Begin met die woorden die Ik je voor de schuldigen heb aangewezen.

'Ook al hebben we medelijden met de goddeloze, hij zal geen gerechtigheid leren; hij zal in het land van de heiligen onrechtvaardige dingen doen en de Heerlijkheid van de Heer niet zien.
Luistert daarom naar het woord van de Heer, o spotters, leiders van Mijn volk dat in Jeruzalem is. Jullie hebben gezegd: 'Wij hebben een verbond gesloten met de dood, wij hebben een pact gesloten met de hel: als de rampen komen, zullen ze niet over ons neerkomen, want wij hebben onze hoop gesteld op de leugen, en door de leugen worden wij beschermd'.
'Jullie verbond met de dood zal worden vernietigd en jullie pact met de hel zal niet meer bestaan; als de stormachtige gesel passeert, zullen jullie erdoor worden meegesleurd. En alleen de kwellingen zullen jullie de les doen begrijpen'.
En spot dus nu niet, opdat jullie ketenen niet nog vaster worden aangespannen.
Wee jullie die je verstopt in jullie hart om de plannen voor de Heer te verbergen! Ze doen hun werken in het duister en zeggen: 'Wie ziet ons? Wie kent ons?' Die gedachte van jullie is slecht.
Wee jullie deserterende kinderen, die plannen maakt, maar zonder Mij, en intrigeert in strijd met Mijn Geest, en zonde op zonde stapelt.
Het is over hen dat de Heilige van Israël zegt: 'Aangezien jullie dat woord hebben veracht en hebt vertrouwd op de laster en het rumoer, jullie hebt gefundeerd op die dingen, daarom zal die ongerechtigheid voor jullie zijn als een ingestorte bres in een hoge muur, die onmerkbaar, als niemand eraan denkt, de muur doet instorten en tot puin verbrijzelen.
Wee diegenen die naar Egypte komen om hulp en vertrouwen op paarden, op het grote getal van de wagens, op de geweldige kracht van de ruiters, en niet hun vertrouwen hebben gesteld op de Heilige, de Heer niet hebben gezocht.
Egypte is mens en geen God, zijn paarden maar vlees en geen geest. De Heer zal Zijn Hand uitstrekken, en wie hulp biedt zal struikelen en wie hulp ontvangt zal vallen, en allen samen zullen ze te gronde gaan.
Wee jou, plunderaar! Zul je niet zelf ook geplunderd worden? Wee jou, spotter! Zul ook jij niet worden bespot? Als je bent opgehouden te plunderen, zul jij geplunderd worden; als je het spotten moe bent, zul jij worden bespot' (Jesaja 26-33).

Laten we, alvorens te spreken over de onderwerpen en de beloften van God, deze passage toelichten.
Het hart van de mens, dat de profeet goddeloos noemt, is een mengsel van hoogmoed, aanmatiging en rebellie. De drievoudige wellust woont er, de troon waarop de Boze gezeten is om dat hart te vullen met duivelse gedachten, dat hart dat God en Zijn Gerechtigheid heeft verworpen. Uit dat hart kan niets anders voortkomen dan ongerechtigheid, want zijn koning is de geest van de Boze, die een vergankelijke triomf toestaat, waarvoor betaald moet worden met een eeuwigdurende ondergang. Als de goddeloze, die heerst onder het teken van het Beest, voorbijgaat als een stroom van droefheid en van verdorvenheid in het land van de heiligen – en Rome is het land van de heiligen – sleept hij andere, kleinere goddelozen mee in het kwaad en kwelt de kinderen van de Heer.
Het is rechtvaardig dat de Heer Zijn Heerlijkheid verbergt tegenover de goddeloze, in deze en in de andere verblijfplaats. Tweemaal zal de goddeloze Zijn Heerlijkheid zien, en hij zal haar niet willen zien, want ze zal verschrikkelijk voor hem zijn: bij zijn dood en op de laatste dag. Dan zal Ik hem vragen: 'Wat heb je met Mijn volk gedaan? Wat heb je met Mijn gaven gedaan?' deze vraag zal hem wegslingeren, als een pijl uit een boog, in de diepte waar niemand meer uitkomt.
Mijn tweede, aardse Jeruzalem is Rome. Het land van Mijn voorkeur, waar Ik Mijn Kerk wilde hebben, en dat, om het centrum van de wereld te zijn, behandeld zou moeten worden als een schitterende relikwie van Wie er het Hoofd van is. En hoe hebben de nieuwe bespotters van God zich in plaats daarvan gedragen? Ze hebben zich verbonden met de misdaad, die de dood geeft, huwden hun zielen uit aan satan en geloven dat ze zich met een zodanige heiligschennende prostitutie kunnen redden van de gesel, waaraan zij de anderen onderwerpen.
Nee. De leugen redt niet. De Vader van de Waarheid zegt het jullie. De heer van de leugen vangt jullie in de leugen en keert ze tegen jullie als hij de kans krijgt, om jullie te gronde te doen gaan. Ik ben Degen Die redt, en niemand buiten Mij.
Jullie zullen worden beroofd van jullie bedrieglijke bewapening, juist in het uur waarin Mijn straf jullie zal treffen, want zo handelt Satan. Hij kan niet anders handelen, want alles wat hij jullie kan geven is vergankelijke successen. Ik alleen geef bescherming die geen einde kent, en als Ik verschijn, om te redden om of te veroordelen, vlucht Satan en laat jullie daar alleen achter, o dwaze kinderen van de zonde.
Pas in de greep van de marteling zullen jullie begrijpen Wie God is en wie Lucifer is. Vreselijke les! En hoe meer jullie zondigen, des te wreder zal de greep zijn, want ook Mijn onbeperkte, maar intelligente Goedheid heeft haar grenzen. Onthoudt dat.
Niets is voor de Heer verborgen van wat de mens op touw zet in het duister, ook in dat verborgene van het hart. En als jullie arme broeders niets zien dan het uiterlijk en bedrogen kunnen worden door jullie schijnheiligheid, Ik zie alles en handel zoals jullie daden dat verdienen. En zoals een muur die ondermijnd is door klein bressen, zo zal jullie gebouw, gefundeerd op de zonde, instorten wanneer niemand eraan denkt – noch jullie die je veilig waant door jullie verbond met de vader van de Leugen, noch het volk dat jullie vreest omdat het meent dat jullie onoverwinnelijk zijn.
Wee, wee, wee jullie, die Mijn volk ertoe verleidt te geloven dat Ik jullie slechte daden bescherm. Wee jullie die Mijn kinderen verleidt tot het wantrouwen van Mijn Gerechtigheid! Jullie zullen ook dát moeten verantwoorden, want de ergernis valt terug op wie haar schept. En welke ergernis is groter dan het verleiden van de kleinen te geloven, dat God zo onrechtvaardig is om de groten die zondigen te beschermen?
Hoeveel zielen hebben jullie Mij ontrukt, o bewerkers van ongerechtigheid! Maar zij zullen nog kinderen van Mijn barmhartigheid zijn. Jullie niet, aan wie Ik alles heb gegeven om je tot Mij te trekken en om van jullie instrumenten van het Goede te maken, die alles bent vergeten en Mij bij Satan hebt achtergesteld.
Wee jullie, die verbonden sluit waaruit niets dan kwaad kan voortkomen voor Mijn volk: slecht voor het vlees en slecht voor de geest; en jullie weten dat het kwaad is en doet het toch, jullie misbruiken de macht om op aarde persoonlijk te triomferen. En wat is jullie persoon? Een handvol klei, dat een vorm bewaart zolang de Barmhartigheid haar vochtig houdt met een verheven dauw, die, eenmaal verdroogd, verpulvert als gezeefde klei en dan verstrooid wordt.
Jullie pacten, een ware verbintenis van de voorlopers van de Antichrist, hebben geen fundament en geen kracht tot overwinning. Zoals jullie zelf, zullen ze worden verpulverd en alleen een herinnering achterlaten aan schrik in het vlees, in de huizen en in de zielen van Mijn arme kinderen.
Als God dondert, wat zijn dan de talloze paarden en de sterke ruiters? Kaf dat de wind naar alle richtingen wegblaast. Ik ben Degene Die aan de legers de kracht geeft. Maar het is noodzakelijk dat de legers worden bewogen door rechtschapen motieven en niet door wreedheid en hoogmoed.
Elke zonde zal worden bestraft en elke spot zal door God worden gestraft, want God, zegt de Heer, zal nooit worden bespot en het is niet geoorloofd de kleinen te onderdrukken.
Maar neemt één ding in acht, Maria. Ook van de kant van de kleinen moet de Wet worden gerespecteerd, opdat jullie altijd je God aan jullie zijde hebben.”

Geen opmerkingen: