zaterdag 24 februari 2018

De Laatste Tijden (3)


Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 178
Uitg. St. Maria Valtorta
22 juli 1943
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“De hoop leeft waar het geloof leeft. De wanhoop, die vandaag (1943) zoveel zielen tot de dood leidt, vooronderstelt het ontbreken van een waar geloof. Inderdaad, iemand die werkelijk gelooft, vraagt in zijn gebed met zoveel volharding totdat hij verkrijgt.


Maar als jullie zien dat een gebed onverhoord blijft, bedenkt dan dat het vraagt om iets wat niet deugt of dat het geloof niet deugt. Als het geschonden is in de vraag, dan sta Ik, Die weet, niet toe wat jullie gedurende ogenblikken geluk zou verschaffen en voor de hele rest van het aardse leven lijden zou betekenen, en jullie soms ook lijden zou kunnen verschaffen in het andere leven, door het verkeerde gebruik dat jullie van Mijn geschenk zouden kunnen maken. Als het geloof niet deugt, dan hoor en verhoor Ik het niet.
De wereld heeft geen geloof meer en daarom heeft ze geen hoop meer. De wereld gelooft niet dat God een almachtige Vader is. Als de wereld eens wist hoe smartelijk het voor Mij is jullie niet altijd te kunnen helpen en jullie niet altijd gelukkig te kunnen maken.
Ik zou willen dat Mijn kinderen zozeer van Mij zouden zijn, dat ze slechts heilige gedachten en heilige verzoeken tot God zouden richten, Die hen dan altijd, altijd zou verhoren. Hij zou hen niet altijd het gevraagde geven, maar hen altijd verhoren, en als Hij niet aan een van Zijn kinderen het gevraagde zou kunnen geven, zou Hij deze niet gegeven gave, om redenen van goddelijke intelligentie, vervangen door honderd andere, nog grotere vertroostingen.
Jij weet er iets van, jij die tot het ware geloof in je God en Vader bent gekomen. Maar als je goed nadenkt over de hoofdreden van de dood van het geloof en van de hoop, zie je dat het 't gebrek aan naastenliefde is.
God wordt niet bemind. Niet door Christenen die dat alleen in naam zijn, maar evenmin door hen die vurige Christenen lijken te zijn. Ze lijken het te zijn, maar zijn het niet. Veel religieuze praktijken, veel gebeden, maar zowel het een als het ander is oppervlakkig, vervuld en gedaan meer uit bijgeloof dan als godsdienst. Velen vrezen dat, als een bepaald aantal gebeden niet wordt verricht, een bepaald aantal verplichtingen niet wordt nagekomen, God hen zal straffen, zelfs – als ze God terzijde laten – dat hun zaken niet goed zullen gaan. Egoïsme ook hierin.
Ze hebben niet begrepen wat de liefde van de Vader voor Zijn kinderen en wat de liefde van de kinderen voor de Vader is. God bestaat, zij geloven dat het zo is. Maar zo ver, abstract... dat het is alsof Hij niet bestaat. Ze geloven niet alleen dat God ver weg is, maar boos en gierig. Ze geloven dat God een zaaier van straffen is.
Nee. Jullie God is jullie altijd nabij. Hij is niet Degene Die Zich verwijdert, jullie doen dat. Hij is niet gierig en boos, jullie zijn dat. Hij is niet Degene Die de deuren van de genade sluit, jullie doen dat. Jullie sluiten ze door jullie gebrek aan geloof, liefde en hoop in Hem.
Maar komt, arme kinderen, komt tot Mij, Die brandt van verlangen om jullie gelukkig te maken. Komt tot Mij, Die bedroefd ben omdat Ik jullie niet aan Mijn Hart kan drukken om jullie tranen te drogen. Komt tot de Enige Die jullie welzijn en vrede kan geven, ware en eeuwige liefde.
Nabij Mij te leven is vreugde ook in het lijden. Sterven in mijn nabijheid is overgaan tot de vreugde. Wie zich aan Mij toevertrouwt hoeft voor niets angst te hebben, niet op aarde en niet in de eeuwigheid, want voor wie voor Mij een echt kind is open Ik het hart van een ware Vader, vol begrip en vergeving.

Jezus zegt:
“Als de tijd komt, zullen de sterren worden meegesleept door de kronkelingen van Lucifer (Apok. 12,3-4), voor wie het, om te overwinnen, nodig is de lichten van de zielen te verminderen.
Dat kan gebeuren, omdat niet alleen de leken, maar ook de geestelijken die standvastigheid van geloof, van naastenliefde, van kracht, van zuiverheid en van onthechting aan de verleidingen van de wereld, noodzakelijke kwaliteiten om in de invloedssfeer van het licht van God te blijven, verloren hebben en verliezen.
Begrijp je wie de sterren zijn waarover Ik spreek? Het zijn degenen die Ik ertoe had bestemd het zout van de aarde en het licht van de wereld te zijn: Mijn geestelijken.
De bedoeling van Satans acute kwaadaardigheid is het die lichten uit te doven, die lichten weg te rukken die Mijn Licht weerspiegelen voor de menigten. Als ondanks het licht, dat de priesterlijke Kerk nog uitstraalt, de zielen steeds dieper wegzinken in de duisternis, kan men aanvoelen wat een duisternis de menigten zal verpletteren als veel sterren in Mijn hemel uitgedoofd zijn.
Satan weet het en zaait zijn zaden om de zwakte van de priesters voor te bereiden, waardoor hij ze gemakkelijk kan meesleuren in zonden, niet zozeer van de zinnen als van het denken. En de verstandelijke chaos zal het voor hem gemakkelijk maken de geestelijke chaos te bevorderen. In de geestelijke chaos begaan de zwakken, geconfronteerd met de vloed van de vervolgingen, de zonde van lafheid, door het geloof te verloochenen.
De Kerk zal niet sterven, omdat Ik met haar ben. Maar ze zal uren van duisternis en doodsangst beleven, gelijk aan die van Mijn Passie, vermenigvuldigd in de tijd, want zo moet het zijn.
Het moet zo zijn dat de Kerk lijdt wat haar Schepper heeft geleden, voordat ze sterft om in eeuwige vorm te verrijzen. Het moet zijn dat de Kerk veel langer lijdt, want de Kerk is in haar leden niet volmaakt, zoals haar Schepper, en zoals Ik urenlang heb geleden, moet zij urenlang, weken en weken lijden.
Zoals ze in haar eerste tijden in de besten van haar kinderen verrees uit de vervolgingen en gevoed werd door een bovennatuurlijke kracht, zo zal ze hetzelfde lot ondergaan als de laatste tijden aanbreken, waarin ze met haar beste kinderen zal blijven bestaan, overleven, weerstaan aan het hoge tij van Satan en aan de gevechten van de Antichrist (Apok. 20,1-10). een pijnlijke, maar rechtvaardige selectie.
Het is logisch,dat in een wereld waarin zoveel geestelijke lichten uitgedoofd zullen zijn, openlijk het korte maar verschrikkelijke rijk van de Antichrist wordt opgericht, voortgebracht door Satan, zoals de Christus werd voortgebracht door de Vader. Christus, Zoon van de Vader, voortgebracht door de Liefde en de Zuiverheid. De Antichrist, zoon van Satan, voortgebracht door de Haat en de drievoudige Onreinheid.
Zoals de olijven tussen de molenstenen van de olijfpers, zo zullen de kinderen van de Christus worden vervolgd, onder druk gezet en verpletterd door het gulzige Beest. Maar niet verslonden, want het Bloed zal niet toelaten dat ze in de geest worden verdorven. Zoals de eersten zullen de laatsten in de laatste vervolging worden neergemaaid als een handvol aren, en de aarde zal hun bloed drinken. Maar zalig in eeuwigheid om hun volharding, zij die in trouw aan de Heer sterven. (Apok. 14,13).

Geen opmerkingen: