zondag 11 februari 2018

De Laatste Tijden (1)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943 blz. 172
uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“Ik heb je al verteld, dat wat in de oude boeken is gezegd naar het heden verwijst. Het is alsof een serie spiegels een schouwspel herhaalt, dat lang geleden is gezien en dat nu steeds dichterbij brengt.
De wereld herhaalt zichzelf in haar dwalingen en in haar inkeer, met dit verschil dat de dwalingen steeds meer geperfectioneerd zijn in de evolutie van het ras naar de zogenaamde beschaving, terwijl de daden van inkeer steeds embryonaler zijn geworden. Waarom? Omdat met het overgaan van de wereld van haar jeugdige leeftijd naar de meer rijpe leeftijd, de ondeugd en de hoogmoed van de wereld zijn toegenomen.


Nu zijn jullie op het hoogtepunt van de leeftijd van de wereld en hebben jullie ook het hoogtepunt bereikt van de ondeugd en de hoogmoed.
Denkt daarom niet dat jullie nog even lang hebben te leven als jullie hebben geleefd. Jullie zijn aan de top, en dat zou moeten betekenen dat jullie nog even lang te leven hebben. Maar zo zal het niet zijn. De neergaande parabool van de wereld naar het einde zal niet zo lang zijn als de opgaande. Naar het einde toe zal het een instorten zijn. De boosaardigheid en de hoogmoed zullen jullie neer doen storten. Twee gewichten, die jullie meeslepen in de afgrond van het einde, naar het verschrikkelijke oordeel. Hoogmoed en ondeugd zullen jullie meeslepen in de neergaande parabool en jullie geest zodanig afstompen, dat jullie steeds minder in staat zijn de afdaling tot staan te brengen door oprecht berouw en inkeer.
Maar als jullie zo zijn doorgegaan: achteruit in het Goede, halsoverkop naar het Kwade – Ik, de Eeuwige, ben standvastig gebleven in Mijn nauwkeurige maatstaf van Goed en Kwaad. Sinds de dag dat het licht er was, en daarmee de wereld begon, is door de Geest Die niet dwaalt vastgesteld wat Goed en wat Kwaad is. En menselijke kracht, de klein menselijke kracht, kan de eeuwige codex niet veranderen en verbrokkelen, die door de Vinger van God is geschreven op onschendbare bladzijden, die niet van deze aarde zijn.
De enige verandering, vanaf het ogenblik waarin Mijn Wil de wereld en de mens heeft geschapen, bestaat hierin: dat jullie je eerst moesten steunen en jezelf leiden aan de hand van de tafels van de Wet en naar de woorden van de profeten; later hadden jullie Mij, Woord en Verlosser, om jullie de Wet uit te leggen, om jullie Mijn onderricht te geven, Mijn Bloed, om jullie door Mijn komst de Geest te brengen, Die geen schaduwen achterlaat, om jullie vervolgens door de eeuwen heen te ondersteunen door de Sacramenten en de sacramentaliën.
Maar wat hebben jullie van Mijn komst gemaakt? Een nieuw gewicht aan schuld, die jullie zullen moeten verantwoorden.
Zullen we samen kijken naar de oude bladzijden, waarin de verklaringen te vinden zijn van het huidige uur (1943)? Jullie hebben ze aangevoeld als een prikstok, maar Ik zal ze jullie beter laten zien.
Wat is er beloofd aan wie de Wet onderhoudt? Voorspoed, overvloed, vrede, macht, gezonde en overvloedige nakomelingen, triomf over je vijanden, aangezien de Heer zou zijn op het scherp van het zwaard van Zijn dienaren, tegen hen die de hand zouden willen verheffen tegen de kinderen van de Allerhoogste. Wat bedreigt degene die haar overtreedt? Honger, schaarste, oorlogen, nederlagen, epidemieën, verlatenheid van de kant van God, onderdrukking door de vijanden, door wie de vroeger kinderen van de Allerhoogste gelijk zullen worden aan vervolgde en verschrikte kudden, bestemd voor de slachting (Lev. 26; Deut. 7:11-16; 11:26-28, 28).
Jullie klagen over het uur dat jullie beleven. Maar vinden jullie het onrechtvaardig? Lijkt de gestrengheid ervan te hard? Nee. Het is rechtvaardig en minder hard dan jullie verdienen.
Ik heb jullie telkens weer gered op duizenden manieren, Ik heb jullie vergeven en weer vergeven voor zevenduizend en nog eens zevenduizend  misdaden. Ik ben speciaal gekomen om jullie Leven en Licht te geven. Ik, het Licht van de wereld, ben gekomen in jullie duisternis, om jullie het Woord en het Licht te brengen. Ik heb niet meer gesproken temidden van stormen en vuur door de mond van de profeten. Nee. Ik ben gekomen, Ik persoonlijk. Ik heb Mijn brood met jullie gebroken, Ik heb Mijn legerstede met jullie gedeeld, Ik heb met jullie gezweet in de vermoeienissen, Ik heb Mijzelf verteerd in het evangeliseren, Ik ben voor jullie gestorven, Ik heb door Mijn Woord alle twijfels aan de Wet verdreven, Ik heb door Mijn verrijzenis alle twijfel aan Mijn Natuur weggenomen, Ik heb Jullie Mijzelf nagelaten, opdat het jullie geestelijk voedsel zou zijn, geschikt om jullie het Leven te geven, en jullie hebben Mij de dood gegeven.
Ik heb jullie het Woord, de Liefde en het Bloed van God gegeven, en jullie hebben je oren gesloten voor het Woord, jullie ziel voor de Liefde, en jullie hebben Mijn Bloed vervloekt.
Het oude Tabernakel, waarin twee stenen tafels waren, beschreven door een vinger van een profeet, en een beetje manna, heb Ik vervangen door het nieuwe Tabernakel waarin het ware Brood uit de Hemel is neergedaald, en Mijn Hart waarin het Verbond van de Liefde staat geschreven, dat jullie, niet Ik, verbreken.
Jullie kunnen niet meer zeggen: 'We weten niet hoe God is'. Ik heb Vlees aangenomen, opdat jullie een Vlees zouden hebben om te beminnen, daar het niet voldoende was voor jullie logheid om een Geest te beminnen.
Welnu? Wat hebben jullie gedaan? Wat hebben jullie steeds meer gedaan? Jullie hebben God de rug toegekeerd, Zijn altaar, Zijn Persoon. Jullie hebben God niet gewild, de Drie-Ene God, de Ware God.
Jullie hebben goden gewild. En jullie huidige goden zijn schandelijker dan de oude goden of de fetisjen van de afgodendienaren. Ja, dan de fetisjen van de afgodendienaren. In hen ligt nog het respect voor het beeld van God, zoals hun mentaliteit en onwetendheid het weten te bedenken. En in waarheid, in waarheid zeg Ik jullie, dat de natuurlijke afgodendienaren veel minder streng zullen worden geoordeeld dan jullie, afgodendienaren van de ondeugd, verkocht aan de ergste afgodendienst: de zelfverafgoding.
Ja, jullie hebben voor jezelf goden van vlees geschapen, van corrupt vlees, en voor die goden hebben jullie hosanna weten te zingen en het hoofd weten te buigen, wat jullie niet deden voor God. Jullie hebben Zijn Wet veracht, verloochend, bespot en gebroken, en jullie hebben als slaven en als door de temmer getemde dieren weten te accepteren en gehoorzamen aan de leugenachtige wet, die arme mensen jullie hebben gegeven die nog meer verdwaald zijn dan jullie, en wier lot zodanig is dat het heel de hemel doet sidderen van afschuw.
Afgodendienaren, afgodendienaren, heidenen, verkocht aan het vlees, aan het geld, aan de macht, aan Satan die de meester is van die drie noodlottige rijken, van het vlees, van het geld en van de macht.
Maar waarom, waarom, o Mijn volk, zijn jullie het Rijk dat Ik jullie had gegeven uitgegaan? Waarom zijn jullie je Koning van Volmaaktheid en Liefde ontvlucht en hebben jullie de voorkeur gegeven aan de ketenen en de barbaarsheid van het rijk van Satan en de Vorst van het Kwaad en van de Dood? Is dit de manier waarop jullie de Allerhoogste, Die een Vader en Redder voor jullie is, belonen? En zijn jullie verbaasd als er vuur ontspringt aan de aarde en als er vuur regent uit de hemel om het onbeschaamde ras te verassen, dat God heeft verloochend en Satan en diens dienaren heeft verwelkomd?
Nee, Satan hoeft niet te werken, zich niet in te spannen om jullie te verslinden! Ik moet moeite doen om te proberen jullie nog aan te trekken, want ook al hebben jullie je oorsprong verloochend, Ik ben niet vergeten dat Ik jullie Vader en Redder ben. Tot het laatste uur waarin jullie worden verzameld voor de onverbiddelijke selectie, verloochen Ik Mijn ongelukkige kinderen niet en probeer Ik ze nog te redden.
Deze straf, o Maria, deze straf (2e W.O.) is niet onverdiend. Ze is rechtvaardig. Ze is ernstig, omdat jullie zonden zeer ernstig zijn. Maar ze is niet gegeven uit slechtheid van een God Die geheel en al goedheid is. Jullie God zou Zichzelf geven om het jullie te besparen, als Hij wist dat het jullie zou baten. Maar Hij moet, moet toelaten dat jullie jezelf straffen voor jullie waanzin, voor jullie handel met het Beest.

Duizenden en tienduizenden zullen verloren gaan in elke hoek van de aarde. Maar iemand zal, in de doodsstrijd die jullie wurgt, de Stem van God horen weerklinken en zijn gelaat opheffen naar het Licht. Die iemand, die terugkeert, zal de gesel rechtvaardigen, want – het weten en bedenken welke verplichting jullie hebben het Licht te bewaren – de prijs en de waarde van een ziel is zodanig, dat de schatten van de aarde niet voldoende zijn om een ziel te kopen. Het Bloed van een God is daarvoor nodig. Het Mijne.”

Geen opmerkingen: