vrijdag 12 januari 2018

Het Weesgegroet (3)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz 277
Uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend


Jezus zegt:
“ 'De Heer is met u'.
De Heer is altijd met de ziel die in staat van genade is. God verwijdert zich zelfs niet wanneer de Verleider naderbij komt. God verwijdert Zich alleen als het schepsel toegeeft aan de Verleider en zijn ziel bederft. Dan trekt God Zich terug, want Hij kan niet samenwonen met de Vijand. Hij trekt Zich terug als een Vader, Die niet boos is maar bedroefd, en wacht tot er berouw komt in het hart van het schepsel, totdat het de band van liefde met de Vader weer herstelt.
God zou altijd met jullie willen zijn. Als al jullie engelen, talloos als de sterren aan de hemel, jullie zouden kunnen begroeten met de woorden: 'De Heer is met u', zou de vreugde van jullie Heer volkomen zijn, want Wij verlangen met jullie te zijn, daarvoor hebben Wij jullie geschapen.
Maria was met God en God was met Maria. De twee Volmaaktheden trokken elkaar aan en verenigden Zich met een onophoudelijke beweging van genegenheid. De oneindige Volmaaktheid van God daalde neer, met een voor jullie sterfelijken onvoorstelbare vreugde om dat schepsel te bezitten. De menselijke volmaaktheid van Maria: de enige onder de kinderen van de mens die altijd volmaakt is geweest, snelde de goddelijke Volmaaktheid tegemoet om een manier van leven te hebben.
Ja, het met God zijn was het leven van Maria, en in het superwrede uur van Calvarië en van het Graf, toen de Hemelen zich sloten over de Stervende en doorboorde Vrouw, was het ontberen van God het meest brandende en doorborende van de zeven zwaarden, een onovertrefbare aanslag tegen het bouwwerk van lijden, dat voor de Verlossing werd verlangd.
Ik heb de top van het volledige lijden van Gethsemane bereikt op het negende uur; Maria heeft het toppunt van lijden bereikt, ook in Haar volledig – ondanks het feit dat Zij niet lichamelijk is gekruisigd – vanaf Calvarië tot het moment van de Verrijzenis. En de reden voor zoveel superlijden is slechts één: het beroofd zijn van de vereniging met God.
Ook voor jullie zou dat zo moeten zijn. Maar de mens vindt nu de vereniging met Ons zeer moeilijk, en hij voelt niet aan wat zijn ellende is als hij Ons ontbeert. Ellende, blindheid, waanzin, dood, dat is wat het verlies van de vereniging met jullie Heer is. En jullie denken daar nooit aan!
Als jullie een beetje geld verliezen, een voorwerp, de gezondheid, een ambt, een dier, komen jullie in beweging om het terug te vinden en gebruiken jullie alle menselijke en bovennatuurlijke middelen om dat doel te bereiken. Ja, om iets beperkts en vergankelijks te vinden weten jullie te bidden. Maar als jullie God verliezen, zoeken jullie Hem niet. Jullie wenden je niet om hulp tot Zijn heiligen om de weg naar God terug te vinden, jullie gebruiken geen menselijke ijver om jullie impulsen te bedwingen. Het lijkt jullie van weinig belang de vereniging met God te verliezen. En dat is het wezenlijke.
Maria scheidde zich nooit van God. Hun geesten bleven versmolten in een omhelzing van liefde, die haar bekroning vond in de Hemel. Die vereniging was de voornaamste kracht van Maria, als dochter van Adam, want daarin vond Zij het pantser om zich onaantastbaar te bewaren voor de beet van de Verleider.
Voor wie met God is, is het niet zo dat zij het kwaad niet zien, dat als een smerig gewaad of een weerzinwekkende ziekte zoveel schepselen bedekt. Zij zien het, zelfs met grotere helderheid dan veel anderen, maar het zien ervan bederft niets. Via hun ogen komt het kwaad niet naar binnen, om de instincten die in het vlees smeulen of de slechte bewegingen van de geest op te hitsen. Dat gebeurt alleen in hen die, gescheiden van God, de Vijand als gast in zich hebben.
De met God verenigde is van God verzadigd ,en al het andere wat niet God is, blijft aan de oppervlakte, een wind die licht de oppervlakte van het gemoed rimpelt en niet binnengaat om het innerlijk te verontrusten. En niet alleen dat. De met God verenigde, werkelijk met God verenigde, spreidt zijn innerlijk uit over de naaste, eerder dan het uiterlijk in zich op te zuigen: dat wil zeggen, hij verspreidt de Goedheid, God.
Ja, precies zo is het: wie met God is, heeft een uitstralend vermogen, machtiger dan dat van veel lichamen in het universum, waarvoor de mens zijn verstand heeft gepijnigd en waarvoor hij een monument van hoogmoed heeft opgericht. En bovenal heeft hij een vermogen van bovennatuurlijk nut, want wie de Heilige der heiligen in zich draagt en in Hem leeft, deelt Hem aan de anderen mee. Dat is het wat doet zeggen: 'Hij is een heilige”.
Maria heeft de volmaakte vereniging met God bezeten, en met al Haar krachten getracht zich steeds meer met Hem te versmelten. Men zou kunnen zeggen, dat Maria zich in God verloor, zozeer leefde Zij van Hem alleen.
Ik heb gezegd: 'Maria vond daarin Haar voornaamste kracht om zich onaantastbaar te bewaren'. Draait de zaken niet om. Maria, de Allernederigste, durfde zelfs in de verste verte niet te denken het volmaakte schepsel te zijn. Zij kende Haar lot en Haar onbevlekt zijn niet. Zij leerde het mysterie kennen door de woorden van de engel Gabriël en in de bruidsomhelzing met de Eeuwige Geest.
Maar tijdens Haar jeugd, de leeftijd vol valstrikken, Ik herhaal het: vond Zij de kracht in de vereniging met God. Zij wilde die vinden tot elke prijs, want Ze zou liever honderdmaal zijn gestorven dan één ogenblik uit de straling van God te gaan.

Meer dan zoveel min of meer vrome praktijken zou Ik vooral in Mijn uitverkorenen, en dan in anderen, willen dat jullie streven naar deze opperste praktijk van vereniging met Mij. Door gemakkelijk en werkelijk biddend gebed, met ontvlamd hart, kuis lichaam, oprecht van gedachte, zou alle is jullie heilig en goed worden, en de aarde zou de nieuwe dagen leren kennen, waarin de engelen de mensen zouden kunnen begroeten met de woorden: 'De Heer is met jullie'.”

Geen opmerkingen: