zaterdag 2 december 2017

Nederigheid. Maria, ons voorbeeld


Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943

blz. 522 uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Maria zegt:
“Je moet je niet te zeer laten ontmoedigen door te denken aan de tijd toen je mij weinig beminde. Je bent niet de enige. Maar ik ben de Mama en ik begrijp en vergeef. Het zijn de leemten van de nog onvolmaakten. Ik bemin niet minder omdat ik weinig word bemind. Het is voor mij voldoende dat jullie tenminste mijn Zoon beminnen, en jij hebt Hem zeer bemind toen je mij nog maar weinig beminde.
Als Moeder van God maak ik je attent op een feit in mijn leven, dat velen ontgaat en dat een zekere aanwijzing is ook over de toekomstige betrekkingen tussen mij en de door mijn Jezus verlosten.
Toen de herders naar de grot kwamen (Luc.2:8-20), hadden ze alleen maar oog en uitdrukkingen van liefde voor mijn Kindje. Josef en ik waren voor hen bijkomstige figuren. Aan de voet van de armzalige slaapplaats, waar Hij sliep wanneer Hij niet op mijn schoot sliep, legden zij hun gaven en hun tederheid neer. Het deed mij geen leed dat mij geen lof werd gebracht als aan de plant die aan de wereld de Bloem van de Hemel had gegeven. Voor mij was het voldoende dat ze mijn Kindje beminden, en het zozeer beminden. Er zouden er later zovelen zijn die Hem haatten!
Onder de aanwezigen bij de altijd weer nieuwe ritus van een opdracht in de Tempel (Luc. 2:22-28) had niemand een gedachte voor mij. Ze keken naar mijn Schat en prezen Hem om Zijn bovenmenselijke schoonheid. Maar aan Zijn Mama gaven ze slechts menselijke lof. Alleen de heiligen kenden mij als wat ik was, en Elisabeth, Simeon en Hanna zagen in mij de Moeder van de Verlosser en gaven mij de hoogste lof door hun herkenning. De eersten waren 'goed', de anderen waren 'heiligen'.
De Heilige Geest werkt in het hart van de heiligen en geeft hun licht van bovennatuurlijke herkenning. De Heilige Geest verlicht de harten van de heiligen om hen mij te doen zien. Mij te zien in het licht van God wil zeggen mij in waarheid te beminnen. Mijn allerheiligste Zoon werkt vanuit Zichzelf om jullie tot Zijn liefde aan te trekken. Ik bemin jullie en wacht, terwijl ik voor jullie bid.
Ik ben de Maagd van de verwachting. Vanaf mijn prilste jeugd heb ik de door de mensen Verwachte verwacht. Ik ben de Medeverlosseres, die het stervensuur aan de voet van het kruis afwachtte om jullie het Leven te geven. Ik ben de Moeder die op jullie ware liefde wacht, niet de oppervlakkige eredienst die zich beperkt tot veel woorden. Bidden wil niet zeggen: veel gebeden zeggen. Het wil zeggen: het eigen hart te laten spreken.
Ik ben de Zwijgzame; de nieuwe Eva; ik leer jullie het zwijgen. Door het spreken kwam de Verleiding in Eva binnen. Door mijn zwijgen kwam de Verlossing in de wereld. Leert van mij de deugd van het zwijgen, want in het uiterlijke zwijgen spreekt het hart tot God en God tot het hart. Mijn zwijgen was geen inert zwijgen van een dode ziel. Het was integendeel een zeer actief werken in het geestelijke.
Toen mijn Kindje op mijn armen was, heb ik voor Hem, Die niet spreken kon omdat Hij nog maar een baby was die alleen kon schreien – mijn Zoon God, de Stem van de Vader, het Woord van de Vader, Dat Zich uit liefde had vernietigd tot een schreiend Kind met de stem van een lammetje – heb ik voor Hem het offer aan de Vader aangeboden. Het eerste 'Onze Vader' heb ik gezegd in de koude grot van Bethlehem, mijn Lam op de armen omhooghoudend, dat naar de wereld was gekomen om te worden gedood en om het leven te geven aan de in de ziel gedode mensen. Het 'Uw wil geschiede' heb ik als eerste schreiend uitgesproken. En weet je wat het wil zeggen voor de Mama om die woorden tot de Eeuwige te zeggen?
Nu, als ik zie dat uit liefde voor mijn Zoon een schepsel de wil van God vervult, die bovenal een liefdevolle wil is, vernietig ik zijn schuld tegenover mij en vermeerder ik mijn liefde voor hem. Jezus brengt hem dan bij mij. Ik laat aan mijn Jezus de zorg over om hem mij te doen beminnen. Waar Hij is, is ook de Geest van God. En waar de Geest is, is Kennis en Licht. Het is daarom onvermijdelijk dat jullie ook worden onderricht in de liefde voor mij.
Als jullie er dan in slagen mij in waarheid te beminnen, dan kom ik. En mijn komst betekent altijd vreugde en redding.”

3 december 1943
Jezus zegt:
“Mijn moeder heeft je gesproken over de schaduw die Haar als Moeder van God heeft omhuld. Dat is niet in tegenspraak met Mijn spreken van enkele dagen geleden (27 en 28 november).
Zoals iedereen al iets speciaals opmerkte aan dat tweetal, dat in armoede passeerde over de overvolle wegen, iets als een licht en een geur, toch verlichtte dat niet hun blindheid en doorbrak het niet de doofheid van geest. Het was een waarnemen als van iemand die het schijnen van de zon op het verbonden hoofd meer voelt dan ziet, en die een ver rumoer hoort dat nauwelijks het trommelvlies bereikt als een zuchtje wind, gebroken door een geluid dat zo zacht is dat het geen woord meer is.
Mijn Moeder heeft zich de 'Zwijgzame' genoemd. Veel kenmerken zouden aan Haar litanie kunnen worden toegevoegd, en over deze kenmerken zou veel te mediteren zijn. Zij was en is de zwijgzame Maagd, de lichtende Maagd en de Moeder van het Licht.
Met uiterste tegenzin heeft zij enkele sluiers opgelicht voor Mijn evangelisten, maar uitsluitend die sluiers die Zij in Haar bovennatuurlijke kennis nuttig oordeelde in Mijn belang. Voor wat haar betreft, absoluut zwijgen. Zij bewaarde alles in Haar hart, zoals door Lucas is gezegd (Luc. 2:19,51), en uit Haar hart haalt Zij voor Haar meest beminden herinneringen en parels als uit een schatkist.
Dat het volk niet zou weten te begrijpen, hoewel ze door het voorbijgaan van Mijn Moeder werden geheiligd, moet dus niet verbazen. Zij waren, zoals Zij heeft gezegd, geen heiligen. Min of meer goed, was God ver van hun hart verwijderd, en waar God niet is, is geen licht.
Het moet ook niet verbazen, dat God de gezegende heeft beschermd onder de sluier van een schijnbaar gewoon leven. God bemint niet hetgeen de mensen beminnen: de vereringen, en nog minder de menselijke zelfverheerlijking. Hij bedekt Zich met terughouding en omhult daarin Zijn beminden. De wereld is een ontheiligster en Satan is sluwer naarmate hij meer overwonnen wordt. God beschermt Zijn meest dierbaren, en Zichzelf in hen, tegen de kwijlende nieuwsgierigheid en vergiftigde valstrikken, want Hij omgeeft Zijn instrumenten met grote zorg, omdat Hij wil dat ze hun zending vervullen. Hij maakt alleen aan de 'heiligen' de verborgen waarheid bekend.
Dat Maria na Mijn geboorte nog meer een gewone vrouw scheen te zijn, een jonge moeder en verder niets, moet ook niet verbazen. Als een monstrans waaruit de allerheiligste Hostie was genomen, was Zij nu de Geheel Heilige voor Zichzelf, want Ze droeg de Heilige der Heiligen niet meer. En als men bedenkt dat de Heilige der Heiligen, precies in het uur waarin Hij met eeuwige soevereiniteit de Aarde bevrijdde met haar levenden, haar overledenen, haar toekomstige bewoners, in de ogen verscheen als een misdadiger, gemarteld voor zijn misdaden, is het ook logisch dat de Moeder, vanaf het moment waarop ze de Medeverlosseres werd en dus bevrijdster van de Aarde, zou verschijnen als een arme, eenvoudige vrouw.
De lichtvolle tijd van Mijn vorming in Haar was voorbij, en de schittering van de vreugde, die in de nacht het hart van Maria, de grot en de Hemelen had vervuld, ebde weg bij de morgenstond waar in de zon van de Verlossing begon op te komen, de door bloed gekleurde zon, samengesteld uit oneindig lijden. Het morgenrood vond Maria al ondergedompeld in de gedachte van de toekomstige kwelling. Het offer was al gebracht in Mijn Naam, en de twee meest christelijke zinnen van de aarde waren al met elkaar verbonden en vormden de keten om de Boze te worgen: 'Zie de Dienstmaagd des Heren' en 'Heer, Uw wil geschiede'.
De heilige, gezegende lippen van mijn Moeder, die aan Mijn nietigheid van kind de maagdelijke klank leenden van de volmaakte woorden! Over haar heldhaftige 'ja', herhaald tot het moederschap Haar dubbel heldhaftig maakte, boog zich de Hemel en vereerde in Haar de Martelares-Verlosseres. Als een halsketting waaraan elke dag een parel wordt toegevoegd, begonnen Maria's dagen van lijden. Aan het einde was Golgotha.

Het is voor dit langdurige lijden dat Ik jullie zeg: 'Bemint Haar'. Ik zegen jullie als jullie Mij beminnen. Maar voor de liefde die jullie Mijn Moeder geven, bereid Ik jullie een schitterender woning in de Hemel.”

Geen opmerkingen: