donderdag 28 december 2017

Het Weesgegroet (2)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 275
Uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“God heeft Zijn engel niet gezonden om alleen tot Maria 'Ave' te zeggen. God groet jullie, o dierbare kinderen, met Zijn attenties, God zendt jullie door engelen Zijn heilige inspiraties, God brengt jullie Zijn zegeningen van de ochtend tot de avond en van de avond tot de ochtend. Jullie zijn altijd omringd door de liefdevolle en voorziende golven van Gods gedachte.
Hoe is het dan mogelijk dat jullie niets of slechts weinig opmerken? Hoezo leven jullie niet in gerechtigheid en heiligheid? Omdat jullie ondoordringbaar zijn voor de invloed van de genade, omdat jullie weerspannig zijn geworden tegen de daden van de liefde door jullie wil, die in tegenspraak is met het Goede.
De engel Gabriël zei tegen Maria: 'Ave', en de klank van de stem van de engel bracht over de al van genade overstroomde een nieuwe golf van genade. Het zeer levendige licht van Haar onbevlekte geest raakte de top van de helderheid, want de beantwoording van de geest van Maria was volmaakt.
Nederigheid, bereidwilligheid, kuisheid, gebed... welke verhevenheid trof het woord van de engel niet aan om de eerste vonk te worden van de vuurgloed van de Menswording? Groot was de gave van het gevrijwaard zijn van de erfzonde, die de Eeuwige aan de Uitverkorene had geschonken om het eerste tabernakel te zijn voor het Lichaam van de Zoon. Maar hoeveel, hoeveel beantwoording was er in Maria!
Als aan een ander schepsel, Ik zeg niet de verborgen gaven, waarvan alleen God wist dat Hij ze had gegeven, maar de evidente gaven, waarvan men zich bewust is, waren geschonken – zoals hoge intelligentie, bovennatuurlijke onderrichtingen, vurige contemplatie, en Ik spreek alleen over de morele en geestelijke gaven – hoe zou dat schepsel zich hebben beroemd, tenminste zo nu en dan, op zoveel gaven?
Maar nee, in Maria was daarvan niets. Hoe meer God Haar tot Zijn troon verhief, des te meer vermeerderde in Haar de erkentelijkheid, de liefde en de nederigheid. Hoe meer God Haar deed begrijpen hoe de goddelijke hand boven Haar was uitgestrekt ter bescherming tegen elke valstrik van het kwaad, des te meer nam de waakzaamheid tegen het kwaad in haar toe.
Maria heeft niet de vergissing begaan die zoveel zielen, die begiftigd zijn met de capaciteit tot Volmaaktheid, doet wankelen en ten val komen, dat wil zeggen, Zij heeft nooit gezegd: 'Ik voel dat God over mij waakt, ik voel dat God mij heeft uitgekozen. Ik laat aan Hem de zorg over om mij te verdedigen tegen de Vijand'. Nee. Maria handelde, hoewel Ze het werk van God in Haar erkende, alsof Zij de meest hulpbehoevende onder de schepselen was wat betreft geestelijke gaven. Van de morgenstond tot zonsondergang en zelfs in Haar maagdelijke slaap bewaakt door de engelen, bleef Haar ziel waakzaam.
Gelooft niet dat Maria de verleiding bespaard bleef. De Verleider heeft Mij niet gespaard; om twee redenen heeft hij Haar niet gespaard. Om twee redenen. De eerste: Maria was de Smetteloze, maar nog een schepsel, Ik was God. De tweede: het was voor Lucifer belangrijker om de schoot van de Vrouw, die de Christus zou dragen, te bederven, dan om Christus Zelf aan te vallen.
Hij, de Listige, wist dat het Woord vlees zou worden door een versmelting van de geest in de Geest, in een schoot die geen zonde herbergde. Geen zonde, Ik herhaal het. Als hij erin zou slagen  om vanaf Eva alle vrouwen te verleiden, zou hij er zeker van zijn nooit te worden overwonnen door de Eeuwige Overwinnaar.
Een alleen heeft hem altijd weerstaan: Maria. En een alleen weet welk web, wat een filigraan van verleidingen Lucifer heeft gespannen rond Maria om Haar superengelachtige  ziel te doen wankelen en te vertroebelen. De Ene Die dat weet is God. En aangezien bepaalde geheimen te groot voor jullie zijn, zal Ik ze jullie niet vertellen. Door de schittering van Maria in de Hemel zullen jullie de grootheid van Haar ziel begrijpen. Grootheid, bereikt door Haar wil, die ook zeer groot zou zijn geweest zonder buitengewone vormen van hulp, zózeer wilde Zij heilig zijn uit liefde voor haar God.
Daarom kon de engel terecht zeggen: 'Vol van genade'. Ja, vol van genade. De Genade was in Haar. De Genade, dat wil zeggen: God, en de genade ofwel de gave van God, die Zij voor duizend procent vruchtbaar wist te maken.
Dát is nodig, o kinderen, om ervoor te zorgen dat de hemelse dingen de Christus in jullie doen ontvangen: jullie aanhankelijkheid aan de genade, jullie verwelkomen van de genade, jullie vermenigvuldigen van de genade, jullie verlangend inademen van de genade. Het lichaam moet om te leven lucht en voedsel opnemen. De ziel moet om te leven de genade inademen. Dan daalt het Licht neer waar het vlees kan worden en de Christus wordt op mystieke wijze geboren in jullie, zoals Hij in werkelijkheid geboren werd in Maria.
Wees gegroet Maria, vol van genade. Kijkt naar Haar, jullie allen, o Christenen, die zo erg verschillen van de eerste Zoon van Maria, kijkt naar Haar, bovenal jullie vrouwen, zo verschillend van Haar, en leert, en mediteert over het feit dat de weg tot het kwaad met de duizend gezichten door jullie geopend is door jullie vleselijkheid, die strijd levert tegen het leven van de genade in de schepselen, zonder hetwelk de mens een duivel en de wereld een hel wordt.”


Geen opmerkingen: