vrijdag 4 augustus 2017

Echtbreuk

Uit: De Geschriften 1943, Maria Valtorta blz. 322. Uitg. St. Maria Valtorta


De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“Tot jou, die ongehuwd bent, te spreken over dit onderwerp, kan je verbaasd doen staan, maar jij bent alleen maar 'spreekbuis' en daarom moet je je onderwerpen aan het overbrengen van alles. Wat Ik nu zeg, dient de anderen. Het is van nut om één en meerdere dwalingen te corrigeren, die steeds dieper zijn geworteld in deze wereld.
De wereld is verdeeld in twee grote categorieën. De eerste, die zeer groot is, is die zonder enige scrupule: noch menselijk, noch spiritueel. De tweede is die van de godvruchtigen, die echter weer wordt onderverdeeld in twee klassen: die van de rechtschapen godvruchtigen en de kleingeestige godvruchtige mensen. Ik spreek over de eerste grote categorie en over de tweede klasse van de tweede categorie.
Het huwelijk is niet door God verworpen, zozeer dat Ik het heb verheven tot een Sacrament. En hier spreek Ik zelfs niet over het huwelijk als Sacrament, maar over het huwelijk als echtverbintenis, zoals de Schepper haar heeft gemaakt toen Hij man en vrouw schiep, opdat ze zich zouden verenigen en één vlees zouden vormen (Gen. 2:18-25), dat, eenmaal verenigd, geen menselijke kracht kan noch mag scheiden.
Bij het zien van jullie hardheid van hart, een steeds grotere hardheid, heb Ik het voorschrift van Mozes (Deut. 24:1-14; Matth. 19:3-9; Mc.10:1-12) veranderd en vervangen door het Sacrament. Het doel van Mijn daad was een hulp te geven voor jullie ziel als echtgenoten tegen jullie dierlijke vleselijkheid, en een rem tegen het ongeoorloofde gemak waarmee jullie verstoten wat jullie eerst hebben gekozen, om over te gaan naar nieuwe, ongeoorloofde verbintenissen, met verlies van jullie ziel en de ziel van jullie kinderen.
Ieder die een door God geschapen Wet, om het wonder van de schepping voort te zetten, tot schande strekt, vergist zich ernstig – en in het algemeen zijn dat niet de meest kuisen maar de meest huichelachtigen, want de kuisen zien in de vereniging niets anders dan de heiligheid van het doel, terwijl de anderen denken aan de feitelijkheid van de daad – zoals degene die met schuldige lichtzinnigheid gelooft ongestraft voorbij te kunnen gaan aan Mijn verbod om over te gaan tot nieuwe liefdes zolang de eerste niet door de dood is ontbonden.
Echtbreker en vervloekt is die levende, die een verbintenis verbreekt die eerst gewild was, omwille van een gril van het vlees of uit morele onverdraagzaamheid tegenover hen die anders denken. Want als hij of zij zegt dat de echtgenoot voor hem of haar nu oorzaak van last en weerzin is, zeg Ik dat God aan de mens het vermogen tot nadenken en het intellect heeft gegeven, opdat hij het gebruike, en des te meer in zaken van zo groot belang als de vorming van een nieuwe familie; Ik zeg ook dat, als men een eerste keer verkeerd heeft gehandeld door lichtzinnigheid of uit berekening, men de consequenties moet dragen om geen groter ongeluk te scheppen, dat vooral neerkomt op de beste van de echtelieden en op de onschuldige kinderen, tot lijden gebracht meer dan het leven verdraagt, en tot oordelen van hen die Ik door voorschrift onbeoordeelbaar heb gemaakt: de vader en de moeder (Ex. 20:12; 21:17; Lev. 20:9; Deut. 5:16; Mt. 15:1-9; Mc. 7:6-13). Ik zeg tenslotte, dat de kracht van het Sacrament, als jullie echte Christenen zouden zijn en niet die bastaarden die jullie zijn, in jullie zou moeten werken, echtgenoten, om van jullie één enkele ziel te maken die zichzelf bemint in één vlees alleen, en niet twee wilde beesten die elkaar haten, gebonden aan eenzelfde keten.
Echtbreker en vervloekte is die levende, die met gemene huichelarij twee of meer echtelijke levens leidt, en weer binnenkomt bij de andere echtgenoot en bij de onschuldige kinderen met de koorts van de zonde in het bloed en de geur van de ondeugd op de liegende lippen.
Niets maakt het voor jullie geoorloofd echtbreker te zijn. Niets. Niet het verlaten zijn of de ziekte van de echtgenoot, en nog veel minder zijn of haar meer of minder hatelijke karakter. Meestal is het jullie wellust die jullie de metgezel of de metgezellin als hatelijk doet zien. Jullie willen het zo zien om voor jezelf je schandelijke handelwijze te rechtvaardigen, die jullie geweten jullie verwijt.
Ik heb gezegd – en ik verander Mijn woorden niet – dat niet alleen wie overspel pleegt een echtbreker is, maar wie het in zijn hart verlangt te plegen, want hij of zij kijkt met zinnelijke honger naar de vrouw of de man die niet de hunne is (Mt. 5:27-28)
Ik heb gezegd – en Ik verander Mijn woorden niet – dat diegene een echtbreker is die door zijn of haar manier van doen de ander in een positie brengt om op zijn of haar beurt echtbreker te zijn. Tweemaal overspelig, zullen zij de eigen verloren ziel moeten verantwoorden en die welke ze ertoe hebben gebracht verloren te gaan door hun onverschilligheid, nalatigheid, lompheid en ontrouw.
Op hen allen drukt de vloek van God, en gelooft niet dat dit een wijze van spreken is.

De wereld wordt één puinhoop, omdat op de eerste plaats de families zijn verwoest. De rivier van bloed, die jullie overstroomt, heeft zijn dijken afgebrokkeld door jullie individuele ondeugden, die meer of minder grote leiders hebben aangespoord – van de hoofden van staat tot de hoofden van dorpen – om dieven te zijn en machtswellustelingen, om geld te hebben en roem voor hun wellusten.
Kijkt naar de geschiedenis van de wereld: ze is vol voorbeelden. De wellust is, altijd in een drievoudige combinatie, de oorzaak van jullie ruïnes. Hele staten zijn vernietigd, naties uit de schoot van de Kerk gerukt, honderdjarige scheuringen zijn er geschapen tot ergernis en kwelling van rassen, door de vleselijke honger van de leiders.
En het is logisch dat het zo is. De wellust dooft het Licht in de geest en doodt de Genade. Zonder Genade en zonder Licht verschillen jullie niet van de wilde dieren en plegen daarom dierlijke daden.

Gaat je gang maar, als dat jullie bevalt. Maar onthoudt, verdorvenen, die de huizen en de harten van de kinderen ontwijden met jullie zondigen, dat Ik zie, onthoud en jullie verwacht. In de blik van jullie God, die de kinderen beminde en voor hen de familie heeft geschapen (Mc. 10:5-16), zullen jullie een Licht zien dat jullie niet zouden willen zien en dat jullie als door de bliksem zal treffen.”

Geen opmerkingen: