zondag 2 juli 2017

Heiliging in het huwelijk

De Geschriften 1944, Maria Valtorta. blz, 238 UItgeverij St. Maria Valtorta.


De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
De families die geen families zijn, en die de oorzaak zijn van grote ongelukken die vanuit het innerlijk van de familiale cel zich uitbreiden om de nationale gemeenschap te verwoesten en vandaar de wereldvrede, zijn die families waarin God niet heerst, maar wel de zinnen en het eigenbelang en dus het kindschap van Satan. Ontstaan op een basis van zinnen en eigenbelang, verheffen zij zich niet tot wat heilig is, maar als onkruid dat in het slijk is ontstaan kruipen ze steeds naar de aarde.



De engel zegt tegen Tobias: “Ik zal je leren wie het zijn waarover de duivel macht heeft” (Tob. 6:16).
Oh! er zijn waarlijk echtgenoten die vanaf het eerste uur van hun huwelijk onder duivelse macht staan! Er zijn er zelfs die al voor het huwelijk zo zijn. Er zijn er die, wanneer ze de beslissing nemen zich een metgezel of metgezellin te zoeken, dat niet doen met oprechte bedoelingen maar met bedrieglijke, listige berekeningen, waarin het egoïsme en de zinnelijkheid oppermachtig heersen.

Niets is gezonder en heiliger dan twee die elkaar oprecht beminnen en zich verenigen om het menselijk ras te vereeuwigen en zielen aan de Hemel te geven.
De waardigheid van de man en de vrouw die ouders zijn geworden is de tweede, na die van God. Zelfs de koninklijke waardigheid is daaraan niet gelijk, want de koning, ook de meest wijze, doet niets anders dan zijn onderdanen besturen. De ouders daarentegen trekken Gods blik over zich aan en ontrukken aan die blik een nieuwe ziel, die zij insluiten in het omhulsel van het vlees dat uit hen wordt geboren. Ik zou bijna zeggen dat zij God tot onderdaan hebben, op dat moment, omdat God – door hun rechtschapen liefde die zich verenigt om aan de Aarde en aan de Hemel een nieuwe inwoner te geven – onmiddellijk een nieuwe ziel schept.

Als jullie maar zouden nadenken over jullie macht, waarmee God onmiddellijk instemt! De engelen kunnen niet zoveel. Daarentegen zijn de engelen onmiddellijk bereid zich aan te sluiten bij de daad  van de vruchtbare echtgenoten, om bewaarder te worden van het nieuwe schepsel. Maar groot is het aantal van hen die, zoal Rafaël zegt, de huwelijkse staat op een wijze dat ze God uit zichzelf en uit hun geest verbannen door zich over te geven aan de wellust. En over diegenen heeft de duivel macht (Tob. 6:16-22).

Welk verschil is er tussen het bed van de zonde en het bed van twee gehuwden die het genot niet uitsluiten maar wel de nakomelingschap afwijzen? Laten we niet met woorden goochelen en leugenachtige redeneringen gebruiken. Het verschil is tamelijk klein. Als het door ziekte of onvolmaaktheden raadzaam is of toegestaan dat geen kinderen worden voortgebracht, dan moet men matig leven en zich onthouden van die steriele genoegdoeningen die niets anders zijn dan de bevrediging van de zinnen. Als daarentegen geen enkele hindernis de voortplanting in de weg staat, waarom maken jullie dan van een natuurlijke en bovennatuurlijke wet een immorele daad, door haar in haar doel te verminken?

Als het, om welke oprechte overwegingen dan ook, raadzaam is geen kinderen meer te krijgen, weet dan als kuise echtgenoten te leven en niet als wellustige apen. Hoe willen jullie dat de engel van God over jullie huis waakt, als jullie daarvan een hol van zonde maken? Hoe willen jullie dat God jullie beschermt, als jullie Hem noodzaken Zijn blik vol afkeer af te wenden van jullie bezoedelde nest?

Oh! beklagenswaardig de families die gevormd worden zonder bovennatuurlijke voorbereiding, de families waaruit bij voorbaat elk zoeken naar de Waarheid verbannen is, die de dingen van het hoe en het waarom van het huwelijk leert. Beklagenswaardig de families die gevormd worden zonder een enkele hogere gedachte, maar alleen onder de angel van zinnelijke lust en financiële overwegingen! Hoeveel echtgenoten zijn er die, na de onvermijdelijke gewoonte van de religieuze ceremonie – gewoonte heb ik gezegd, en Ik herhaal het, want voor het merendeel is het niets anders dan een gewoonte en geen streven van de ziel om op dat moment God met zich te hebben – geen gedachte meer wijden aan God, en van het Sacrament, dat niet eindigt met de religieuze ceremonie, maar dan begint en voortduurt zolang het huwelijksleven duurt, volgens Mijn gedachte – evenals het monnikenleven niet duurt zolang de ceremonie duurt – van dat Sacrament een feest maken, en van het feest een uitbarsting van beestachtigheid!
De engel leert Tobias dat, door het gebed vooraf te laten gaan aan de daad, de daad geheiligd en gezegend wordt en zij haar vruchten geeft van ware vreugde en nakomelingen (Tob. 6:16-22; 8:4-10.15-17).

Zo zou men het moeten doen. Overgaan tot het huwelijk, bewogen door een verlangen naar kroost, want dat is het doel van de menselijke vereniging, en elk ander doel is de zonde die de mens als redelijk wezen onteert en de geest verwondt, tempel van God, Die verontwaardigd vlucht, en elk uur God voor ogen hebben. God is geen onderdrukkende cipier, maar een goede Vader, die jubelt om de oprechte vreugden van Zijn kinderen, Die hun heilige omhelzingen beantwoordt met hemelse zegeningen en met instemming, waarvan de schepping van een nieuwe ziel het bewijs is.

Wie zal echter deze bladzijden begrijpen? Alsof Ik de taal spreek van een onbekende planeet zullen jullie ze lezen, zonder er de heilige smaak van te bemerken. Het zal jullie geperst stro lijken, terwijl het hemelse Leer is. Jullie, de wijzen van nu, zullen er de spot meer drijven. En jullie weten niet dat  Satan lacht om jullie dwaasheid, Satan die geslaagd is dankzij jullie onmatigheid, jullie beestachtigheid, en die datgene veroordeelt wat God tot jullie welzijn heeft geschapen: het huwelijk als menselijke eenheid en als Sacrament.
Ik herhaal de woorden van Tobias tot zijn vrouw, opdat jullie ze onthouden en je ernaar richten – als jullie dat nog kunnen – door een rest aan menselijke waardigheid die in jullie overleeft: “Wij zijn kinderen van heiligen, en wij kunnen ons niet verenigen zoals de heidenen die God niet kennen” (Tob. 4:12).

Dat zij jullie norm. Ook al zijn jullie geboren waar de heiligheid al dood was, het Doopsel heeft altijd kinderen van God van jullie gemaakt, van de Heilige der heiligen, en daarom kunnen jullie altijd zeggen kinderen van heiligen te zijn: van de Heilige, en je daarnaar richten. Jullie zullen dan altijd “een nakomelingschap hebben waarin de Naam van de Heer zal worden gezegend” en waar men in Zijn Wet zal leven.
En wanneer de kinderen leven volgens de goddelijke Wet, zullen de gelukkige ouders, omdat die Wet deugd, respect en liefde leert, na God zich als eersten daarover verheugen, de heilige echtgenoten die van hun huwelijk een voortdurende ritus hebben weten te maken en geen schandelijke ondeugd.

Geen opmerkingen: